De coronacrisis heeft veel zaken op scherp gesteld. Eén daarvan is internationale handel. Het is een begrijpelijke reflex van de Europese - en de Chinese - economieën om zich nu eerst te focussen op hun thuismarkten en hun directe achtertuin. Die reflex wordt bovenop de gezondheidscrisis en de economische malaise verder gevoed door een toenemend geopolitiek wantrouwen. Maar ook na corona blijft de wereld rond.

De grijze zone in de Europese mentaliteit tegenover China is aan het oplossen. Waar ik vroeger nog sprak met Europese bedrijven die de kat uit de boom keken, zijn ze nu duidelijker voor of tegen samenwerken met of investeren in Chinese bedrijven. Het internationale beleid van de Verenigde Staten is zelfs ronduit vijandig tegenover China. Sommige diplomaten spreken van 'non-kinetic warfare', een chique term voor een nieuwe Koude Oorlog.

Maar wat we ook mogen denken over China, in de wereld van morgen zal het land met zijn enorme economie nog altijd één van de belangrijkste spelers op het wereldtoneel zijn. Ook nadat de financiële mokerslag van de coronacrisis verteerd is. Het zal nog altijd een zeer concurrentiële leverancier zijn, een grote markt en bovendien een nieuwe hub voor innovatie in allerlei opkomende en toekomstige technologieën.

China's appetijt voor investeringen in Europa koelt af

Echter, terwijl ook Europese markten langzamerhand overeind krabbelen na de eerste versoepelingen van de lockdown, lijken ze zich op zichzelf terug te willen plooien. Die regionale reflex gaat van aanmoedigingen om lokaal te kopen tot de schrik van Europese overheden dat ze hun topbedrijven misschien een makkelijk doelwit zijn geworden voor koopgrage Chinese investeerders, zoals tijdens de periode van de eurocrisis van 2011-13.

Nieuwe Koude Oorlog met China? Ook na corona blijft de wereld rond.

Maar dat is erg onwaarschijnlijk omdat de situatie in China nu ook volledig anders is. De zin voor buitenlandse avonturen is in China ernstig bekoeld. De coronacrisis heeft die trend niet veroorzaakt maar wel versneld. In 2019 was het aandeel van Chinese investeringen in Europa al gezakt met 33% tegenover 2018.

Gedeeltelijk kwam dit door een strenger Chinees beleid dat probeert om kapitaal zo veel mogelijk thuis te houden, gedeeltelijk door een verstrenging van het beleid van nationale overheden jegens Chinese investeringen. Onder meer Frankrijk en Duitsland zijn strenger geworden in controle en screening van Chinese investeringen uit angst dat economische 'kroonjuwelen' zouden opgekocht worden door Chinezen, al dan niet aangestuurd door de oppermachtige staat zelf.

Over die staat gesproken - het zou natuurlijk naïef zijn om te beweren dat die geen rol speelt. De regering van Xi Jinping wil meer dan ooit Chinees kapitaal thuis houden, en zelfs het Belt & Road Initiative (BRI), Xi's visitekaartje voor internationale staatsinvesteringen, zal de kaart van de regionalisering trekken in plaats van die van echte globale economische integratie. Dat betekent geen spoorwegen meer in Peru en in Argentinië, maar hogesnelheidslijnen van zuidelijk China tot in Singapore, de uiterste punt van het Maleisisch schiereiland in Zuidoost-Azië.

Feesten op het einde van de wereld

Het leeuwendeel van Chinese investeringen in Europa komt de laatste jaren van privékapitaal. 89% van de Chinese €12 miljard die in Europa geïnvesteerd werd in 2019 kwam van privébedrijven. In 2020 en verder zullen er nog wel enkele heel specifieke investeringen in Europa komen, maar de miljardenstroom van de Chinese bedrijven neemt af. De investeringen zullen in de eerste plaats nog in de IT-sector gebeuren, maar ook in Europese merken die in China kunnen uitgerold worden, zoals de overname van de geïmplodeerde Britse touroperator Thomas Cook.

Ook Europese investeringen van Chinese particuliere investeerders zullen een duik nemen en Chinese topstudenten zullen prestigieuze Londonse en Parijse universiteiten inwisselen voor een academisch verblijf in Singapore.

Het enthousiasme voor Europa heeft in China - en bij uitbreiding in heel Azië - een forse deuk gekregen. Chinezen hebben minder dan vroeger het idee dat Europese overheden daadkrachtig besturen en maken zich zorgen over het toenemende racisme in Europa. Met ongeloof reageerden ze op filmpjes waarin grote massa's mensen samenkwamen aan het Parc des Princes om op straat feest te vieren terwijl de corona-pandemie al aan het uitbreiden was over de hele wereld. Ze stelden zich luidop de vraag of die Europeanen wel zo intelligent waren als ze altijd al gedacht hadden.

De Singaporese diplomaat en denker Kishore Mahbubani merkte op dat Europa meende dat het zich op een eiland bevond, afgesloten van de rest van de wereld. We schoten pas in actie toen de tv-beelden binnenrolden van overbevolkte Italiaanse ziekenhuizen met zieltogende - witte en dus meer 'herkenbare' - mensen. Nochtans hadden het massaal uitrollen van testcentra in Zuid-Korea, de lockdowns in Taiwan en Singapore, of de snelle bouw van noodhospitalen in China ons toch al serieuze hint van de ernst van de situatie moeten gegeven.

Dat ze dan maar wegblijven?

Sommige Europese opiniemakers zullen de schouders ophalen bij de daling van Chinese investeringen en aanwezigheid in Europa. Maar de Europese economische groei steunt op openheid, interconnectiviteit, de uitwisseling van handel, producten, diensten en ook van talent. Nu de bruggen van Fort Europa naar boven halen en zegedronken in ons gelijk blijven zitten is een meesterlijk recept voor een fikse economische kater nadien.

Ten eerste zal China ook in post-pandemische tijden een extreem belangrijke markt blijven. Met de povere groeicijfers van de Europese economieën zullen Europese bedrijven globaal niet kunnen blijven concurreren. In China en samen met een Chinese partner producten en diensten uitrollen kan daarentegen het recept zijn voor een internationale doorbraak, niet omdat de Chinese overheid Europeanen per se wil koppelen aan Chinese partners, maar omdat lokale Chinese ondernemingen de knowhow, competitiviteit en schaalbaarheid hebben om te kunnen overleven op de hyper-concurrentiële en veeleisende Chinese markt. If you can make it in China, you can make it anywhere.

Ten tweede is er het potentiële voordeel van gezamenlijke R&D met Chinese spelers, bijvoorbeeld in het ontwikkelen van medicatie tegen Covid-19 of kanker, maar ook in de groei van AI-oplossingen of het uitrollen van globale technologie- of telecomstandaarden. R&D in China is al lang geen bijgedachte meer en kan bovendien steunen op grote lokale kapitaalreserves. Dat betekent niet dat Europese bedrijven zomaar naïef hun kennis moeten overhevelen naar Chinese partners, maar bijvoorbeeld de manifeste weigering van de Verenigde Staten om met Chinese actoren samen te werken in internationale consortia, leidt er alleen maar toe dat de Amerikanen zichzelf buitenspel zetten.

Open de bubbels

Europese bedrijven en beleidsmakers die zich liefst terugtrekken in hun eigen lokale bubbel zullen met lege handen achterblijven als ze moeten concurreren met een andere bubbel die veel dynamischer en opener aan het worden is. De verscherpte regionale focus van het BRI en de eerste aftekening van een Aziatische reisbubbel die vrij verkeer van mensen in de regio moet toelaten, zullen business, investeringsvertrouwen en toerisme in de regio een serieuze injectie geven. We moeten ten allen tijde vermijden dat we daar buiten vallen in een soort 'red zone', weg van alle belangrijke acties, innovaties en beslissingen.

Willen of niet, de mondiale economie en ons succes daarin steunt op globale acties. Verstandig maar met open geest die handel uitbouwen, gezamenlijk investeren en aan R&D doen is nog altijd het beste recept voor een gedeelde groei in welvaart en een dieper intercultureel en wederzijds politiek begrip.

Pieter Verstraete is sinoloog en al meer dan 10 jaar behartigt hij wisselend de belangen van Chinese bedrijven in Europa en Europese bedrijven in China. In september 2019 verscheen zijn boek 'Winnen van met de Chinezen' bij uitgeverij Pelckmans Pro.

De coronacrisis heeft veel zaken op scherp gesteld. Eén daarvan is internationale handel. Het is een begrijpelijke reflex van de Europese - en de Chinese - economieën om zich nu eerst te focussen op hun thuismarkten en hun directe achtertuin. Die reflex wordt bovenop de gezondheidscrisis en de economische malaise verder gevoed door een toenemend geopolitiek wantrouwen. Maar ook na corona blijft de wereld rond. De grijze zone in de Europese mentaliteit tegenover China is aan het oplossen. Waar ik vroeger nog sprak met Europese bedrijven die de kat uit de boom keken, zijn ze nu duidelijker voor of tegen samenwerken met of investeren in Chinese bedrijven. Het internationale beleid van de Verenigde Staten is zelfs ronduit vijandig tegenover China. Sommige diplomaten spreken van 'non-kinetic warfare', een chique term voor een nieuwe Koude Oorlog.Maar wat we ook mogen denken over China, in de wereld van morgen zal het land met zijn enorme economie nog altijd één van de belangrijkste spelers op het wereldtoneel zijn. Ook nadat de financiële mokerslag van de coronacrisis verteerd is. Het zal nog altijd een zeer concurrentiële leverancier zijn, een grote markt en bovendien een nieuwe hub voor innovatie in allerlei opkomende en toekomstige technologieën.China's appetijt voor investeringen in Europa koelt afEchter, terwijl ook Europese markten langzamerhand overeind krabbelen na de eerste versoepelingen van de lockdown, lijken ze zich op zichzelf terug te willen plooien. Die regionale reflex gaat van aanmoedigingen om lokaal te kopen tot de schrik van Europese overheden dat ze hun topbedrijven misschien een makkelijk doelwit zijn geworden voor koopgrage Chinese investeerders, zoals tijdens de periode van de eurocrisis van 2011-13. Maar dat is erg onwaarschijnlijk omdat de situatie in China nu ook volledig anders is. De zin voor buitenlandse avonturen is in China ernstig bekoeld. De coronacrisis heeft die trend niet veroorzaakt maar wel versneld. In 2019 was het aandeel van Chinese investeringen in Europa al gezakt met 33% tegenover 2018. Gedeeltelijk kwam dit door een strenger Chinees beleid dat probeert om kapitaal zo veel mogelijk thuis te houden, gedeeltelijk door een verstrenging van het beleid van nationale overheden jegens Chinese investeringen. Onder meer Frankrijk en Duitsland zijn strenger geworden in controle en screening van Chinese investeringen uit angst dat economische 'kroonjuwelen' zouden opgekocht worden door Chinezen, al dan niet aangestuurd door de oppermachtige staat zelf.Over die staat gesproken - het zou natuurlijk naïef zijn om te beweren dat die geen rol speelt. De regering van Xi Jinping wil meer dan ooit Chinees kapitaal thuis houden, en zelfs het Belt & Road Initiative (BRI), Xi's visitekaartje voor internationale staatsinvesteringen, zal de kaart van de regionalisering trekken in plaats van die van echte globale economische integratie. Dat betekent geen spoorwegen meer in Peru en in Argentinië, maar hogesnelheidslijnen van zuidelijk China tot in Singapore, de uiterste punt van het Maleisisch schiereiland in Zuidoost-Azië. Het leeuwendeel van Chinese investeringen in Europa komt de laatste jaren van privékapitaal. 89% van de Chinese €12 miljard die in Europa geïnvesteerd werd in 2019 kwam van privébedrijven. In 2020 en verder zullen er nog wel enkele heel specifieke investeringen in Europa komen, maar de miljardenstroom van de Chinese bedrijven neemt af. De investeringen zullen in de eerste plaats nog in de IT-sector gebeuren, maar ook in Europese merken die in China kunnen uitgerold worden, zoals de overname van de geïmplodeerde Britse touroperator Thomas Cook. Ook Europese investeringen van Chinese particuliere investeerders zullen een duik nemen en Chinese topstudenten zullen prestigieuze Londonse en Parijse universiteiten inwisselen voor een academisch verblijf in Singapore. Het enthousiasme voor Europa heeft in China - en bij uitbreiding in heel Azië - een forse deuk gekregen. Chinezen hebben minder dan vroeger het idee dat Europese overheden daadkrachtig besturen en maken zich zorgen over het toenemende racisme in Europa. Met ongeloof reageerden ze op filmpjes waarin grote massa's mensen samenkwamen aan het Parc des Princes om op straat feest te vieren terwijl de corona-pandemie al aan het uitbreiden was over de hele wereld. Ze stelden zich luidop de vraag of die Europeanen wel zo intelligent waren als ze altijd al gedacht hadden. De Singaporese diplomaat en denker Kishore Mahbubani merkte op dat Europa meende dat het zich op een eiland bevond, afgesloten van de rest van de wereld. We schoten pas in actie toen de tv-beelden binnenrolden van overbevolkte Italiaanse ziekenhuizen met zieltogende - witte en dus meer 'herkenbare' - mensen. Nochtans hadden het massaal uitrollen van testcentra in Zuid-Korea, de lockdowns in Taiwan en Singapore, of de snelle bouw van noodhospitalen in China ons toch al serieuze hint van de ernst van de situatie moeten gegeven. Sommige Europese opiniemakers zullen de schouders ophalen bij de daling van Chinese investeringen en aanwezigheid in Europa. Maar de Europese economische groei steunt op openheid, interconnectiviteit, de uitwisseling van handel, producten, diensten en ook van talent. Nu de bruggen van Fort Europa naar boven halen en zegedronken in ons gelijk blijven zitten is een meesterlijk recept voor een fikse economische kater nadien.Ten eerste zal China ook in post-pandemische tijden een extreem belangrijke markt blijven. Met de povere groeicijfers van de Europese economieën zullen Europese bedrijven globaal niet kunnen blijven concurreren. In China en samen met een Chinese partner producten en diensten uitrollen kan daarentegen het recept zijn voor een internationale doorbraak, niet omdat de Chinese overheid Europeanen per se wil koppelen aan Chinese partners, maar omdat lokale Chinese ondernemingen de knowhow, competitiviteit en schaalbaarheid hebben om te kunnen overleven op de hyper-concurrentiële en veeleisende Chinese markt. If you can make it in China, you can make it anywhere.Ten tweede is er het potentiële voordeel van gezamenlijke R&D met Chinese spelers, bijvoorbeeld in het ontwikkelen van medicatie tegen Covid-19 of kanker, maar ook in de groei van AI-oplossingen of het uitrollen van globale technologie- of telecomstandaarden. R&D in China is al lang geen bijgedachte meer en kan bovendien steunen op grote lokale kapitaalreserves. Dat betekent niet dat Europese bedrijven zomaar naïef hun kennis moeten overhevelen naar Chinese partners, maar bijvoorbeeld de manifeste weigering van de Verenigde Staten om met Chinese actoren samen te werken in internationale consortia, leidt er alleen maar toe dat de Amerikanen zichzelf buitenspel zetten.Europese bedrijven en beleidsmakers die zich liefst terugtrekken in hun eigen lokale bubbel zullen met lege handen achterblijven als ze moeten concurreren met een andere bubbel die veel dynamischer en opener aan het worden is. De verscherpte regionale focus van het BRI en de eerste aftekening van een Aziatische reisbubbel die vrij verkeer van mensen in de regio moet toelaten, zullen business, investeringsvertrouwen en toerisme in de regio een serieuze injectie geven. We moeten ten allen tijde vermijden dat we daar buiten vallen in een soort 'red zone', weg van alle belangrijke acties, innovaties en beslissingen.Willen of niet, de mondiale economie en ons succes daarin steunt op globale acties. Verstandig maar met open geest die handel uitbouwen, gezamenlijk investeren en aan R&D doen is nog altijd het beste recept voor een gedeelde groei in welvaart en een dieper intercultureel en wederzijds politiek begrip.Pieter Verstraete is sinoloog en al meer dan 10 jaar behartigt hij wisselend de belangen van Chinese bedrijven in Europa en Europese bedrijven in China. In september 2019 verscheen zijn boek 'Winnen van met de Chinezen' bij uitgeverij Pelckmans Pro.