Voor de tweede keer in goed een maand tijd raakten olietankers vorige week niet zonder schade door de Straat van Hormuz en de Golf van Oman. Door die uiterst strategische waterweg tussen Iran en het Arabische schiereiland vindt een groot deel van de wereldproductie aan olie haar weg naar de rest van de planeet. De aanvallen op de tankers hebben te maken met het oplopende conflict tussen Iran en zijn bondgenoten enerzijds en de Verenigde Staten en hun vrienden in de regio anderzijds. Dat zijn, onder meer, Saudi-Arabië en Israël. Wa...

Voor de tweede keer in goed een maand tijd raakten olietankers vorige week niet zonder schade door de Straat van Hormuz en de Golf van Oman. Door die uiterst strategische waterweg tussen Iran en het Arabische schiereiland vindt een groot deel van de wereldproductie aan olie haar weg naar de rest van de planeet. De aanvallen op de tankers hebben te maken met het oplopende conflict tussen Iran en zijn bondgenoten enerzijds en de Verenigde Staten en hun vrienden in de regio anderzijds. Dat zijn, onder meer, Saudi-Arabië en Israël. Washington en Riyad zijn ervan overtuigd dat Teheran voor de aanvallen verantwoordelijk is. Dat wordt in Iran fel ontkend. Vorige week was daar overigens net de Japanse premier Shinzo Abe op bezoek, in een vergeefse poging om tussen Teheran en Washington te bemiddelen. Maar Iran kan niet ontkennen dat het er altijd mee heeft gedreigd om de olieroute af te sluiten als de nood aan de man komt. De machtige Revolutionaire Garde heeft de middelen om dat te doen en profiteert ook van de verzwakte positie van de gematigde president Hassan Rouhani. Die zette zich persoonlijk sterk in voor het atoomakkoord met onder meer de VS van Barack Obama, waaruit Donald Trump zijn land vorig jaar terugtrok. Trump legde Iran tegelijk een nieuwe reeks sancties op, die ook de bedoeling hebben om de Iraanse olie-export lam te leggen. De politiek van maximale economische druk, die Trump vaker gebruikt, moet de Iraanse overheid tot meer toegevingen dwingen. Het is hoogst onzeker of die aanpak in dit geval een kans maakt. Zowel in Washington als in Teheran zijn er voorstanders van overleg en aanhangers van een harde lijn. Trump houdt vol dat hij eigenlijk geen oorlog wil. Van zijn minister van Buitenlandse Zaken, Mike Pompeo, en de nationale veiligheidsadviseur, John Bolton, is dat niet zeker. Bolton wil de ayatollahs desnoods met geweld weg. Maar ook Saudi-Arabië en Israël zouden het niet erg vinden als de VS hun Iraanse vijanden een pak rammel zouden geven. Zo simpel is dat niet. De bondgenoten van Iran in Irak, de Gazastrook, Libanon en Jemen beschikken vandaag over wapens die grote schade kunnen aanrichten in landen uit het Amerikaanse kamp. De VS zijn niet meer zo afhankelijk van olie uit het Midden-Oosten, maar een goed deel van de rest van de wereld is dat wel. Als de Amerikaanse economische druk niet werkt, kan een volgende stap alleen een oorlog zijn waarin de hele regio wordt meegesleept. Donald Trump wil misschien geen oorlog, maar hij heeft zich stilaan in een situatie gewerkt waarin er weinig andere keuze overblijft.