Vorig jaar werd zo'n 10% van de wereldbevolking getroffen door honger, een stijging met naar schatting 118 miljoen mensen in één jaar tijd. Dat is tien keer de hele Belgische bevolking. Ook het aantal mensen dat niet altijd over voldoende, voedzaam en veilig voedsel beschikt steeg met ruim 300 miljoen naar 30% van de wereldbevolking. Ruim 3 miljard mensen op aarde kunnen zich geen gezond voedingspatroon veroorloven.

Covid-19 en het klimaat: nieuwe bedreigingen

Deze zomer werd klimaatverandering als voornaamste oorzaak aangeduid van een hongersnood in Madagaskar. Of honger nu veroorzaakt wordt door een economische schok als gevolg van een pandemie, klimaatextremen of conflict: het zijn steevast de mensen die in of op het randje van armoede leven, die het zwaarst getroffen worden.

Ontwikkelingshulp alleen zal niet volstaan om de hongerstatistieken om te buigen.

Vooral boerengemeenschappen in het globale Zuiden behoren tot de eerste slachtoffers van de hongerpandemie. Dit jaar werden ook landarbeiders en arbeiders in de voedingsindustrie hard getroffen. Vaak gaat het om migranten die in onzekere omstandigheden hard werken voor een laag loon. Veel van hen belandden in armoede nadat ze hun werk verloren tijdens de lockdowns, zonder enige vorm van sociale bescherming.

Een winstgericht agro-industrieel systeem

Het huidige, industriële voedselsysteem slaagt er niet in om iedereen te voeden. Het is er dan ook niet voor gemaakt. Dat voedselsysteem bestaat vooral uit een handvol mega-multinationals die elke schakel van het systeem controleren, van zaaigoed tot distributie. Hun doel is niet om 9 miljard mensen te voeden tegen 2050, maar om vandaag winst te maken. De sociale en ecologische gevolgen van dit systeem werden te lang onder de mat geveegd.

Gelukkig groeit het besef dat een radicale hervorming nodig is, vooral omdat het voedselsysteem een belangrijke bijdrage levert aan klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. De hervorming is meteen een goede gelegenheid om de machtsonevenwichten in het systeem te veranderen en winsten te herverdelen. De principes van agro-ecologie vormen een goede basis om voedselsystemen zo te transformeren dat ze ecologisch duurzaam en sociaal rechtvaardig worden.

Honger is niet onontkoombaar

België kan via haar ontwikkelingssamenwerking helpen om die transitie te ondersteunen in het Zuiden. De nieuwe klemtonen die de Belgische overheid wil leggen in haar internationale programma's rond landbouw en voedselzekerheid zijn een goede eerste stap. Maar België kan meer doen. Het kan de ontwikkelingshulp optrekken tot minimaal 0,7% van het BNP en minstens 15% van de hulp besteden aan landbouw en voedselzekerheid. Met dit budget kan het vooral agro-ecologische projecten financieren en zo de transitie naar duurzame voedselsystemen ondersteunen.

Die agro-ecologische transitie biedt een antwoord op de voedselcrisis, en helpt tegelijkertijd het verlies aan biodiversiteit tegengaan, het klimaat afkoelen en nieuwe gezondheidscrisissen voorkomen.

Naar echte voedselsoevereiniteit

Helaas zal ontwikkelingshulp alleen niet volstaan om de hongerstatistieken om te buigen in een wereld die in toenemende mate onderling afhankelijk is en geconfronteerd wordt met ongekende crisissen op economisch, gezondheids- en milieugebied. Het uitroeien van honger blijft een vrome wens zolang de landen in het Zuiden niet kunnen kiezen voor voedselsoevereiniteit en de middelen ontberen om een systeem van sociale bescherming uit te bouwen.

We hebben daarom niet alleen een grondige, wereldwijde transformatie van voedselsystemen nodig. We moeten ook op andere vlakken streven naar herverdeling van welvaart en macht. Dit impliceert dat de schulden van landen in het Zuiden worden kwijtgescholden, dat multinationals die er actief zijn hun winsten niet langer zomaar kunnen doorsluizen naar hun thuisland en dat de regels van de wereldhandel volledig worden herzien. Deze lijst is verre van volledig, maar is vooral een oproep aan onze beleidsmakers om de coherentie van hun beleid te verbeteren.

De Covid-crisis en de voedselcrisis staan niet los van elkaar. We hebben te maken met een systeemcrisis.

Suzy Serneels (Broederlijk Delen) en Amaury Ghijselings (CNCD-11.11.11) schreven deze opinie in naam van de Coalitie tegen de Honger.

Vorig jaar werd zo'n 10% van de wereldbevolking getroffen door honger, een stijging met naar schatting 118 miljoen mensen in één jaar tijd. Dat is tien keer de hele Belgische bevolking. Ook het aantal mensen dat niet altijd over voldoende, voedzaam en veilig voedsel beschikt steeg met ruim 300 miljoen naar 30% van de wereldbevolking. Ruim 3 miljard mensen op aarde kunnen zich geen gezond voedingspatroon veroorloven. Deze zomer werd klimaatverandering als voornaamste oorzaak aangeduid van een hongersnood in Madagaskar. Of honger nu veroorzaakt wordt door een economische schok als gevolg van een pandemie, klimaatextremen of conflict: het zijn steevast de mensen die in of op het randje van armoede leven, die het zwaarst getroffen worden.Vooral boerengemeenschappen in het globale Zuiden behoren tot de eerste slachtoffers van de hongerpandemie. Dit jaar werden ook landarbeiders en arbeiders in de voedingsindustrie hard getroffen. Vaak gaat het om migranten die in onzekere omstandigheden hard werken voor een laag loon. Veel van hen belandden in armoede nadat ze hun werk verloren tijdens de lockdowns, zonder enige vorm van sociale bescherming.Het huidige, industriële voedselsysteem slaagt er niet in om iedereen te voeden. Het is er dan ook niet voor gemaakt. Dat voedselsysteem bestaat vooral uit een handvol mega-multinationals die elke schakel van het systeem controleren, van zaaigoed tot distributie. Hun doel is niet om 9 miljard mensen te voeden tegen 2050, maar om vandaag winst te maken. De sociale en ecologische gevolgen van dit systeem werden te lang onder de mat geveegd. Gelukkig groeit het besef dat een radicale hervorming nodig is, vooral omdat het voedselsysteem een belangrijke bijdrage levert aan klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. De hervorming is meteen een goede gelegenheid om de machtsonevenwichten in het systeem te veranderen en winsten te herverdelen. De principes van agro-ecologie vormen een goede basis om voedselsystemen zo te transformeren dat ze ecologisch duurzaam en sociaal rechtvaardig worden.België kan via haar ontwikkelingssamenwerking helpen om die transitie te ondersteunen in het Zuiden. De nieuwe klemtonen die de Belgische overheid wil leggen in haar internationale programma's rond landbouw en voedselzekerheid zijn een goede eerste stap. Maar België kan meer doen. Het kan de ontwikkelingshulp optrekken tot minimaal 0,7% van het BNP en minstens 15% van de hulp besteden aan landbouw en voedselzekerheid. Met dit budget kan het vooral agro-ecologische projecten financieren en zo de transitie naar duurzame voedselsystemen ondersteunen. Die agro-ecologische transitie biedt een antwoord op de voedselcrisis, en helpt tegelijkertijd het verlies aan biodiversiteit tegengaan, het klimaat afkoelen en nieuwe gezondheidscrisissen voorkomen.Helaas zal ontwikkelingshulp alleen niet volstaan om de hongerstatistieken om te buigen in een wereld die in toenemende mate onderling afhankelijk is en geconfronteerd wordt met ongekende crisissen op economisch, gezondheids- en milieugebied. Het uitroeien van honger blijft een vrome wens zolang de landen in het Zuiden niet kunnen kiezen voor voedselsoevereiniteit en de middelen ontberen om een systeem van sociale bescherming uit te bouwen.We hebben daarom niet alleen een grondige, wereldwijde transformatie van voedselsystemen nodig. We moeten ook op andere vlakken streven naar herverdeling van welvaart en macht. Dit impliceert dat de schulden van landen in het Zuiden worden kwijtgescholden, dat multinationals die er actief zijn hun winsten niet langer zomaar kunnen doorsluizen naar hun thuisland en dat de regels van de wereldhandel volledig worden herzien. Deze lijst is verre van volledig, maar is vooral een oproep aan onze beleidsmakers om de coherentie van hun beleid te verbeteren. De Covid-crisis en de voedselcrisis staan niet los van elkaar. We hebben te maken met een systeemcrisis. Suzy Serneels (Broederlijk Delen) en Amaury Ghijselings (CNCD-11.11.11) schreven deze opinie in naam van de Coalitie tegen de Honger.