Op een Europese vergadering in Wenen vorige week hield de Luxemburgse minister van Buitenlandse Zaken het niet meer. Toen de Italiaanse vicepremier Matteo Salvini zich nog maar eens denigrerend uitliet over migranten, ontstak de meertalige Jean Asselborn in woede, hij gooide zijn koptelefoon op tafel en riep: 'Merde alors!' Meteen daarna vond hij zijn evenwicht terug en zei hij sorry - of preciezer: 'Entschuldigung.' Salvini was niet onder de indruk; hij liet nadien wel simpelweg een filmpje van de meeting, dat zijn medewerkers kennelijk in het geheim hadden gemaakt, online zetten. Colère in het Frans, kalmte in het Duits, propaganda in het Italiaans: in de zoveelste versnelling in het migratiedebat weerklonken de nationale clichés.
...

Op een Europese vergadering in Wenen vorige week hield de Luxemburgse minister van Buitenlandse Zaken het niet meer. Toen de Italiaanse vicepremier Matteo Salvini zich nog maar eens denigrerend uitliet over migranten, ontstak de meertalige Jean Asselborn in woede, hij gooide zijn koptelefoon op tafel en riep: 'Merde alors!' Meteen daarna vond hij zijn evenwicht terug en zei hij sorry - of preciezer: 'Entschuldigung.' Salvini was niet onder de indruk; hij liet nadien wel simpelweg een filmpje van de meeting, dat zijn medewerkers kennelijk in het geheim hadden gemaakt, online zetten. Colère in het Frans, kalmte in het Duits, propaganda in het Italiaans: in de zoveelste versnelling in het migratiedebat weerklonken de nationale clichés. Salvini had zich op de meeting heftig verzet tegen het idee dat Europa migranten moet aantrekken om de economie draaiende te houden. Met een Italiaanse jeugdwerkloosheid die vorig jaar tegen de 35 procent aanschurkte, is dat geen kritiek die uit de lucht komt vallen, maar Salvini kon ook deze gelegenheid om te provoceren niet laten passeren. In Italië hebben we Italiaanse kinderen nodig, zei hij, 'en geen nieuwe slaven om de kinderen te vervangen die we niet hebben'. Asselborn wees van de weeromstuit met verontwaardiging op de 'tienduizenden Italianen' die naar Luxemburg zijn uitgeweken, zodat 'jullie in Italië geld voor jullie kinderen zouden hebben'. In een gesprek met Der Spiegel achteraf maakte hij zich druk over Salvini's clandestiene opnamen. Hij wierp de Italiaan voor de voeten 'de methoden en de toon van de fascisten van de jaren dertig' te gebruiken. Het is ondertussen routine geworden, die vergelijking met de jaren dertig, ook op het allerhoogste Europese niveau. In dezelfde week als het akkefietje met Asselborn verwees ook de Franse EU-commissaris Pierre Moscovici naar de nazi's. In een gesprek met journalisten vergeleek hij de huidige politieke situatie met hetzelfde donkerbruine decennium, toen extreemrechtse populistische partijen de wind in de zeilen hadden: 'Het geluid van de laarzen is er nog niet, gelukkig. Er is geen Hitler. Maar misschien zijn er wel kleine Mussolini's.' Alweer was Salvini er als de kippen bij. Hij zei dat Moscovici zijn mond moest spoelen. En dat Frankrijk zélf de Europese begrotingsvoorschriften niet respecteert. Want dat was wat echt stak: Italië moet binnenkort een begroting voorleggen, de staatsschuld is gigantisch en de regering wil geld uitgeven in plaats van besparen. Dat wordt een bijna onmogelijke klus en Salvini weet dat het straks buigen of barsten wordt. De wet van Godwin zegt dat hoe langer een discussie duurt, hoe groter de kans wordt dat iemand over Hitler begint. Lang gold ook een sterkere versie van dat argument: dat de eerste die over de Führer begint, altijd de discussie verliest. Daar valt iets voor te zeggen: een vergelijking met de jaren dertig klinkt al snel hol, historisch inaccuraat en oneerbiedig voor de slachtoffers van de Holocaust. Vaak verheldert ze weinig en dient ze vooral om de deugdzaamheid van de spreker te benadrukken. De tegenstanders raken er al helemaal niet van onder de indruk. Bekend is onder meer Matteo Salvini's gebruik van Mussolini's gevleugelde woorden 'Tanti nemici, tanto onore' - zoveel vijanden, zoveel eer. Het toont aan hoe makkelijk een vergelijking met de jaren dertig van de tegenstanders afglijdt, of zelfs een ereteken wordt, in de strijd van het nieuwe tegen het oude establishment. Maar wat als sommige vergelijkingen zich opdringen? Wat als verkiezingspropaganda moedwillig verwijst naar het fascisme? Als rechtse populisten zélf de vergelijking opzoeken, hoe waardevol is de wet van Godwin dan nog? En wanneer is het te laat om 'stop' te zeggen, als het zelfs voor Vlaamse politici nu nog altijd niet te laat is? Hongarije heeft ondertussen een wet aangenomen waardoor ngo-medewerkers die vluchtelingen helpen, een jaar de bak in kunnen draaien, maar noch het VB, noch de N-VA stemde vorige week tegen Viktor Orban. Nazivergelijkingen blijven een te mijden genre, maar dat ze vandaag vaker opduiken, is niet meer dan begrijpelijk. Een recente poster van het Nederlandse Loesje-collectief zegt het scherp: 'Nu je weer alles over buitenlanders mag zeggen, vind ik dat je sommige politici best weer fascisten mag noemen.' Het debat wordt er niet zindelijker van, maar de tijd van de schoonheidsprijzen is al lang voorbij.