Wee de ambtenaar die ooit het pensioendossier van An Vrankx moet uitvlooien. Universiteiten in binnen- en buitenland, Europese en nationale overheden, ngo's, stichtingen en denktanks in diverse hoofdsteden: met haar wisselende opdrachtgevers valt een middelgrote concertzaal te vullen. Al even onoverzichtelijk is de lijst met landen waar ze professioneel actief was. Ze verzamelde airmiles naar bestemmingen zoals Nepal, Ivoorkust, Congo, Kenia, Uganda en Zuid-Sudan, maar haar echte biotoop is Latijns-Amerika. Weinig landen van Midden- en Zuid-Amerika ontbreken op haar c.v., maar Colombia springt eruit. Een ereburgerschap heeft ze er nog net niet gekregen, maar haar verdiensten voor de Colombiaanse zaak spreken voor zich. Vranckx kan met recht en rede claimen dat ze een bijdrage heeft geleverd aan het vredesakkoord dat in 2016 een einde maakte aan 50 jaar burgeroorlog.
...

Wee de ambtenaar die ooit het pensioendossier van An Vrankx moet uitvlooien. Universiteiten in binnen- en buitenland, Europese en nationale overheden, ngo's, stichtingen en denktanks in diverse hoofdsteden: met haar wisselende opdrachtgevers valt een middelgrote concertzaal te vullen. Al even onoverzichtelijk is de lijst met landen waar ze professioneel actief was. Ze verzamelde airmiles naar bestemmingen zoals Nepal, Ivoorkust, Congo, Kenia, Uganda en Zuid-Sudan, maar haar echte biotoop is Latijns-Amerika. Weinig landen van Midden- en Zuid-Amerika ontbreken op haar c.v., maar Colombia springt eruit. Een ereburgerschap heeft ze er nog net niet gekregen, maar haar verdiensten voor de Colombiaanse zaak spreken voor zich. Vranckx kan met recht en rede claimen dat ze een bijdrage heeft geleverd aan het vredesakkoord dat in 2016 een einde maakte aan 50 jaar burgeroorlog. Haar vakgebied laat zich lastig omschrijven, maar 'vredesbevordering in post-conflictgebieden' komt aardig in de buurt. Een van haar specialiteiten is de handel in lichte wapens. Vranckx hield exportvergunningen tegen het licht, traceerde wapenleveringen op hun vaak grillige parcours tussen producent en officiële koper, dook in wapendepots van legerkazernes om serienummers te verifiëren. Een van haar bijdragen aan het Colombiaanse vredesproces was het opzetten van een waterdicht controlesysteem voor de registratie en vernietiging van wapens die door de FARC-rebellen waren ingeleverd. Stof genoeg voor avondvullende gesprekken, maar Vranckx heeft meer op haar repertoire. Volgens de Getuigenbank van het Antwerps Vredescentrum kan ze als spreker worden ingehuurd voor een bonte waaier van thema's, van bloeddiamanten in Afrika via de war on drugs en Mexicaanse drugkartels tot het verband tussen Latijns-Amerikaans machismo en geweld. In de media wordt ze sporadisch als Latijns-Amerikakenner opgevoerd. Zo ook vorige week, toen Venezuela in het nieuws kwam met een vermeende aanslag op president Nicolás Maduro. Het incident leidde tot wilde speculaties. Was het echt een poging om de speechende president via een luchtbombardement met drones te elimineren? De brandweer van Caracas trok in twijfel of er wel drones in het spel waren, een zegsman verklaarde de explosies door een ontplofte gastank in een appartement nabij het spreekgestoelte. De opeising van de mislukte aanslag maakte de verwarring er niet minder op. An Vranckx maakt er zich al dagenlang vrolijk over. 'Welke zichzelf respecterende guerrillabeweging noemt zich nu Soldados de Franelas?' zegt ze. 'Soldaten in T-shirt, dat is een naam voor een operettestaatsgreep. We zullen er wellicht nooit het fijne van weten, maar één ding is zeker: dit komt Maduro goed uit. De aanslag geeft hem de kans om de aandacht af te leiden van de chaos in zijn land. Hij beschuldigde meteen de oppositie, samen uiteraard met buitenlandse vijanden. Ik vrees dat de repressie in Venezuela de komende weken nog zag toenemen.' Maduro beschuldigde niet alleen de Verenigde Staten als usual suspects, maar ook Juan Manuel Santos, de aftredende president van buurland Colombia én Nobelprijswinnaar voor de Vrede. Wat zit daarachter? An Vranckx: Een rookgordijn. Kijk naar de timing: de aanslag werd op 4 augustus gepleegd, drie dagen voor het aflopen van Santos' tweede termijn als Colombiaans president. Het is gewoon belachelijk om te veronderstellen dat Santos zich met zoiets zou inlaten. Tegelijk is het geen toeval dat Maduro naar Colombia wijst. Honderdduizenden Venezolanen zijn de grens overgestoken, op de vlucht voor de uitzichtloze crisis en de chaos in hun land. Ook een deel van de oppositie zit in Colombia. Hoe bent u eigenlijk in Latijns-Amerika verzeild? Vranckx: Niet door carrièreplanning. Ik heb een academische achtergrond: na studies Germaanse talen en internationaal recht in Brussel en wetenschapssociologie in Rotterdam heb ik bij professor Jean Paul Van Bendegem een doctoraat gemaakt. Epistemologie of kennisleer. Ik heb toen zelfs een boekje geschreven over de vraag hoe je wetenschappelijke kennis in een niet-exacte omgeving zoals politiek en beleid kunt toepassen. In zekere zin heb ik dat nadien in de praktijk gebracht. Of ik nu illegale handelsstromen doorlichtte of beleidsrapporten schreef, ik vertrok altijd vanuit een wetenschappelijke methodologie. De eerste keer in Colombia was in opdracht van IPIS, het Antwerpse Vredesinformatiecentrum waar ik na mijn doctoraat verzeild was geraakt. IPIS was door Pax Christi International aangezocht om het fenomeen van ontvoeringen in Colombia te onderzoeken. Iedereen kent het geval van Ingrid Betancourt, de groene senator en presidentskandidate die in 2002 door de FARC werd ontvoerd en pas zes jaar later door het leger werd bevrijd. Maar ook daarvoor waren ontvoeringen al schering en inslag. Losgeld was een belangrijke bron van inkomsten voor guerrillabewegingen, een manier vooral om wapens te kopen. Niet alleen de FARC pleegde ontvoeringen, in Colombia was wel een half dozijn extreemlinkse guerrillabewegingen actief. Onder de slachtoffers waren veel militairen, maar ook burgers en nogal wat buitenlanders.Hoe hebt u dat onderzoek aangepakt? Vranckx: Ik moest een gedragscode suggereren. Het uitgangspunt was dat er geen losgeld betaald mocht worden. Daarmee financier je namelijk de guerrilla en geef je de kindnapindustrie vleugels. Als een groep één keer losgeld incasseert, is de kans groot dat ze meteen een volgende ontvoering plant en dat haar voorbeeld door andere bewegingen wordt gevolgd. Simpel was het niet. Ik ondervond snel hoe groot het taboe was. Ik klopte aan bij ambassades en ministeries van Buitenlandse Zaken, ik nam contact op met werkgevers van gijzelaars. Ofwel botste ik op gesloten deuren, ofwel werd in alle toonaarden ontkend dat er losgeld werd betaald. Van een Belgische bouwfirma wist ik dat ze 5 miljoen dollar had betaald om een ingenieur vrij te kopen - en toch mocht dat niet gezegd of geschreven worden. De enige die me echt wilde helpen en die open kaart speelde, was Andrés Peñate, de Colombiaanse directeur Latijns-Amerika van British Petroleum, die toen in Londen werkte. Die ontmoeting heeft veel teweeg gebracht. Peñate, een briljante man die in Oxford had gestudeerd, is later viceminister van Defensie en baas van de Colombiaanse Staatsveiligheid geworden. Maar vooral: hij heeft me geïntroduceerd bij een van zijn beste vrienden, Sergio Jaramillo. Ik ben erg trots dat ik die laatste intussen een goede vriend mag noemen. Jaramillo, de architect van het vredesakkoord met de FARC? Vranckx: Inderdaad. Hij werd in 2010 door president Santos gemandateerd om in Havana verkennende gesprekken aan te knopen met de FARC. In het grootste geheim, alleen de president en een handvol vertrouwelingen zoals Sergio wisten ervan. Terwijl op het terrein de gevechten en de bombardementen doorgingen, raakte Sergio het met de FARC-delegatie eens over de agenda voor de officiële besprekingen, die in 2012 in Oslo werden aangekondigd. Hij had lessen getrokken uit vorige pogingen die mislukt waren door de overdreven ambities. Het is nu eenmaal onbegonnen werk om na een decennialange burgeroorlog alle problemen en geschilpunten met één globaal akkoord op te lossen. Daarom zou de nieuwe vredesdialoog tot vijf thema's beperkt blijven: defensie, de aanpak van de drugeconomie, de politieke integratie van de FARC met daaraan gekoppeld het vraagstuk van gerechtigheid. Voorts zou er worden gepraat over de erkenning van slachtoffers, en een vijfde subcommissie zou zich buigen over de ontwapening van de FARC. Sergio heeft het meesterlijk aangepakt. Er zou pas een vredesakkoord zijn als er over elk van de vijf agendapunten overeenstemming werd gevonden, dat was de afspraak. Weinigen hielden het voor mogelijk, maar in september 2016 was het vredesakkoord een feit. Het akkoord was wereldnieuws. President Santos werd een maand later al bekroond met de Nobelprijs voor de Vrede. Maar in die tussentijd werd het vredesakkoord in een referendum door een nipte meerderheid van de Colombianen verworpen. Was het referendum een weeffout in het masterplan? Vranckx: Integendeel, Sergio had het heel bewust in het vredesakkoord ingeschreven. Hij wilde het scenario van 1984 vermijden, toen een vredesakkoord mislukte omdat het niet door het volk werd gedragen. In dat akkoord kregen de rebellen niet alleen amnestie, ze mochten ook hun wapens behouden. Ze kwamen veel te goedkoop weg, vonden de Colombianen. Dat sentiment leeft nog altijd, de afkeer van de FARC zit er diep in. Sergio besefte dat het referendum spannend zou worden. Dat het dubbeltje aan de verkeerde kant is gevallen, mag je op het conto van de voormalige rechts-conservatieve president Alvaro Uribe schrijven. Zijn haat tegenover de FARC is niet alleen ideologisch maar ook persoonlijk: zijn vader werd door de FARC ontvoerd en vermoord. Ik heb Uribe twee keer ontmoet, die man heeft tonnen charisma. Dat heeft hij royaal ingezet in zijn no-campagne. Vooral in zijn geboortestad Medellin en de provincie Antioquia was de afwijzing massaal. Maar een streep door Sergio's rekening? Hij heeft de winst van het nee-kamp handig gebruikt om de FARC weer naar de onderhandelingstafel te dwingen en haar een stuk of 50 aanpassingen te laten slikken. Ik ben optimistisch. De nieuwe president, Ivan Duque, is weliswaar een partijgenoot van Uribe, maar het aangepaste vredesakkoord zal standhouden. Het was Sergio Jaramillo die u bij het vredesproces heeft betrokken? Vranckx: Klopt, maar daarvoor moeten we enkele stappen terug zetten. Ik heb Sergio in 2003 leren kennen. Ook toen liep er een vredesinitiatief, met financiële steun van de Europese Unie. Sergio, die uit Europa was teruggekeerd om voor het ministerie van Defensie te werken, zocht expertise voor het vredesproces. Van zijn vriend Peñate kreeg hij de tip om met mij contact op te nemen. Het klikte, en zo kwam ik bij de door Sergio opgerichte Fundación Ideas Por La Paz terecht. Colombia heeft mijn ogen geopend. Ik heb er het belang leren inzien van een functionerende staat, een staat die effectief het monopolie op het geweld kan afdwingen. Als linkse Vlaming ben ik nochtans opgegroeid met een frisse afkeer van al wat een uniform draagt. Aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) leefde dat sterk. Ik herinner me nog discussies over mijn onderzoek naar de kidnapindustrie. Natuurlijk had de guerrilla het recht om militairen en burgers te ontvoeren en jarenlang te gijzelen, werd er betoogd. Hoe moesten ze anders hun wapens kopen om het kapitalistische bestel omver te gooien? Vanuit de VUB-cafetaria zag de wereld er bedrieglijk simpel uit, maar de realiteit in Colombia was anders. In de streek waar ik werkte, schitterden het leger en de politie door afwezigheid, de vrouwen in mijn dorpen waren overgeleverd aan gewapende bendes die over elkaar heen buitelden - de FARC, de ELN, de M-19 of de paramilitairen. Die vrouwen wilden niets liever dan dat een reguliere troepenmacht met uniform en al de orde en het gezag kwam herstellen. Ik heb in Colombia veel respect gekregen voor het leger. Zeker toen Sergio me jaren later opnieuw vroeg, als adviseur voor de vijfde subcommissie die het luik 'ontwapening' van het vredesproces behandelde. Ik heb toen workshops gegeven aan generaals, onder meer over het opbouwen van vertrouwensrelaties in een conflictsituatie. Voor de rest hield ik me vooral bezig met ontwapening, op een heel praktisch niveau. Neem nu de containers met een dubbele sleutel, één voor de FARC en één voor de monitors van de Verenigde Naties. Een idee dat ik in Ivoorkust had opgepikt, in de periode toen ik voor de Britse ngo Saferworld door Afrikaanse post-war-landen toerde. België is geen onbekende naam als het over de handel in lichte oorlogswapens gaat. Bent u weleens illegale geweren van FN Herstal tegengekomen? Vranckx: Meermaals, zowel in Afrika als in Colombia. Gedemobiliseerde guerrillero's kwamen het me soms zelf tonen. 'Kijk,' zeiden ze trots, 'een wapen gemaakt in uw land.' Maar om een steen te gooien naar FN? Ik heb jarenlang rapporten geschreven over dat bedrijf, als specialist internationale wapenhandel bij het Waalse onderzoekplatform GRIP (Groupe de Recherche et d'Informations sur la Paix et la Sécurité). Die rapporten werden door de administratie van het Waals Gewest gebruikt om adviezen over exportvergunningen te onderbouwen. Niets op aan te merken. Zowel het FN-management als de Waalse administratie speelde het spel correct. Echt waar? Wat dan met de omstreden levering van 2000 oproerwapens aan het Libië van kolonel Khaddafi in 2009? Vranckx: Dat was een schande. Ik heb er voor de Europese Commissie een zwartboek over geschreven. De Waalse minister-president van PS-signatuur (Rudy Demotte, nvdr.) heeft het negatieve advies van zijn administratie toen straal genegeerd. Dat krijg je als de politiek zich ermee bemoeit. Een scenario dat nooit uit te sluiten valt wanneer het om een wapenproducent gaat die eigendom is van dezelfde overheid die de exportvergunningen verleent. Illegale handel in vuurwapens traceren, hoe begin je daaraan? Vranckx: Het is een leerproces. Ik ben intussen een expert in wapenstempels. Dat zijn bijna onmerkbare tekens die door de producent in een geweer worden gegraveerd. Je kunt er veel uit leren, zoals de herkomst. Maar ook de officiële eindgebruiker heeft zijn eigen merktekens. Als je zo'n wapen in de jungle bij de guerrilla tegenkomt, weet je dat er sprake is van diversion: wapens die uit een legerdepot zijn verdwenen of er zelfs nooit zijn aangekomen. Ook over verschillende kalibers kun je me niets meer wijsmaken. Ik heb voor IPIS een mysterieuze vondst in Colombia onderzocht. Het ging om kalasjnikovs van Oost-Duitse makelij, gedropt in FARC-gebied dicht bij de Braziliaanse grens. Dan denk je: een cadeautje van een bondgenoot, misschien wel van de toenmalige Venezolaanse president Hugo Chávez. Tot je naar het kaliber keek. Omdat de wapens afweken van de standaardkalasjnikovs was er haast geen munitie voor te verkrijgen. Met andere woorden: ze waren nagenoeg nutteloos. En welke conclusie moeten we daaruit trekken? Vranckx: Dat het misschien niet om een cadeau van een bondgenoot ging. Het kan toeval zijn, maar kort na het bekendmaken van die verontrustende dropping heeft de Amerikaanse Congres het licht op groen gezet voor een steunprogramma van 1,3 miljard dollar aan het Colombiaanse leger, uitgerekend op een moment dat het onder zware druk van de FARC stond. De Amerikanen hebben onder meer Black Hawk-helikopters geleverd, een echt cadeau dat de krijgskansen heeft doen keren. Trouwens, als je in Latijns-Amerika naar de herkomst van illegale vuurwapens zoekt, kom je haast altijd bij Uncle Sam uit. De Amerikaanse hypocrisie op dat vlak is stuitend. Probeer maar eens een flesje parfum het land uit te smokkelen, het zal niet lukken. Maar containers vol wapens exporteren? Geen probleem. Ook alle beperkingen op de import en doorvoer van buitenlandse wapens zijn allang opgeheven. Russische of Tsjechische kalasjnikovs, ze reizen allemaal via de VS naar Centraal- en Zuid-Amerika. Waar ze niet alleen in handen vallen van guerrillero's, maar vaker nog in die van drugskartels. Vooral in Mexico loopt het geweld van de narco's de spuigaten uit. Valt dat soort gruwel binnen uw vakgebied? Vranckx: Het boeit me zeker. Journalist en antropoloog Teun Voeten is er een doctoraat over aan het schrijven, en ik ben een van zijn begeleiders. Hij focust onder meer op de ogenschijnlijk absurde wreedheid die bendes in hun onderlinge oorlogen aan de dag leggen. Slachtoffers worden met kettingzagen bewerkt, aan bruggen over de snelweg hangen verhakkelde lijken te bengelen. Teun beschrijft dat als een vorm van communicatie, en ik volg hem daarin. Het is een manier waarmee bendes rivalen intimideren en hun territorium afbakenen.Bewijst het endemische geweld het failliet van de Amerikaanse war on drugs? Vranckx: Wat zeker een fiasco is gebleken, dat is de Amerikaanse poging om de coca-industrie te vernietigen, met alle mogelijke middelen, van sproeivliegtuigen tot bombardementen. Door de productie te reduceren hoopte men cocaïne uit de markt te prijzen, maar dat is niet gebeurd. Ook bij ons niet: de prijs is merkwaardig stabiel. 50 euro per gram is al twintig jaar het tarief in Antwerpen. De productie is dan ook niet verminderd, integendeel. Door het ontbreken van alternatieve teelten blijven boeren coca verbouwen. Geef ze eens ongelijk. De plant groeit vanzelf, en het is de enige teelt die de boeren een leefbaar inkomen garandeert. Tussen haakjes: de link tussen de drugseconomie en geweld is niet eenduidig. Bolivia en Peru zijn belangrijke cocaïneproducenten, en toch is er opvallend weinig geweld. Hoe verklaart u dat? Vranckx: Het is een politieke keuze. ' Plata o plomo', zeggen ze in Bolivia en Peru, 'geld of lood'. Je kunt de narco's bekampen, maar dan oogst je kogels. Beter is een oogje dicht te knijpen. Laat de narco's met rust, en dan kun je er nog wat corruptiegeld van opstrijken. Zo ging het trouwens ook in Mexico, tot president Vicente Fox begin jaren 2000 onder Amerikaanse druk de kartels de oorlog verklaarde. Even leek het te gaan lukken. Ladingen werden onderschept, bendeleiders werden opgepakt, de smokkel naar de VS werd effectief gestremd. Maar al gauw ontdekte men een vervelend neveneffect: er barstte een genadeloze straatoorlog los tussen bestaande en nieuwe bendes, met als inzet de vrijgekomen posities. Voorspelbaar, want als de nummer één van een bende wegvalt, kun je er donder op zeggen dat de nummers twee en drie elkaar naar het leven zullen staan om de baas te spelen. Die geweldspiraal is sindsdien blijven draaien. Wie Latijns-Amerika zegt, denkt spontaan aan staatsgrepen en dictators. Ergert u zich aan dat cliché? Vranckx:(lacht) Het is de schuld van Hergé. In Het Gebroken Oor laat hij Kuifje kennismaken met een achterlijk continent vol schietgrage kolonels. De waarheid is dat het de goede kant op gaat. De voorbije twintig jaar heb ik het onderwijs spectaculair zien verbeteren, analfabetisme is haast uitgeroeid. Er is meer democratie en minder geweld, uitgezonderd de blackspots waar we het al over hadden. De allergrootste opsteker blijft de vrede in Colombia. Het blijft me ontroeren: hoe de Colombianen zonder buitenlandse inmenging uit die put zijn gekropen, louter gedreven door hun geloof in de staat. Sergio Jaramillo werd enkele maanden geleden tot ambassadeur in Brussel benoemd. Hebben jullie nog contact? Vranckx: Jazeker, hij heeft het hier naar zijn zin. Na zeven jaar onderhandelen was hij toe aan herbronning. Hij heeft in die periode zijn gezin nauwelijks gezien. Ik zag hem onlangs op de televisie met een arm in het gips. Blijkt dat hij zich hier heeft laten behandelen voor tendinitis, een gevolg van de 12.000 handtekeningen die hij vorig jaar onder dossiers voor gedemobiliseerde Farc-leden heeft gezet. Mijn bewondering voor zijn inzet is grenzeloos. Sergio komt uit een vooraanstaande familie. Hij heeft in Oxford, Cambridge en Heidelberg gestudeerd, en spreekt zes talen waaronder oud-Grieks. Hij had voor een comfortabel leven kunnen kiezen, een kosmopoliet met uitzicht op een internationale topcarrière. Maar nee, hij is naar Colombia teruggekeerd om zich achter het vredesproces te scharen. In België is patriottisme haast een scheldwoord, in Colombia is het een erezaak. Lang geleden heb ik in Oudergem een optreden van een folkloristisch ballet uit Medellin bijgewoond. Er was te weinig plaats, bij de ingang werd haast gevochten voor kaartjes. Chaos en rumoer alom, maar bij de eerste drumslag grepen de mensen zich naar de keel en zuchtten: 'Ai, mi pueblo.' Mijn volk, dus. Het vaderland, dat betekent echt iets voor Colombianen.