Vrijdagavond stelde de voormalige voorzitter van de Europese Centrale Bank, Mario Draghi, als nieuwe Italiaanse premier zijn nieuwe regering voor in het presidentiële paleis op de Quirinale in Rome. In discreet overleg met president Sergio Mattarella stelde hij de afgelopen dagen een kabinet samen met acht technici en vijftien politieke ministers, waarbij hij zorgvuldig de politieke evenwichten en die tussen experten en politici respecteerde. De samenstelling reflecteert zijn wens om voor een brede, uitgesproken pro-Europese regering van Nationale Eenheid te gaan.
...

Vrijdagavond stelde de voormalige voorzitter van de Europese Centrale Bank, Mario Draghi, als nieuwe Italiaanse premier zijn nieuwe regering voor in het presidentiële paleis op de Quirinale in Rome. In discreet overleg met president Sergio Mattarella stelde hij de afgelopen dagen een kabinet samen met acht technici en vijftien politieke ministers, waarbij hij zorgvuldig de politieke evenwichten en die tussen experten en politici respecteerde. De samenstelling reflecteert zijn wens om voor een brede, uitgesproken pro-Europese regering van Nationale Eenheid te gaan. De partijen uit de coalitie van Conte II krijgen negen ministers, waarvan er zeven op hun departement blijven. Daarnaast krijgen ook de centrumrechtse Forza Italia van Silvio Berlusconi en de Lega elk drie ministers. Opvallend is dat de departementen Economie, Justitie en Ecologische transitie - waar de zwaarste hervormingen op til zijn- door de partijloze technocraten Daniele Franco, Marta Cartabia en Roberto Cingolani worden geleid. Zaterdagmiddag wordt de nieuwe regering ingezworen, dinsdag en woensdag moet ze het vertrouwen krijgen in de Kamer en de Senaat. De regering Draghi is al de derde sinds de parlementsverkiezingen van 2018. Eerder leidde de partijloze premier Giuseppe Conte een experimentele regering van de linkspopulistische Vijfsterrenbeweging met de rechtsradicale Lega en daarna een centrumlinkse regering Conte II waarin de sociaaldemocratische Partito Democratico de plaats van de Lega innam. Giuseppe Conte zelf, de populairste politicus van het ogenblik, gaat gewoon weer doceren aan de universiteit van Firenze. Cruciaal voor de levensvatbaarheid van de nieuwe regering was de steun van de M5S, die dankzij zijn monsterscore in de parlementsverkiezingen van 2018 en ondanks nogal wat dissidentie nog steeds 190 van de in totaal 629 parlementszetels bezet. Nadat Mario Draghi had aangekondigd dat hij voorzag in de oprichting van een ministerie voor de Ecologische transitie, wist M5S-boegbeeld en medeoprichter Beppe Grillo 60 procent van de basis te overtuigen om op het online ledenplatform Rousseau voor regeringsdeelname te stemmen. Voor het populaire kopstuk Alessandro di Battista is samen zetelen in een regering met Berlusconi, de verpersoonlijking van de politieke establishmentcultuur, ondenkbaar. Di Battista trok zijn conclusies en stapt uit de fractie van de Vijfsterren. Commentatoren sluiten nog meer dissidentie binnen de M5S-rangen niet uit. Onder invloed van de gematigde Giuseppe Conte en de pro-Europese Partito Democratico is de oorspronkelijk eurosceptische beweging ook steeds Europeesgezinder geworden. Vooral de massale steun van 209 miljard euro aan subsidies en leningen uit het Europese herstelfonds, waarvoor Conte zich had uitgesloofd, deed het anti-Europese voorbehoud slinken. De Vijfsterren krijgen vier ministers in de nieuwe regering. Kopstuk Luigi di Maio blijft op Buitenlandse Zaken, maar het door de Vijfsterren felbegeerde ministerie van de Ecologische transitie gaat naar de partijloze wetenschapper Roberto Cingolani. Veel verrassender is de 'bekering' van Lega-leider Matteo Salvini, die jarenlang onophoudelijk zijn duivels ontbond tegen de bureaucraten in Brussel - tegen de euro en de Europese immigratiepolitiek - , maar nu voor zijn deelname aan de nieuwe regering ongeveer alle vroegere anti-Europese standpunten inslikte en zichzelf plotseling 'bovenal een pragmaticus' noemt. Doordat Italië rijkelijk bedeeld werd met subsidies uit het Europese herstelfonds, slaat zijn anti-Europees discours niet meer aan, terwijl immigratie door de rauwe realiteit van de pandemie een minder belangrijke bekommernis is geworden bij de Italianen. Sinds zijn mislukte poging om in 2019 vervroegde verkiezingen uit te lokken, wat leidde tot de val van Conte I, is zijn partij ongeveer 12 procent gezakt in de peilingen. De nummer 2 van de partij, de veel gematigder Giancarlo Georgetti, die vooral de belangen van de Noord-Italiaanse ondernemingen verdedigt, heeft duidelijk aan invloed gewonnen binnen de partij. Van de drie departementen die naar de Lega gaan, krijgt hij het belangrijkste, dat van Economische Ontwikkeling. Helemaal onverwacht komt de U-bocht van de Lega niet. In het Europees Parlement stemde de Lega voor het Europese herstelplan, terwijl de Franse en Duitse zusterpartijen Rassemblement Nationale en Alternative für Deutschland zich respectievelijk onthielden en tegenstemden. Volgens de krant La Repubblica zou Georgetti op Europees niveau zelfs een diplomatiek charme-offensief aan het opzetten zijn om de Lega via een fusie met het christendemocratische Alternativo Popolare in de Europese Volkspartij binnen te loodsen en de rechtsnationalistische Europese fractie Identiteit en Democratie te verlaten. De komst van de Lega in de nieuwe regering stuitte bij Beppe Grillo en PD-leider Nicola Zingaretti op argwaan, maar veto's werden niet uitgesproken. De conservatief-rechtse Fratelli d'Italia van Georgia Meloni, die aan een opmars bezig is in de peilingen ten koste van de Lega, koos als enige partij van de rechtse alliantie voor de oppositie. Heel wat kopstukken van de PD, die absoluut met de vorige coalitie wou verder regeren tot de parlementsverkiezingen van 2023, waren ziedend op hun voormalige premier en partijleider Matteo Renzi, toen deze de regering liet struikelen. In het najaar van 2019 stapte Renzi immers met een kleine fractie uit de Partito Democratico en richtte het centrumpartijtje Italia Viva op, met de bedoeling meer te kunnen wegen op de regeringsbeslissingen. Zonder de achttien senatoren van Italia Viva was de regering immers haar meerderheid in de Senaat kwijt. Op 13 januari trok Renzi zijn twee ministers en zijn staatssecretaris uit de regering terug en zegde tot ontsteltenis van zijn coalitiegenoten zijn vertrouwen in de regering op. Hij verweet de regering een gebrek aan visie en vond dat ze van de 209 miljard euro uit het Europese Herstelfonds onvoldoende investeerde in structurele hervormingen. En anders dan wat zijn coalitiepartners waren overeengekomen vond hij dat Italië moest gaan lenen bij het European Stability Mechanism om de gezondheidszorg in het land beter uit te bouwen. Dat hij de regering liet vallen getuigde van een stuitend gebrek aan verantwoordelijkheidszin middenin een economische recessie en een coronacrisis die inmiddels al 93.000 dodelijke slachtoffers had gemaakt, meenden zijn coalitiepartners. Ook bij een poging van Conte om na overleg met president Mattarella een nieuwe meerderheid op de been te brengen, bleek Renzi niet tot toegevingen bereid, waarop Mattarella Mario Draghi het veld instuurde. Als strateeg van de geboorte en de val van Conte II bewees de Florentijn Renzi nog maar eens dat hij in de traditie van zijn stadsgenoot Macchiavelli het spel van de machtspolitiek als geen ander beheerst. De afgelopen week ging hij in The New York Times, the Financial Times en Le Monde verkondigen dat hij met zijn strategie vooral de beste man - Draghi - aan zet wou brengen. Geen ogenblik had hij het partijbelang of persoonlijke afrekeningen op het oog, zo beweerde hij. Vooral bij de Partito Democratico zijn er weinigen die zijn versie geloven. Maar de PD en haar alliantiepartner Leu mogen niet klagen. Zij behouden Cultuur, Werk, Defensie en de populaire Roberto Speranza op Gezondheidszorg mag de strijd tegen het coronavirus blijven leiden. Italia Viva van zijn kant mag Elena Bonetti op Gelijke Kansen posteren.Ook al was Conte populair, 'Supermario' geniet een ongeëvenaard aanzien in Italië omdat hij als ECB-voorzitter met enkele welgemikte uitspraken in 2012 op het hoogtepunt van de Europese schuldencrisis de financiële markten tot bedaren bracht en zo Italië, dat gebukt ging onder recordrentes op zijn torenhoge staatsschuld, voor meer onheil behoedde. De financiële en zakenwereld is in elk geval tevreden. De spread tussen de Italiaanse en Duitse tienjarenrente, de graadmeter voor het vertrouwen van de markten in de Italiaanse politiek, is in vijf jaar zo laag niet meer geweest. Ook uit een peiling van onderzoeksbureau Piepoli blijkt dat een grote meerderheid van de Italianen de keuze voor Draghi om Italië uit de pandemie en de recessie te leiden, de juiste vindt en zijn capaciteiten om dat tot een goed einde te brengen, hoger inschat dan die van Conte. De verwachtingen zijn hooggespannen. In april evalueert Europa of Italië met zijn miljarden uit het Herstelfonds de nodige hervormingen heeft gepland voor de modernisering van zijn economie en voor de digitale en ecologische transitie. Haalt de regering van nationale eenheid het verkiezingsjaar 2023, dan is het niet vanzelfsprekend dat ook Draghi dat doet. In februari volgend jaar al wordt immers een opvolger aangeduid voor de huidige president Sergio Mattarella. En toeval of niet, al geruime tijd circuleert de naam van de 73-jarige Mario Draghi als één van de grote kanshebbers. Het premierschap als opstapje?