Onlangs overleed in Hong Kong de Duits-Amerikaanse fotograaf Michael Wolf. Hij zal vooral herinnerd worden als de kunstenaar die in Hong Kong de torengebouwen fotografeerde met hun eindeloze repetitieve vensterpartijen en in Tokio de overvolle metrostellen waar de forensen dagelijks platgedrukt tegen ramen en deuren geduwd stonden.
...

Onlangs overleed in Hong Kong de Duits-Amerikaanse fotograaf Michael Wolf. Hij zal vooral herinnerd worden als de kunstenaar die in Hong Kong de torengebouwen fotografeerde met hun eindeloze repetitieve vensterpartijen en in Tokio de overvolle metrostellen waar de forensen dagelijks platgedrukt tegen ramen en deuren geduwd stonden.Wolf (München, 1954 - Hong Kong, 2019) studeerde aan de FolkwangSchule van Essen bij Otto Steinert en trok daarna naar de VS. Aanvankelijk werkte hij als fotojournalist voor het magazine Stern vanuit Hong Kong waar hij acht jaar verbleef en er zich later zou settelen. Op een gegeven moment stelde hij vast dat de fotojournalistiek door een al maar stijgende tsunami aan magazines vervelend en stupide werd en haakte hij af. Hij begon als zelfstandig fotograaf te werken en stapte in persoonlijk gekozen projecten. Die resulteerden in tentoonstellingen en talrijke fotoboeken die hem wereldberoemd maakten.Achtereenvolgens ging hij zich interesseren in de vele facetten van het leven in Aziatische landen en steden. In China fotografeerde hij bijvoorbeeld allerlei soorten krakkemikkige zetels en stoelen die door arme bewoners van de steden voor persoonlijk gebruik gefabriceerd werden met afvalmateriaal en wat vreemde beelden opleverde maar met lede ogen aanzien werd door de overheid en hem van officiële zijde heel wat kritiek opleverde. Die foto's strookten niet met het imago dat men in Peking van China wilde tonen in de westerse wereld. Nog in China vond hij een atelier waar arbeidsters emotieloos stukken speelgoed fabriceerden. Hij nam ze in beeld en presenteerde de foto's op een wand die verder gevuld was met zowat 20.000 poppen, plastic beertjes en andere speelbeestjes in kunststof bestemd voor de speelgoedindustrie all over the world. Die installatie "The real toy story" was ook te zien in een expositie van hem in het Haags Fotomuseum in 2017/2018. Het was een indrukwekkend schouwspel dat enerzijds ludiek overkwam maar tevens, door de mix van arbeidsters en de verbruiksproducten die ze voor het rijke Westen moesten fabriceren, de sociale dramatiek van het werkproces blootlegde. Terug in Hong Kong werd hij gefascineerd door de giganteske hoogbouwmanie waarbij het ene torengebouw het andere verdrong en waar tussen de bewoners haast gevangen zaten. In "Architecture of Density" focuste hij op het repetitieve van de architecturale patronen en ging die interpreteren alsof het abstracte motieven betrof. In een andere reeks ging hij nog een stap verder en met een sterke telelens mikte hij, zoals Hitchcock in zijn film Rear Window, op de interieurs van de flats waar de bewoners haast betrapt werden in hun dagelijkse doen en laten. Het leverde hem felle kritiek op wegens het zogenaamd schenden van de privacy. Wat het in zekere zin ook was. Wat de overheid in Hong Kong ook met lede ogen aanzag was het project "100 x 100" waarin hij de inwoners van het oudste woningcomplex van Hong Kong bezocht die op een beperkte oppervlakte het beste van hun leven trachtten te maken midden in een opeenstapeling van persoonlijke parafernalia die het wonen enigszins persoonlijk maakte. Het zijn hallucinante en schokkende foto's die aantonen hoe mensen op een onvoorstelbare manier hun leven trachten te organiseren op een oppervlakte die nauwelijks groter is dan een hok in een dierentuin. Al die projecten hebben één gemene deler, het is sociale fotografie van de twintigste eeuw, situaties die ook in de westerse wereld bestaan maar in de luwte. Met oosterse gelatenheid ondergaan de stedelingen in Hong Kong hun triviale bestaan zonder er tegen in opstand te komen. Ze produceren wel gele hesjes maar denken er niet aan ze als protest te dragen. Moest Wolf dit soort mensen niet ontdekt hebben en openbaar gemaakt, geen oosterse of westerse haan zou er naar kraaien. Een zijsprong, en toch niet helemaal, maakte hij met het vastleggen van plaatselijke Chinese "kunstschilders" die zich bekwamen in het kopiëren van befaamde meesterwerken uit de westerse kunstgeschiedenis met voorop Vincent van Gogh. Verkoop gegarandeerd.Michaël Wolf was een aparte figuur in de recente fotogeschiedenis. Hij stond enigszins buiten de courante trends en anderzijds verwees zijn werk naar bepaalde strekkingen die een totaal andere kijk gaven op de actuele realiteit. Maar wat hem vooral kenmerkte was esthetiek die hij koppelde aan een uitgesproken sociaal engagement. Zijn oeuvre was niet vrijblijvend maar legde de vinger op de maatschappelijke wonde die, vrijwel verborgen, ontsnapte aan de aandacht van de gewone burger maar aanwezig was tussen de plooien van de moderne consumptiemaatschappij. Dat deed hij op een esthetische, creatieve en indrukwekkende manier die dermate persoonlijk was dat hij vrijwel alleen aan de top van zijn generatie stond.Wolf werd in België geïntroduceerd en vertegenwoordigd door de Antwerpse galerie "Fifty One"