Zelfs voor de toch geoefende blik van hoogleraar internationale politiek Rik Coolsaet kwamen de aanslagen van 9/11 als een verrassing. En ja, hij kan zich nog precies herinneren waar hij die middag was. 'Gewoon thuis. Ik werd gebeld door de nieuwsdienst van de VRT en spoedde mij halsoverkop naar de televisiestudio aan de Reyerslaan waar we beeld na beeld, van minuut tot minuut, probeerden te begrijpen wat er aan de hand was. Zo ging er toen een gerucht dat een reeks vliegtuigen onderweg was naar Europa. Hoe reëel was dat gevaar? Hoe moesten we dat inschatten?'
...

Zelfs voor de toch geoefende blik van hoogleraar internationale politiek Rik Coolsaet kwamen de aanslagen van 9/11 als een verrassing. En ja, hij kan zich nog precies herinneren waar hij die middag was. 'Gewoon thuis. Ik werd gebeld door de nieuwsdienst van de VRT en spoedde mij halsoverkop naar de televisiestudio aan de Reyerslaan waar we beeld na beeld, van minuut tot minuut, probeerden te begrijpen wat er aan de hand was. Zo ging er toen een gerucht dat een reeks vliegtuigen onderweg was naar Europa. Hoe reëel was dat gevaar? Hoe moesten we dat inschatten?' Op 11 september 2001, om 8.45 uur lokale tijd, boorde een gekaapt vliegtuig van American Airlines zich in de noordelijke toren van het World Trade Center in New York. Enkele minuten hadden New Yorkers de illusie dat het om een ongeluk ging. Tot een toestel van United Airlines om 9.03 uur de zuidelijke toren van het WTC ramde. Bij die aanslagen kwamen bijna drieduizend mensen om het leven. De VS vielen Afghanistan aan om Osama bin Laden te pakken te krijgen, de leider van de verantwoordelijke terreurgroep Al-Qaeda. Terrorisme was toen nog niet echt het onderzoeksterrein van Rik Coolsaet. Dat werd het naderhand wel. Enkele maanden geleden publiceerde hij een vervolg op zijn befaamde Geschiedenis van de wereld van morgen uit 2008, onder de niet mis te verstane titel Vergeet dat onze tijd zoveel complexer is dan alles wat ooit voorafging. 'We mogen dan wel het gevoel hebben dat de wereld op hol geslagen is', betoogt hij daarin, 'in werkelijkheid is de geschiedenis een lange, trage rivier met steeds terugkerende golfslagen, die zo nu en dan in een stroomversnelling raakt.' Hebben we intussen afstand genoeg om te begrijpen waar die aanval op het hart van het Westen vandaan kwam? Rik Coolsaet:Het begint, denk ik, in het sleuteljaar 1979 met de revolutie in Iran, toen ayatollah Khomeini uit zijn Franse ballingschap terugkeerde en na een machtsstrijd in Teheran een islamitische republiek kon installeren. Dat was een kantelpunt, waarbij het islamisme - het bedrijven van politiek met de Koran in de hand - zowel het panarabisme als het marxisme verving als de leer van de verdrukten. Was het alleen een kantelpunt in de moslimwereld? In Parijs stapte de filosoof Michel Foucault mee op in betogingen voor Khomeini Coolsaet:Welke weg Khomeini zou inslaan, was op dat moment nog niet duidelijk. In de Iraanse revolutie vonden progressieven en theocraten elkaar en iedereen die zich verzette tegen de repressie en het prowesterse karakter van het regime van de sjah. Het islamisme is een boom met vele takken, en een daarvan is het jihadisme. Dat werd het alternatieve narratief voor het marxisme en het panarabisme, dat door de mislukking van president Nasser in Egypte in ongenade was gevallen. Osama bin Laden en Al-Qaeda konden zich daardoor opwerpen als de voorhoede van onderdrukte minderheden waar ook ter wereld. De verworpenen der aarde! Coolsaet: Precies - het triomfalisme van het Westen na het einde van de Koude Oorlog speelde daarbij zeker een rol. Ik noem dat narratief van Osama bin Laden bewust geen ideologie. Het was een soort van overkoepelende strijdkreet van al wie zich gemarginaliseerd voelde. Een leidraad in de strijd tegen zowel de nabije vijand op lokaal vlak als de verre vijand, de Verenigde Staten. De invasie van Irak in 2003 gaf moslims in het narratief van Osama bin Laden het recht - sterker nog: de plicht - om de wapens op te nemen tegen het Westen. En dan is er nog de manier waarop wij sinds de identitaire jaren negentig alles wat met moslims te maken heeft door een culturele en religieuze bril zijn gaan bekijken. Ook die hielp om het jihadistische narratief in stand te houden. Hoe kijkt u achteraf naar de Amerikaanse reactie op 9/11? Coolsaet:De oorlog met Afghanistan was onvermijdelijk: alle pogingen om Osama bin Laden uitgeleverd te krijgen, waren mislukt. Maar de invasie van Irak in 2003 was geen antwoord meer op de aanslagen, Irak was op geen enkele manier betrokken bij 9/11. De Amerikanen wilden vooral aantonen dat ze nog altijd de baas waren in de wereld. Alleen bevestigden ze daarmee daadwerkelijk wat Osama zijn aanhang voorhield: dat het Westen de islam de oorlog had verklaard. De invasie van Irak gaf de mobilisatie van moedjahedien een boost. Ook uit Europa zijn toen jonge moslims - onder wie een twintigtal Belgen - naar Irak vertrokken om de islam te verdedigen. Het Amerikaanse debacle in Vietnam was in 2003 alweer een tijd geleden. Verklaart dat ook waarom de Amerikaanse president George W. Bush opnieuw ten oorlog durfde te trekken? Coolsaet:Hun terughoudendheid over buitenlandse avonturen was inderdaad voor een stuk weg. Daarbij kwam dat triomfalisme: 'Aangezien niemand anders ertoe in staat is, hebben wij de verantwoordelijkheid om de wereld op orde te brengen.' Maar voor de rest van de wereld was het pure arrogantie van de macht. Een supermacht in neergang die nog een laatste keer met zijn staart zwiept? Coolsaet:De hele wereldgeschiedenis laat zich lezen als een komen en gaan van grote mogendheden. Je krijgt altijd een moment waarop die in de verleiding komen om met hun spierballen te rollen. Een vreedzame overgang naar een nieuwe wereldorde, zoals die aan het einde van de negentiende eeuw met de wissel van de macht tussen Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, is hoogst uitzonderlijk. De Amerikaanse invasie van Irak bevestigde niet alleen de stelling van Bin Laden, het uiteindelijke resultaat was ook een nieuwe loot aan de boom van het islamisme: de Islamitische Staat. Zouden de Amerikanen ook zonder 9/11 Irak zijn binnengevallen? Coolsaet:Dat denk ik niet. Maar de keuze om Irak aan te vallen, had wel niets met de strijd tegen het terrorisme te maken. Afghanistan aanvallen was nog begrijpelijk. Dat ging om vergelding. Bij Irak daarentegen ging het louter om de arrogantie van de macht. Was 9/11 een even grote breuklijn in de recente geschiedenis als de val van de Berlijnse Muur in 1989? Coolsaet: Niet op wereldschaal. Maar wel in de binnenlandse politiek. U herinnert zich misschien het beroemde essay Het multiculturele drama van de Nederlandse hoogleraar Paul Scheffer. In 2000, nog vóór de aanslagen dus, beschreef hij daarin het ontstaan van een onderklasse van migranten en constateerde hij dat er in de Nederlandse grote steden buurten waren, zoals bij ons in Molenbeek, waar zich een soort lompenproletariaat ontwikkelde. Die constatering was op zich natuurlijk niet onjuist, maar voor de verklaring hinkte hij op twee gedachten. Scheffer was er nog niet uit of het te maken had met achterstelling en discriminatie of misschien toch met cultuur. Na de aanslagen van 9/11 was er ineens veel minder aandacht voor armoede, discriminatie, werkloosheid en ongelijke kansen als oorzaak voor de achterstelling van bepaalde buurten. 9/11 leverde het frame om de migratieproblematiek te culturaliseren. Een sociale kwestie werd een louter culturele kwestie, sterker nog, een kwestie van identiteit. Een migrant was voortaan niet langer een Turk of een Marokkaan maar een moslim? Coolsaet: Dat heeft zeker meegespeeld. 9/11 effende ook de weg voor de handelaren in angst, zoals de Nederlandse schrijver Geert Mak ze heeft genoemd, die in moslims de ideale zondebok vonden. Betekende het ook het einde van de Amerikaanse wereldhegemonie en de Pax Americana? Coolsaet:De neergang van de Verenigde Staten ten voordele van China en India was al veel eerder ingezet - 9/11 heeft daar niet zo veel invloed op gehad. Na de val van de Muur hadden we geen idee wat het leidende principe in de wereldpolitiek zou worden, we waren gewend aan de discipline van de Koude Oorlog, met twee grote mogendheden die de wereld beheersten. Het wegvallen van een van die twee creëerde een wanordelijke reeks van gebeurtenissen die we nog geen naam konden geven. Als we meer achterom hadden gekeken, hadden we door de verschuivende economische machtsverhoudingen kunnen zien dat er een nieuwe wereldorde in de maak was. Is die verschuiving nog altijd aan de gang? Coolsaet:Nee. We zitten nu in een wereldorde waarin het Westen niet langer de doorslaggevende factor is. Economisch noch politiek. Militair misschien nog even, maar lang zal dat niet meer duren. Deze wereldorde lijkt als twee druppels water op die van de negentiende eeuw. Er waren toen vijf grote mogendheden: Groot-Brittannië, Rusland, Frankrijk, Pruisen en Oostenrijk-Hongarije. Zij waren de orkestmeesters van de wereldpolitiek. Als ze gelijklopende belangen hadden, werkten ze samen. Was dat niet het geval, dan dreigde er oorlog. Ze botsten niet permanent met elkaar en ze waren ook niet altijd bondgenoten. Dat waren ze alleen als hun belangen samenliepen. Dezelfde mechanismen zie je vandaag. Wie zijn dan de orkestmeesters van vandaag? Coolsaet:Nu zijn ze met vier: de VS, China, Rusland en de Europese Unie. Ze hebben potentieel het economische gewicht, de militaire macht en daardoor ook de politieke invloed om de wereld te besturen. De ene keer mét elkaar, de volgende keer tegen elkaar in. Dat is de nieuwe, multipolaire wereldorde. Ik noem die post-westers omdat de westerse mogendheden het niet meer alleen voor het zeggen hebben. Zelfs als de VS en de Europese Unie één lijn trekken, wat niet het geval is, moeten ze eerst nog de Chinezen, de Russen en de Indiërs mee zien te krijgen. Het ontbreekt de wereldpolitiek aan een piloot in de cockpit, schrijft u in uw boek. Zou Joe Biden die piloot kunnen worden? Coolsaet:Niet in de multipolaire wereld van vandaag. Om een sturende rol te kunnen spelen, heeft hij een copiloot nodig. En dan nog heeft het voor de VS en Europa geen zin om een lijn uit te zetten als de anderen niet meewillen. Ze zijn allemaal zodanig van elkaar afhankelijk dat het voorstel van Biden voor een alliantie van democratieën uiteindelijk tot een nieuwe opsplitsing van de wereld in blokken kan leiden. Het doel van zijn voorstel was, denk ik, om zijn buitenlands beleid een naam te geven. Want uiteindelijk krijgt elke Amerikaanse president in verband met China met tegengestelde impulsen te maken. Aan de ene kant wordt China een uitdager van de VS. Aan de andere kant heeft het Westen dat land ook nodig. Denk alleen nog maar aan de productie van mondmaskers bij het begin van de coronacrisis. EU-Commissievoorzitter Ursula von der Leyen zei dat China tegelijk een partner, een concurrent en een rivaal is. Dat is, denk ik, de beste manier om ernaar te kijken. Was het een vergissing van Biden om de Amerikaanse troepen uit Afghanistan terug te trekken? Coolsaet:Hij had weinig andere opties. Je mag niet vergeten dat dit intussen de langste oorlog in de Amerikaanse geschiedenis was, langer dan beide wereldoorlogen of Vietnam. De Amerikanen zijn zelfs langer in Afghanistan gebleven dan de Britten in de negentiende of de Sovjet-Unie in de twintigste eeuw. En voor de zoveelste keer is het een illusie gebleken om te denken dat je een regime duurzaam kunt veranderen van buitenaf. Voor Biden hebben diverse redenen meegespeeld om, precies 20 jaar na 9/11, een einde te maken aan de Amerikaanse aanwezigheid in Afghanistan. Het is een manier om van de geopolitieke rivaliteit met China de kern van het Amerikaanse buitenlandbeleid te maken, in plaats van de oorlog tegen het terrorisme. Daarnaast was er het besef dat die oorlog uitzichtloos zou blijven doorgaan, zonder oplossingen. Zolang de Amerikaanse troepen in Afghanistan bleven, zouden de Afghaanse autoriteiten nooit zelf hun verantwoordelijkheid opnemen om corruptie uit te bannen en de basisvoorzieningen voor alle Afghanen uit te bouwen, of in plaats van een spookleger een professioneel leger uit te bouwen - allemaal dingen die in de kaart van de taliban hebben gespeeld. Kan Afghanistan onder de taliban opnieuw een uitvalsbasis worden voor het wereldwijde terrorisme? Coolsaet:De terugkeer van de taliban is een opsteker voor jihadistische groepen wereldwijd. Die zien er een bewijs in dat ze opnieuw de wind in de zeilen hebben - de eerste berichten lopen al binnen dat sommige groeperingen overwegen om naar Afghanistan af te reizen. De taliban hebben zowel aan de VS als aan China beloofd dat hun land niet opnieuw een thuishaven voor terreurgroepen zou worden. Maar hoeveel geloof moeten we daaraan hechten? Wat de IS betreft, is er alle reden om aan te nemen dat de taliban hen tot de dood zullen blijven bekampen, opdat die geen voet aan de grond zouden krijgen in Afghanistan. Hoe ze met Al-Qaeda zullen omgaan, is koffiedik kijken. De leider van de taliban, Haibatullah Akhunzada, en Bin Ladens opvolger, Ayman al-Zawahiri, hebben elkaar wellicht nooit ontmoet en dat is toch wel een verschil met twintig jaar geleden. Trouwens, de taliban zijn geen monoliet. Hun leiders mogen dan wel dure eden zweren, de macht ligt bij commandanten te velde en bij de leiders van de groepen die samen de taliban vormen. Al-Qaeda is nooit helemaal verdwenen in Afghanistan. Honderden Al-Qaeda-strijders zijn er blijven opereren. Wel heeft de terreurorganisatie onder Al-Zawahiri het geweer van schouder veranderd en is ze meer gaan inzetten op deelname in lokale conflicten dan op aanvallen tegen de 'verre vijand', het Westen. In Afghanistan zijn trouwens ook nog andere, regionale jihadistische groepen actief in de schaduw van de taliban. Nu de Amerikanen zijn vertrokken, zijn het China, regionale mogendheden zoals Iran, Turkije, Pakistan en Rusland en de buurlanden van Afghanistan die met dat probleem moeten afrekenen. Al die landen hebben al laten verstaan dat zij niet zullen tolereren dat Afghanistan een thuisbasis wordt voor terroristische activiteiten die hun eigen stabiliteit kunnen bedreigen. Wat betekent een nieuwe vluchtelingenstroom voor de buurlanden? En voor het Westen? Coolsaet: Vóór we weer collectief in een kramp schieten, zoals in 2015: het zijn de buurlanden van Afghanistan die de gevolgen dragen van de gebeurtenissen daar. Nu al leven er miljoenen Afghanen in Pakistan en Iran als gevolg van decennia onrust en oorlog. Wij zullen hier in het Westen wellicht ook meer asielaanvragen krijgen, maar die aantallen zijn klein en beheersbaar in vergelijking met wat de directe buurlanden van Afghanistan opvangen . Hetzelfde geldt trouwens voor de vluchtelingen uit Afrika en het Midden-Oosten: de overgrote meerderheid van hen blijft, in erbarmelijke omstandigheden, in de eigen regio rondzwerven, hooguit 10 procent komt bij ons terecht. En toch schreeuwen we moord en brand. Hoe komt dat? Coolsaet: De komst van grote groepen nieuwkomers is in de loop van de geschiedenis altijd en overal een bron van spanningen geweest. Toen bij het begin van de Tweede Wereldoorlog Belgen naar Groot-Brittannië vluchtten, werden ze met open armen ontvangen, maar lang heeft dat niet geduurd. Migratiegolven verlopen nooit harmonieus. Kijk naar de ontvangst van Vlamingen in Noord-Frankrijk aan het einde van de negentiende eeuw en naar de manier waarop wij vanaf de jaren tachtig Turkse en Marokkaanse gastarbeiders zijn gaan bekijken. Ik vind de gelijkenissen fascinerend. ' Les Godverdommes sont là!' kregen de Vlaamse seizoenarbeiders die voor de bietenoogst de Franse grens overstaken destijds naar het hoofd geslingerd. Het is een vast stramien: nieuwkomers worden gezien als een bedreiging, ze worden geassocieerd met geweld en criminaliteit, er wordt op hen neergekeken. Kunnen we er dan wel zo zeker van zijn dat de meeste mensen deugen? Coolsaet: (na een lange stilte) Mensen als individu kunnen in hun persoonlijk leven nog wel een zekere mate van onzekerheid aan, maar samenlevingen hebben het daar veel moeilijker mee. Achter de angst voor nieuwkomers gaat onzekerheid over de eigen toekomst schuil. En wie onzeker is, zal algauw geneigd zijn overal bedreigingen in te zien die niets meer met de werkelijkheid te maken hebben. Uit enquêtes blijkt bijvoorbeeld dat het aantal moslims in ons land door de meeste Belgen geschat wordt op een kwart van de bevolking - in werkelijkheid is het nog geen 10 procent. Perceptie is vaak belangrijker dan de realiteit, want we handelen nu eenmaal op basis van wat we denken te zien. En de wereld opdelen in een 'wij' en een 'zij' creëert dan een illusie van orde in de chaos om ons heen. Wordt dat wij-zijgevoel mede aangestuurd door de algoritmes van de sociale media? Coolsaet:Die verklaring is mij net iets te makkelijk. Je gaat toch ook niet beweren dat de Gestetner-stencilmachine de oorzaak was van mei '68? De sociale media van vandaag hebben dezelfde functie als de megafoons waarmee wij destijds in betogingen rondliepen: ze geven een groter bereik aan iets dat al bestaat, maar ze creëren niets. Ze versterken hooguit de perceptie die er toch al was. En die perceptie hoeft niet noodzakelijk tot polarisering te leiden, is de optimistische conclusie van uw boek. Coolsaet:Als het schrijven van dat boek mij iets geleerd heeft, is het dat ons soort samenleving - de middenklassensamenleving - gevoelig is voor twee zeer uiteenlopende emoties. Enerzijds is er de boosheid, het verongelijkt zijn en de rancune van mensen die zich aan hun lot overgelaten voelen en - niet altijd ten onrechte - de indruk hebben dat op hen wordt neergekeken. Anderzijds is er in onze samenleving ook een groot gevoel voor solidariteit, zoals onlangs weer gebleken is na de overstromingen in Wallonië, met al die vrijwilligers die een handje kwamen toesteken waar de overheid afwezig bleef. Die solidariteit moet je overigens niet verwarren met altruïsme, het is evenzeer een kwestie van welbegrepen eigenbelang: je kunt je maar beter laten vaccineren, want zolang niet iedereen gevaccineerd is, ben je zelf ook niet veilig. Maar als er zo'n groot draagvlak is voor solidariteit, waarom stemmen mensen dan massaal op extreemrechts? Coolsaet:Omdat de klassieke politieke partijen geen geloofwaardig alternatief meer bieden voor de cultuuroorlogen die we vandaag kennen en die ons verdelen in plaats van ons te verenigen. Omdat het hele islamdebat intussen in de culturele sfeer getrokken is en ook democratische politici niet langer hardop durven te zeggen dat die 800.000 moslims hun plaats bij ons hebben en dat het feit dat een regeringscommissaris een hoofddoek draagt niet noodzakelijk het einde van de westerse beschaving betekent. Als de socialisten een gedeelte van hun electoraat zijn kwijtgeraakt aan extreemrechts, hebben ze dat in grote mate aan zichzelf te danken. Het echte probleem is dat de klassieke politieke partijen aarzelen om in te zetten op solidariteit - terwijl daar wel degelijk een draagvlak voor bestaat. Achteraf bekeken: waar en wanneer is het fout beginnen te gaan? Coolsaet:Aan het einde van de vorige eeuw begon het geloof in de staat als instrument om meer gelijkheid in de samenleving te creëren af te brokkelen. Dat heeft zeker meegespeeld. Want een ongelijke samenleving is een onstabiele samenleving. In de verzorgingsstaten die na de Tweede Wereldoorlog ontstonden, was het de overheid die de burger beschermde tegen risico's die hij zelf niet kon dragen en daarmee creëerde die overheid - de term is veelzeggend genoeg - maatschappelijke zekerheid. Maar in de jaren tachtig, met de conservatieve revolutie van Margaret Thatcher, in de VS voortgezet door Ronald Reagan en later ter linkerzijde in Europa overgenomen door de aanhangers van de Derde Weg, werd staatsinterventie plots een taboe. Deregulering was voortaan het devies de ongelijkheid in de samenleving nam toe en vooral in de lagere middenklassen kregen steeds meer mensen het gevoel dat ze er alleen maar op achteruitgingen. En bij elke crisis werden ze dan ook nog eens kopje-onder geduwd, zoals bij de banken- en kredietcrisis van 2007, bij de coronapandemie of recent bij de overstromingen in Wallonië: telkens zag je dat de mensen die het vóór de crisis al moeilijk hadden het hardst getroffen werden. Is de roep om meer staat en meer overheidsingrijpen intussen niet terug van weggeweest? Coolsaet: Die was er alweer een tijd. De eerste jaren na de aanslagen van 9/11 ging het debat alleen nog maar over islam, terrorisme en identiteit, maar zo rond 2005 ging de wind weer uit een andere richting waaien. Plots hoorde je politici en vakbondsleiders - van de liberale politicus Karel De Gucht tot de socialistische vakbondsman Rudy De Leeuw - zeggen dat loonmatiging niet meer te verdedigen was als ook de topsalarissen niet aangepakt werden. Er kwamen steeds meer rapporten die waarschuwden voor de groeiende ongelijkheid in de samenleving. En toen kwam in 2007 de Grote Recessie, die in Europa verweven raakte met de banken- en schuldencrisis. Dat is volgens mij een kantelmoment geweest: het moment waarop de Thatcherrevolutie begraven werd en John Maynard Keynes in ere hersteld werd. Alleen staatsinterventie is bij machte meer gelijkheid in de samenleving te creëren. Gelijkheid betekent natuurlijk niet dat iedereen precies hetzelfde moet verdienen, maar wel dat iedereen de kans moet krijgen om erop vooruit te gaan. Gelijke kansen, jazeker. Maar welke politicus heeft het daar nog over vandaag de dag?