Dinsdagmorgen 11 juli. In het geïmproviseerde veldhospitaaltje, in een - hoe cynisch - oud slagerswinkeltje, worden drie Iraakse militairen binnengedragen. Ze hebben wonden aan het hoofd, armen en benen. Een IS-militant heeft zich zojuist opgeblazen op het allerlaatste stukje grond dat de jihadisten nog onder controle hebben in de binnenstad van Mosul.
...

Dinsdagmorgen 11 juli. In het geïmproviseerde veldhospitaaltje, in een - hoe cynisch - oud slagerswinkeltje, worden drie Iraakse militairen binnengedragen. Ze hebben wonden aan het hoofd, armen en benen. Een IS-militant heeft zich zojuist opgeblazen op het allerlaatste stukje grond dat de jihadisten nog onder controle hebben in de binnenstad van Mosul. Premier Haider al-Abadi riep afgelopen zondag de bevrijding uit van de stad maar er wordt nog altijd zwaar gevochten om een terrein dat volgens de militairen nog maar zo groot is als een voetbalveld. Niemand weet hoeveel IS-strijders er nog zitten. 'Het kunnen er tientallen zijn maar evengoed een paar honderd,' horen we van de soldaten aan de frontlijn. Ook weet niemand hoeveel burgers er nog verblijven. Sommige bronnen spreken van tweeduizend mensen. De meesten daarvan zouden familie zijn van de jihadisten maar er zouden ook nog altijd bewoners vastzitten. Zolang er burgers verblijven, weten de jihadisten dat de coalitie de boel niet volledig kan platbombarderen. We horen nog altijd vliegtuigen boven het stadscentrum, af en toe volgt de doffe dreun van een bom. Maar de strijd wordt vandaag vooral uitgevochten met helikopters die de laatste paar honderd bezette meters bestoken met Hellfireraketten en zware machinegeweren.Het stadsdeel van IS ligt aan de westelijke oever van de Tigris en sommige strijders proberen tegen beter weten in alsnog via het water te ontsnappen. Gisteren gaven enkelen zich over toen ze tijdens hun vlucht door het Iraakse leger werden tegengehouden. Degenen die blijven, zijn de diehards. Ze vechten tot ze er letterlijk bij neervallen. Wie niet sterft door een bombardement of de kogel, blaast zichzelf op. Een vrijwilliger van de ngo Global Response Management haalt met een pincet de scherven uit het gezicht van een militair. 'Het is vandaag een stuk rustiger dan gisteren (maandag 10 juli, nvdr.),' zegt de man. 'Toen hadden we nog 100 gewonden per dag. Vandaag hebben we er tot nu toe niet meer dan 15. Allemaal militairen, er zitten geen burgers bij. De wonden zijn ernstig maar niemand verkeert in levensgevaar.'We lopen door de spookstad naar de frontlijn. Op de Iraakse militairen na is er geen levende ziel te bekennen. Het is 46 graden en de geur van ontbindende lijken is overal aanwezig. Een militair zit in de schaduw van een oud huis en wenkt ons. Als we dichterbij komen, begrijpen we wat hij wil laten zien. De geur is niet te harden. Binnen liggen drie dode IS-leden. Allen met een schotwond in de rug. 'Gedood toen ze wilden wegrennen,' zegt de militair. Verderop zien we nog meer lijken. De militair wijst aan: 'Dat was een Japanner, die andere een Irakees van buiten de stad, en die naast hem kwam van Mosul zelf.'We stoppen aan het einde van de straat. Op onze gps zien we dat we dat het van hier tot aan de Tigris 400 meter is. Zwarte humvees en zandkleurige gepantserde wagens rijden in hoog tempo af en aan. We horen geratel van machinegeweren, grijze rookpluimen tekenen zich af tegen de strakblauwe hemel. We proberen de afstand tussen twee rookwolken in te schatten; het ziet eruit als meer dan een paar honderd meter, eerder een paar kilometer.Volgens sergeant Faleh Kadem van de zestiende divisie van het Iraakse leger hebben ze IS ingesloten tot op 50 meter van de rivier. 'Het gaat vooruit, we dringen ze steeds verder terug. Maar er zijn ook families aanwezig, dat maakt het moeilijk. Momenteel staan we pal tegenover hen. Ze hebben nog steeds snipers en ze gebruiken handgranaten. We hebben net nog een zelfmoordterrorist uitgeschakeld. Hij kwam naar voren tot aan de frontlijn. Maar hij was te laat.'Een luide explosie weerklinkt, heel dichtbij. Achter het gebouw waar we staan, doemt een grote grijze rookwolk op. 'Nog een zelfmoordterrorist,' zucht sergeant Kadem. Een groepje militairen stapt uit een pantserwagen. De mannen vegen het zweet van hun gezicht. 'We zijn zo dichtbij geraakt dat we op 5 meter van de IS staan,' zegt een van hen. 'Ze hebben allemaal bomvesten klaarliggen, zowel de mannen als de vrouwen. We moeten ontzettend oppassen.'We keren terug naar het veldhospitaaltje in de oude slagerij. Opnieuw worden gewonde militairen binnengebracht, zeven dit keer. Ze happen naar adem, zitten onder de scherven, hoesten en rochelen van het stof. 'Weer van een zelfmoordterrorist,' zegt de vrijwilliger. De mannen worden opgelapt en weggebracht naar een militair hospitaal. Intussen komen er alweer nieuwe humvees aangeraasd, gevolgd door een brandweerwagen. 'Ik vermoed dat we ons moeten voorbereiden op een lange nacht,' zegt Mohamed Abdel, ook sergeant bij de zestiende divisie. 'Maar ik blijf optimistisch. Misschien lukt het ons binnen de paar uur. Dan kunnen we eindelijk naar huis. Insjallah.'Vandaag, woensdag 12 juli, zijn de gevechten nog altijd bezig.