Sir Paul Collier, hoogleraar economie en overheidsbeleid in Oxford, geldt als een van de meest invloedrijke denkers op het gebied van migratie en ontwikkelingseconomie. Hij is geliefd bij wereldleiders, ontwikkelingsorganisaties en universiteiten, en een drukbezet man.
...

Sir Paul Collier, hoogleraar economie en overheidsbeleid in Oxford, geldt als een van de meest invloedrijke denkers op het gebied van migratie en ontwikkelingseconomie. Hij is geliefd bij wereldleiders, ontwikkelingsorganisaties en universiteiten, en een drukbezet man.Toen hij onlangs in Brussel was om de Europese sociaaldemocraten toe te spreken, kwam hij ingevlogen uit Senegal. Daarvóór was hij in Washington bij de Wereldbank, en na ons gesprek zal hij naar Parijs doorreizen. Misschien komt het door dat hectische programma dat de verrassend bescheiden Collier ons hoestend en snotterend te woord staat. Collier krijgt de Burgerschapsprijs van de Stichting P&V omdat hij, aldus de jury, 'uitmuntend academisch werk combineert met een sterk engagement voor meer gelijkheid en sociale rechtvaardigheid in de wereld'. Maar hij is niet voor één gat te vangen. Soms doen zijn denkbeelden de linkerzijde applaudisseren, dan weer veert de rechterzijde enthousiast op. Zelf ziet hij zich als een man van het pragmatische midden. Een bekende stelling van Paul Collier is dat het migratiedebat wordt gedomineerd door 'mensen zonder hart' en 'mensen zonder hoofd'. De eersten vinden dat we migranten en asielzoekers met man en macht buiten de deur moeten houden en onze buitengrenzen strenger moeten bewaken. 'Mensen zonder hoofd' zijn volgens Collier zij die betogen dat we de humanitaire tragedie van mensen die armoede of conflict ontvluchten alleen kunnen stoppen door de grenzen te openen. In zijn recente boek Refuge: Transforming a Broken Refugee System, dat hij samen schreef met zijn collega-professor Alexander Betts, belooft Collier praktische oplossingen voor de vluchtelingenproblematiek waarbij hart en hoofd in balans zijn. Volgens de auteurs is het cruciaal om die oplossingen in de regio's van herkomst zelf te zoeken. Paul Collier: Kijk, het is onze morele plicht om vluchtelingen te redden - hier spreekt het hart. Maar we moeten daarbij nog altijd het hoofd gebruiken en goed nadenken over wat de circa 65 miljoen mensen die wereldwijd hun huizen zijn moeten ontvluchten ook echt kan helpen. Stel dat we zelf in die situatie zouden zitten: wat zouden we dan willen en nodig hebben? Refuge is een pleidooi om zowel de valkuilen van het harteloze hoofd als die van het hersenloze hart te ontwijken. Het harteloze hoofd heeft ons ertoe gebracht het lot van de vluchtelingen te negeren tot ze voor onze deur stonden. Europese politici hadden al in 2011 moeten beseffen dat ze iets moesten doen aan het vluchtelingenvraagstuk in Syrië. Het hele Europese migratiebeleid is een opeenstapeling van fouten en kortetermijnreacties: 'Jeetje, er zitten mensen op bootjes. Wat doen we nu?' Het hersenloze hart zegt dan weer: 'Kom allemaal naar Europa.' Maar dat is krankzinnig. U was vlijmscherp over het verwelkomingsbeleid van Bondskanselier Angela Merkel. Ze heeft Russische roulette gespeeld, zei u, en duizenden vluchtelingen in de armen van mensensmokkelaars geduwd. Collier: Politici hebben de taak om na te denken, ze mogen niet alleen met hun emoties regeren. En Merkel heeft op dat moment niet nagedacht. Door haar catastrofale politiek van het hart raakte Europa volledig de regie kwijt in de vluchtelingencrisis. Als gevolg daarvan boezemen vluchtelingen de Europese bevolking vandaag vooral angst in, terwijl de normale humane reactie zou moeten zijn: 'Die mensen moeten worden geholpen.' Dat is de schuld van Merkels onbezonnen beleid. Onze plicht om vluchtelingen te redden betekent ook helemaal niet dat we ze allemaal in Europa welkom moeten heten, en hun extreem betere levensomstandigheden moeten bieden dan in hun landen van herkomst. Merkel heeft honderdduizenden vluchtelingen uit Turkije naar Duitsland doen komen. Ze heeft van vluchtelingen economische migranten gemaakt. Bovendien was haar beleid zo impopulair dat het roer al snel helemaal om moest. Zo gingen we in nauwelijks zes maanden tijd van een beleid zonder hoofd naar een beleid zonder hart. Turkije kreeg 3 miljard euro om Syrische vluchtelingen bij te houden en terug te nemen - tot zover 'Wir schaffen das'.U vond Merkels beleid ook immoreel, want uiterst selectief. Collier: Ze heeft hoofdzakelijk welgestelde jonge mannen opgevangen. Je moet immers betalen voor een overtocht per boot, ongeveer 2000 dollar. Het jaarlijkse inkomen per capita in Syrië bedraagt 2000 dollar. Het zijn dus de zonen van de rijken die plaatsen op die boten hebben gekocht en naar Duitsland zijn gekomen. En het belangrijkste selectiecriterium was niet eens rijkdom maar onderwijsniveau. 30 à 50 procent van de Syriërs in Duitsland heeft een universitair diploma. Alleen zal Duitsland die mensen niet kunnen gebruiken. Het heeft een briljante arbeidsmarkt, maar die is moeilijk toegankelijk vanwege lange periodes van stages, leercontracten, scholing en diplomering. Zelfs voor hoogopgeleide Syriërs is het onmogelijk om snel een baan te vinden - het is een proces dat vijf jaar in beslag neemt. Op dit moment werkt 14 procent van de Syrische vluchtelingen. Duitsland haalt dus het kruim van Syriës arbeidskrachten binnen en laat dat potentieel vervolgens onbenut. En dat zijn de mensen die straks nodig zijn om Syrië weer op te bouwen. Merkels hersenloze beleid was echt in niemands belang. Het was een vergissing, ingegeven door Duitslands unieke geschiedenis, dat begrijp ik wel, maar een hart zonder hoofd is een gevaarlijk ding. De verkeerde aanpak van de vluchtelingencrisis heeft Europa veel schade toegebracht, zegt u. Collier: Zeker, en het is ook de reden waarom de Duitsers het vertrouwen in Merkel hebben verloren en haar partij de slechtste verkiezingsuitslag sinds de Tweede Wereldoorlog heeft behaald. Zonder 'Wir schaffen das' was er volgens mij ook geen brexit geweest. De tragische gevolgen van Merkels beleid zijn dus ook voor mijn land enorm. Wat was de slogan van de brexit-campagne? 'Take back control'. En welk beeld gebruikten de brexiteers daarbij? Dat van grote groepen vluchtelingen op weg naar Duitsland. U pleit voor de opvang van vluchtelingen in hun eigen regio. Collier: Maar niet om het even welke opvang. Kijk, ongeveer 10 miljoen mensen zijn door het conflict in Syrië op de vlucht. De helft daarvan zit in Turkije, Libanon en Jordanië. Mijn collega Alex Betts en ikzelf zijn in 2015 door de Jordaanse regering benaderd met de vraag naar nieuwe ideeën voor een betere aanpak van het vluchtelingenvraagstuk. Nou, dat is eigenlijk een no-brainer. Vandaag worden vluchtelingen opgevangen volgens het belachelijke systeem van de UNHCR, de VN-vluchtelingenorganisatie. Die organisatie is een product van de late jaren 1940, toen het vluchtelingenvraagstuk compleet verschillend qua omvang was. Vandaag is de UNHCR de verkeerde organisatie voor het vluchtelingenprobleem. De meeste vluchtelingen gruwen van wat ze in haar tentenkampen aanbiedt: gratis voedsel en gratis onderdak tot het einde der tijden. Ze willen met hun gezin op zijn minst opnieuw de schijn van een normaal leven kunnen opbouwen. Dat is een kwestie van menselijke waardigheid. Hoe bent u in Jordanië te werk gegaan? Collier: Stel dat jij een politicus bent in Jordanië. Je bent ontzettend ruimhartig geweest, want je hebt een miljoen mensen binnengelaten. Maar je land is allesbehalve rijk en veel van je landgenoten zijn werkloos. Dus zeg je: 'We zullen je opvangen, maar je mag geen baan van een Jordaniër afpakken.' Wij zijn dus op zoek gegaan naar een deal waarbij Jordanië voldoende stimulans kreeg om vluchtelingen toch tot de arbeidsmarkt toe te laten. Via een systeem van subsidies en investeringen en de afspraak dat van alle 100 nieuwe banen er 70 naar vluchtelingen en 30 naar Jordaniërs zouden gaan, is het pact voor Jordanië ontstaan. Ik ben ons plan gaan bepleiten bij mijn oude vrienden van de Wereldbank. Die heeft inmiddels 2 miljard dollar vrijgemaakt voor Jordanië en andere opvanglanden, zoals Ethiopië en Maleisië, die ons model in praktijk brengen. Is het model succesvol? Collier: Extreem succesvol. De Jordaanse regering heeft intussen 200.000 werkvergunningen uitgereikt, genoeg voor één baan per Syrisch gezin. Die mensen kunnen aan de slag in grote industriezones die in de omgeving van de tentenkampen zijn ontwikkeld. Mijn collega en ik hebben de Europese Commissie weten te overtuigen om de handelsbarrières met Jordanië voor tien jaar op te heffen, zodat Europese bedrijven zich daar kunnen vestigen en eenvoudig productiewerk kunnen uitbesteden. De echte vraag die we ons hier moeten stellen is: waarom hebben we dat niet veel eerder gedaan? Dat komt omdat de UNHCR al die jaren het monopolie in de opvang van vluchtelingen heeft opgeëist. Wat vindt de VN-vluchtelingenorganisatie eigenlijk van uw aanpak? Collier: Informeel zegt elke UNHCR-functionaris met wie we hebben gesproken: 'Fantastisch!' De officiële reactie is absolute verontwaardiging: 'Wij zijn geen uitzendkantoor!' Precies (lacht), dat zijn jullie niet. En dat is juist het probleem. Bedenk eens wat we allemaal hadden kunnen doen als we twintig jaar geleden vluchtelingen al economisch nuttig zouden hebben gemaakt. Bedrijven zoals Ikea zouden vandaag opgetuigd zijn om snel uit te rukken naar plekken met een grote instroom van vluchtelingen. De meeste grote bedrijven willen immers een deel van de oplossing zijn. Dit gaat over mensen die oorlog en conflict zijn ontvlucht. Wat met economische vluchtelingen uit Afrika? Wat kan Europa voor hen doen als de grenzen openen geen optie is? Collier: In veel Afrikaanse landen zijn jonge mensen massaal wanhopig. Hun enige hoop is te kunnen ontsnappen. Dat is rampzalig. Die samenlevingen verliezen zo hun slimste en beste mensen. We moeten daarom in Europa een langetermijnstrategie ontwerpen die tegelijk in het belang is van Afrika en van onszelf. Natuurlijk hebben we de plicht mensen te redden die op de vlucht zijn voor structurele armoede. Maar zodra de eerste noden zijn gelenigd, moeten we ons, vanuit een verlicht eigenbelang, afvragen welke vorm van hulp effectief is en welke niet. Ik heb op vraag van Angela Merkel hard gewerkt aan het Duitse G20-initiatief voor Afrika. Het doel is om Europese bedrijven naar Afrika te brengen. Die bedrijven moeten gewoon doen waar ze goed in zijn: banen scheppen. Afrika heeft heel weinig eigen bedrijven. Maar bedrijven volbrengen wat ik 'het mirakel van de productiviteit' noem: ze maken gewone mensen zoals jij en ik productief door ons te organiseren in grote gehelen en specialisaties. De typische Afrikaanse arbeidskracht werkt alleen en is zijn eigen baas. Schaalgrootte: nul. Specialisatie: nul. De Afrikanen productief maken, is wat Europese bedrijven in Afrika kunnen bewerkstelligen. En meer algemeen moeten we jonge Afrikanen opnieuw hoop bieden. Tegelijkertijd wijst u erop dat het een illusie is te denken dat minder Afrikanen naar Europa zullen komen als de levensstandaard in Afrika omhooggaat: er zullen er dan méér komen, want migreren kost geld. Collier: Het doel moet ook niet zijn om migratie te stoppen maar om ze te controleren. We willen geen wanordelijke, ongecontroleerde migratie zoals we die in 2014 en 2015 hebben gekend. Bovendien moeten we rekening houden met het aantal migranten dat de ontvangende samenleving kan absorberen. Op dit moment ligt de graad van immigratie die Europeanen bereid zijn te aanvaarden tamelijk laag, omdat men het vertrouwen kwijt is in het vermogen van de politiek om ze in goede banen te leiden. Migratie is vaak ook niet in het belang van Afrikaanse samenlevingen zelf. Een student van mij werkt op het Nigeriaanse departement Volksgezondheid. De dokters daar zijn vreselijk bezorgd over de grote uitstroom van collega's naar het Verenigd Koninkrijk. Nigeria betaalt de opleiding van die mensen - en dan verleiden de Britten hen met salarissen die veel hoger liggen dan Nigeria ooit zal kunnen betalen. Er werken meer Soedanese dokters in Londen dan in heel Soedan. Het Verenigd Koninkrijk zou zich daarvoor moeten schamen. Een degelijke gezondheidszorg is een belangrijk onderdeel van een goed functionerende samenleving. Daarom is het onze verantwoordelijkheid om de instroom van Nigeriaanse dokters te beperken. Wij zouden geschoolde mensen naar Afrika moeten sturen en meer jonge Afrikanen moeten opleiden, op voorwaarde dat ze na hun studie terugkeren. U wilt migratie niet stoppen, zegt u, maar u hebt er een paar jaar geleden wel voor gepleit om muren rond Europa te bouwen. Collier: Muren, hekken en stevige Europese buitengrenzen zijn nu eenmaal nodig om migratie te managen. Elke doelmatige staat moet zijn grenzen bewaken. Als je daar anders over denkt: word volwassen. We mogen mensen ook niet in de verleiding brengen. 'Leid ons niet in bekoring' is een Bijbels gebod, maar Duitsland heeft dat gebod naast zich neergelegd. Ik sprak laatst met een Afrikaanse kardinaal in het Vaticaan. Hij is verdrietig en geschokt door alle jonge Afrikanen die hij ziet bedelen in de straten van Rome. Als die jongens Rome eenmaal bereikt hebben en beseffen dat daar niets voor hen is, wensen ze vaak dat ze nooit naar Europa waren gekomen. Ze zijn over de Middellandse Zee gelokt met valse beelden van rijkdom. 'En de grote tragedie', zei die kardinaal, 'is dat die gedesillusioneerde jonge Afrikanen ook niet terugkeren.' Waarom niet? Collier: Omdat dat tegenover je familie en je vrienden de ultieme vernedering is. Liever dan met lege handen terug te keren, zoeken ze een Lamborghini op straat en maken daar een selfie bij. En zo wordt de volgende sukkel op een bootje richting het paradijs gelokt. Uw volgende boek, dat in februari 2018 verschijnt, heeft als thema 'catching up': het wegwerken van achterstand. Collier: Ik geloof dat Europa opnieuw behoefte heeft aan echte en doeltreffende solidariteit. Toen de solidariteit hier nog afdoende was, tussen 1945 en 1975, was ze gestoeld op een systeem van een gedeelde identiteit en wederkerigheid. Die ideeën vormden de fundering voor de Europese socialezekerheidsstelsels. Als we allemaal bijdragen, halen we er ook allemaal voordeel uit. Dat heeft de levens van de Europeanen ingrijpend veranderd - het heeft mijn leven veranderd. Mijn ouders zijn allebei maar tot hun twaalfde naar school gegaan. Maar dankzij dat slimme, succesvolle systeem van wederkerigheid heb ik, op kosten van de gemeenschap, uitstekend onderwijs genoten en nadien een geweldig leven gehad. Dat systeem is de afgelopen veertig jaar uitgehold. We zijn opgeschoven richting individualisme en egoïsme, en daar betalen we nu de prijs voor. Het thema 'catching up' sluit dus ook aan bij uw persoonlijke levensverhaal? Collier: Het boek gaat over de vraag hoe we in onze eigen westerse samenlevingen moeten omgaan met de angsten van de mensen die achterop blijven. Die angsten worden veroorzaakt door twee nieuwe breuklijnen. Om te beginnen is er de groeiende kloof tussen de bloeiende grootstad en de gebroken provinciestad. Daarnaast is er de almaar aan belang winnende kloof tussen hoogopgeleiden en laagopgeleiden. Ik belichaam in mijn persoonlijke geschiedenis toevallig zowel die ruimtelijke verdeeldheid als die verdeeldheid qua opleidingsniveau. De straat in Oxford waar ik woon is de apotheose van de bloeiende grootstad. Ik heb mijn huis daar lang geleden gekocht, ik zou het me vandaag niet meer kunnen veroorloven - verder wonen er in mijn waanzinnig dure straat alleen Londense bankiers en advocaten. Maar ik ben opgegroeid in Sheffield, ooit de trotste wereldhoofdstad van het staal. In het begin van de jaren 1980 heeft globalisering die stad de das om gedaan, toen de staalindustrie zich naar China en Zuid-Korea verplaatste. Mijn oude buren werden werkloos, mijn familie ook. Ik kon ontsnappen en werd een onderdeel van de hoogopgeleide elite. Maar mijn nicht is geboren op dezelfde dag als ik: van al het geluk dat ik heb gehad, heeft zij het equivalent in tegenslag gehad. Ze werd een tienermoeder, haar gezin viel uit elkaar, en vervolgens werd ook haar dochter een tienermoeder. Negen jaar geleden zijn de kinderen van die dochter bij haar weggehaald door de sociale dienst. Ik heb ze geadopteerd, en ze doen het nu fantastisch. Maar ik besef dat heel weinig kinderen op die manier worden gered. Dat heeft mij de passie gegeven om te beginnen nadenken over de vraag: hoe hadden deze nieuwe maatschappelijke breuklijnen voorkomen kunnen worden? Hoe zijn we in deze knoeiboel gesukkeld? En vooral: hoe kunnen we dit weer rechttrekken?