Vrijdagmiddag, één uur. Het middaggebed is nauwelijks afgelopen of de betogers rollen massaal autobanden uit, richting Israëlische grens, 300 meter verderop. Het is het startschot van de derde vrijdagdemonstratie in het kader van de Marsen van de Terugkeer in Gaza. Dat het om een volksprotest gaat, lijkt onmiskenbaar. Aan weerskanten van de horde jonge mannen rennen niet alleen moeders en kinderen, maar ook oude vrouwtjes, elk een autoband voortrollend, hun grijze haar wapperend vanonder hun scheefzakkende hoofddoeken. Vijftienduizend demonstranten zijn vandaag samengestroomd, verdeeld over vijf verschillende plaatsen aan de grens tussen de Gazastrook en Israël, waar van 30 maart tot 15 mei elke vrijdag wordt betoogd voor de terugkeer van Palestijnse vluchtelingen naar hun oorspronkelijke woongebied. Op 15 mei is de herdenking van de Nakba, de catastrofe. In 1948 sloegen honderdduizenden Palestijnen op de vlucht nadat de Britten het mandaatgebied Palestina hadden verlaten en de Joodse leiders de staat Israël uitriepen. Op 14 mei viert Israël zijn 70e verjaardag.
...

Vrijdagmiddag, één uur. Het middaggebed is nauwelijks afgelopen of de betogers rollen massaal autobanden uit, richting Israëlische grens, 300 meter verderop. Het is het startschot van de derde vrijdagdemonstratie in het kader van de Marsen van de Terugkeer in Gaza. Dat het om een volksprotest gaat, lijkt onmiskenbaar. Aan weerskanten van de horde jonge mannen rennen niet alleen moeders en kinderen, maar ook oude vrouwtjes, elk een autoband voortrollend, hun grijze haar wapperend vanonder hun scheefzakkende hoofddoeken. Vijftienduizend demonstranten zijn vandaag samengestroomd, verdeeld over vijf verschillende plaatsen aan de grens tussen de Gazastrook en Israël, waar van 30 maart tot 15 mei elke vrijdag wordt betoogd voor de terugkeer van Palestijnse vluchtelingen naar hun oorspronkelijke woongebied. Op 15 mei is de herdenking van de Nakba, de catastrofe. In 1948 sloegen honderdduizenden Palestijnen op de vlucht nadat de Britten het mandaatgebied Palestina hadden verlaten en de Joodse leiders de staat Israël uitriepen. Op 14 mei viert Israël zijn 70e verjaardag. In een mum van tijd staan honderden autobanden in lichterlaaie. Een meterslange vuurlinie strekt zich uit tussen de Palestijnse betogers en de Israëlische militairen achter het grenshek. De dikke zwarte rookwolk beneemt de scherpschutters aan de andere zijde het zicht op de demonstranten. De angst voor de Israëlische snipers is groot. Tijdens de eerste twee marsen vielen er 31 doden en 1400 gewonden. Ook nu is het direct menens. Een jongen rent naar de rollen prikkeldraad vlak voor het grenshek en probeert ze los te trekken. Zijn hand wordt prompt getroffen door een sluipschutter. Schreeuwend wordt hij afgevoerd. Toch laten de demonstranten zich niet afschrikken. Ze drommen naar voren, diep in de veiligheidszone van 300 meter die Israël al jaren heeft opgelegd. Het eerste kwartier vallen er tientallen gewonden. Ambulances rijden af en aan. Niemand draagt een beschermend vest of helm. Behalve de journalisten. Die zijn herkenbaar door hun blauwe kogelwerende vesten waar PRESS op staat. Een twintigtal verslaggevers en fotografen raakte tot nu toe gewond. Tijdens de tweede mars werd de Palestijnse cameraman Yasser Murtaja doodgeschoten door een sniper. De internationale media sprongen op de gebeurtenis, waardoor Israël zich verplicht voelde een onderzoek in te stellen naar de dood van de cameraman en andere incidenten. Dat de acties van de sluipschutters onvoorspelbaar zijn, merken we als ze lukraak door de zwarte vuurwolk beginnen te schieten. We duiken weg voor de kogels. De boodschap is duidelijk: niemand wordt gespaard. Het is een strijd van de muis tegen de olifant, die bovendien geen enkel verschil zal maken, zegt Atef Abu Saif, schrijver en professor politieke wetenschappen aan de universiteit Al-Azhar in Gaza-Stad. Hij is een van de initiatiefnemers van de Marsen van de Terugkeer. Sinds februari is hij ook actief als woordvoerder van Fatah, de partij van president Mahmoud Abbas van de Palestijnse Autoriteit (PA). De PA regeert op de Westelijke Jordaanoever en staat lijnrecht tegenover het radicaalislamitische Hamas, dat in 2007 de macht overnam in Gaza nadat het in 2006 de Palestijnse verkiezingen had gewonnen. In oktober 2017 ondertekenden Fatah en Hamas een verzoeningsakkoord, maar in de praktijk draait dat op niets uit. De relatie tussen beide partijen is tot het nulpunt gezakt sinds de mislukte bomaanslag op de Palestijnse premier Rami Hamdallah tijdens diens bezoek aan Gaza afgelopen maart. 'Deze marsen moeten in een bredere, nationale context passen, anders heeft het geen enkele zin', zegt Saif. 'Hamas wil het enkel naar Gaza trekken, maar het gaat ook om de Westelijke Jordaanoever en Jeruzalem. Natuurlijk zal het niet lukken om de grens letterlijk door te breken. En ja, de demonstraties kunnen beter. In plaats van 15.000 man per week, zou het veel meer effect hebben als er een miljoen mensen naar de grens trok. Maar dan zou er wellicht een duizendtal doden vallen. Dat willen we niet. Wat we ook niet willen, is dat alles weer stopt na 15 mei. Dat de marsen duizenden gewonden en tientallen doden hebben gekost en er verder niets gebeurt. Het is een kwestie van volharding, na 15 mei moeten we nieuwe manieren hebben om de aandacht op onze situatie te blijven vestigen.' De marsen zijn volgens Saif geen initiatief van verschillende burgerbewegingen, zoals wordt beweerd: 'Dat klopt niet. Het is het Committee of National Islamic Parties in Gaza dat met het idee kwam, een soort overkoepelend orgaan voor alle partijen in Gaza. Iedereen was het ermee eens dat er dit jaar iets speciaals moest gebeuren, zoals we dat eerder deden bij 50 en 60 jaar herdenking van de Nakba. Iedereen was het er ook mee eens dat alleen Hamas en Fatah in staat zijn om grote groepen mensen op de been te krijgen. Dus moesten we een gezamenlijke strategie vinden. We waren allemaal van mening dat het om een volstrekt geweldloze actie moest gaan. Dat zou de grote kracht van het hele gebeuren zijn: ongewapende burgers die naar de grens trekken. Hamas had het in het begin over molotovcocktails maar dat wilde de rest niet. We beseffen dat de media een grote rol spelen bij deze marsen, daarom houden we elke agressieve actie tegen.' Op de vrijdag dat wij er zijn, lukt dat voor zover we kunnen zien, redelijk goed. Al geeft een aantal demonstranten de avond voordien blijk van andere plannen. Een groep jongens in demonstratiekamp Malika, niet ver van Gaza-Stad, is druk bezig met voorbereidingen voor morgen. 'We hebben autobanden en zelfgemaakte molotovcocktails klaargelegd', klinkt het. Ze wijzen op een plek aan de rand van het veld. 'Daar ligt alles begraven. Morgenvroeg halen we de boel eruit.' Ze gaan morgen ook Israëlische vlaggen verbranden, zo dicht mogelijk bij de grens, zeggen ze. Waarna ze beginnen te schelden op president Mahmoud Abbas. 'Hij doet niets voor ons in Gaza, hij is waardeloos', klinkt het boos. Ze doelen op de sancties die president Abbas in 2016 in Gaza invoerde, als reactie op de afwijzing van Hamas op de nationale eenheidsregering van de president. Abbas legde een reeks strafmaatregelen op die niet alleen Hamas troffen maar de totale bevolking: de salarissen van het overheidspersoneel in Gaza werden 30 tot 50 procent verminderd, honderden gezinnen kregen geen sociale uitkering meer en de PA weigerde nog langer de elektriciteitsrekening van Gaza te betalen. Abbas vroeg of Israël de levering van elektriciteit aan Gaza wilde reduceren. Sindsdien moeten de Gazanen het met een paar uur elektriciteit per dag stellen. De woede op Abbas en de PA is groot. Maar ook Hamas heeft zwaar aan sympathie ingeboet na de mislukte aanslag in maart op premier Hamdallah, waar de beweging verantwoordelijk voor wordt gesteld. Het vertrouwen in de politiek staat op een ongekend dieptepunt. De bijna twee miljoen inwoners van de Gazastrook zijn doodmoe van alle strafmaatregelen en de blokkade die Israël al elf jaar oplegt. De werkloosheid is torenhoog: 65 procent heeft geen job en meer dan driekwart van de bevolking leeft onder de armoedegrens. 'De Marsen van de Terugkeer worden gedreven door uitzichtloosheid en frustratie', zegt een van de jongens. 'Wat er ook gebeurt, we laten ons niet meer wegjagen. We willen de grens doorbreken, we willen ons land daarachter terug.' De jonge mannen zien eruit alsof ze er echt in geloven. Ze doen zich stoer voor, maar tussen de vele boze gezichten zien we ook veel onzekerheid. Al zullen ze dat nooit toegeven: 'Bang voor de sluipschutters? God zal ons beschermen tegen de kogels van Israël.' Een honderdtal mannen en vrouwen loopt in een rij richting de grens. Ze hebben ballonnen bij zich en foto's van Yasser Murtaja, de neergeschoten fotograaf. Vooraan de stoet dragen ze een andere foto. Een portret van een tienerjongen. 'Dit is mijn zoon Hussein Mohammed Madi', zegt de man die de afbeelding vasthoudt. 'Hij werd vorige week dodelijk getroffen door Israëlische militairen. Hij was ongewapend en niet gewelddadig.' Voor ons staat een gebroken man. Zijn gezicht getekend door verdriet. De foto hangt aan een ballon. 'We gaan hem laten vliegen', zegt de vader. 'Kom maar mee.' Halverwege het terrein, op veilige afstand van de grens, houdt de stoet halt. In stilte worden de ballonnen met de foto's opgelaten. Ze drijven snel weg in het avondlicht, de wind stuwt ze naar de grens. 'Hun ziel keert terug naar ons land ginder', zegt de vader. 'Mijn zoon zou deze week veertien geworden zijn.' De Israëlische vlaggen worden de volgende dag niet verbrand in kamp Malika. De actie is teruggefloten door de initiatiefnemers. Ze willen geen geweld. Van de molotovcocktails zien we ook niets. Er wordt wel met stenen gegooid. En de brandende autobanden doen hun werk. Op het veld voor ons wordt de ene traangasgranaat na de andere afgevuurd. Telkens als er een valt, rent de menigte in paniek uiteen. Middenin de chaos van naar adem happende demonstranten met sjaals voor hun gezichten en betraande ogen komt een wat oudere man in kostuum met wit hemd en stropdas aangewandeld. Alsof hij rustig een ommetje in het park heeft gemaakt. Het is professor Assad Abu Sharekh, politicoloog aan de universiteit van Al-Azhar en woordvoerder van de Marsen van de Terugkeer. Hij begroet ons enthousiast, opent zijn aktetas en toont een aantal dikke boeken. Op de kaft van het bovenste boek herkennen we alleen het jaartal 1948. Geen enkel mens haalt het in zijn hoofd om een stapel geschiedenisboeken mee te torsen in een turbulente demonstratie vol traangas en kogels, maar voor professor Sharekh lijkt het de evidentie zelve. 'Welkom bij de Marsen van de Terugkeer', klinkt het plechtig. 'Dit gaat over de essentie van het conflict: de vluchtelingenkwestie, de Nakba. Alles daarna is een gevolg van de Nakba. Dit is heel belangrijk voor ons. Voor de eerste keer in jaren is er een evenement dat de Palestijnse bevolking herenigt. Je vindt hier studenten, huismoeders, professors, dokters, geestelijken en ook de politieke partijen.' Waarna een uitleg volgt over de VN-resoluties: 'In de Algemene Vergadering van de VN werd ons recht op terugkeer al erkend op 11 december 1948 in resolutie 194. In 1974 nam de VN resolutie 3236 aan waarin ons recht op zelfbeschikking werd erkend en ons recht op terugkeer naar onze huizen en onze bezittingen.'De professor blijft onverstoorbaar staan wanneer een nieuwe gasgranaat wordt afgevuurd en iedereen rondom ons maakt dat hij wegkomt. Maar de wind staat gunstig, het gas waait de kant van de grens op. 'Israël kan de resoluties niet eeuwig blijven negeren', vervolgt hij. 'Daarom geloof ik in deze marsen. Het is een krachtig signaal naar de wereld. We zijn bereid om met christenen en Joden samen te leven, maar geef ons dan onze gebieden terug. Zolang dat niet gebeurt, zal er nooit een einde komen aan deze strijd.' De Marsen van de Terugkeer mogen dan veel media-aandacht trekken, de echte problemen worden er niet door opgelost. 'Ik zie voorlopig geen verbetering in de relatie tussen Hamas en Fatah', zegt schrijver Atef Abu Saif. 'Zelfs in onze meetings over de marsen maken we ruzie. De doden van Hamas die afgelopen weken vielen, droegen burgerkleding tijdens de protesten. Toch wil Hamas dat ze in militaire kledij begraven worden. Ze fotoshoppen zelfs de uniformen onder het gezicht van de martelaren. Het is zo onzinnig.' Er is alleen een verzoening tussen Fatah en Hamas mogelijk als die laatste al zijn verantwoordelijkheden in Gaza opgeeft en de situatie terugkeert van vóór Hamas de macht greep in 2007, concludeert Saif. Volgens Ismak Ibrahim Madhoun, schrijver en researcher voor de pro-Hamaskrant al-Resala, wil Hamas zich bewust niet te veel in de Marsen van de Terugkeer mengen. 'Het gaat wel degelijk om een demonstratie van de bevolking, niet vanuit politieke hoek. Israël wakkert het idee uiteraard aan dat Hamas achter de demonstraties zit, zo heeft het een excuus om op burgers te schieten. Maar twee dagen voor de eerste demonstratie begon, lagen er al honderd Israëlische sluipschutters klaar langs de grens. Inmiddels hebben we tientallen dodelijke slachtoffers terwijl aan Israëlische zijde geen enkel slachtoffer is gevallen. Maar de bevolking gelooft in deze vreedzame aanpak, elke week neemt het aantal demonstranten toe. Hamas schaart zich achter de geweldloze strategie. Er waait een frisse wind door Gaza en dat juichen we toe. Dat wil niet zeggen dat we onze wapens voorgoed laten vallen, maar deze keer zijn het de burgers die de dienst uitmaken en we vragen de hele wereld om begrip voor deze actie.' Aan het einde van de derde mars loopt het aantal gewonden op tot 900. Er valt één dode. In Gaza-Stad spreken we met Mohammed Dwema, arts en ceo van de ngo Assalama Charitable Society for Wounded and Disabled. Hij bevestigt de geruchten over het gebruik van verboden munitie door het Israëlische leger. Het zou gaan om gefragmenteerde kogels die in het lichaam uiteen spatten. 'We vinden restanten van gefragmenteerde kogels bij een aantal gewonden en doden. Het is ook opvallend hoe gericht de sluipschutters kunnen schieten. Ze weten precies waar ze mensen moeten raken in de benen. Er zijn al een tiental gewonden die een beenamputatie zullen moeten ondergaan.' Inmiddels hebben er alweer twee marsen plaatsgevonden met honderden gewonden. Het dodental is eind april opgelopen tot 44.