De Democratic Unionist Party (DUP) is vastbesloten om binnen het Verenigd Koninkrijk te blijven, Sinn Féin wil Noord-Ierland dan weer met Ierland herenigd zien. Na intensieve besprekingen onder leiding van Brandon Lewis, de Britse minister voor Noord-Ierland, werd in de nacht van woensdag op donderdag dan toch een akkoord bereikt. 'Dat stelt de regering in staat zich weer te richten op de kwesties die er voor de Noord-Ieren echt toe doen, zoals de gezondheidszorg, de huisvesting, het onderwijs en de werkgelegenheid', aldus Lewis.

De regeringscrisis ontsproot uit het het aftreden van Arlene Foster (DUP) als premier van de Noord-Ierse regering op maandag, als gevolg van de grote ontevredenheid in haar kamp over de gevolgen van de brexit. Foster werd verguisd voor haar onmacht over het invoeren van douanecontroles op goederen die uit Groot-Brittannië komen. Omdat het premierschap en het vicepremierschap in Noord-Ierland beschouwd worden als een gedeeld ambt, zag ook vicepremier Michelle O'Neill (Sinn Féin) zich genoodzaakt af te treden.

De unionist en fundamentalistische protestant Paul Givan werd door Edwin Poots, de partijleider van de DUP, voorgedragen om Foster op te volgen als premier, maar Sinn Féin blokkeerde zijn bevordering. De nationalistische partij weigerde O'Neill aan te duiden als vicepremier zonder vooruitzicht op een wetgeving die respect en gelijkheid voor de Ierse taal en cultuur garandeerde.

De doorbraak kwam er nadat de Britse regering beloofde om zelf een zogenaamde 'Irish language act' in te voeren, indien het Stormont Assembly, het Noord-Ierse parlement, daar niet in slaagt tegen eind september. Bij die wetgeving hoort het instellen van een commissaris voor de etnische bevolking Ulster Scots, een commissaris voor de Ierse taal en een bureau voor identiteit en culturele expressie, aldus minister Lewis.

'De sprekers van de Ierse taal hebben vijftien jaar gewacht op basisrechten en erkenning. Dit is belangrijk voor de sprekers van de ierse taal en voor de maatschappij, want het delen van macht is gebaseerd op inclusie, respect en gelijkheid', reageerde Mary Lou McDonald, de partijleider van Sinn Féin.

De unionist Givan is donderdag dan toch benoemd tot de premier van de lokale regering. Met zijn 39 levensjaren wordt Givan de jongste leider van Noord-Ierland. Hij werd opnieuw voorgedragen door zijn partijleider Poots. O'Neill, die eveneens vicepartijleider voor Sinn Fein is, zal opnieuw plaatsvervangend premier worden.

De DUP en Sinn Féin moeten het bestuur delen op grond van het vredesakkoord van Goede Vrijdag in 1998. Van 1968 tot 1998 plaatsten de Troubles overwegend protestantse voorstanders van een unie met Groot-Brittannië tegenover overwegend katholieke voorstanders van een vereniging van de twee delen van Ierland.

De Democratic Unionist Party (DUP) is vastbesloten om binnen het Verenigd Koninkrijk te blijven, Sinn Féin wil Noord-Ierland dan weer met Ierland herenigd zien. Na intensieve besprekingen onder leiding van Brandon Lewis, de Britse minister voor Noord-Ierland, werd in de nacht van woensdag op donderdag dan toch een akkoord bereikt. 'Dat stelt de regering in staat zich weer te richten op de kwesties die er voor de Noord-Ieren echt toe doen, zoals de gezondheidszorg, de huisvesting, het onderwijs en de werkgelegenheid', aldus Lewis. De regeringscrisis ontsproot uit het het aftreden van Arlene Foster (DUP) als premier van de Noord-Ierse regering op maandag, als gevolg van de grote ontevredenheid in haar kamp over de gevolgen van de brexit. Foster werd verguisd voor haar onmacht over het invoeren van douanecontroles op goederen die uit Groot-Brittannië komen. Omdat het premierschap en het vicepremierschap in Noord-Ierland beschouwd worden als een gedeeld ambt, zag ook vicepremier Michelle O'Neill (Sinn Féin) zich genoodzaakt af te treden. De unionist en fundamentalistische protestant Paul Givan werd door Edwin Poots, de partijleider van de DUP, voorgedragen om Foster op te volgen als premier, maar Sinn Féin blokkeerde zijn bevordering. De nationalistische partij weigerde O'Neill aan te duiden als vicepremier zonder vooruitzicht op een wetgeving die respect en gelijkheid voor de Ierse taal en cultuur garandeerde. De doorbraak kwam er nadat de Britse regering beloofde om zelf een zogenaamde 'Irish language act' in te voeren, indien het Stormont Assembly, het Noord-Ierse parlement, daar niet in slaagt tegen eind september. Bij die wetgeving hoort het instellen van een commissaris voor de etnische bevolking Ulster Scots, een commissaris voor de Ierse taal en een bureau voor identiteit en culturele expressie, aldus minister Lewis. 'De sprekers van de Ierse taal hebben vijftien jaar gewacht op basisrechten en erkenning. Dit is belangrijk voor de sprekers van de ierse taal en voor de maatschappij, want het delen van macht is gebaseerd op inclusie, respect en gelijkheid', reageerde Mary Lou McDonald, de partijleider van Sinn Féin. De unionist Givan is donderdag dan toch benoemd tot de premier van de lokale regering. Met zijn 39 levensjaren wordt Givan de jongste leider van Noord-Ierland. Hij werd opnieuw voorgedragen door zijn partijleider Poots. O'Neill, die eveneens vicepartijleider voor Sinn Fein is, zal opnieuw plaatsvervangend premier worden. De DUP en Sinn Féin moeten het bestuur delen op grond van het vredesakkoord van Goede Vrijdag in 1998. Van 1968 tot 1998 plaatsten de Troubles overwegend protestantse voorstanders van een unie met Groot-Brittannië tegenover overwegend katholieke voorstanders van een vereniging van de twee delen van Ierland.