Tsai Ing-wen heeft tijdens haar eerste termijn naarstig gezocht naar economische, diplomatieke en militaire middelen om de druk van Peking af te weren. Ze verwees ook een belangrijke gedachte van Peking formeel naar de prullenmand, namelijk dat de Volksrepubliek en Taiwan samen één land met twee politieke systemen vormen. Tezelfdertijd herhaalde de Chinese president Xi Jinping dat de eenmaking het ultieme doel blijft en doet Peking alles om Tsai de wind uit de zeilen te nemen. De aloude impasse blijft bestaan, met dat verschil dat het Chinese moederland steeds machtiger en steeds ongeduldiger wordt.
...

Tsai Ing-wen heeft tijdens haar eerste termijn naarstig gezocht naar economische, diplomatieke en militaire middelen om de druk van Peking af te weren. Ze verwees ook een belangrijke gedachte van Peking formeel naar de prullenmand, namelijk dat de Volksrepubliek en Taiwan samen één land met twee politieke systemen vormen. Tezelfdertijd herhaalde de Chinese president Xi Jinping dat de eenmaking het ultieme doel blijft en doet Peking alles om Tsai de wind uit de zeilen te nemen. De aloude impasse blijft bestaan, met dat verschil dat het Chinese moederland steeds machtiger en steeds ongeduldiger wordt. Voor veel Taiwanezen zijn de betogingen in Hongkong en de opsluiting van honderdduizenden Oeigoeren in de Autonome Regio Xinjiang het teken dat Peking het met autonomie niet zo nauw neemt. Met andere woorden, de belofte van 1992, die van één staat en twee politieke systemen, daar rekent men het best niet op. Steeds meer Taiwanezen vinden dat China zich vijandig gedraagt. De steun voor onafhankelijkheid is het voorbije jaar gestegen, terwijl slechts tien procent een eenmaking wenst. Peking volgt al decennialang een politiek van de afmatting: een combinatie van intimidatie, misleiding en economische verlokking. Het had daar twee belangrijke redenen voor. Enerzijds was een vreedzame eenmaking sowieso verkiesbaar boven geweld. Om het met de woorden van de klassieke strateeg Sun Tzu uit te drukken: de beste overwinning is die waarvoor je niet hoeft te vechten. Anderzijds had de Volksrepubliek ook onvoldoende gewicht in de schaal te werpen. De Taiwanese economie was competitief en de Chinese krijgsmacht te zwak om een invasie te riskeren. Ook de laatste jaren werd die afmattingspolitiek voortgezet. De hybride oorlogscampagne woedt in alle hevigheid sinds Tsai Ing-wen in 2016 een eerste keer tot president werd verkozen. Zij beloofde de autonomie van Taiwan te handhaven. Sindsdien heeft Peking een veelzijdig informatieoffensief gelanceerd. Via Taiwanese tycoons heeft het de controle verworven over belangrijke nieuwskanalen waarlangs het pro-Chinese informatie verspreidt en de partij van president Tsai in diskrediet brengt. De manipulatie van nieuwsberichten via kranten, televisie en vooral sociale media hielpen Tsais uitdager Han Kuo-yu, die voor de hereniging met China is, de lokale verkiezingen te winnen in de derde stad van het land. Economische verlokking is een tweede machtsmiddel. Al jarenlang probeert Peking Taiwanese ondernemers aan zich te binden. 64 miljard dollar investeerden zij in het moederland en dat bedrag blijft groeien. Sinds 2018 hoeven de 400.000 Taiwanese gastarbeiders op het vasteland geen werkvergunning meer aan te vragen en zijn er bijkomende belastingvoordelen voor Taiwanese hightechbedrijven. Die kansen op het vasteland zijn aanlokkelijk voor een markt die nauwelijks groeit en een hoge jeugdwerkloosheid kent. Een derde element van de hybride campagne betreft het breken van het patriottisme en de moraal van de jongeren. Sinds de zonnebloemprotesten van 2014 beseft Peking dat de Taiwanese jongeren cruciaal zijn. Duizenden studenten werden aangetrokken om op het vasteland te studeren, en jonge ondernemers worden gelokt met speciale zones voor Taiwanese start-ups. Peking organiseert op die wijze een braindrain. Het ondermijnt ook actief het Taiwanese onderwijs door pover bezoldigde leerkrachten en proffen een beter alternatief te bieden. Maar die hele campagne zet dus weinig zoden aan de dijk. Je zou kunnen stellen dat één jaar onrust in Hongkong jaren van Chinese afmattingspolitiek ongedaan heeft gemaakt. Op lange termijn lijkt Taiwan een onontkoombare prooi voor het Chinese moederland. Hoe kan het eilandstaatje ooit standhouden tegen een mastodont waarvan de bevolking vijftig keer groter is? De vraag is vooral of de Chinezen nog lang kunnen wachten. Jaar na jaar herhalen de leiders in Peking dat de eenmaking van het moederland het streefdoel blijft en dat zij geen tegenslag dulden. Nochtans is dat precies wat er vandaag aan de hand is. Hoewel Peking een ongeziene hybride oorlogscampagne op Taiwan loslaat, willen steeds minder Taiwanezen van een hereniging weten. Men kan nog wel een tijdje schipperen, maar eigenlijk resten slechts twee opties: de autonomie van Taiwan aanvaarden en gezichtsverlies lijden, ofwel Taiwan met geweld inlijven.