'Hij heeft níéts voor ons gedaan. Er komen meer drugs uit Colombia dan vóór hij president was.' De Amerikaanse president Donald Trump was diplomatiek weer in topvorm toen hij zijn Colombiaanse collega Ivan Duque de mantel uitveegde. Daarbij zag hij over het hoofd dat Duque een zeldzame pro-Amerikaanse speler is in Zuid-Amerika, en een mogelijke Amerikaanse interventie in buurland Venezuela steunt.
...

'Hij heeft níéts voor ons gedaan. Er komen meer drugs uit Colombia dan vóór hij president was.' De Amerikaanse president Donald Trump was diplomatiek weer in topvorm toen hij zijn Colombiaanse collega Ivan Duque de mantel uitveegde. Daarbij zag hij over het hoofd dat Duque een zeldzame pro-Amerikaanse speler is in Zuid-Amerika, en een mogelijke Amerikaanse interventie in buurland Venezuela steunt. Feit is wel dat de cocaïneproductie in Colombia exponentieel is toegenomen. De cocaplantages zouden intussen meer dan 250.000 hectare beslaan. Duque en zijn partijgenoten kiezen voor de harde aanpak. Plantages worden met glyfosaat bespoten, drugshandelaren krijgen zware celstraffen, en met een wijziging van het vredesakkoord met de guerrillabeweging FARC willen ze ex-strijders alsnog voor de rechter brengen. Mensenrechtenactivisten en linkse politici verzetten zich tegen die strategie. Duizenden arme boeren dreigen kanker te krijgen van het glyfosaat dat ze over zich heen krijgen. Maar niet alleen de lokale boeren en de Amerikanen lijden onder de gevolgen van de cocaïnehandel, ook in Europa vindt het witte poeder vlot ingang. In de haven van Antwerpen werd vorig jaar meer dan 50 ton coke onderschept - en dat is wellicht het topje van de ijsberg. Knack trok naar Colombia, op zoek naar de oorzaken van de coke- boom. De productie van cocaïne is de laatste jaren sterk toegenomen. Hoe verklaart u dat? Andres Pastrana: Het echte levenswerk van president Juan Manuel Santos (2010-2018) is dat hij drugs en geweld heeft doen floreren. Het vredesakkoord met de FARC (waarvoor Santos in 2016 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, nvdr) is een farce. De FARC is niet alleen een terroristische organisatie, het is ook een drugskartel. Een belangrijk lid ervan, Jesus Santrich, is vorig jaar gearresteerd omdat hij probeerde een deal te sluiten met het Mexicaanse Sinaloa-kartel. Toen ik president was, heb ik Plan Colombia opgestart omdat de drugskartels de staat volledig in handen hadden. Mijn opvolger, Alvaro Uribe, heeft het plan uitgewerkt. We wilden het leger en rechtsstaat versterken en sociale investeringen doen in verafgelegen gebieden om mensen uit de handen van de kartels te houden. Bij het begin van mijn ambtstermijn had je 180.000 hectare cocaplantages. Op het eind van Uribe's presidentschap was dat nog 40.000 hectare. En vandaag? 250.000 hectare. President Santos heeft al ons werk teniet gedaan. Vreest u niet dat de drugsproblematiek van Colombia ook andere landen zal besmetten? Pastrana: Dat is al zo. Volgens de democratische oppositie in Venezuela is maar liefst 60 procent van het grondgebied in handen van de Colombiaanse guerrillabeweging ELN en ex-FARC-strijders. Drugskartels uit Colombia en Mexico werken in Venezuela samen met het Venezolaanse drugskartel De Los Soles, waarbij president Nicolas Maduro en zijn regeringsleden de nieuwe drugsbaronnen zijn. Maduro is de nieuwe Pablo Escobar geworden. De coca wordt in Colombia geproduceerd, wordt dan naar Venezuela gebracht, en van daaruit worden de drugs naar de VS, West-Europa en Noord-Afrika getransporteerd. Hoe wil president Duque de drugshandel aanpakken? Holmes Trujillo: Hij schrikt er niet voor terug om op zoek te gaan naar maatregelen die de enorme stijging van cocaplantages kunnen tegengaan. Maar laat het duidelijk zijn: de drugsproblematiek is niet alleen een probleem van Colombia. Het is een probleem in de hele wereld, en dat vraagt een internationale aanpak. Ook hier spelen de wetten van de markt: zolang de vraag stijgt, zal de productie niet verminderen. Colombia heeft internationale hulp nodig: geld, experts en toegang tot de nieuwste technologieën. In ons eentje kunnen we de drugsoorlog niet winnen. President Duque maakte in maart bekend dat hij enkele artikels van het vredesakkoord met de FARC aangepast wilde zien. Welke precies? Carlos Holmes Trujillo: Hij stelt voor om 6 van de 159 artikels van het vredesakkoord te wijzigen, vooral over de werking van het Bijzonder Vredestribunaal. Hij wil dus níét het hele vredesakkoord wijzigen. Hij heeft als president het recht om wijzigingen voor te stellen, waarover vervolgens gediscussieerd wordt in het parlement en de Senaat. De president voelt goed aan dat de slachtoffers zich onvoldoende begrepen voelen. Hij wil de essentie van het akkoord - de zoektocht naar waarheid, gerechtigheid en het voorkomen van een herhaling van het conflict - zeker behouden. Dat is precies wat ik heb gezegd in de VN-Veiligheidsraad. De Kamer heeft het voorstel met grote meerderheid verworpen, in de Senaat kwam het pro-kamp amper één stem te kort. Het Grondwettelijk Hof zal zich moeten uitspreken. Gelooft de president nog in de wijziging? Holmes Trujillo: De president wil vooral een grondig debat. Onze wetgeving voorziet in richtlijnen voor het geval de uitspraken van de Kamer en de Senaat verschillen. Onze regering zal altijd de grondwet respecteren. Colombia kent een wankele vrede. De toestand in Venezuela helpt ook al niet. Holmes Trujillo: Colombia doet er alles aan om de vluchtelingen uit Venezuela behoorlijk op te vangen. Ondertussen hebben we al 1,2 miljoen Venezolanen op ons grondgebied. Dat gaat onze capaciteit ver te boven. Uit een vergadering met interim-president Juan Guaido en onze inlichtingendiensten blijkt dat delen van Venezuela in handen zijn van de terroristische organisatie ELN. Maduro heeft toegelaten dat terroristische Colombiaanse groeperingen militaire trainingskampen hebben op Venezolaans grondgebied, en van daaruit operaties in Colombia voorbereiden. Venezuela probeert onze democratie te destabiliseren. U werd uitgenodigd door het Europees Parlement in Brussel. Waarom? Gustavo Petro: Ik wil de systematische vervolging en de moorden op sociale leiders aankaarten. Colombianen zijn geweld gewoon. Als hen de mogelijkheid van vrede wordt aangeboden, laten ze de kans liggen. Je zag het laatst nog bij de presidentsverkiezingen. Uiteindelijk hebben ze voor de kandidaat gekozen die het vredesakkoord van tafel wil vegen. Dat akkoord gaf ons de mogelijkheid om op zoek te gaan naar verzoening tussen de verschillende geledingen van de maatschappij. Dan heb ik het niet over spirituele of sentimentele gevoelens, maar over gelijkheid. Sinds de stichting van Colombia heeft men hier de gewoonte om het verschil te liquideren: wie anders denkt, moet verdwijnen. De erfgenamen van de Spanjaarden hebben slavernij meegebracht. Tot op heden hebben vijf families van Spaanse afkomst de economische en politieke macht in handen. Ze beschouwen Colombia nog altijd als hun privébezit - hun plantage, zeg maar. Die macht willen ze behouden, dus worden presidentskandidaten, ministers, politici en sociale leiders vervolgd, bedreigd en vermoord. Desnoods met hele dorpen tegelijk. President Duque wil het vredesakkoord wijzigen. Hij kijkt u daarnaar? Petro: Het doel van het Bijzondere Vredestribunaal is dat mensen de waarheid spreken en in ruil daarvoor alternatieve straffen kunnen krijgen. Dat is de essentie van het vredesakkoord, naar analogie met de Waarheidscommissie in Zuid-Afrika. Nu wil de overheid de incentives om de waarheid te spreken wegnemen. Dat kan dus niet. Wij geloven dat de waarheid de weg is naar verzoening, maar een deel van de waarheid bedreigt natuurlijk de belangen van de elite. Het vredesakkoord heeft de strijd tegen drugs niet geholpen. Hoe moet het verder? Petro: Hoor eens, wíj hebben nooit geloofd dat de FARC de grote drugsproducent was, zoals de elite dat keer op keer beweert. De illegale cocaïnehandel zit verweven in alle structuren van het land. Vroeger waren Colombianen heer en meester over de cocaïnehandel, maar stap voor stap hebben ze de monopolie over deze markt verloren. Colombia levert nu alleen nog maar de grondstoffen. De Mexicaanse kartels beheersen nu de drugsproductie en de drugsroutes. Die kartels hebben geen voeling met de Colombiaanse cultuur, en veroorzaken daardoor nog meer geweld. Helaas zijn ze er ook in geslaagd om banden te smeden met lde okale en nationale politiek. Door hun gedoogbeleid is de productie alleen maar toegenomen. Uw bevrijding uit handen van de FARC in 2008 was wereldnieuws. Hoe hebt u die zes jaar overleefd? Ingrid Betancourt: Ik verloor mijn essentie als mens en de reden om te blijven leven. Het leek wel alsof ik op een andere planeet zat. Mijn kidnappers waren brutaal en vulgair. Ik ben gefolterd, uitgehongerd, ontmenselijkt. Ze legitimeerden hun geweld, hun vernederingen en hun misbruik met een extreemlinkse ideologie. Mijn bevrijding uit die hel beschouw ik als een wedergeboorte. Durft u de ex-FARC-strijders, van wie sommigen in de Senaat zitten, te vertrouwen? Betancourt: Kijk, ik ben een humanistisch mens. We hebben allemaal het recht om te veranderen. Toen de FARC besloot om de wapens in te leveren, heeft ze besloten om haar illegale activiteiten achter zich te laten. Het minste wat je dan als samenleving kunt doen, is ze de kans geven om zich te herpakken. De FARC-strijders leefden in de illegaliteit, waar hun gedrag werd bepaald door adrenaline, geld, macht en geweld. Het is begrijpelijk dat sommigen terug het regenwoud intrekken omdat ze dat leven niet kunnen achterlaten. Maar de mensen die een ander leven willen opbouwen, moeten we alle kansen geven. Welke rol ziet u nog voor u weggelegd? Betancourt: Ik wil als slachtoffer vooral benadrukken dat we naar een combinatie van rechtvaardigheid en vrede moeten zoeken. Rechtvaardigheid mag niet omslaan in wraak. We moeten de waarheid kennen, om zo verder te kunnen. Het vredesakkoord is een van de belangrijkste politieke en sociale gebeurtenissen in de laatste 100 jaar van onze geschiedenis, maar het staat onder druk. Colombia is een verdeeld land - niet alleen ideologisch maar ook geografisch. De meerderheid van de Colombianen woont in de steden, en die mensen kennen de oorlog niet. Maar daarbuiten werden boeren door gewapende bendes van hun land verdreven. Voor hen was het vluchten of vermoord worden. Zodra zij van de baan waren, kon de elite via rechters die ze had omgekocht eigenaar worden van de gronden. Zo komt het dat 2 procent van de bevolking 90 procent van het Colombiaanse grondgebied bezit. Veel politici, drugsbaronnen, grootgrondbezitters en bedrijfsleiders zijn bang dat de waarheid nu naar boven zal komen. Dáárom willen ze het vredesakkoord, en meer bepaald de rechtspraak binnen het vredesakkoord, ondermijnen. Hoe verklaart ú de enorme stijging van de cocaproductie? Avila: In Colombia bestaat een vreemd fenomeen. Als de waarde van de dollar daalt, gaan mensen goud zoeken in rivieren of storten ze zich op illegale mijnontginning. En omgekeerd: zodra de dollar stijgt, schakelen ze weer over op drugshandel. De reden is dat cocaïne wordt uitbetaald in dollars. Zo simpel is het. En daarnaast neemt de vraag naar cocaïne wereldwijd nog altijd toe - en de productie volgt natuurlijk. President Duque heeft aangekondigd dat hij weer glyfosaat zal gebruiken in de strijd tegen de cocaplantages, terwijl een glyfosaat-stop een eis was van de FARC bij het vredesakkoord. Wat vindt u daarvan? Ariel Avila: Ik vind het ronduit dom. Glyfosaat veroorzaakt kanker. De overheid zal het ene proces na het andere krijgen, duizenden burgers zullen schadevergoedingen eisen. Met dat vergif is de strijd tegen drugs gedoemd om te mislukken. Ze hébben het twintig jaar op die manier geprobeerd, zonder succes. Maakt u zich zorgen over de stijging van de cocaïneproductie in uw land? Valencia: Ik wil hier iets duidelijk maken: het geweld in Colombia heeft géén politieke redenen, het is het gevolg van de drugshandel en de drugsmaffia. Door de drugshandel hebben guerrillabewegingen genoeg geld om oorlog te voeren tegen de staat. Maar intussen wél zwaaien met de ideologie van Karl Marx? Schandalig. Eigenlijk was het vredesakkoord dat in Havana werd ondertekend een grote show van een van de grootste drugskartels ter wereld. U hebt zich altijd verzet tegen het vredesakkoord. Tegenwoordig zit u in de Senaat met gewezen strijders van de FARC. Hoe voelt dat? Paloma Valencia: Zoiets is toch onaanvaardbaar? De FARC is een terroristische drugsbende. Ze hebben mensen verkracht en gekidnapt, aanslagen gepleegd en politici vermoord - en nu krijgen ze zomaar vijf zetels in het parlement en vijf zetels in de Senaat cadeau? Het vredesakkoord wil een herhaling van de feiten absoluut vermijden, maar zoals ik het zie, zet het de deur wijd open voor nieuw geweld. Circa 7000 gewezen FARC-strijders zouden zich hebben aangesloten bij andere criminele organisaties. Ondanks het vredesakkoord worden sociale leiders nog altijd bedreigd. Hoe komt dat? Gustavo Bolivar: Sinds het aantreden van president Duque in augustus zijn er al 135 sociale leiders vermoord. Daarnaast zijn ook al 85 gewezen FARC-strijders vermoord. Een van de punten van het vredesakkoord was dat de veiligheid van sociale leiders en ex-FARC-strijders gegarandeerd zou zijn, maar daar slaagt de overheid kennelijk niet in. Veel sociale leiders vragen dat de grond zou worden teruggegeven aan de oorspronkelijke bewoners of de boeren. In plaats van naar hen te luisteren, wordt hun het zwijgen opgelegd. Gevolg: steeds meer ex-strijders trekken zich terug in het regenwoud om hun gewapende verzet tegen de overheid weer op te nemen. Donald Trump verwijt Colombia dat het te weinig doet in de strijd tegen drugs. Heeft hij gelijk? Bolivar: Trump heeft niets over Colombia te zeggen. Het is al helemaal belachelijk dat onze president op zijn knieën gaat als 'vadertje Amerika' zijn stem verheft. Tegelijk moet ik toegeven dat Trump inhoudelijk gelijk heeft. Zolang de drugsconsumptie in de VS blijft stijgen, zal de productie ook stijgen. Vanuit de Senaat proberen we nu te pleiten voor de legalisering van sommige drugs. We voeren al 50 jaar lang een verloren strijd, dat heeft bergen geld gekost, en toch is de drugshandel verdrievoudigd. Wel, dan moeten we drugs net zoals tabak en alcohol durven te legaliseren. Met de inkomsten kunnen we het land heropbouwen.