De Chinese keizer werd ooit het volgende geadviseerd: gebruik barbaren om barbaren kalm te houden. Vandaag is dat niet anders. Recent nog bleek een Britse zakenclub invloed te hebben uitgeoefend op het politieke en publieke debat over China. Ook bij ons merk je dat een aantal invloedrijke mensen China wel heel gunstig gezind zijn geworden. Ze doen daarom niets strafbaars, maar ze tonen wel hoe vatbaar we zijn voor Chinese invloed. Neem bijvoorbeeld Yves Leterme.
...

De Chinese keizer werd ooit het volgende geadviseerd: gebruik barbaren om barbaren kalm te houden. Vandaag is dat niet anders. Recent nog bleek een Britse zakenclub invloed te hebben uitgeoefend op het politieke en publieke debat over China. Ook bij ons merk je dat een aantal invloedrijke mensen China wel heel gunstig gezind zijn geworden. Ze doen daarom niets strafbaars, maar ze tonen wel hoe vatbaar we zijn voor Chinese invloed. Neem bijvoorbeeld Yves Leterme. Sinds vorig jaar werkt de oud-premier als bestuurder bij het Chinese bedrijf ToJoy. Op zich vind ik het al bedenkelijk dat voormalige regeringsleiders zo gemakkelijk door buitenlandse bedrijven worden opgevist. Onlangs benadrukte meneer Leterme in een interview zelf dat deze generatie politici 'ethiek en discipline mist'. Maar hij is niet de enige. ToJoy, een investeringsvehikel, heeft een hele rist voormalige buitenlandse politici op de loonlijst. Wat Chinese bedrijven bijzonder maakt, is dat ze horen bij te dragen aan de Chinese macht en de verbetering van 's lands imago. Ook bestuurder Leterme dus. In dat opzicht is het boeiend vast te stellen dat hij de voorbije maanden een nieuwe denktank van de Chinese staatstelevisie bejubelde, kritiek uitoefende op het Amerikaanse njet tegen Huawei - terwijl hij hier het belang van 5G benadrukte - en herhaaldelijk berichten van de Chinese ambassadeur en staatsmedia deelde via zijn sociale media. Er zijn talrijke aanwijzingen dat ToJoy zich 'relevant' moet maken voor de Chinese staat. ToJoy maakt zich sterk mee te spelen in de ambitieuze 'nieuwe zijderoute' en stichter Lu Junqing benadrukte in interviews het belang van patriottisme. Formeel is ToJoy een privébedrijf, maar in China wordt de private sector geacht de groei van de staat te bevorderen. Ook voormalige buitenlandse politici kunnen daaraan bijdragen. Via hun uitgebreide netwerken kunnen ze de uitstraling van Chinese bedrijven helpen vergroten. Chinese zakenlui vinden het heerlijk te kunnen koketteren met foto's van zulke persoonlijkheden die voor hen opdraven, vaak in weelderige decors, als waren ze te gast bij de keizer zelve. Buitenlandse dignitarissen verlenen hen binnenlands prestige, waardoor de Chinese zakenlui hun contacten binnen de Communistische Partij kunnen verbeteren. Via de Chinese berichtgeving lijkt het soms werkelijk alsof het Chinese keizerrijk opnieuw barbaren aan het hof ontvangt. Dit lazen we bijvoorbeeld over een bezoek van de inmiddels overleden Nederlandse oud-premier Wim Kok aan Lu Junqing: 'De vrouw van de voormalige eerste minister presenteerde voorzitter Lu's echtgenote en dochter een handwerkje dat ze zelf vervaardigd had om haar dankbaarheid uit te drukken.' Lu Junqing is een markante figuur en dat maakt zijn band met Yves Leterme zo intrigerend. In het verleden benadrukte Leterme herhaaldelijk het belang van transparantie bij bedrijven. We hebben amper zicht op hoe en waar ToJoy zijn kapitaal verwerft, al zijn er banden met overheidsuniversiteiten en trekken bijeenkomsten van Lu Junqing mensen aan die zich ophouden in de schemerige zone tussen staat en bedrijven. Lu's parcours is evenmin onbesproken. De Chinese pers voert hem op als een fixer: 'Zijn linkerschouder is politiek, zijn rechterschouder is business.' Volgens Chinese media steunde Lu aanvankelijk vooral op een politiek netwerk uit de provincie Sichuan en richtte hij vervolgens verschillende exclusieve serviceclubs op in de hoofdstad Peking. Hij organiseerde er bijeenkomsten waar binnen- en buitenlandse overheidsvertegenwoordigers met elkaar in contact konden komen. Grote vissen mochten gratis genieten van banketten, kleine vissen betaalden flink om op de foto te mogen. Chinese bronnen verwijzen naar zijn verdienmodel als heying jingji, oftewel de economie van de groepsfoto. Daar hoorden prijzen en liefdadigheid bij. In 2011 kwam het in een van de stichtingen van Lu tot een schandaal en werd een onderzoek gevoerd. Daarna verdwenen veel foto's van hoge Chinese beleidsmakers van zijn website, maar mede dankzij buitenlandse contacten, zoals met meneer Leterme, wist hij zijn prestige te herstellen. Het verhaal van Yves Leterme is niet het enige in zijn soort. Het is ook niet mijn bedoeling om hem te viseren. Maar dit specifieke verhaal van een politicus die ooit prat ging op transparantie en goed bestuur zegt veel over onze relaties met China.