De Nobelprijs voor de Vrede gaat niet voor de eerste keer naar een organisatie. De Europese Unie, bijvoorbeeld, was in 2012 aan de beurt en het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen werd zelfs al twee keer bekroond, in 1954 en 1981. Dat de prijs ook dit jaar naar een organisatie gaat en niet naar pakweg de klimaatactiviste Greta Thunberg of premier Jacinda Ardern van Nieuw-Zeeland, is in die zin geen verrassing. Wel enigszins verrassend is het dat het Wereldvoedselprogramma met de eer gaat strijken, dat doorgaans in de schaduw blijft van bekendere o...

De Nobelprijs voor de Vrede gaat niet voor de eerste keer naar een organisatie. De Europese Unie, bijvoorbeeld, was in 2012 aan de beurt en het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen werd zelfs al twee keer bekroond, in 1954 en 1981. Dat de prijs ook dit jaar naar een organisatie gaat en niet naar pakweg de klimaatactiviste Greta Thunberg of premier Jacinda Ardern van Nieuw-Zeeland, is in die zin geen verrassing. Wel enigszins verrassend is het dat het Wereldvoedselprogramma met de eer gaat strijken, dat doorgaans in de schaduw blijft van bekendere organisaties in de schoot van de Verenigde Naties.Er werd vooraf toch vooral aan de Wereldgezondheidsorganisatie gedacht, die de strijd tegen de verlammende pandemie coördineert. Het leek ook in haar voordeel te spelen dat ze door Donald Trump in de ban werd geslagen. Het Wereldvoedselprogramma is zo zeker een voorzichtige, veilige keuze. Trump blies de voorbije jaren al veel internationale samenwerking op, maar niet die met het voedselprogramma van de VN. Anders dan aan een figuur uit de politieke wereld kan het Noorse Nobelcomité zich aan deze keuze ook daarom bezwaarlijk een buil vallen. De laureaat van vorig jaar, de Ethiopische premier Abiy Ahmed, werd toen luid geprezen maar is ondertussen een stuk minder populair. Dat doet overigens allemaal niets af van de verdienste van deze humanitaire organisatie. Ze helpt bij elkaar toch wel zo'n 100 miljoen mensen aan voedsel in 88 landen. Denk in de eerste plaats aan landen in oorlog, zoals Jemen of Zuid-Sudan. Daarbij maakt de uitbraak van het coronavirus het dit jaar op veel plaatsen bijzonder moeilijk om noodzakelijke hulp te brengen waar ze nodig is. Het Wereldvoedselprogramma rekent voor dat het aantal mensen op de rand van een hongersnood dit jaar zal verdubbelen: van 135 miljoen in 2019 tot zo'n 265 miljoen eind dit jaar. Een ontwikkeling die ook door de geleidelijke klimaatverandering mee in de hand wordt gewerkt. Ook daarom waarschuwt de organisatie voor Bijbelse toestanden als er niet wordt ingegrepen. Ze wapent zich tegen de kritiek dat ze met haar voedselhulp lokale markten verstoort door meer bij lokale boeren te kopen, maar zelf doet ze het financieel ook niet goed. Landen die bijdragen, hebben het in dit coronajaar niet breed. De rantsoenen die het Wereldvoedselprogramma in Jemen verdeelt, zijn bijvoorbeeld al met de helft gekrompen. Het geld dat aan de Nobelprijs is verbonden, is voor de organisatie op zichzelf niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat. Maar de erkenning verleent haar wel een zichtbaarheid waaraan het haar tot nog toe ontbrak.