De nieuwe Amerikaanse president Donald Trump krijgt enorme media-aandacht; wanneer hij kucht, weten we dat in real time. Dat creëert een impressie van geweldige daadkracht en leiderschap. In werkelijkheid is dat beeld het gevolg van de doortrapte mediastrategie van de man en zijn hofhouding, waar de journalistiek een goed antwoord op zoekt. Klassieke media reageren nog te vaak met stijlfiguren van vroeger, de overdrijving en dramatisering. Daardoor wordt al wat de man doet formidabel uitvergroot, en wijkt de analyse vaak voor de beschrijving. Dat is net wat de man zelf beoogt.

Trump zoekt met succes de aandacht op; het is de grondslag van zijn zakelijk succes, dat vooral berust op de bancaire instandhouding van zijn imperium door schuldfinanciering en de opdrijving van de merkwaarde van zijn naam. Het lijkt alsof hij handelt zonder morele grenzen, zoals uit zijn schofterige uitlatingen over vrouwen, Mexicanen, moslims, journalisten, nieuwsmedia, inlichtingendiensten, ambtenaren, en inmiddels ook rechters is gebleken. Hij slaagt er bijna in dat te doen vergeten ten voordele van aandacht voor zijn schijnbaar robuust handelen als president: executive orders aan de lopende band, getekend voor de camera's van de social media.

'Lepe strategie van Trump stelt de journalistiek op de proef: hoe moeten media reageren?'

Alle presidenten hebben zulke orders ondertekend. Het zijn zwakke juridische instumenten, meestal niet veel meer dan aanwijzingen voor de administratie. De werkelijke uitvoering vergt een wettelijke grondslag die het Amerikaans Congres moet leveren, samen met de nodige budgetten. Met andere woorden, het zijn vaak aankondigingsdocumenten. Bij Trump is het meest opvallend kenmerk dat er weinig of geen doordacht plan achter de orders zit. Dat bleek vooral uit de Immigration Ban van 27 januari, waarvan de improvisatie tot chaos leidde. Andere orders lijken nog meer op campagne-elementen zoals het bevel dat de invoering van een nieuwe reglementering moet gepaard gaan met de opheffing van minstens twee bestaande, of het order met de ethische voorschriften voor benoemde personen, dat de ethische voorschriften uit de Obamatijd versoepelde.

Checks and balances

De nieuwe president gaat wellicht relatief snel worden geconfronteerd met de checks and balances van het Amerikaans systeem. Die leiden ertoe dat de president in werkelijkheid minder macht heeft dan het lijkt, omdat hij voor bijna alles afhankelijk is van een wettelijke grondslag en budgetten die door het Congres moeten worden geleverd. Ook de omstandigheid dat élke presidentiële beslissing vatbaar is voor rechterlijke controle behoort ertoe. En de vierde macht, de media, zou in staat moeten zijn om zodanig te functioneren dat een president er rekening mee houdt.

Eén serie checks and balances heeft alvast niet gewerkt, en dat had de interne beleidsvisie en ethiek moeten zijn van de Republikeinse Partij. Die heeft zich leeggereden in zes jaar obstructie van Barack Obama, en vergat zich te organiseren op basis van een toekomstproject en de opleiding van een generatie van nieuw talent. Dat leidde tot een vacuum waarin Trump met zijn reality-tv-benadering der dingen kon gedijen, terwijl de Democratische Partij werd geconfronteerd met de intellectuele leegte, door haar focus op de vergane helden van haar verleden, de Clintons.

Beschimpen en denigreren

Klassieke journalistiek wordt op de proef gesteld door de totaal nieuwe mediastrategie van Trump en Steve Bannon. Zij beschimpen en denigreren journalisten en nieuwsmedia frontaal, en negeren hen verder totaal. Ze richten zich rechtstreeks tot de riolen van de sociale media, waarin hun agressie goed aansluit bij heersend onbehagen en wantrouwen. Dat Trump zich daardoor bij een brede laag van Amerikaanse kiezers een reputatie kon aanmeten van anti-establishment-kandidaat is een pijnlijke illustratie van campagne zonder rem, propaganda zonder tegenspraak, afkondiging zonder analyse.

Het onderlijnt de enorme behoefte aan professionele journalistiek, die met zijn limieten werd geconfronteerd wanneer de behoefte aan topprestaties plots zeer groot werd. Hoe meer ze de aberraties van kandidaat Trump uitvergrootten, hoe vatbaarder Amerikaanse kiezers werden voor zijn soms holle frasen; hoe meer journalisten door Trump openlijk gehekeld werden, hoe kleiner hun invloed bij het grote publiek werd. 54 van de 60 grote kranten steunden openlijk Hillary Clinton, doch ook dat volstond niet om haar de overwinning te bezorgen. Het toont het belang van de vertrouwenskloof tussen publiek en journalistiek; nog slechts 32 % van de Amerikanen spreekt zijn vertrouwen uit in journalistiek... kennelijk te weinig om nog weerwerk te kunnen bieden tegen een lepe social media-campagne (Gallup: Trust in Mass Media, 16 sept. 2016).

Restauratie van oude journalistieke waarden

Media moeten terug naar hun soms ondergewaardeerde set van politieke deugden, zoals terughoudendheid, plichtsbesef en onkreukbaarheid. Ga terug naar de oncomfortable waarheden, nu populisten met hun holle slogans zo'n grote ruimte voor nuance laten. Wees wat tolerant voor een afwijkende opinie naast wat tot voor kort de unieke waarheid van politieke correctheid was. Corrigeer de tunnelvisie dat al wat wenselijk is ook haalbaar is onder een progressieve vlag. Mijd de woordvoerderssimplismen volgens dewelke al wat niet simpel en krachtig wordt naar voor gebracht, niet bestaat.

Aanvaard dat we de eenvoudige maatschappelijke vraagstukken redelijk hebben aangepakt, maar dat de moeilijkste en hardnekkigste, waar we nu mee geconfronteerd worden, meer visie, inspiratie, tact en tijd zullen vergen.

Vele media spreken vandaag zulke biecht en zoeken een nieuw pad, nu een verkozen president hen de oorlog heeft verklaard en zijn woordvoerster hen voedt met 'alternatieve feiten', in het Nederlands: schaamteloze leugens (o.m. New Statesman, 6 dec. 2016; The Guardian, 18 november 2016; Poynter, 10 nov. 2016; Forbes, 1 februari 2017; Columbia Journalism Review, 3 februari 2017).

Tegen een reus op lemen voeten

Over de oorlogsverklaring van Trump hoeven redacties zich alvast niet te veel zorgen te maken. Het is gedocumenteerd dat Trump over de laatste 30 jaar meer dan 4.000 processen startte tegen redacties en journalisten en talloze ingebrekestellingen heeft doen betekenen. Maar hij won nooit een uitingszaak voor een rechtbank of Hof (Susan E. Seager, Donald J. Trump Is A Libel Bully But Also A Libel Loser, Medialaw.org). Hij dreigt af en intimideert, maar als het er op aankomt, moet hij de duimen leggen. Het is pijnlijk, maar de American Bar Association durfde het artikel niet plaatsen: de nuisance value van een aansprakelijkheidszaak vanwege Trump en de zijnen zou te hoog zijn (CJR.org, What Trump could do (and couldn't) do to restrict press freedom if elected, 27 oct. 2016).

Goede journalistiek is meer nodig dan ooit

Dit is een belangrijke boodschap voor journalistiek: goede journalistiek is méér nodig dan ooit. Als redacties dachten dat de disruptie van print naar digitaal achter de rug was met wat tricks and tools, dan staan ze nu voor de échte uitdaging, met een immorele machthebber, onervaren in bestuur, niet gehinderd door overwegingen van algemeen belang, opgesloten in zijn campagneretoriek.

Hoe beantwoordt je diens lepe mediastrategie die via de social media puur mikt op veralgemeningen, onbehagen en foertgevoelens? Dan schiet je met postmoderne Spielereien schromelijk te kort, en word je aangesproken op je vaardigheid om je ruime journalistieke privileges écht in te zetten voor een te bereiken doel, de restauratie van je waarden-bijdrage in een rijk en visionair publieke debat, de mobilisatie van de beste krachten onder de jongeren voor een loopbaan in het algemeen belang, de verandering van de gemaksretoriek van populisten in argumentatie, en het herwinnen van vertrouwen van het publiek waarvan, in Vlaanderen, 70% zijn vertrouwen in je vak heeft opgezegd (VRIND-indicatoren 2016).

Ook in de EU-lidstaten, waar overal populisten klaar staan die zich spiegelen aan Trump's voorlopig succes, is journalistiek er nog niet klaar voor. De minuten- en paginalange aandacht voor het fenomeen is misleidend en rust op oude journalistieke sjablonen die het niet meer doen. De aandacht moet terug naar de substantie, de analyse, de nuance. Die zijn nu méér dan ooit nodig.

Leo Neels is algemeen directeur van de denktank ITINERA.

De nieuwe Amerikaanse president Donald Trump krijgt enorme media-aandacht; wanneer hij kucht, weten we dat in real time. Dat creëert een impressie van geweldige daadkracht en leiderschap. In werkelijkheid is dat beeld het gevolg van de doortrapte mediastrategie van de man en zijn hofhouding, waar de journalistiek een goed antwoord op zoekt. Klassieke media reageren nog te vaak met stijlfiguren van vroeger, de overdrijving en dramatisering. Daardoor wordt al wat de man doet formidabel uitvergroot, en wijkt de analyse vaak voor de beschrijving. Dat is net wat de man zelf beoogt.Trump zoekt met succes de aandacht op; het is de grondslag van zijn zakelijk succes, dat vooral berust op de bancaire instandhouding van zijn imperium door schuldfinanciering en de opdrijving van de merkwaarde van zijn naam. Het lijkt alsof hij handelt zonder morele grenzen, zoals uit zijn schofterige uitlatingen over vrouwen, Mexicanen, moslims, journalisten, nieuwsmedia, inlichtingendiensten, ambtenaren, en inmiddels ook rechters is gebleken. Hij slaagt er bijna in dat te doen vergeten ten voordele van aandacht voor zijn schijnbaar robuust handelen als president: executive orders aan de lopende band, getekend voor de camera's van de social media. Alle presidenten hebben zulke orders ondertekend. Het zijn zwakke juridische instumenten, meestal niet veel meer dan aanwijzingen voor de administratie. De werkelijke uitvoering vergt een wettelijke grondslag die het Amerikaans Congres moet leveren, samen met de nodige budgetten. Met andere woorden, het zijn vaak aankondigingsdocumenten. Bij Trump is het meest opvallend kenmerk dat er weinig of geen doordacht plan achter de orders zit. Dat bleek vooral uit de Immigration Ban van 27 januari, waarvan de improvisatie tot chaos leidde. Andere orders lijken nog meer op campagne-elementen zoals het bevel dat de invoering van een nieuwe reglementering moet gepaard gaan met de opheffing van minstens twee bestaande, of het order met de ethische voorschriften voor benoemde personen, dat de ethische voorschriften uit de Obamatijd versoepelde.De nieuwe president gaat wellicht relatief snel worden geconfronteerd met de checks and balances van het Amerikaans systeem. Die leiden ertoe dat de president in werkelijkheid minder macht heeft dan het lijkt, omdat hij voor bijna alles afhankelijk is van een wettelijke grondslag en budgetten die door het Congres moeten worden geleverd. Ook de omstandigheid dat élke presidentiële beslissing vatbaar is voor rechterlijke controle behoort ertoe. En de vierde macht, de media, zou in staat moeten zijn om zodanig te functioneren dat een president er rekening mee houdt.Eén serie checks and balances heeft alvast niet gewerkt, en dat had de interne beleidsvisie en ethiek moeten zijn van de Republikeinse Partij. Die heeft zich leeggereden in zes jaar obstructie van Barack Obama, en vergat zich te organiseren op basis van een toekomstproject en de opleiding van een generatie van nieuw talent. Dat leidde tot een vacuum waarin Trump met zijn reality-tv-benadering der dingen kon gedijen, terwijl de Democratische Partij werd geconfronteerd met de intellectuele leegte, door haar focus op de vergane helden van haar verleden, de Clintons.Klassieke journalistiek wordt op de proef gesteld door de totaal nieuwe mediastrategie van Trump en Steve Bannon. Zij beschimpen en denigreren journalisten en nieuwsmedia frontaal, en negeren hen verder totaal. Ze richten zich rechtstreeks tot de riolen van de sociale media, waarin hun agressie goed aansluit bij heersend onbehagen en wantrouwen. Dat Trump zich daardoor bij een brede laag van Amerikaanse kiezers een reputatie kon aanmeten van anti-establishment-kandidaat is een pijnlijke illustratie van campagne zonder rem, propaganda zonder tegenspraak, afkondiging zonder analyse. Het onderlijnt de enorme behoefte aan professionele journalistiek, die met zijn limieten werd geconfronteerd wanneer de behoefte aan topprestaties plots zeer groot werd. Hoe meer ze de aberraties van kandidaat Trump uitvergrootten, hoe vatbaarder Amerikaanse kiezers werden voor zijn soms holle frasen; hoe meer journalisten door Trump openlijk gehekeld werden, hoe kleiner hun invloed bij het grote publiek werd. 54 van de 60 grote kranten steunden openlijk Hillary Clinton, doch ook dat volstond niet om haar de overwinning te bezorgen. Het toont het belang van de vertrouwenskloof tussen publiek en journalistiek; nog slechts 32 % van de Amerikanen spreekt zijn vertrouwen uit in journalistiek... kennelijk te weinig om nog weerwerk te kunnen bieden tegen een lepe social media-campagne (Gallup: Trust in Mass Media, 16 sept. 2016).Media moeten terug naar hun soms ondergewaardeerde set van politieke deugden, zoals terughoudendheid, plichtsbesef en onkreukbaarheid. Ga terug naar de oncomfortable waarheden, nu populisten met hun holle slogans zo'n grote ruimte voor nuance laten. Wees wat tolerant voor een afwijkende opinie naast wat tot voor kort de unieke waarheid van politieke correctheid was. Corrigeer de tunnelvisie dat al wat wenselijk is ook haalbaar is onder een progressieve vlag. Mijd de woordvoerderssimplismen volgens dewelke al wat niet simpel en krachtig wordt naar voor gebracht, niet bestaat. Aanvaard dat we de eenvoudige maatschappelijke vraagstukken redelijk hebben aangepakt, maar dat de moeilijkste en hardnekkigste, waar we nu mee geconfronteerd worden, meer visie, inspiratie, tact en tijd zullen vergen. Vele media spreken vandaag zulke biecht en zoeken een nieuw pad, nu een verkozen president hen de oorlog heeft verklaard en zijn woordvoerster hen voedt met 'alternatieve feiten', in het Nederlands: schaamteloze leugens (o.m. New Statesman, 6 dec. 2016; The Guardian, 18 november 2016; Poynter, 10 nov. 2016; Forbes, 1 februari 2017; Columbia Journalism Review, 3 februari 2017).Over de oorlogsverklaring van Trump hoeven redacties zich alvast niet te veel zorgen te maken. Het is gedocumenteerd dat Trump over de laatste 30 jaar meer dan 4.000 processen startte tegen redacties en journalisten en talloze ingebrekestellingen heeft doen betekenen. Maar hij won nooit een uitingszaak voor een rechtbank of Hof (Susan E. Seager, Donald J. Trump Is A Libel Bully But Also A Libel Loser, Medialaw.org). Hij dreigt af en intimideert, maar als het er op aankomt, moet hij de duimen leggen. Het is pijnlijk, maar de American Bar Association durfde het artikel niet plaatsen: de nuisance value van een aansprakelijkheidszaak vanwege Trump en de zijnen zou te hoog zijn (CJR.org, What Trump could do (and couldn't) do to restrict press freedom if elected, 27 oct. 2016).Dit is een belangrijke boodschap voor journalistiek: goede journalistiek is méér nodig dan ooit. Als redacties dachten dat de disruptie van print naar digitaal achter de rug was met wat tricks and tools, dan staan ze nu voor de échte uitdaging, met een immorele machthebber, onervaren in bestuur, niet gehinderd door overwegingen van algemeen belang, opgesloten in zijn campagneretoriek. Hoe beantwoordt je diens lepe mediastrategie die via de social media puur mikt op veralgemeningen, onbehagen en foertgevoelens? Dan schiet je met postmoderne Spielereien schromelijk te kort, en word je aangesproken op je vaardigheid om je ruime journalistieke privileges écht in te zetten voor een te bereiken doel, de restauratie van je waarden-bijdrage in een rijk en visionair publieke debat, de mobilisatie van de beste krachten onder de jongeren voor een loopbaan in het algemeen belang, de verandering van de gemaksretoriek van populisten in argumentatie, en het herwinnen van vertrouwen van het publiek waarvan, in Vlaanderen, 70% zijn vertrouwen in je vak heeft opgezegd (VRIND-indicatoren 2016).Ook in de EU-lidstaten, waar overal populisten klaar staan die zich spiegelen aan Trump's voorlopig succes, is journalistiek er nog niet klaar voor. De minuten- en paginalange aandacht voor het fenomeen is misleidend en rust op oude journalistieke sjablonen die het niet meer doen. De aandacht moet terug naar de substantie, de analyse, de nuance. Die zijn nu méér dan ooit nodig.Leo Neels is algemeen directeur van de denktank ITINERA.