Loop rond in China - in Peking of gelijk welke stad - en tenzij je de Chinese taal machtig bent, weet je niet wat je ziet. Op kruispunten, langs bruggen, op officiële gebouwen: overal hangen spandoeken; meestal rode met witte of soms gele karakters erop. Je vermoedt dat het slogans zijn, en dat zijn ze ook. Vroeger waren er veel minder, maar in de afgelopen jaren onder president Xi Jinping is het gebruik van rood textiel opnieuw fel toegenomen. Samen met de al dan niet discrete verwijzingen naar Mao en zijn tijd. Ze lijken allemaal op elkaar, al gauw let je er niet meer op.

De Gentse sinologe Jeanne Boden vertelt in het begin van haar verhelderende boek Chinese propaganda verblindt de wereld hoe zij er wél op begon te letten. Zij schrijft hoe ze in de jaren 1990 aan de universiteit in Xian elke dag gewekt werd door mooie muziek, en hoe die muziek, die uit het niets leek te komen, alle delen van de dag bleef begeleiden. Heel mooi, maar op een dag viel het haar op dat die muziek de dag niet slechts begeleidde, maar hem ook orkestreerde, ritmeerde, en uiteindelijk al haar activiteiten dicteerde. Het bracht gewenning, ritueel, controle.

Haar boek gaat daarover. Het is een in eenvoudige taal geschreven systematische inleiding op China en de alomtegenwoordige dubbele kanten ervan. De lichte en de donkere, zoals het millennia oude Yin-Yang-symbool, de sluitsteen van de Chinese filosofie.

De lichte kant is natuurlijk het grote China-verhaal. De spectaculaire metamorfose die het onnoemelijk grote land uit de armoede van het maoïsme getild heeft, zodat het nu, na relatief zeer korte termijn, rijk en machtig geworden is en miljoenen van zijn inwoners uit de armoede heeft gehaald. Het enorme economische en sociale experiment waarvan niemand kan zeggen waar het naartoe gaat maar dat blijft fascineren.

De donkere kant is de manier waarop de Chinese communistische partij haar successen verpakt en verkoopt, in China en in de wereld: met een gigantische, bijna wetenschappelijk te noemen propagandamachine die als een fijnmazig net het hele rijk overspant.

Wat het Chinese propaganda-instituut merkwaardig maakt, is zijn alomtegenwoordigheid: van de speelplaats in de kindertuinen tot op de toppen in Davos wordt het unieke Chinese standpunt - het partijstandpunt - voorgebracht in eindeloze repetitie of zo vaak mogelijk. Het doel is dubbel. Men wil aan één kant het Chinese volk indoctrineren of zelfs radicaal hersenspoelen, zodat het Chinese volk tevreden is en de stabiliteit van het regime niet bedreigt. Aan de andere kant wil men met het Chinese model de wereld charmeren.

Dit is immers een land waar al wie voor de staat werkt, als ambtenaar of brandweerman of wat dan ook, in de pas loopt van het programma 'Xuexi Qiang Guo' - 'Studeren voor een sterke staat', een online cursus die enkele uren studie per dag vergt. Merkt men dat je te weinig studeert, dan krijg je berispingen. Het is ook een land waar sinds enkele jaren in alle klaslokalen van de universiteit camera's hangen. Waar bepaalde studenten tijdens bepaalde lessen nota nemen van de van de partijlijn afwijkende uitspraken van de professor, die doorspelen naar hogerhand en daarvoor betaald worden - en die dat normaal vinden. Een beetje hersenspoeling veronderstelt dat de regering niet tegengesproken wordt.

Lees verder onder de foto's

Een tros camera's in Peking, zaak is de tevredenen in het oog te houden. © Maria Fialho

Jeanne Boden vermeldt op het einde van haar boek rechtenprofessor Xu Zhangrun van de Tsinghua universiteit in Peking, bekend voor zijn kritiek op het regime van president Xi Jinping, die vertaald werd en online gezet door wat je een Chinese kritische oppositie in het buitenland zou kunnen noemen -- met name de kring China Heritage rond Geremie Barmé in Australië. Dit zijn briljante en zeer kritische essays, waarvan het me -- achteraf -- verbaasde dat zelfs een bekende prof ze durfde publiceren.

En inderdaad, sinds 21 maart 2019 is hij geschorst en ontheven van al zijn taken terwijl zijn 'geval' onderzocht wordt. Hij mag niet meer lesgeven, publiceren, contact hebben met studenten of met Chinese of buitenlandse media. Dit was aanleiding voor Rong Jian, een andere bekende regimecriticus die kunstverzamelaar en curator was geworden, om in zijn galerij in Peking een tentoonstelling te organiseren van 50 bustes van prominente vrije geesten uit de tijd van de Chinese Republiek. Xu Zhangrun zou bij de opening de inleiding doen, maar kreeg verbod om er naartoe te komen. Ook het essay dat hij voor de gelegenheid schreef mocht niet gepubliceerd worden. Dus verscheen het onder pseudoniem, in Hong Kong.

Het ene hangt samen met het andere.

Peking, Chaoyang park: een oude man tekent oude Chinese karakter met water op de grond. Toeloop van jongeren die die karakter vergaten. Onbewust passief verzet tegen het nieuwe China dat hen opgedrongen wordt? © Maria Fialho

Xi Jinping, de baas, de president - in iedere toespraak wordt zijn wijsheid minimaal drie keer geciteerd, is de 'chef verkoper' van zijn Chinese product in de wereld. De filosofie van dat product is: een rijk en machtig land gedijt vooral op stabiliteit, die gegarandeerd wordt door een dictatoriale overheid. Democratie met haar politieke partijen en verkiezingen daarbij brengt slechts verwarring, remmingen en tijdverlies.

Xi Jinping reist veel, in Afrika, Azië, Latijns-Amerika. Hij sluit miljardencontracten af, vaak voor infrastructuur, bruggen en wegen, spoorlijnen, broodnodige dingen die niemand anders wil financieren. (Daar zitten ook elektriciteitscentrales op steenkool bij, China heeft namelijk volop steenkool waar het steeds minder mee kan doen.)

Hij is bezig zijn Middelste Rijk te ontsluiten met zijn Belt and Road of Nieuwe Zijderoute strategie: spoorlijnen, snelwegen en pijpleidingen door Centraal-Azië tot in Europa, havens en steunpunten langs de kusten van Afrika en de Golf tot in Griekenland en, waarom niet, Portugal. Hij heeft het geld om dit alles mee te betalen, en veel landen hebben juist geld nodig. Dus zegt Xi in Afrika: waarom zou je verkiezingen organiseren? Organiseer liever een efficiënte, stabiele dictatuur die je bevolking de resultaten geeft die ze wenst.

Of nog anders: Cosco, de grote Chinese rederij, kocht de Griekse haven Piraeus in het kader van de Belt and Road-strategie. Luttele maanden later blokkeerde Griekenland een EU-verklaring voor de Verenigde Naties die kritisch was voor het Chinese mensenrechten beleid. Xi Jinping koopt niet alleen havens met zijn geld, hij koopt ook en vooral politieke invloed. Wie, door Chinees geld gefinancierd, zal nog voor bijvoorbeeld Taiwan willen opkomen in de VN, tegen de Chinese Volksrepubliek?

Het eerste slachtoffer in een propagandaoorlog is natuurlijk de waarheid. Xi Jinping, of de regering of het propagandadepartement, beslist wat de waarheid is of hoe iets heten moet, en verkondigt dat met luide stem. Ze verspreiden massaal leugens over wat in Hong Kong gebeurt, over het Westen dat nu weer de vijand is zij het nog niet militair, over wat in hun eigen Xinjiang gebeurt met de Oeigoeren.

Eén van Xi's favoriete Chinese filosofen is Han Feizi (280-233 voor Christus). Die vond dat de mensen slecht zijn en straf verdienen. Hij wist ook dat de baas beslist hoe de dingen heten. Hij vertelde hoe een usurpator een keizer een hert schonk, en zei dat het een paard was. Hoe, zei de keizer, een paard? Ja, zeiden de hovelingen rondom, een paard. Zo verloor de keizer de macht aan wie de terminologie beter beheerste dan hij zelf. Een paard is een paard in China, tenzij de Global Times of China Daily, de pseudo-krantjes van het regime, beslissen dat het een hert is. En alle Chinezen zijn tevreden.

Tevreden? Op Weibo, een Chinees sociale media platform, verschenen veel commentaren, referenties in code naar een schandaal waarin een werknemer van Huawei die het had gewaagd een ontslagvergoeding te eisen, 251 dagen de gevangenis in ging. Toen de zaak viraal ging, werden commentaren en artikels erover gecensureerd. Vandaar de code.

Ref: Jeanne Boden, Chinese propaganda verblindt de wereld, Punct, 2019.

Loop rond in China - in Peking of gelijk welke stad - en tenzij je de Chinese taal machtig bent, weet je niet wat je ziet. Op kruispunten, langs bruggen, op officiële gebouwen: overal hangen spandoeken; meestal rode met witte of soms gele karakters erop. Je vermoedt dat het slogans zijn, en dat zijn ze ook. Vroeger waren er veel minder, maar in de afgelopen jaren onder president Xi Jinping is het gebruik van rood textiel opnieuw fel toegenomen. Samen met de al dan niet discrete verwijzingen naar Mao en zijn tijd. Ze lijken allemaal op elkaar, al gauw let je er niet meer op. De Gentse sinologe Jeanne Boden vertelt in het begin van haar verhelderende boek Chinese propaganda verblindt de wereld hoe zij er wél op begon te letten. Zij schrijft hoe ze in de jaren 1990 aan de universiteit in Xian elke dag gewekt werd door mooie muziek, en hoe die muziek, die uit het niets leek te komen, alle delen van de dag bleef begeleiden. Heel mooi, maar op een dag viel het haar op dat die muziek de dag niet slechts begeleidde, maar hem ook orkestreerde, ritmeerde, en uiteindelijk al haar activiteiten dicteerde. Het bracht gewenning, ritueel, controle.Haar boek gaat daarover. Het is een in eenvoudige taal geschreven systematische inleiding op China en de alomtegenwoordige dubbele kanten ervan. De lichte en de donkere, zoals het millennia oude Yin-Yang-symbool, de sluitsteen van de Chinese filosofie.De lichte kant is natuurlijk het grote China-verhaal. De spectaculaire metamorfose die het onnoemelijk grote land uit de armoede van het maoïsme getild heeft, zodat het nu, na relatief zeer korte termijn, rijk en machtig geworden is en miljoenen van zijn inwoners uit de armoede heeft gehaald. Het enorme economische en sociale experiment waarvan niemand kan zeggen waar het naartoe gaat maar dat blijft fascineren. De donkere kant is de manier waarop de Chinese communistische partij haar successen verpakt en verkoopt, in China en in de wereld: met een gigantische, bijna wetenschappelijk te noemen propagandamachine die als een fijnmazig net het hele rijk overspant. Wat het Chinese propaganda-instituut merkwaardig maakt, is zijn alomtegenwoordigheid: van de speelplaats in de kindertuinen tot op de toppen in Davos wordt het unieke Chinese standpunt - het partijstandpunt - voorgebracht in eindeloze repetitie of zo vaak mogelijk. Het doel is dubbel. Men wil aan één kant het Chinese volk indoctrineren of zelfs radicaal hersenspoelen, zodat het Chinese volk tevreden is en de stabiliteit van het regime niet bedreigt. Aan de andere kant wil men met het Chinese model de wereld charmeren.Dit is immers een land waar al wie voor de staat werkt, als ambtenaar of brandweerman of wat dan ook, in de pas loopt van het programma 'Xuexi Qiang Guo' - 'Studeren voor een sterke staat', een online cursus die enkele uren studie per dag vergt. Merkt men dat je te weinig studeert, dan krijg je berispingen. Het is ook een land waar sinds enkele jaren in alle klaslokalen van de universiteit camera's hangen. Waar bepaalde studenten tijdens bepaalde lessen nota nemen van de van de partijlijn afwijkende uitspraken van de professor, die doorspelen naar hogerhand en daarvoor betaald worden - en die dat normaal vinden. Een beetje hersenspoeling veronderstelt dat de regering niet tegengesproken wordt.Lees verder onder de foto'sJeanne Boden vermeldt op het einde van haar boek rechtenprofessor Xu Zhangrun van de Tsinghua universiteit in Peking, bekend voor zijn kritiek op het regime van president Xi Jinping, die vertaald werd en online gezet door wat je een Chinese kritische oppositie in het buitenland zou kunnen noemen -- met name de kring China Heritage rond Geremie Barmé in Australië. Dit zijn briljante en zeer kritische essays, waarvan het me -- achteraf -- verbaasde dat zelfs een bekende prof ze durfde publiceren. En inderdaad, sinds 21 maart 2019 is hij geschorst en ontheven van al zijn taken terwijl zijn 'geval' onderzocht wordt. Hij mag niet meer lesgeven, publiceren, contact hebben met studenten of met Chinese of buitenlandse media. Dit was aanleiding voor Rong Jian, een andere bekende regimecriticus die kunstverzamelaar en curator was geworden, om in zijn galerij in Peking een tentoonstelling te organiseren van 50 bustes van prominente vrije geesten uit de tijd van de Chinese Republiek. Xu Zhangrun zou bij de opening de inleiding doen, maar kreeg verbod om er naartoe te komen. Ook het essay dat hij voor de gelegenheid schreef mocht niet gepubliceerd worden. Dus verscheen het onder pseudoniem, in Hong Kong. Het ene hangt samen met het andere.Xi Jinping, de baas, de president - in iedere toespraak wordt zijn wijsheid minimaal drie keer geciteerd, is de 'chef verkoper' van zijn Chinese product in de wereld. De filosofie van dat product is: een rijk en machtig land gedijt vooral op stabiliteit, die gegarandeerd wordt door een dictatoriale overheid. Democratie met haar politieke partijen en verkiezingen daarbij brengt slechts verwarring, remmingen en tijdverlies. Xi Jinping reist veel, in Afrika, Azië, Latijns-Amerika. Hij sluit miljardencontracten af, vaak voor infrastructuur, bruggen en wegen, spoorlijnen, broodnodige dingen die niemand anders wil financieren. (Daar zitten ook elektriciteitscentrales op steenkool bij, China heeft namelijk volop steenkool waar het steeds minder mee kan doen.) Hij is bezig zijn Middelste Rijk te ontsluiten met zijn Belt and Road of Nieuwe Zijderoute strategie: spoorlijnen, snelwegen en pijpleidingen door Centraal-Azië tot in Europa, havens en steunpunten langs de kusten van Afrika en de Golf tot in Griekenland en, waarom niet, Portugal. Hij heeft het geld om dit alles mee te betalen, en veel landen hebben juist geld nodig. Dus zegt Xi in Afrika: waarom zou je verkiezingen organiseren? Organiseer liever een efficiënte, stabiele dictatuur die je bevolking de resultaten geeft die ze wenst. Of nog anders: Cosco, de grote Chinese rederij, kocht de Griekse haven Piraeus in het kader van de Belt and Road-strategie. Luttele maanden later blokkeerde Griekenland een EU-verklaring voor de Verenigde Naties die kritisch was voor het Chinese mensenrechten beleid. Xi Jinping koopt niet alleen havens met zijn geld, hij koopt ook en vooral politieke invloed. Wie, door Chinees geld gefinancierd, zal nog voor bijvoorbeeld Taiwan willen opkomen in de VN, tegen de Chinese Volksrepubliek?Het eerste slachtoffer in een propagandaoorlog is natuurlijk de waarheid. Xi Jinping, of de regering of het propagandadepartement, beslist wat de waarheid is of hoe iets heten moet, en verkondigt dat met luide stem. Ze verspreiden massaal leugens over wat in Hong Kong gebeurt, over het Westen dat nu weer de vijand is zij het nog niet militair, over wat in hun eigen Xinjiang gebeurt met de Oeigoeren. Eén van Xi's favoriete Chinese filosofen is Han Feizi (280-233 voor Christus). Die vond dat de mensen slecht zijn en straf verdienen. Hij wist ook dat de baas beslist hoe de dingen heten. Hij vertelde hoe een usurpator een keizer een hert schonk, en zei dat het een paard was. Hoe, zei de keizer, een paard? Ja, zeiden de hovelingen rondom, een paard. Zo verloor de keizer de macht aan wie de terminologie beter beheerste dan hij zelf. Een paard is een paard in China, tenzij de Global Times of China Daily, de pseudo-krantjes van het regime, beslissen dat het een hert is. En alle Chinezen zijn tevreden.Tevreden? Op Weibo, een Chinees sociale media platform, verschenen veel commentaren, referenties in code naar een schandaal waarin een werknemer van Huawei die het had gewaagd een ontslagvergoeding te eisen, 251 dagen de gevangenis in ging. Toen de zaak viraal ging, werden commentaren en artikels erover gecensureerd. Vandaar de code.Ref: Jeanne Boden, Chinese propaganda verblindt de wereld, Punct, 2019.