België staat in het klassement van de FT op de derde plaats.

Midden mei lag de oversterfte in Groot-Brittannië op bijna 60.000, bleek dinsdag uit cijfers van het Brits bureau voor statistiek. Volgens de zakenkrant betekent dat een oversterfte van 891 rechtstreekse of onrechtstreekse overlijdens per miljoen inwoners, of het hoogste cijfer van de negentien landen. België eindigt in dat klassement op de derde plaats, Italië op de tweede plaats. De oversterfte omvat ook overlijdens die niet rechtstreeks veroorzaakt zijn door COVID-19, maar voor veel experts is dat de beste indicator om internationale vergelijkingen te maken. Met de oversterfte is breder te meten welke effecten de pandemie had op een land.

Maandag beginnen de gezondheidsdiensten in Engeland en Schotland de mensen te contacteren die met het nieuwe coronavirus zijn besmet. Ze moeten hun contacten doorgeven, en de contacten die een reëel risico op besmetting lopen, moeten twee weken in thuisisolatie, ook als er geen symptomen zijn.

De gezondheidsautoriteiten hopen hiermee het besmettingsgevaar zo klein mogelijk te houden, waardoor op een verantwoorde manier beperkende maatregelen kunnen versoepelen. Mensen die worden getest op het virus moeten binnen 24 uur te horen krijgen of ze besmet zijn of niet.

Het volgsysteem moet ervoor zorgen dat mensen thuisblijven als er sprake is van een besmettingsrisico. Dat zou het mogelijk maken algemene maatregelen die de samenleving stilleggen te versoepelen. Noord-Ierland is vorige week al begonnen met een volgsysteem. Wales begint daar begin komende maand mee.

WHO cijfers

Ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) komt met cijfers rond oversterfte in Europa. Volgens de WHO zijn er 159.000 doden meer gevallen dan normaal.

Italië. In Europa raakten vooralsnog meer dan 2 miljoen mensen besmet het coronavirus. Zeker 175.000 stierven aan de gevolgen. 94 procent van de personen die stierven zouden ouder dan 60 zijn geweest en in 59 procent van de gevallen betrof het een man. Daarnaast hadden de meesten (97 procent) minstens één onderliggende aandoening, vooral hart- en vaatziekten

België staat in het klassement van de FT op de derde plaats.Midden mei lag de oversterfte in Groot-Brittannië op bijna 60.000, bleek dinsdag uit cijfers van het Brits bureau voor statistiek. Volgens de zakenkrant betekent dat een oversterfte van 891 rechtstreekse of onrechtstreekse overlijdens per miljoen inwoners, of het hoogste cijfer van de negentien landen. België eindigt in dat klassement op de derde plaats, Italië op de tweede plaats. De oversterfte omvat ook overlijdens die niet rechtstreeks veroorzaakt zijn door COVID-19, maar voor veel experts is dat de beste indicator om internationale vergelijkingen te maken. Met de oversterfte is breder te meten welke effecten de pandemie had op een land. Maandag beginnen de gezondheidsdiensten in Engeland en Schotland de mensen te contacteren die met het nieuwe coronavirus zijn besmet. Ze moeten hun contacten doorgeven, en de contacten die een reëel risico op besmetting lopen, moeten twee weken in thuisisolatie, ook als er geen symptomen zijn. De gezondheidsautoriteiten hopen hiermee het besmettingsgevaar zo klein mogelijk te houden, waardoor op een verantwoorde manier beperkende maatregelen kunnen versoepelen. Mensen die worden getest op het virus moeten binnen 24 uur te horen krijgen of ze besmet zijn of niet. Het volgsysteem moet ervoor zorgen dat mensen thuisblijven als er sprake is van een besmettingsrisico. Dat zou het mogelijk maken algemene maatregelen die de samenleving stilleggen te versoepelen. Noord-Ierland is vorige week al begonnen met een volgsysteem. Wales begint daar begin komende maand mee. Ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) komt met cijfers rond oversterfte in Europa. Volgens de WHO zijn er 159.000 doden meer gevallen dan normaal. Italië. In Europa raakten vooralsnog meer dan 2 miljoen mensen besmet het coronavirus. Zeker 175.000 stierven aan de gevolgen. 94 procent van de personen die stierven zouden ouder dan 60 zijn geweest en in 59 procent van de gevallen betrof het een man. Daarnaast hadden de meesten (97 procent) minstens één onderliggende aandoening, vooral hart- en vaatziekten