Ruige kerels met bloed van onschuldige burgers aan de handen, zo staan er wel meer in Paramilitarism: Mass Violence in the Shadow of the State. Auteur Ugur Üngör, hoogleraar Holocaust- en genocidestudies aan de Universiteit van Amsterdam, deed jarenlang onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van het moderne Turkije. Hij stelde vast dat bij de Armeense genocide (1915-1917) paramilitairen een hoofdrol speelden. In zijn boek komen ook brandhaarden zoals Syrië, Irak en Sudan aan bod, net als de Joegoslavische burgeroorlog, de Koerdische (Üngör is van Turks-Koerdische afkomst) en Noord-Ierse kwesties en Latijns-Amerikaanse doodseskaders. Vrolijk wordt de lezer er niet van. Spannend is het wel. Üngör opent zijn boek met een scène die uit een Hollywoodthriller lijkt weggelopen. Op 6 augustus 2015 wordt op een kruispunt van de Syrische kuststad Latakia een anonieme limousine door een SUV met geblindeerde ruiten klemgereden. Na een korte scheldpartij klinkt een salvo van een machinegeweer. De chauffeur van de limousine, een kolonel van de Syrische luchtmacht, wordt met kogels doorzeefd. De schutter is niemand minder dan Suleiman al-Assad, een 19-jarige achterneef van president Bashar al-Assad.
...

Ruige kerels met bloed van onschuldige burgers aan de handen, zo staan er wel meer in Paramilitarism: Mass Violence in the Shadow of the State. Auteur Ugur Üngör, hoogleraar Holocaust- en genocidestudies aan de Universiteit van Amsterdam, deed jarenlang onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van het moderne Turkije. Hij stelde vast dat bij de Armeense genocide (1915-1917) paramilitairen een hoofdrol speelden. In zijn boek komen ook brandhaarden zoals Syrië, Irak en Sudan aan bod, net als de Joegoslavische burgeroorlog, de Koerdische (Üngör is van Turks-Koerdische afkomst) en Noord-Ierse kwesties en Latijns-Amerikaanse doodseskaders. Vrolijk wordt de lezer er niet van. Spannend is het wel. Üngör opent zijn boek met een scène die uit een Hollywoodthriller lijkt weggelopen. Op 6 augustus 2015 wordt op een kruispunt van de Syrische kuststad Latakia een anonieme limousine door een SUV met geblindeerde ruiten klemgereden. Na een korte scheldpartij klinkt een salvo van een machinegeweer. De chauffeur van de limousine, een kolonel van de Syrische luchtmacht, wordt met kogels doorzeefd. De schutter is niemand minder dan Suleiman al-Assad, een 19-jarige achterneef van president Bashar al-Assad. Waarom heeft die schietpartij de proloog gehaald? Ugur Üngör: Omdat ze veel zegt over de arrogantie van paramilitairen en de straffeloosheid waarin zij handelen. Het ging hier niet om een afrekening, maar om een ogenschijnlijk banaal geval van verkeersagressie. Alleen, de protagonisten waren allesbehalve banaal. Suleimans vader Hilal was de oprichter en leider van de National Defence Force, een pro-Assad-militie die in 2011 berucht werd door brutaal geweld tegen opstandelingen. Hilal is in 2014 omgekomen bij gevechten met rebellen, maar intussen had Suleiman zich al ontpopt tot een meedogenloze paramilitair die voor eigen rekening moordde en plunderde en zich straffeloos waande door zijn politieke connecties. In zijn opgefokte machowereld is het ondenkbaar dat je in het verkeer wordt ingehaald, zo'n aanslag op de masculiniteit schreeuwt om vergelding. En dus schoot hij die chauffeur overhoop, zonder te beseffen om wie het ging. Was het een gewone burger geweest, dan hadden de media er nooit over gerept. Is hij ermee weggekomen? Üngör: Op het eerste gezicht niet. President Assad zat erg verveeld met de moord, want ook het slachtoffer kwam uit een vooraanstaande alawitische familie die zijn regime onvoorwaardelijk steunde. Suleiman werd op een proces veroordeeld, maar of hij ooit in de gevangenis heeft gezeten? Dat blijkt alvast niet uit de recente foto die me werd toegezonden. Hij heeft zich een opvallende sektarische tatoeage laten zetten, houdt een machinegeweer binnen handbereik, en aan zijn blik merk je dat hij zwaar aan de drugs zit. Helemaal het prototype van de moderne paramilitair. Paramilitarisme is een complex fenomeen. Hoe zou u het als wetenschapper omschrijven? Üngör: Paramilitarisme duikt op wanneer staten buiten hun reguliere geweldsmonopolie structuren faciliteren of gedogen om heel specifiek geweld te plegen. Het komt erop neer dat de staat zich uit een bepaalde ruimte terugtrekt en die aan paramilitairen uitbesteedt. Geheimhouding is belangrijk, want paramilitair geweld mag niet kunnen worden gelinkt aan de staat. Paramilitarisme speelt zich niet af op het slagveld of in de frontlijn, het viseert niet-militaire, politieke doeleinden, vaak met extreem geweld. Guerrillabewegingen zoals het Nationaal Bevrijdingsleger ELN in Colombia of Lichtend Pad in Peru vallen dus buiten het bestek, in tegenstelling tot de doodseskaders die hen bekampen? Üngör: Klopt. Op het eerste gezicht is het onderscheid helder: rebellen vallen de macht van de staat aan, terwijl paramilitairen meestal het handhaven van de gevestigde orde beogen. Tachtig procent van alle conflicten na de Tweede Wereldoorlog zijn burgeroorlogen: asymmetrische conflicten dus waarin rebellen en paramilitairen als tegenpolen fungeren. Die conflicten kunnen eindeloos aanslepen, denk maar aan Syrië, Somalië of Congo. Soms slagen rebellen erin de macht te veroveren en zelf de overheid te worden. De Afghaanse taliban zijn een goed voorbeeld, net zoals de Iraakse Ba'ath- partij van Saddam Hoessein, die als een paramilitaire beweging is ontstaan. Eigenlijk past ook nazi-Duitsland in dat plaatje. Typisch voor zulke regimes is dat de paramilitaire structuren na de machtsovername blijven bestaan. Zoals in Turkije, waar paramilitair geweld als een rode draad door de geschiedenis loopt? Üngör: Turkije is net zoals het voormalige Joegoslavië een land waar paramilitarisme zich in de politieke cultuur heeft genesteld. Vanaf de jaren tachtig werd de Turkse staat in Koerdistan geconfronteerd met vreedzaam burgerprotest, dat snel escaleerde tot het gewapende verzet van de PKK. Bepaalde elites in Ankara gingen in hun geheugen graven: hoe deden we dat vroeger met de Armeniërs? Kunnen we dit niet oplossen met milities? Natuurlijk werd het leger in Koerdistan ontplooid, terwijl loyale clanhoofden werden bewapend om als dorpswachten tegen de PKK te vechten. Milities speelden een aanvullende maar cruciale rol. Ze hadden de hand in talloze aanslagen, executies en kidnappingen. Hun actieradius strekte zich uit over het hele land, tot in Istanbul, Ankara en Izmir. Het Turkse paramilitarisme is een kleurrijk amalgaam van georganiseerde misdaad en extreemrechts nationalisme. Dat is op een domme manier aan het licht gekomen, toen in 1996 in Susurluk een dure Mercedes zich tegen een vrachtwagen te pletter reed. De auto, volgeladen met wapens, afluisterapparatuur en cash, werd bestuurd door een Koerdische clanleider en politicus die pro-Ankara was. Een van zijn passagiers, een beruchte gangster en huurmoordenaar, was lid van de Grijze Wolven. De andere passagier was de nummer twee van de politie van Istanbul. Toen de identiteit van de slachtoffers bekend raakte, ging er een schok door de Turkse samenleving. De nasleep van dat ongeval heeft flink bijgedragen tot de opkomst van Erdogans AKP, die de Turkse kiezers een nieuwe en transparante politieke cultuur beloofde. Best ironisch, als je het achteraf bekijkt. Waarom is dat ironisch? Üngör: Erdogan bakte de voorbije jaren zelf zoete broodjes met de Grijze Wolven, en intussen heeft hij met SADAT zijn eigen, gewapende militie opgericht. De deep state blijft springlevend, dat is onder meer gebleken uit de geheime wapenleveringen aan jihadisten in Syrië. Wie is de typische rekruut van een paramilitaire militie? Üngör: Er zijn verschillende profielen, maar de gemiddelde paramilitair is een man tussen de 18 en de 35 die mislukt is in het leven. Hij is bijvoorbeeld afgewezen op de militaire academie, of koestert andere ambities die hij niet kon waarmaken. Dankzij de militie krijgt hij de kans om zich een man te voelen, al was het maar bij een checkpoint in een stadswijk waar hij burgers kan vernederen en terroriseren. Hooggestemde idealen komen er zelden bij kijken. Een Servische paramilitair heeft het kernachtig samengevat: 'I love my state, I love my rifle, and I love pussy.' Voor velen is het vooruitzicht om straffeloos te plunderen en te verkrachten een sterke motivator. Waar paramilitairen optreden, is de georganiseerde misdaad nooit veraf. Hoe werkt die band? Üngör: Bij wie moet de staat aankloppen om een delicaat werkje op te knappen? Een nachtelijke aanslag te plegen? Iemand uit zijn bed te plukken en in een kofferbak te ontvoeren? Aan de bakker om de hoek moet je het niet vragen. Je komt haast vanzelf uit bij criminelen, die beroepshalve een cultuur van geheimhouding koesteren en onvermijdelijk nauw contact hebben met politie en justitie. Zo wordt het voor inlichtingendiensten of politie gemakkelijk om het op een akkoordje te gooien: knap deze vuile klus voor ons op en we vegen je strafblad schoon. Of we kijken de andere kant op terwijl je je criminele imperium verder uitbouwt. De samenwerking kan vele vormen aannemen. Omdat de Mexicaanse staat te zwak is om de kwaal van de drugkartels aan te pakken, moet hij deals sluiten: het ene kartel krijgt de vrije hand om het andere te bestrijden. Een gevaarlijke strategie, want zo politiseer je de criminaliteit en criminaliseer je de politiek. Plausible deniability of aannemelijke ontkenning is een sleutelbegrip: paramilitair geweld wordt zo gepleegd dat er geen fysieke, legale of politieke sporen naar de echte opdrachtgever verwijzen. Üngör: Het is dubbel. Neem nu het geweld in Homs in 2011. Ondanks de massale ontplooiing van leger en special forces, en ondanks de inzet van Russische en Iraanse surveillancetechnologie kreeg Assad het straatprotest niet onder controle. Tot paramilitairen ingrepen en een bloedbad aanrichtten. Betogers werden massaal tegen de muur gezet en afgeknald. En dan kwam Assad vertellen dat hij er niks mee te maken had, laat staan dat hij bij machte zou zijn geweest de moordpartijen te stoppen. Compleet ongeloofwaardig, en dat beseft hij zelf maar al te goed. Plausible deniability is vaak een theaterstuk. Terwijl alle betrokkenheid formeel wordt ontkend, stuurt het regime een gecodeerde boodschap naar de samenleving. Dit is wat er gebeurt als jullie ons dwarszitten: dan volgen er meer massamoorden, die we uiteraard zullen ontkennen. Ik vraag me weleens af hoe Assad het er voor het Internationaal Strafhof zou afbrengen. Niemand twijfelt eraan dat hij de onzichtbare poppenspeler is achter het paramilitair geweld in Syrië. Toch is het lang niet zeker dat een openbare aanklager dat hard kan maken. Zijn grote beschermheer, Vladimir Poetin, is al even bedreven in het staalhard ontkennen van de waarheid. Legendarisch is zijn uitleg op de persconferentie over de zogenaamde groene mannetjes, Russisch paramilitairen in Oekraïne. 'Ze zijn er niet', verklaarde Poetin met een uitgestreken gezicht. Waarop die groene mannetjes via de sociale media prompt vanuit Oekraïne reageerden: wij zijn er niet. Dat was grappig. De Sudanese ex-president Omar al-Bashir kon er ook wat van. De Janjaweed zaaiden voor zijn rekening dood en verderf in de opstandige provincie Darfur. Om zijn sporen te wissen, liet hij in de regio preventief echte of vermeende criminelen arresteren. Handig om na een bloedbad als schuldigen te executeren. Üngör: Dictators zoals Bashir of Assad weten wat er op het spel staat. Als er één staatsgeheim is dat koste wat het kost moet worden bewaard, dan is het hun betrokkenheid bij paramilitair geweld. Niet zelden worden paramilitairen na bewezen diensten zelf geliquideerd. De beruchte militieleider Zeljko Raznatovic, bijgenaamd Arkan, is na de Joegoslavische burgeroorlog in de politiek gestapt. Hij was een echte societyfiguur en een van de best beveiligde inwoners van Belgrado. Toch werd hij in 2000 in een hotel in Belgrado vermoord, vlak voor een afspraak met het Joegoslaviëtribunaal. Het lijdt geen twijfel dat president Slobodan Milosevic er een mannetje op gezet heeft. Kijk, in Den Haag zijn ze niet gek. De enige manier om de echte poppenspelers op de beklaagdenbank te krijgen, is deals sluiten met paramilitaire leiders. Wellicht hoopte Arkan op strafvermindering door een boekje open te doen over Milosevic' rol bij de paramilitaire terreur in Kroatië en Bosnië. Zulke preventieve liquidaties zijn van alle tijden. Ik heb met de kleinkinderen gesproken van twee Koerdische broers, clanleiders die in 1915 honderden Armeniërs uit de regio van Diyarbakir hadden gedeporteerd. Ze werden voor hun diensten rijkelijk beloond en gedecoreerd, maar later allebei uit de weg geruimd. Bij de kleinkinderen was het kwartje gevallen: wie dat soort ultrageheim werk voor de staat opknapt, legt zelf zijn hals op het kapblok. Is paramilitarisme een typisch verschijnsel van autoritaire staten? Üngör: Nee, het komt in alle soorten regimes voor. Colombia is een land met verkiezingen en een vrije pers, maar ook een vruchtbare biotoop voor paramilitairen. Je hoeft het niet eens zo ver te zoeken. Kijk naar de Noord-Ierse kwestie: de relaties die de regering in Londen met unionistische milities onderhield, waren op zijn zachtst gezegd troebel. Van de extreemrechtse groupuscules die in Spanje jacht maakten op ETA-sympathisanten staat vast dat ze contacten met de Spaanse staat onderhielden. Ik maak me zorgen over weekend warriors die in de bossen van Polen of Hongarije op blikjes knallen en survivaltechnieken inoefenen. Onschuldig vermaak? Niet als er wapens aan te pas komen, en nog minder als de lol gepaard gaat met een racistisch discours tegen migranten, Roma, Joden en moslims. Van alle continenten wordt Latijns- Amerika het hardst door paramilitair geweld geteisterd. Waarom? Üngör: Dat is goeddeels de schuld van de Amerikanen en hun Koude Oorlogspolitiek. Ze hebben dictators aangemoedigd om paramilitaire milities op te richten, en als het nodig was, creëerde de CIA die gewoon zelf. Expertise werd geleverd door de School of the Americas, een instituut waar zowel militairen als paramilitairen zich bekwaamden in het folteren van communisten, boerenleiders en andere volksvijanden. Die Amerikaanse politiek heeft bijgedragen tot de zwaarst denkbare misdaden, zoals de genocide op de inheemse bevolking van Guatemala,waarbij paramilitairen een hoofdrol speelden. Typisch voor Latijns-Amerika is de dubbele straffeloosheid: de milities wisten zich beschermd door hun regering, en die werd op haar beurt door de Verenigde Staten uit de wind gezet. Zijn landen zoals Nederland en België immuun? Üngör: Het spook waart overal rond, ook in ogenschijnlijk stabiele en vreedzame democratieën zoals Zwitserland, Zweden, België of Nederland. Neem nu de recente betogingen tegen de avondklok. Na de rellen spraken hooligans van verschillende profclubs op sociale media af om de politie een handje te helpen: ze zouden als vigilantes de winkelstraten gaan beschermen. Ik moest meteen terugdenken aan de hooligans van Rode Ster Belgrado, die bij het uitbreken van de Joegoslavische burgeroorlog rel schopten. Velen hebben zich nadien bij de Arkan Tijgers en andere milities aangesloten. Het enige verschil is dat we hier geen politici hebben die hen knipogend de vrije baan geven en straffeloosheid beloven. Gelukkig maar.