Dit stuk verscheen eerder in Knack van 2 augustus 2017
...

'Ach nee, hè!' Ewoud Kiefts vader - zoon van een vermoorde verzetsman - reageerde geschokt toen zijn zoon hem vertelde dat hij het voorwoord zou schrijven voor een nieuwe editie van nazibijbel Mein Kampf. Die editie zou worden uitgegeven door het Nederlands Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (NIOD) en - naar analogie met de Duitse heruitgave uit 2016 - vol staan met kritische kanttekeningen. Zo zou goed 70 jaar na de zelfmoord van Adolf Hitler diens verderfelijke nazi-ideologie doorgeprikt worden. Kieft had getwijfeld over de vraag van het NIOD. Zijn vrienden ('zelfs zij die uit Joodse families komen') zagen er geen graten in. 'Die openheid van mijn generatie heeft iets moois, maar ze houdt ook risico's in: het wijst op een gebrek aan vanzelfsprekende kennis over die periode.' Kieft discussieerde met zijn vader. Binnen een uur vonden ze beiden dat die nieuwe, kritische uitgave een goede zaak was. Maar kort nadat Kieft had toegezegd om het voorwoord te verzorgen, werd de Nederlandstalige kritische editie uitgesteld. Waarop Kieft het idee kreeg voor zijn boek Het Verboden Boek. Mein Kampf en de aantrekkingskracht van het nazisme. 'Ik kwam thuis van het zwemmen en toen de deur dichtviel, schoot een artikel van de Oostenrijks-Hongaarse journalist en schrijver Joseph Roth me te binnen. Hij heeft zeer beeldende verslagen gemaakt van het proces waar Hitler terechtstond voor de mislukte Bierkellerputsch van 1923. Roth beschreef haarscherp hoe het publiek zich gedroeg, hoe generaal en oorlogsheld Erich Ludendorf, medeplichtig aan de mislukte staatsgreep, de rechtszaal kwam binnengemarcheerd. Naast hem: de dan nog onbekende, kruiperige Adolf Hitler. Hier wilde ik een reconstructie van maken - een soort liveversie van wat Hitler in Mein Kampf schrijft.' Kiefts boek is een zoektocht naar wat zo veel Duitsers zo aantrok in Hitlers fanatieke, gewelddadige visioenen. 'Het nazisme wordt vaak weggezet als iets irrationeels, iets voor verdwaasde mensen. Toch bracht Hitler miljoenen in vervoering. Dat waren heus niet allemaal dwazen. Zelfs vandaag nog oefent hij een vreemde aantrekkingskracht uit. Een vriendin van me werkt bij het Historisch Nieuwsblad. Daar noemen ze Hitler hun Jennifer Aniston. Met hem op de cover verkopen ze een pak meer. (lacht) Mensen koesteren een religieuze fascinatie voor het Ultieme Kwaad en Mein Kampf lezen, is alsof je door de Duivel zelf wordt verleid.' Ewoud Kieft: Misschien wel minder dan ik had verwacht. Bij mij overheerste strijdbaarheid: er kwamen allerlei zelfverdedigingsmechanismes op gang. Dat is natuurlijk logisch, sommige passages zijn pure haat. Maar wie zich zorgen maakt over zo'n haat, doet er beter aan er de confrontatie mee aan te gaan. Door je af te sluiten van haatzaaierij, ben je er ook niet weerbaar tegen en krijg je een erg naïef wereldbeeld. Dan onderschat je, bijvoorbeeld, hoe krachtig het concept is van solidariteit binnen de natiestaat. Heel veel mensen voelen daar heel veel voor, hoor. Dat is een politieke realiteit. Kieft: Ik was gechoqueerd toen ik de recensies van sociaaldemocratische en liberale kranten las: die besteedden geen énkele aandacht aan het antisemitisme. Ik heb me dagenlang het hoofd gebroken over de redenen daarvoor. Een deel van de verklaring zal erin liggen dat antisemitisme in die tijd absoluut geen randverschijnsel was, integendeel. Er was eerder een grote angst om filosemiet te zijn. Net zoals politici vandaag bang zijn om als 'ontkenner', 'wegkijker' of 'islamknuffelaar' weggezet te worden. Bij die kranten speelde ook het vooruitgangsoptimisme mee. Antisemitisme zagen ze als iets primitiefs dat vanzelf zou uitsterven. Ze wilden liever naar de toekomst kijken, het nazisme was 'een laatste oprisping'. Daarvoor werd verwezen naar de peilingen, waarin de nationalisten weer daalden. Dat was heel naïeve wishful thinking. Kieft: Lauw? Nadat Hitler op 30 januari 1933 tot rijkskanselier was benoemd, hieven de andere politieke partijen zich letterlijk vrijwillig op. We mogen vandaag niet onderschatten hoezeer de Duitse samenleving door de oorlog en de daaropvolgende hyperinflaties totaal murw was geslagen. Bovendien hadden veel politici, en al zeker de conservatieve christelijke partijen, weinig zin om de nog erg jonge parlementaire democratie te verdedigen. Toen Hitler aan de macht kwam, werd Duitsland al twee jaar per presidentieel decreet geregeerd. Ook veel centrumpolitici zagen dus wel wat in een autoritair bewind. Je kunt je afvragen hoe het zou zijn gelopen als de sociaaldemocraten, liberalen en katholieken dagenlange protestmarsen hadden georganiseerd. Dan was de Machtübernahme tenminste niet zo soepel gegaan: er zou veel meer geweld uitgebroken zijn en dan hadden de nazi's hun ware gelaat wel moeten tonen. Kieft: Geweld was alomtegenwoordig in de Weimarrepubliek. Tussen 1919 en 1923 werden er in Duitsland 376 politieke moorden gepleegd. 354 daarvan door nationalistische Freikorpsen, paramilitaire organisaties van gefrustreerde militairen. Zij waren op straat beland door het Verdrag van Versailles, dat het Duitse leger van 8 miljoen soldaten terugbracht tot 100.000. Geweld was voor veel Duitsers een aanvaardbare manier om de rust te herstellen in die turbulente naoorlogse Weimarrepubliek. Zelfs in het idee van concentratiekampen - waar extreemlinkse politieke agitatoren 'gezuiverd' zouden worden - konden ze zich best vinden. Hitler steunde het straatgeweld fanatiek. Na de moord op de liberale minister van Buitenlandse Zaken Walther Rathenau verspreidde de NSDAP affiches waarop stond: 'Nu de rest, aan de galg met de Jodenregering.' Maar eigenlijk vond hij individuele moordaanslagen tijdverspilling, omdat ze niet efficiënt genoeg waren. Hij vond het slimmer om geweld een schijn van legitimiteit te geven. In Mein Kampf gaat Hitler hoofdstukken lang door op hoe je dat kunt doen. Bijvoorbeeld door een uniform aan te trekken. Of tijdens de Bierkellerputsch: toen kondigden de nazi's aan dat ze 'volksverraders' zouden arresteren om ze voor een volksrechtbank te veroordelen. Er waren maar twee vonnissen mogelijk: vrijspraak of de dood. En dat vonnis moest binnen de drie uur voltrokken worden. Je hoeft dus eigenlijk de vraag niet te stellen of de Holocaust te voorspellen was. Was het duidelijk wat de NSDAP wilde? Was het duidelijk waartoe ze bereid waren? Was het duidelijk dat ze het meenden? Het antwoord is ja, drie keer ja. Alleen de precieze manier waarop de Joodse Europeanen vermoord zouden worden, was niet te voorspellen. Kieft: Het is inderdaad ongelofelijk dat hij wegkwam met zijn underdogverhaal: hij kreeg vanuit justitie alle steun, maar ook vanuit de politie en het leger. Daarenboven deelden brede lagen van de bevolking zijn analyse dat Duitsland de oorlog had verloren door verraad in eigen rangen en aan het thuisfront - de beruchte Dolkstootlegende. De schuldigen waren uiteraard socialisten en Joden, volgens Hitler één pot nat. De eindeloze herhaling van die complottheorie illustreert perfect hoe goed Hitler capteerde wat al leefde bij de bevolking. Hij maakte het tot de kern van zijn discours. In zijn toespraak op het putschproces herhaalde hij tot drie maal toe dat niet hij, maar de 'volksverraders' van de Weimarregering die het Verdrag van Versailles uitvoerden, terecht moesten staan. In alle kranten, van liberaal tot Völkisch, werd dat zinnetje geciteerd en in cursief op de voorpagina's gezet. Hitler wistdat dat zou inslaan als een bom. Kieft: In zijn eigen woorden: 'geloven is belangrijker dan weten'. Hij zag dat als een van de eerste moderne politici in en was bijzonder sluw en efficiënt in het verdraaien van de werkelijkheid. Zijn politieke brille wordt nog steeds onderschat door historici, omdat ze alles te rationeel bekijken. Dat zie je erg goed in de Duitse wetenschappelijke uitgave van Mein Kampf. Duizenden voetnoten wijzen droogjes op zijn leugens en onwetenschappelijke praat. We bagatelliseren Hitler omdat hij loog, terwijl we ons moeten afvragen waarom dat liegen zo goed werkte. Kieft:Mein Kampf was een handleiding, een 'nazisme voor dummy's'. Het moest de partij voeden terwijl hij met een spreekverbod in de gevangenis zat. Mein Kampf staat vol instructies, zoals: wanneer je liegt, kies dan meteen voor een grote leugen. Kleine leugens verzinnen gewone mensen zelf ook wel, maar een groteske leugen, te grotesk om te verzinnen? Dat moet toch waar zijn? Kieft: Vandaar ook de doodsangst van de nazi's voor een pluriforme pers en een divers cultureel landschap. Diversiteit is bedreigend voor dictators, wat een hoopgevende gedachte is. Je kúnt demagogische leugens doorprikken. Dat moet ons strijdbaar maken. Want waarom hebben populisten vandaag weer succes? Omdat veel politici, net zoals in de jaren 1930, te weinig urgentie voelen om te vechten voor de liberale democratie. Waar zijn ze, de passionele democraten? Toen Pim Fortuyn opkwam, ging Thom de Graaf van D66 aan het Achterhuis in Amsterdam fragmenten voorlezen uit Anne Franks dagboek, in plaats van op Fortuyns argumenten in te gaan. Wat een laf zwaktebod! Kieft: Zijn pragmatisme vond ik het meest fascinerend. Een belangrijke vraag die altijd over Hitler wordt gesteld, is of hij zelf geloofde wat hij zei. Volgens mij zou Hitler die vraag zelfs niet begrepen hebben. Hij was er rotsvast van overtuigd dat je alles mocht doen of zeggen om de strijd te winnen. Wie wint, had de waarheid in pacht. Meer is het niet, vond hij. Dat was de innige overtuiging die hij overhield aan de Eerste Wereldoorlog. Daar beleefde hij zijn kernervaring: het gevoel dat alle zekerheid, alles wat je kende, weg is. Bij avant-gardisten heeft dat besef voor fantastische kunst gezorgd, bij Hitler voor een utilitaristisch wereldbeeld. Hij duwde alles wat hij kon gebruiken door de mal van zijn wereldbeeld. Dat utilitarisme is cruciaal om Mein Kampf en Hitler te begrijpen. Hij deed schamper over intellectuelen die vinden dat je boeken volledig moet lezen en dat je jezelf moet openstellen voor andere meningen. Het resultaat daarvan kon volgens hem enkel twijfel en zelfreflectie zijn. En die maken je minder daadkrachtig. Kieft: (Lacht) Nou ja. Behalve als het tot een efficiënt weerwoord kan leiden. (denkt na) Dat is wel een interessant gedachte-experiment. Ik zou denken dat hij het een zinnige onderneming zou vinden, zolang je er dan maar de strijd mee kunt winnen. Kieft: Dat heb ik uitvoerig beschreven in mijn vorige boek, Oorlogsenthousiasme. Om het met een boutade te zeggen: sociaaldemocraten, liberalen en nationalisten zijn samen de Eerste Wereldoorlog binnengemarcheerd - een groot deel van hen met groot enthousiasme. Het wordt vaak genegeerd in de geschiedschrijving, maar ook in progressieve, intellectuele kringen passeerde een nationalistische golf. Wie in detail kijkt, weet dat de meeste avant-gardisten zich pas na 1916 afkeren van de oorlog. Die oorlog werd een echte splijtzwam in Duitsland: de linksen maakten de nationalisten uit voor oorlogshitsers, de nationalisten verketterden links als landverraders. Kieft: Heel eenvoudig: nog erger dan de gruwel van de oorlog, is dat die gruwel zinloos zou zijn geweest. Dat had Hitler heel goed begrepen: heel veel mensen wilden zin geven aan hun verminkingen en trauma's, aan hun enorme offers. Op het putschproces betoogde hij dat de putschplegers gewoon wilden herstellen wat kapotgemaakt was en dat de Weimarregering in hun plaats terecht had moeten staan. Want die had haar eigen volk verraden door het Verdrag van Versailles te aanvaarden en uit te voeren. Zo draaide hij alles op een briljante manier om. Wat ook zo vernuftig was aan dat verhaal, was dat hij er in één beweging de linkerzijde mee in de problemen bracht. Als zij kritiek gaven op 'oorlogshitsers' als Hitler, dan kwetsten ze meteen alle mensen die door de Groote Oorlog waren getraumatiseerd. Dat deed veel mensen twijfelen: 'Hoezo, mijn arm werd eraf geschoten en toch ben ik schuldig?' Dat gevoel uitbuiten, was natuurlijk pure demagogie. Het is een schoolvoorbeeld van hoe je mensen tegen hun eigen belangen kunt doen handelen. Hitler kon mensen een tweede wereldoorlog aanpraten omdat ze zo hard getroffen waren door de eerste. Kieft: Ook daar speelde hij haarscherp in op een trauma. In 1912 hadden de socialisten een verrassende - en voor de conservatieven verbijsterende - meerderheid behaald in de Rijksdag. En na de oorlog en de Russische Revolutie zongen de gruwelverhalen uit de Baltische staten rond in Duitsland. Het Rode Leger was daar grootschalig geweld tegen de burgerbevolking aan het plegen. Hitler buitte die angst uit met walgelijke framing: met ijzeren consequentie ontkende hij het verschil tussen socialisten en communisten. Zo kwam de SPD steeds meer in een ideologische spagaat: zij predikten nog de revolutie en de klassenstrijd, maar sloegen wel de communisten neer. Bovendien moesten ze als regerende partij ook al een vreselijke spagaat maken door het Verdrag van Versailles: hun kiezers waren rabiaat tegen, maar zij moesten het wel uitvoeren om Duitsland internationaal niet nog meer te isoleren. Dat doet de geloofwaardigheid van politici geen goed, natuurlijk. Het is een structureel probleem van de democratische politiek: hoe combineer je beleid - en dus compromissen - met de mobilisatie van je achterban? Kieft: Tenzij je twee jaar onder een steen hebt geleefd, is dat ook zo. Het probleem met de meeste vergelijkingen is dat ze emotioneel zijn, niet precies genoeg en meestal niet meer dan scheldpartijen: Wilders vergelijkt de Koran met Mein Kampf, links repliceert met 'blonde führer'. Zo voer je geen debat, maar leg je het lam. En dat is jammer, want precieze vergelijkingen hebben wel zin. Als je de zwaktes van de democratie in de jaren 1930 vergelijkt met de moeilijkheden van vandaag, dan leer je veel bij over de weerbaarheid ervan. Het is cruciaal dat je niet selectief gaat vergelijken. Ik krijg zelden scheldtirades van PVV'ers, want ik benadruk in mijn boek ook dat de propaganda van de IS nog het meest van al doet denken aan het nazisme. Als je afgewogen en precies vergelijkt, kun je zelfs een stap verder gaan en concrete parallellen trekken. Kieft: De grote overeenkomst tussen de PVV en de NSDAP is dat ze allebei één vijand de schuld geven van alles wat misloopt. Hitler wees naar de Joden, Wilders naar moslims: van straatcriminaliteit tot geweld van Erdogan-aanhangers, dat zet hij allemaal onder één koepel. Onzin natuurlijk, maar het is erg duidelijk en het werkt. En beiden ontkennen ze dat hun vijand een geloof aanhangt: het Jodendom was een politiek systeem, zei Hitler. Wilders zegt dat ook over de islam. Hij sprak ook van een 'nepparlement'. Dat valt nog binnen de contouren van de democratische rechtsorde, zolang je daarmee bedoelt dat een meerderheid van de bevolking het op een bepaald punt niet met de volksvertegenwoordigers eens is. Maar eerst zei Wilders dat hij een groot deel van de Nederlanders vertegenwoordigt. Dat werd dan 'een meerderheid' en uiteindelijk 'het Nederlandse volk'. Dat is geen democratische uitspraak meer, maar populisme pur sang: hij ontkent de diversiteit binnen het volk. Net die diversiteit is de hele bestaansreden van de liberale democratie. Kieft: De Tweede Wereldoorlog is niet meer zo'n vanzelfsprekende waarschuwing tegen extreem nationalisme - simpelweg door het verstrijken van de tijd. Dat kan fatalistisch klinken, maar niet als je het zo bekijkt: de liberale democratie, en de waarden waarop ze is gebouwd, moet weer inzet worden van de politieke strijd. Als we weer de passie kunnen opbrengen om die strijd aan te gaan, dan is er helemaal geen reden voor fatalisme. Kieft: (lacht) Ik kreeg alvast energie van de passages in Mein Kampf waarbij ik dacht: hier gaat het om, dit daagt ons uit. Misschien is ook dat de aantrekkingskracht van Mein Kampf: het gevoel dat je wilt winnen tegen wat erin staat. Dat je ook zeventig jaar na zijn dood Hitler nog wilt overwinnen.