Farouq trekt de roestkleurige deur met een zwaai open. Er waait een warme geur naar buiten die doet denken aan een stal. Over de hele vloer liggen donkergrijze zakken, dicht tegen elkaar. De zakken lijken te bewegen, maar in het flauwe licht valt niet te onderscheiden hoe dat komt. Plots verschijnt er een hand tussen de lagen stof. De hand wordt een hele arm. Tenslotte verschijnt een gezicht met rode wangen en een zwarte ringbaard. Het wordt duidelijk: Het zijn geen zakken. Het zijn mensen. Tientallen mensen. Gewikkeld in donkergrijze dekens om de ijskoude stenen vloer niet te voelen.
...

Farouq trekt de roestkleurige deur met een zwaai open. Er waait een warme geur naar buiten die doet denken aan een stal. Over de hele vloer liggen donkergrijze zakken, dicht tegen elkaar. De zakken lijken te bewegen, maar in het flauwe licht valt niet te onderscheiden hoe dat komt. Plots verschijnt er een hand tussen de lagen stof. De hand wordt een hele arm. Tenslotte verschijnt een gezicht met rode wangen en een zwarte ringbaard. Het wordt duidelijk: Het zijn geen zakken. Het zijn mensen. Tientallen mensen. Gewikkeld in donkergrijze dekens om de ijskoude stenen vloer niet te voelen.De deur gaat snel weer dicht. Het is min 10 buiten en de sneeuw waait binnen, het kleine beetje warmte dat is opgebouwd door de rillende mannenlijven wordt zorgvuldig gekoesterd. Farouq, die een valse naam gebruikt uit angst dat zijn familie in Afghanistan slachtoffer wordt van de Taliban, vertelt dat hij hier al twee weken slaapt.De loods maakt deel uit van een complex van vervallen gebouwen, achter het centraal station van de Servische hoofdstad Belgrado. Sinds enkele maanden is dit een geïmproviseerd kamp voor vluchtelingen en migranten. Achter iedere deur en in iedere grote hal vind je de vormeloze hopen dekens. In totaal meer dan duizend mensen. De meesten zijn afkomstig uit Afghanistan, maar er zijn ook Pakistanen, Irakezen en enkele Syriërs.Het is al weken extreem koud in de Balkanlanden. De temperaturen zakken 's nachts tot min twintig en aan de buitengrenzen van de Europese Unie worden vluchtelingen slachtoffer van de sneeuw. In Bulgarije, Servië en Griekenland vroren al minstens tien mensen dood. Ondertussen ontstaat in Servië een bevroren nieuw Calais, waar meer dan duizend mensen samenhokken en de hoop verliezen.Servië is geen lid van de Europese Unie, maar grenst wel aan lidstaten zoals Hongarije, Roemenië en Bulgarije. Meer dan een miljoen vluchtelingen passeerde het land, maar dit jaar gingen de grenzen dicht. In de winter neemt de migratiestroom een beetje af, maar er blijven mensen komen, die vaak vast komen te zitten in Servië. Alhoewel er 7500 mensen gestrand zijn, wil de overheid er maximum 6000 een opvangplaats geven. De overheidskampen zitten dus overvol. Vrouwen en kinderen krijgen voorrang. De mannen, maar ook jongens onder de tien jaar, worden aan hun lot overgelaten in de onverwarmde stenen constructies achter het station. "Ik moest wel vluchten", zegt Farouq, die zich ergert aan het idee dat alle Afghanen naar hier komen om economische redenen. "Ik was met mijn vader de graanoogst aan het verzamelen toen de Taliban kwam. Ze zeiden: 'Je zoon is oud genoeg voor de jihad.' Mijn vader verzon een excuus, hij zei dat het graan eerst verkocht moest worden. Ik zocht onderdak bij een oom in een andere provincie, maar ook daar was ik niet veilig. Mijn schoonbroer heeft me verklikt en de soldaten kwamen me daar zoeken. Toen zei mijn vader eindelijk dat ik naar Europa moest vluchten. Ik was boos dat hij me niet eerder had weggestuurd."Hij vertrok met een nicht en haar dochter, maar kwam te laat aan in Europa. De grenzen van de Balkanlanden zaten potdicht. Farouqs tocht kwam abrupt tot een einde in Bulgarije. Hij werd in Harmanli ondergebracht, een voormalige legerbasis waar meer dan 2000 mensen uit landen als Syrië, Afghanistan en Irak worden opgevangen.In november braken er rellen uit in het Bulgaarse kamp omdat ze niet meer naar buiten mochten. Farouq zat bang in zijn kamer. Hij zag hoe de politie met bruut geweld reageerde op de boze tieners die met stenen hadden gegooid. Honderden Afghaanse mannen werden met gummiknuppels geslagen. Eén jongen werd opgenomen met een schedelbreuk en is nog steeds niet ontwaakt uit een coma."Als God het wil, bereik ik alsnog Duitsland." De droom van Farouq gaat niet stuk, dus kon hij niet in Bulgarije blijven. Hij vroeg zijn nicht om geld en betaalde een smokkelaar 170 euro om hem naar Servië te brengen. Na 22 uur lopen viel hij in slaap onder een struik. Toen hij wakker werd was alles wit. "Ik werd geholpen door een Servische boer. Anders was ik misschien bevroren."Er waren weinig opties voor de 18-jarige jongen. De officiële kampen in Servië zijn ook niet goed uitgerust voor de winterse temperaturen en bovendien is er geen plaats, dus eindigde hij tussen de vormeloze massa dekens in het schuurtje. Hij hoopt dat als zijn nicht de kans ziet om hem te vervoegen vanuit Bulgarije, ze als familie wel een plek zullen vinden. Anders wil hij verder trekken richting Duitsland. "Als ik maar niet teruggestuurd word naar Bulgarije."Ondertussen blijft het maar sneeuwen in Servië. Het zijn de koudste nachten in decennia, vorig weekend zakte het kwik tot min 20. Farouq spendeert veel tijd naast naar twee grote vuren die permanent brandend worden gehouden met achtergelaten spoorwegbalken. Een vijftigtal gezichten en twee keer zoveel handen worden opgelicht door de flakkerende vlammen. Een sombere jongen, die een maand geleden zijn dertiende verjaardag vierde, stelt zich voor in gebroken Engels. "Mijn broer wil iets zeggen.""Binnenkort gaan we terug naar Afghanistan. Om daar te sterven. Beter dan hier bevriezen", vertaalt de jongen die Sidiq heet. Zijn broer knikt zwijgend. "Met dit weer word ik morgen misschien niet wakker."Sidiq begint lelijk te hoesten. Het duurt twee minuten voor hij weer iets kan zeggen. "Ik ben ziek meneer", verontschuldigt de jongen zich. Hij woont al vijf maanden in de betonnen mastodont. Binnen wordt er plastiek verbrand om warm te blijven. Uit de ramen, tussen de ijspriemen, ontsnapt blauwgroene rook.De jongen is lang niet de enige zieke in de pakhuizen van Belgrado. "Door het koude weer nemen de infecties aan de luchtwegen en de huid in sneltempo toe", vertelt Yoann Maldonado van Dokters van de Wereld. Hij voegt toe dat vluchtelingen in Servië worden geplaagd door bevroren ledematen, vlooien en de gevolgen van trauma.Ondanks de slechte omstandigheden, besloot de Servische overheid eind november om hulporganisaties de toegang te verbieden. Slechts één ngo blijft iedere dag porties eten verdelen. Artsen Zonder Grenzen (AZG) heeft meerdere keren aangeboden om een veldhospitaal in te richten. Een verzoek dat door de autoriteiten wordt genegeerd."We roepen de EU, de Verenigde Naties en de Servische autoriteiten al maandenlang op om langetermijnoplossing te creëren om deze catastrofe te voorkomen", schrijft Stephane Moissaing het hoofd van AZG in Servië, in een persbericht.Daarin haalt hij hard uit naar de verantwoordelijke instituties. "Hun collectieve falen zorgt ervoor dat zelfs de meest elementaire voorzieningen niet toegankelijk zijn. Reeds kwetsbare individuen worden blootgesteld aan nog meer lijden. De eerste mensen zijn al gestorven aan onderkoeling in Servië en Bulgarije."Moissaing krijgt bijval van Lydia Gall van Human Rights Watch. "Deze mensen zitten vast zonder verwarming, toiletten of douches. Ze verbranden wat ze maar kunnen vinden om zich warm te houden en inhaleren giftige rook." Gall hoopt dat de orthodoxe Kerstperiode de Servische overheid "herinnert aan haar plicht om humane hulp te bieden".