Vijf jaar nadat de eenvoudige fruitverkoper Mohammed Bouazizi zichzelf in brand stak, wat de start van de Arabische Lente betekende, maakt Knack.be de balans op. Vandaag: De landen in de schaduw.
...

Ook in de Marokkaanse steden Rabat en Casablanca trekt de bevolking in februari 2011 de straat op. In tegenstelling tot andere landen in de Arabische wereld vraagt de protestbeweging niet om het vertrek van het staatshoofd, wel eist ze dat koning Mohammed VI een deel van zijn uitgebreide macht opgeeft. De monarchie heeft namelijk zowel op economisch, politiek, militair en religieus vlak de touwtjes stevig in handen. Ook keert de zogenoemde 20-februaribeweging zich tegen de 'makhzen', een elite van machtige zakenlui en politici. De koning, die niet hetzelfde lot wil ondergaan als Ben Ali of Hosni Moebarak, belooft vrij snel tegemoet te komen met constitutionele hervormingen. In juni 2011 aanvaardt hij veranderingen die voorgesteld werden door een commissie. En hoewel de demonstranten (voornamelijk jongeren) deze grondwetswijzigingen aanvankelijk verwerpen, worden de veranderingen een maand later toch aangenomen in een referendum. In november 2011 winnen de gematigde islamisten van de Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling de meeste zetels bij de verkiezingen voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Abdelilah Benkirane vormt een coalitieregering die in januari 2012 in dienst treedt. De koning stond dan wel een deel van zijn macht af, hij heeft nog steeds de ultieme autoriteit als hoofd van de ministerraad, de veiligheidsraad en de oelamaraad van islamitische geleerden. In Bahrein eisen de demonstranten in februari 211 dat er een einde komt aan de discriminatie van de sjiitische moslimgemeenschap - een meerderheid in het land - door de soennitische koninklijke familie. Maar koning Hamad al Khalifa staat niet open voor enige vorm van dialoog. Hij roept de noodtoestand uit en krijgt de steun van soennitische troepen uit Saudi-Arabië om de rust te herstellen en dissidenten neer te slaan. Er vallen tientallen doden en zo'n 3.000 mensen worden gearresteerd en moeten voor militaire rechtbanken verschijnen waarna ze lange celstraffen toegewezen krijgen. Hoewel het nieuws over Bahrein maar mondjesmaat de internationale media bereikt, groeit na verloop van tijd de verontwaardiging. Een internationale veroordeling dwingt de koning ertoe de Bahreinse Onafhankelijke Onderzoekscommissie op te richten. Zij onderzoekt op welke schaal er mensenrechtenschendingen plaatsvonden sinds de volksopstand van 14 februari. Het advies luidt dat de veiligheidsdiensten verantwoordelijk zijn voor de marteling en dood van gevangenen, en beveelt daarom de vrijlating van gevangenen en het heropnemen van de ontslagen sjiitische werknemers. De koning en de regering stemmen hiermee in, maar volgens een rapport van de mensenrechtenorganisatie Human Right Watch heeft de regering nog jaren na het uitbreken van het protest gemarteld. Verschillende Bahreini getuigen met elektriciteit te zijn gemarteld of zelfs seksueel te zijn misbruikt. In Algerije blijft het relatief stil tijdens de Arabische Lente, mede doordat het geweld van de Algerijnse Burgeroorlog - tussen 1991 tot 2002 - bij de meeste Algerijnen nog vers in het geheugen staat. Tijdens het 'zwarte decennium' kwamen zo'n 200.000 Algerijnen om het leven. Toch vinden er ook in dit Noord-Afrikaanse land in het voorjaar van 2011 enkele grootschalige stakingen en demonstraties plaats. De Algerijnse president Abdelaziz Bouteflika anticipeert redelijk snel en doet enkele toegevingen. Zo wordt de noodtoestand, die al 19 jaar van kracht was, opgeheven. Voorts laat hij vanaf september 2011 private radio- en televisiestations toe. In 2012 wint het Nationaal Bevrijdingsfront (FLN) van Bouteflika de parlementsverkiezingen en ook in 2014 wordt Bouteflika - ondanks zijn slechte gezondheid - herkozen tot president. In mei 2014 kondigt de regering een pakket hervormingen aan: de eerste minister zou meer autoriteit krijgen en ook de oppositie in het parlement krijgt meer macht. 'Al is een groot deel van de macht nog steeds in handen van het leger en de veiligheidsdiensten. Bouteflika is meer een symbool. Hij houdt het land bij elkaar, zorgt voor rust', aldus de Nederlandse Algerije-expert Michiel Beker. Algerije lijdt op dit moment vooral onder de gevolgen van de Arabische Lente veroorzaakt in de buurlanden. Zo waait de instabiliteit in buurland Libië over naar Algerije en versterkt ze terreurgroepen in grensgebieden. Ondanks de populariteit van koning Abdullah blijft ook Jordanië niet vrij van protesten. Onder meer de corruptie binnen de regering en een tekort aan jobs brengt demonstranten op de been. Aanvankelijk zijn de manifestaties vreedzaam, maar in november 2012 komt het tot dodelijk gevechten met de ordediensten. In januari 2013 worden de parlementsverkiezingen twee jaar vroeger gehouden. De koning belooft voor het eerst het parlement te consulteren bij de benoeming van de eerste minister. Maar de oppositie - geleid door het Islamitische Actie Front van de Moslimbroederschap - boycot de verkiezingen. Volgens hen spelen de veranderingen aan de kieswet vooral in het voordeel van landelijke inheemse Bedoeïenen en in het nadeel van de voornamelijk Palestijnse bevolkingsgroepen in de steden en dorpen (waar de steun voor de oppositie traditioneel het sterkst is).Toen Jordanië zich in september 2015 aansloot bij de door de Amerikanen geleide coalitie tegen de terreurgroep IS, antwoordde de groep door een gevangen Jordaanse piloot levend te verbranden. Weinig Saudi's durven tijdens de Arabische Lente op straat te komen om hun ontevredenheid te uiten. De regering probeert dissidenten te ontmoedigen door de bevolking extra voordelen te geven ter waarde van meer dan 100 miljard euro. In maart 2011 worden protestacties verboden, nadat er enkele hadden plaatsgevonden in de hoofdstad Riyadh en in de Oostelijke Provincie waar een sjiitische meerderheid de discriminatie door de soennitische heersende familie aanklaagde.In het land staan gespecialiseerde rechtbanken in voor de arrestaties van "terreurgevallen", een containerbegrip om de oppositie en mensenrechtenactivisten te veroordelen. Een van de bekendste voorbeelden is Raif Badawi. De kritische blogger werd in mei 2014 veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien jaar, een boete van 190.000 euro én duizend stokslagen omdat hij op het internet de islam beledigd en het secularisme geprezen zou hebben. 'Ik vind de woorden niet om het onrecht te beschrijven', aldus zijn vrouw Ensaf Haidar tijdens een bezoek aan België. President Ali Abdullah Saleh is de vierde Arabische leider die door het volk wordt gedwongen om op te stappen, al ging dat niet zonder slag of stoot. Onmiddellijk na de rellen in januari en februari 2011, belooft Saleh zich niet meer opnieuw kandidaat te stellen bij de herverkiezing. Maar de bevolking neemt daar geen genoegen mee en de rellen worden heviger. Na maandenlange onrusten treedt Saleh, onder bemiddeling van Saudi-Arabië, uiteindelijk af. Zijn rechterhand Abdrabbuh Mansour Hadi, neemt de macht over.De sjiitische houthi-rebellen vormen een onderdeel van de demonstranten en samen met de revolutionaire jongerenbewegingen en de Zuidelijke Beweging van separatist Hiraak al-Janoubi verzetten ze zich tegen de eenmansverkiezing die Hadi tot nieuwe president omdoopt. In augustus 2014 trekken rebellen van de sjiitische Houthi-stam Sanaa binnen met 30.000 manschappen. Na wekenlange gevechten veroveren ze de hoofdstad op het regeringsleger. Hadi en de Houthi's bereiken uiteindelijk een akkoord, al blijkt dat van tijdelijke aard. De situatie in het land blijft chaotisch, met een zwakke centrale regering gedomineerd door soennieten tegenover Houthi-stam en terroristen van al-Qaida die elkaar ook onderling bekampen. Deze onlusten komen in 2015 tot een hoogtepunt. Na een grondwetsherziening komt het tot een gewapende confrontatie tussen de Houthi's enerzijds en de regeringstroepen anderzijds. Saudi-Arabië, geruggensteund door een coalitie van Arabische landen (Marokko, Egypte, Soedan, Jordanië, Koeweit, Bahrein, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten), bombardeert de Houthi-stellingen. Houthi-militanten van hun kant veroveren het presidentieel paleis en Hadi biedt zijn ontslag aan en vlucht naar de havenstad Aden. Zelfs voor analisten begint de oorlog in Jemen steeds meer op een wespennest te lijken. Het ene moment lijken de Houthi-rebellen aan de winnende hand, terwijl enkele dagen later de coalitie geleid door Saoedi-Arabië de overmacht lijkt te hebben. Daarnaast klinken er geruchten dat al-Qaida het machtsvacuüm wel eens zou kunnen opvullen. Een ding staat vast: het geweld leidt tot een humanitaire ramp in het straatarme land. Miljoenen inwoners hebben geen toegang tot drinkbaar water, voedselhulp en medische verzorging.