'Het is vijf voor twaalf, ' waarschuwt voormalig Libisch premier Mahmoud Jibril, wanneer hij de ingewikkelde politieke situatie van zijn land beschrijft. 'Er is een burgeroorlog aan de gang, er is illegale migratie, er is terrorisme, er zijn verschillende milities en stammen die elkaar naar het leven staan. Er zijn meer dan 25 miljoen wapens in Libië, verspreid over tientallen stammen. Het sociale weefsel is compleet weggevallen, in een groot deel van het Libische grondgebied is geen enkele vorm van overheid meer aanwezig. De voornaamste uitdaging wordt verhinderen dat het land uit elkaar valt.'
...

'Het is vijf voor twaalf, ' waarschuwt voormalig Libisch premier Mahmoud Jibril, wanneer hij de ingewikkelde politieke situatie van zijn land beschrijft. 'Er is een burgeroorlog aan de gang, er is illegale migratie, er is terrorisme, er zijn verschillende milities en stammen die elkaar naar het leven staan. Er zijn meer dan 25 miljoen wapens in Libië, verspreid over tientallen stammen. Het sociale weefsel is compleet weggevallen, in een groot deel van het Libische grondgebied is geen enkele vorm van overheid meer aanwezig. De voornaamste uitdaging wordt verhinderen dat het land uit elkaar valt.' Jibril heeft er een opmerkelijk parcours op zitten. Hij werd geboren in een vooraanstaande Libische familie in Benghazi, en maakte carrière als politiek wetenschapper in de Verenigde Staten. In 2007 keerde hij terug naar zijn geboorteland om er als economisch adviseur voor Saif al-Islam al-Khaddafi te werken, de oudste zoon en gedoodverfde opvolger van generaal Muammar Khaddafi. Hij nam er de leiding van het Economische Ontwikkelingsbestuur van Libië, een overheidsinstelling die liberalisering en privatisering promoot. Bij het uitbreken van de revolutie in 2011 nam Jibril onmiddellijk ontslag. Kort daarop werd hij premier van de Nationale Transitieraad, die tijdens de burgeroorlog al snel erkend zou worden als de officiële Libische regering. Vandaag leidt Jibril de Alliantie van Nationale Krachten, de partij die bij de parlementsverkiezingen van 2012 veruit de grootste werd. Hoe wilt u verhinderen dat Libië uit elkaar valt? Mahmoud Jibril: Het conflict in Libië is niet politiek, het gaat om geld. Dat geld is er: Libië heeft enorme oliereserves. Vandaag gaan al die middelen naar de ontwikkeling van Tripoli, terwijl de rest van het land wel in de negentiende eeuw lijkt te leven. Dat ondergraaft het draagvlak in de olierijke regio's, waar de bevolking niets ziet van de olieopbrengsten, hoewel ze bij hen in de grond zit. Daarom moeten we de macht decentraliseren. Libië kan alleen blijven voortbestaan als het op gemeentelijk niveau bestuurd wordt. De olierijke regio's moeten vooraf een extra percentage van de opbrengsten krijgen dat ze zelf kunnen besteden. Geef de mensen hun geld en geef hun de keuze. Dat is de enige manier om te verhinderen dat Libië uit elkaar valt. VN-gezant Ghassan Salamé hoopt dit jaar verkiezingen te kunnen houden. Is dat realistisch? Jibril: Het zou een mirakel zijn als Libië er dit jaar in slaagt verkiezingen te houden. Verkiezingen kunnen alleen werken als we de veiligheid kunnen garanderen. Mensen moeten zich veilig voelen als ze hun stem uitbrengen. Er is ook nog geen kieswet. Maar de belangrijkste voorwaarde is dat alle partijen op voorhand beloven dat ze de uitkomst van de verkiezingen zullen respecteren. Dat was het voornaamste probleem in 2012 en 2014: toen de uitslag de islamisten niet beviel, hebben ze de democratisch verkozen regering gewoon verjaagd met wapens. Ik denk dat we ten vroegste in 2019 klaar zullen zijn voor verkiezingen. Wat verwacht u van Europa? Jibril: Europa moet de fouten van de NAVO rechtzetten. De NAVO was in 2011 alleen geïnteresseerd in de val van het Khaddafi-regime, zonder erover na te denken hoe het daarna verder moest. Op 22 oktober 2011 heb ik toenmalig secretaris-generaal Anders Fogh Rasmussen gesmeekt om de NAVO niet terug te trekken. Niemand luisterde. Khaddafi heeft nooit instellingen gebouwd. Toen zijn regime begon, was er geen leger, geen overheid, geen bureaucratie om de orde te bewaren. Europa ondervindt er tot op vandaag de gevolgen van. Officieel steunt Europa de regering van Fayez al-Sarraj. Is dat een terechte keuze? Jibril: Toen de internationale gemeenschap aankondigde dat het Al-Sarraj voortaan als officieel Libisch regeringshoofd beschouwde, vroeg elke Libiër zich af: wie is Fayez al-Sarraj? Europa heeft geen aandacht voor de machtsverhoudingen in het land. Het heeft een regering erkend die geen enkele legitimiteit heeft bij de Libische bevolking. Er was in de onderhandelingen geen plaats voor de milities, de politieke leiders en de clanleiders die op het terrein de machtsverhoudingen bepalen. Hoe kun je dan verwachten dat zo'n regering slagkracht heeft? Frankrijk heeft het voorbije jaar de banden aangehaald met Khalifa Haftar, die met zijn troepen het olierijke oosten controleert. Vindt u dat een goede zaak? Jibril: Of u Haftar nu leuk vindt of niet, we zullen toch met hem moeten onderhandelen. Vandaag praat de internationale gemeenschap alleen met de presidentiële raad, een orgaan zonder enige politieke, sociale of militaire basis. Dat is volstrekt zinloos. Wat kan Europa doen om de illegale migratie uit Libië te stoppen? Jibril:(verontwaardigd) Wat vandaag in Libië gebeurt, is geen migratie. Het is pure internationale georganiseerde misdaad. De mensensmokkelaars hebben een breed vertakt netwerk uitgebouwd over verscheidene Afrikaanse landen, met partners in Libië en Europa. Sommige Europese landen willen van Libië kennelijk een land van bestemming maken. Er zijn meer dan vijf detentiekampen op Libisch grondgebied die gefinancierd worden met Europees geld, en waar de meest gruwelijke mishandelingen en folteringen plaatsvinden. Europa waarschuwt zijn burgers om niet naar Libië te gaan, maar tegelijk dwingt het die arme Afrikanen om er te blijven. Een schande. Hoe evalueert u de door Europa ondersteunde missies aan de Libische kust, waarbij Europa plaatselijke milities betaalt om migranten tegen te houden? Jibril: Het is inhumaan en het lost niets op. Europa is een werelddeel met een teruglopende bevolking, dat tegen 2050 miljoenen werknemers nodig heeft. Afrika heeft daarentegen een bevolkingsoverschot. Gaan we al die miljoenen Afrikanen tegenhouden? Of gaan we een manier bedenken waarbij we hen kunnen opleiden waardoor ze zowel in hun eigen land als in Europa kunnen bijdragen aan de welvaart? In welke mate ziet u de aanwezigheid van religieus extremisme als een bedreiging? Jibril: Sinds de val van het kalifaat in Syrië en Irak hebben heel wat IS'ers de oversteek gemaakt naar Libië. In Libië vinden ze de ideale voedingsbodem: armoede, wanhoop en wapens. Als de IS de krachten kan bundelen met Boko Haram in Nigeria en Al-Shabab in Somalië kunnen ze een te duchten blok worden. Al denk ik niet dat ze erin zullen slagen een kalifaat op te richten, zoals dat in Syrië en Irak is gebeurd. Bij het staatsbezoek van de Belgische premier Charles Michel (MR) aan Rusland zei hij dat Rusland kan helpen om de toestand in Libië te stabiliseren. Een goed idee? Jibril: Als de internationale gemeenschap de Libiërs echt wil helpen, moet ze ons met rust laten. Elke westerse interventie heeft de ellende voor de Libiërs alleen maar verlengd. Zolang buitenlandse spelers hun eigen belangen blijven najagen, brengt het alleen maar meer geweld naar ons land. Laat de Libiërs er onder elkaar uitkomen. Als het de Tunesiërs zonder buitenlandse inmenging lukte, waarom zou het dan de Libiërs niet lukken?