'In de State of the Union van Jean-Claude Juncker staat niets nieuws. We moeten vaststellen dat hij de voorbije jaren zo goed als niets heeft veranderd', zegt Ferdi De Ville, kort nadat Commissievoorzitter Juncker voor de laatste keer het Europees Parlement heeft toegesproken. Ondertussen begint de campagne over diens opvolging op stoom te komen.
...

'In de State of the Union van Jean-Claude Juncker staat niets nieuws. We moeten vaststellen dat hij de voorbije jaren zo goed als niets heeft veranderd', zegt Ferdi De Ville, kort nadat Commissievoorzitter Juncker voor de laatste keer het Europees Parlement heeft toegesproken. Ondertussen begint de campagne over diens opvolging op stoom te komen. De Ville is niet onder de indruk van de erfenis die de Luxemburger straks zal achterlaten. 'Ik heb zijn eerste Staat van de Unie nog eens doorgenomen: van alle problemen die hij daarin benoemde, is er geen enkel opgelost geraakt. Alles zit in het slop. Juncker noemde zijn Commissie nochtans "de commissie van de laatste kans". Hij wilde het vertrouwen in de EU herstellen. Verwijzend naar de cijfers van de Eurobarometer denkt hij dat ook te hebben gedaan, maar hij zal ongeveer de enige zijn die dat gelooft. Als het vertrouwen in de EU al is gegroeid, dan is het omdat de mensen na de brexit wat banger zijn geworden voor een toekomst buiten de Unie.' Winnaars en verliezers heet het nieuwe boek van Ferdi De Ville, die behalve docent Europese politiek aan de UGent ook kernlid van de linkse denktank Minerva is. Dat de EU weerstand oproept bij steeds meer mensen, is niet enkel de schuld van Juncker. Zijn voorgangers zijn er evenmin in geslaagd de voordelen van de Unie op een gelijke manier te verdelen over alle Europeanen. Van bij het begin van de Europese eenmaking zit er een constructiefout in de EU, en die zal de komende jaren alleen maar pijnlijker zichtbaar worden. Maar wie zijn nu precies de verliezers? 'Herman Van Rompuy gaf in 2014 als Europees president een heel goede speech waarin hij het had over de "bewegers" en de "blijvers". De bewegers zijn de investeerders die makkelijk over de grenzen heen geld kunnen verdienen, of supertalenten die zonder problemen in Londen of Dublin kunnen gaan werken. De blijvers zijn de mensen die verliezen: de middenklassers die in hetzelfde land blijven werken en die de belastingen moeten betalen die de bewegers weten te ontlopen. Of de mensen die hun uitkering de voorbije decennia omlaag hebben zien gaan.' Zijn er dan mensen die er door de EU wezenlijk op achteruit zijn gegaan? Ferdi De Ville: Dat is moeilijk te zeggen. De verliezers hebben in ieder geval veel minder gewonnen dan de winnaars, en ze waren er veel beter aan toe geweest als de EU van in het begin een andere koers had gevolgd. We zien vandaag de gevolgen van een beslissing die na de Tweede Wereldoorlog is genomen. Toen hebben de Europese leiders afgesproken om economische groei te stimuleren door een vrijhandelszone uit te bouwen op Europees niveau, en de welvaartsstaten - die op dat moment nog niet heel uitgebreid waren - te organiseren binnen de lidstaten, op nationaal niveau dus. Frankrijk heeft toen, met de steun van België, nog geprobeerd om een sociale pijler op te zetten, maar vooral Duitsland en Nederland waren daar grote tegenstanders van. Dat was ook niet echt onlogisch: de verschillen tussen de welvaartsstaten waren in die tijd veel minder groot, de noodzaak om alles gelijk te trekken was er dus niet echt. Maar bedrijven kunnen nu dus zonder veel risico's, en in de eurozone zelfs in dezelfde munt, investeren in de landen van de EU. Dat maakt het voor hen eenvoudig om die landen tegen elkaar uit te spelen. Die kunnen niets anders dan hun welvaartsstaat daarvoor weer af te bouwen. Investeerders gaan het liefst waar de belastingdruk het laagst is en de sociale bescherming het lichtst. België heeft een welvaartsstaat die tot de beste en uitgebreidste ter wereld behoort. Waaruit blijkt die afbraak dan? De Ville: Het klopt dat de Belgische welvaartsstaat niet is weggevaagd door de EU. Dat neemt niet weg dat hij, net als in de Scandinavische landen trouwens, de voorbije decennia echt wel minder herverdelend is geworden. Men wijst er graag op dat het percentage aan sociale uitgaven constant is gebleven of zelfs is gestegen - in België is dat vandaag ongeveer 30 procent van het bnp. Maar dat is niet het hele plaatje. Waar wordt dat geld vandaag gehaald? Zijn de noden niet méér gestegen? Hoeveel strenger zijn de voorwaarden geworden om een uitkering te krijgen? Dat zijn minstens even belangrijke vragen. Beantwoordt u ze eens. De Ville: De voorwaarden zijn in ieder geval almaar strenger geworden, ja. België is het laatste land dat werkloosheidsuitkeringen niet beperkt in de tijd. Maar de fiscaliteit lijdt misschien wel het meeste onder die competitie. Landen verlagen stelselmatig hun vennootschapsbelasting om het aantrekkelijkst te zijn voor buitenlandse investeerders. Een indirect gevolg daarvan is dat ook de hoogste schijven in de personenbelasting zijn beginnen te dalen: tot in de jaren zeventig bedroegen die in Europese landen nog tot zeventig procent. Maar als het verschil tussen de personenbelasting en de vennootschapsbelasting heel groot wordt, nemen grootverdieners een vennootschap en laten ze zich op die manier uitbetalen. Die verlagingen werden deels gecompenseerd door een verhoging van de btw, overigens de enige belasting waarover de Europese afspraak bestaat dat die niet lager dan vijftien procent mag zijn, om ervoor te zorgen dat mensen niet over de grens gaan winkelen. De btw tast het concurrentievermogen van een land niet aan, dus die kan ongestoord worden verhoogd. Armere mensen consumeren een groter deel van hun inkomen, en dragen daar dus meer aan bij. Een aantrekkelijke vennootschapsbelasting is een van de weinige voordelen die kleine landen als België hebben om investeerders aan te trekken. Is het wel zo verstandig om dat onmogelijk te maken? De Ville: Een race to the bottom is uiteindelijk voor niemand goed. Dat zagen we de voorbije jaren: alle landen verlagen hun tarieven en iedereen verliest inkomsten. Theoretisch klopt de redenering natuurlijk wel: als klein land verliest België niet zo heel veel geld als het zijn tarieven verlaagt, terwijl het verhoudingsgewijs heel veel buitenlandse investeerders kan aantrekken. Goed dat de regering-Michel dan toch nog eens de vennootschapsbelasting verlaagd heeft. De Ville: Dat zou ik echt niet zeggen. In Europa redeneert elk land vandaag als een kleine, open economie, zelfs Duitsland en Frankrijk. Onze politici zijn daardoor geobsedeerd: bij elke maatregel stellen ze zich als allereerste vraag of het de competitiviteit van ons land niet zal schaden. Maar de Europese Unie als geheel is in feite een gesloten economie, waarbij de lidstaten vooral met elkaar handel drijven. De Belgische export komt in waarde overeen met honderd procent van het bnp, voor de Europese Unie is dat slechts twintig procent. Op Europees niveau zouden politici dus meer kunnen denken zoals de Verenigde Staten, en meer bezig zijn met het stimuleren van de binnenlandse vraag dan met het competitief houden van de economie. Voor zaken als sociaal beleid en belastingtarieven zit je dan in een heel andere logica en hoef je elkaar niet meer naar beneden te concurreren. De CD&V'ster Marianne Thyssen is de Eurocommissaris van de verliezers: ze heeft Werk en Sociale Zaken in haar portefeuille. Hoe heeft zij het gedaan? De Ville: Ze heeft de detacheringsrichtlijn hervormd, dat was haar belangrijkste verwezenlijking en een typisch Europees compromis. De periode waarvoor Europeanen naar een andere lidstaat kunnen worden gedetacheerd, ligt nu duidelijk vast, en ze moeten volgens de cao's van het gastland worden betaald. Andere punten heeft Thyssen dan weer niet binnengehaald: de socialezekerheidsbijdragen mogen nog altijd in het land van herkomst worden betaald, wat zulke arbeiders dus nog altijd goedkoper maakt. Het misbruik wordt eigenlijk ook niet aangepakt. Is die detachering van Oost-Europeanen in feite wel zo'n probleem? De Ville: Collega's van de KU Leuven hebben berekend dat het maar over een heel kleine fractie van de arbeidsmarkt gaat. Maar de mogelijkheid om goedkopere werknemers te detacheren, is een dreigement dat ondernemers kunnen gebruiken in onderhandelingen met de vakbonden. Op zo'n manier kan zoiets wel een grote impact hebben. Bij de tiende verjaardag van de bankencrisis schreef The Economist nogmaals dat de eurozone nog altijd niet voldoende hervormd is om een volgende crisis te voorkomen. De eurocrisis zorgde waarschijnlijk voor de meeste verliezers in de eurozone. Wat ontbreekt er nog? De Ville: Er moet nog veel gebeuren. Frank Vandenbroucke heeft ondertussen, samen met anderen, een goed voorstel uitgewerkt over een Europese werkloosheidsverzekering. Nu moeten landen die in een recessie terechtkomen, logischerwijs meer aan uitkeringen betalen, maar om hun begroting op orde te houden, moeten ze vervolgens ook meer besparen. Dat verergert de crisis telkens weer. Op zo'n moment zouden lidstaten waar het economisch goed gaat, moeten bijspringen en een deel van de rekening betalen, zodat de negatieve spiraal doorbroken wordt. Op de voorzichtige hervormingsvoorstellen van de Franse president Emmanuel Macron en de Duitse bondskanselier Angela Merkel kwamen voor de zomer al negatieve reacties. Zo'n hervorming komt er nooit, toch? De Ville: Ik ben ook niet echt optimistisch. In 2012 hebben vier voorzitters binnen de EU (van de Europese Raad, de Europese Commissie, de eurogroep en de ECB, nvdr.) een rapport geschreven over de hervorming van de eurozone, en daarin stond expliciet een verwijzing naar zo'n fiscale pijler. Toen leek mij dat even plausibel, maar het idee is helaas al snel van tafel verdwenen. Een reden daarvoor was dat Griekenland het eerste land was dat in de problemen kwam tijdens de eurocrisis. Daardoor is het idee ontstaan dat spilzieke overheden het probleem waren van Europa. Als eerst Spanje of Ierland Europese steun had aangevraagd, was duidelijk geworden dat vooral privéschulden voor problemen zorgden. Dan was het debat misschien ook anders verlopen. Nu wilden belastingbetalers - vooral in Duitsland - andere landen niet te hulp schieten. Waarom zouden we ook een werkloosheidssysteem met landen als Griekenland of Italië willen delen? Hebben we wel genoeg gemeen om solidair te willen zijn? De Ville: Als we het niet uit solidariteit willen doen, dan moet het uit eigenbelang. De economische groei in België lijdt nog altijd onder de manier waarop Europa de eurocrisis heeft aangepakt. We zijn samen een gesloten economie, dus als de Grieken geen geld meer hebben, kunnen wij daar ook minder naartoe exporteren. Voor alle duidelijkheid: het gaat niet om permanente transfers, het geldt enkel wanneer een land in de problemen komt. Als er zo'n Europese werkloosheidsverzekering was geweest toen de euro werd ingevoerd, hadden Zuid-Europese landen in het begin van de jaren 2000 trouwens Noord-Europese landen als Duitsland moeten helpen. Academici blijven maar debatteren over de hervormingen die Europa nodig heeft. Maar mogen we al niet blij zijn als Europa de komende jaren niet uit elkaar valt? Zelfs in een stichtend lid als Italië is vandaag een eurosceptische regering aan de macht. De Ville: Ik begrijp wat u bedoelt, en ik kan me zelfs enigszins vinden in de logica van linkse activisten om een stap terug te zetten en weer naar de natiestaten te kijken. Maar zonder de Europese Unie zijn we allemaal kwetsbare, open economieën die het tegen elkaar moeten opnemen. Dat eigenbelang is altijd een stuwende kracht geweest achter de Europese integratie. Waarom was België zo enthousiast over de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal? De EGKS heeft ervoor gezorgd dat de herstructurering van de Belgische steenkoolmijnen mee is betaald door andere lidstaten, zoals Duitsland. Ik weet dat Macron vandaag pogingen onderneemt, maar ik zou zo graag een politicus zien opstaan die deze crisis echt gebruikt om te pleiten voor een sociaal Europa. Een welvaartsstaat op Europees niveau is ook een oplossing voor de problemen van kiezers die nu op eurosceptische partijen stemmen. Zo zou je het perfect kunnen framen. Maar niemand durft dat aan.