'Dit is niet voor jou, witte man. Dit is voor ons, zwarte mensen.' Dorothy Mununga Kalimbule lacht smakelijk om de flair waarmee ze me haar koopwaar ontzegt. Nembele, zo noemt ze de kleine visjes die naast haar op de grond liggen uitgespreid. Meer graat dan vlees; ze zijn voedzaam noch lekker. Tot voor kort was het veevoer. Maar vette vissen zijn schaars geworden sinds droogtes en overstromingen hun broedplaatsen in de Zambezi hebben vernield. Het veevoer werd noodgedwongen tot mensenvoer gepromoveerd.
...

'Dit is niet voor jou, witte man. Dit is voor ons, zwarte mensen.' Dorothy Mununga Kalimbule lacht smakelijk om de flair waarmee ze me haar koopwaar ontzegt. Nembele, zo noemt ze de kleine visjes die naast haar op de grond liggen uitgespreid. Meer graat dan vlees; ze zijn voedzaam noch lekker. Tot voor kort was het veevoer. Maar vette vissen zijn schaars geworden sinds droogtes en overstromingen hun broedplaatsen in de Zambezi hebben vernield. Het veevoer werd noodgedwongen tot mensenvoer gepromoveerd. Even schaars als vette vis is Kalimbules gulle lach in de haven van Mongu, de hoofdstad van de Zambiaanse Westprovincie. De sfeer is gespannen; de mannen zijn dronken, de vrouwen bits. Ze zitten op hun tandvlees. Makkelijk is het leven hier nooit, maar de afgelopen jaren deelde het toch bijzonder ongenadige klappen uit. Er was de droogte van 2019, die doordouwde tot diep in 2020. Twee opeenvolgende regenseizoenen weigerden op het appel te verschijnen. Op het Barotse drasland, met zijn 200 kilometer lengte een van de grootste laaglanden van Afrika, leven 250.000 Lozi-mensen al generaties lang met de seizoenen mee. Wanneer de Zambezi zich terugtrekt in zijn bedding, verbouwen ze de vruchtbare aarde. Wanneer de rivier zes maanden later weer buiten zijn oevers treedt, trekken ze naar hoger gelegen gebieden. Maar die seizoenen bestaan niet meer. De regens blijven uit, en wanneer ze dan toch opduiken, komt het water ongemeen hard. Het kanalensysteem dat dienstdoet sinds de negentiende eeuw, volstaat niet meer om het overtollige water af te voeren. 'Door de overstromingen moesten we de klassen op den duur negen maanden per jaar sluiten', zegt de directrice van Malabo Primary School. Het schooltje torent op enkele meters opgehoopte aarde eenzaam uit boven oneindige vlaktes. 'Met steun van Unicef konden we de school in 2015 zo klimaatresistent maken', zegt ze trots. 'Nu kun- nen de kinderen van januari tot december naar de les.' Maar het opgetakelde schooltje voelt als hechtdraad in een been dat geamputeerd moet worden. De dertienjarige Mayanyi wandelt met me naar zijn huis. Hier stroomt het water steeds vaker gewoon de woonkamer binnen, slangen en krokodillen incluis. 'Zo erg als bij de laatste regens heb ik het nooit eerder geweten. We stonden dijdiep in het water', zegt zijn grootmoeder Alissi Namaseku bezorgd. 'Elke dag ben ik bang of de kleinkinderen wel veilig zullen terugkeren van school. Maar wat moeten we anders? We hebben nergens om heen te gaan.' In een statig kantoor van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in de hoofdstad Lusaka somt missiehoofd Nomagugu Ncube alle uithoeken van Zambia op waar gemeenschappen het afgelopen jaar hebben moeten vluchten voor overstromingen. 'In het laatste regenseizoen waren ze met 20.000 à 100.000. De lockdown maakt het heel moeilijk om een juiste inschatting te maken. Normaal gesproken waren de cijfers nog veel hoger geweest, want veel mensen zaten tussen twee vuren: ze moesten vluchten voor overstromingen, maar tegelijk moesten ze zo veel mogelijk ter plaatse blijven om de verspreiding van het coronavirus te stoppen.' Volgens Ncube heeft het weinig zin dat wie vertrok nog terugkeert. 'De klimaatopwarming zal die gebieden almaar minder leefbaar maken. Waar mogelijk geeft de overheid hun nieuwe gronden in minder kwetsbaar gebied. Maar niet iedereen wil verhuizen. Hun kostwinning is al generaties lang verbonden met de plek waar ze wonen: landbouw, vee, visserij... Als de leefomstandigheden die ze altijd gekend hebben plots niet meer bestaan, los je hun problemen niet zomaar op door hen honderd kilometer verderop te plaatsen.' 'Wij zijn boeren, maar onze gewassen halen het niet meer door de overstromingen', zegt Alissi Namaseku. Nu probeert ze te overleven door vis te kweken. 'Vaak is het maar net genoeg voor onszelf, soms kunnen we wat overschot verkopen. Maar shima kopen is geen optie meer.' Zambianen overleven op die pasta van maismeel, het is de basis van elke maaltijd. Maar doordat maisoogsten in het hele land mislukten, verdubbelde de prijs en werd ook die goedkope maagvulling voor miljoenen mensen onbetaalbaar. 'De meeste gemeenschappen verbouwen hun eigen voedsel. Ze drijven nauwelijks handel', zegt Adamson Mumbiana van de ngo Water Aid. 'Als hun oogsten mislukken, hebben ze eten noch geld om dat elders te kopen.' Het VN-Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Zaken (OCHA) zag de acute ondervoeding begin 2020 door droogtes en overstromingen toenemen tot 6 procent van de Zambiaanse bevolking, meer dan een miljoen mensen. 2,3 miljoen Zambianen riskeerden ernstige voedselonzekerheid. Mislukte oogsten, energieschaarste en dalende koperprijzen creëerden een perfecte storm voor de lokale economie. Van 2005 tot 2014 was Zambia nog een van 's werelds snelst groeiende economieën, gemiddeld 6,8 procent per jaar. Vanaf 2015 halveerde de groei. In 2019 bleef nog 1,4 procent over, waarna het land in 2020 met de rest van de wereld in de rode cijfers dook als gevolg van de lockdownmaatregelen. Zambia is geen alleenstaand geval. Geen ander continent lijdt meer onder de klimaatopwarming dan Afrika. Na de vele natuurrampen van 2019 bleven in zuidelijk Afrika volgens het Wereldvoedselprogramma 11 miljoen mensen achter in ernstige voedselonzekerheid, een recordaantal. Maar ook Oost-Afrika en de Sahel werden bijzonder hard getroffen. Zes op de tien Afrikanen zijn boer. Wanneer hogere temperaturen, droogtes, overstromingen en daarmee gepaard gaande ziektes en insectenplagen hun gewassen vernielen, sleuren ze de hele economie mee in hun val. Volgens de wetenschappelijke rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en van de Economische Commissie voor Afrika (ECA) is wat we nu zien nog maar een voorproefje. Het ECA voorspelt, afhankelijk van de regio, economische slachtpartijen van 2,2 tot 12,1 procent van het bbp door de klimaatverandering. Edwin Naslele, een twintigjarige bootsman in Mongu, kan zich moeilijk voorstellen hoe het nog erger kan worden. 'Na de laatste overstromingen was er niets meer: geen mais, geen vis. Mensen leden honger. Hier in de dorpen aten ze koeienuitwerpselen met melk om te overleven', zegt hij terwijl hij naar de gehuchtjes wijst die we voorbijvaren langs de oevers van de Zambezi. 'Met de gestegen voedselprijzen moet je al een goede job hebben om nog eten te kunnen kopen.' Behendig manoeuvreert hij zijn smalle passagiersboot stroomafwaarts tussen de rotsen; ook nu staat het waterpeil laag. Hij trekt zijn muts over de oren tegen de hersenverschralende hitte van de middagzon. Tijdens de droogte van vorig jaar trok hij naar buurland Angola, op zoek naar een inkomen. 'Mijn vader overleed drie jaar geleden. Ik heb dertien broers en zussen te voeden.' Hij vond werk op een schip, maar werd bij het begin van de coronacrisis met vele andere gastarbeiders het land uitgezet. Hij hoopt zo snel mogelijk weer naar het buitenland te vertrekken. 'Naar Engeland, of waar er ook maar werk is.' Nomagugu Ncube van het IOM voorspelt dat steeds meer mensen zullen vertrekken. 'De hooggeschoolden gaan naar Europa, de laaggeschoolden naar Zuid-Afrika, en in mindere mate Namibië en Botswana.' Maar ook daar wordt levensruimte schaarser. 'De klimaatopwarming zal de brandstof van gewapende conflicten worden', zegt Ncube. 'We zien steeds meer strijd voor schaarse economische hulpbronnen. In Zuid-Afrika zijn er geregeld opflakkeringen van xenofobisch geweld, maar recenter ook in Zambia. Als het economisch slecht gaat, zijn migranten altijd een gemakkelijke zondebok. Dat geweld schrikt mensen af, maar toch blijven ze vertrekken, omdat de pushfactoren nog zwaarder doorwegen, wanneer basisvoedsel onbetaalbaar wordt en de eigen gebieden niet meer leefbaar zijn.' Dat de Zambianen niet massaal richting Europa trekken, heeft volgens Ncube vooral praktische redenen. 'De weg is lang, en er is geen uitgestippelde route. Mensen weten niet hoe ze eraan zouden moeten beginnen. Dat kan veranderen zodra mensensmokkelaars daar brood in zien. Waar ze ook heen gaan, we zullen onvermijdelijk steeds meer gedwongen klimaatgebonden migratie zien.' Ik volg de Zambezi stroomafwaarts, naar de Zuidprovincie. Dit is altijd Zambia's graanschuur geweest, de regio die de rest van het land van mais en rundvlees voorzag. Nu kauwen de koeien karton dat ze tussen het afval vinden, bij gebrek aan gras. Vele hebben de droogtes van de laatste jaren niet overleefd. Steeds meer boeren zoeken hun heil elders, vooral in de illegale boskap voor houtskool. De wijde omgeving rond het 220 kilometer lange Karibameer is grotendeels herschapen tot een maanlandschap, alleen dunne twijgen en de beschermde baobabs staan nog recht. Door de massale boskap erodeert de grond. Water sijpelt niet langer door in de bodem, waardoor nog meer overstromingen de gewassen wegspoelen wanneer de regens eindelijk arriveren. Lloyd Maanyina zegt dat hij goed wist wat hij aanrichtte, toen hij bomen begon te kappen. 'Ik besefte dat het slecht was voor het milieu. Ik vreesde oprecht dat er voor de volgende generaties geen boom meer zou overblijven. Toen de overheid grote delen van de economie privatiseerde, gingen veel jobs verloren. Ook de mijne. Mijn ouders waren boeren, maar ook boeren ging niet meer. Ik zag geen andere keuze meer dan bomen kappen. Elk huishouden heeft houtskool nodig, door het grote gebrek aan elektriciteit. Het was dat of sterven van de honger. Zo is het voor veel mensen. Ze willen geen bomen kappen. Maar als het tussen jouw overleven en dat van de boom gaat, is de keuze snel gemaakt.' Vijf jaar later vond Maanyina zichzelf opnieuw uit als milieubeschermer. Sindsdien heeft hij duizenden bomen geplant. Hij is nu bezig een ecologisch centrum op te richten, waar hij aan bewustmaking wil doen. Hij heeft nog werk voor de boeg; zijn buurvrouw kijkt hem ongelovig aan wanneer Lloyd haar uitlegt hoe je met zaden bomen kunt planten. Ze schudt heftig het hoofd. Bomen planten, dat is een werk van God alleen. Door de impact van de klimaatverandering zijn de Zambianen meer dan ooit afhankelijk van houtskool. 85 procent van 's lands elektriciteit komt van waterkrachtcentrales, vooral op de Zambezi. De droogtes van de laatste jaren hebben de energieproductie door te lage waterstanden met een derde teruggebracht. In 2019 draaide de grootste waterkrachtcentrale, aan het Karibameer, op maar 10 procent van haar capaciteit. Hoe dan ook heeft slechts 31 procent van de bevolking toegang tot elektriciteit. Ook in de steden duren de stroom- pannes steeds langer, tot 20 uur per dag. Met alleen houtskool als alternatief sneuvelen miljoenen bomen extra. De opgeslagen CO2 die vrijkomt bij de boskap en de emissies van brandend houts- kool maken de vicieuze cirkel van steeds toenemende klimaatopwarming en energietekorten compleet.De keten is anders gemakkelijk te doorbreken, zegt Adamson Mumbiana van Water Aid. Maar daar is geld voor nodig. 'Maak hernieuwbare energie betaalbaar voor alle Zambianen. Geef hun zonnepanelen. Het zou de economie een enorme boost geven. Nu moeten veel zelfstandigen en werknemers driekwart van de maand noodgedwongen het werk neerleggen omdat er geen elektriciteit is.' Mumbiana kijkt niet weg van de verantwoordelijkheid die de eigen leiders dragen. 'Ze hebben het decennialang nagelaten om onze energie-infrastructuur te vernieuwen, terwijl de vraag om elektriciteit alleen maar toeneemt. Bovendien gaan ze mee in de roofbouw op onze natuurlijke hulpbronnen, mijnbouw zuipt water en vreet energie.' Ook de geïndustrialiseerde landen moeten hun verantwoordelijkheid nemen, vindt hij. 'Vooral zij hebben de klimaatopwarming veroorzaakt. Het is ook aan hen om de Afrikanen weerbaar te maken tegen de gevolgen ervan.' Dat niet alles verloren is, bewijst Edwin Musahura. Op zijn akkers naast het Karibameer kweekt hij tomaten, bonen, sla en nog een resem groenten en vruchten die je hier zelden vindt. Een tiental arbeiders is druk voor hem aan het wieden en oogsten. 'Mais heb ik opgegeven. Als bepaalde gewassen niet meer gedijen, probeer je het met andere. Je moet innovatief durven te zijn', zegt hij lachend. Of de waterkrachtcentrale verderop nu wel of niet draait, zal hem worst wezen. Hij heeft zijn eigen biomassa-installatie, waarmee hij biogas opwekt met koeienmest. Die is er in overvloed in de veerijke vlaktes rond het Karibameer. Maar zo'n installatie bouwen kost algauw enkele honderden euro's. Dat krijgen de meeste boeren, die vechten voor hun dagelijkse overleven, nooit bij elkaar gespaard. De toekomst van Afrikaanse boeren ligt in klimaatslimme landbouw, weet ook Mumbiana. Met nieuwe technieken om water op te vangen en energie op te wekken, door bepaalde gewassen te combineren of anders te ploegen, kan duurzamer en koolstofarmer voortgeboerd worden, aangepast aan de nieuwe weersomstandigheden. 'Maar ondertussen zien we de omgekeerde beweging: vee en gewassen worden geplaagd door steeds meer ziektes, wat de kosten nog opdrijft voor de boeren. Water wordt nog schaarser, waardoor mensen besparen op basishygiëne en ondrinkbaar water consumeren. Met nog meer levensbedreigende ziektes en infecties tot gevolg. We zien meer voedselvergiftigingen, omdat mensen giftige wortels eten bij gebrek aan beter. En meer epidemieën, die zich verspreiden met de overstromingen.' Terwijl het Westen pas begin 2020 de lockdown leerde kennen, waren ze in Zambia niet aan hun proefstuk toe. In 2017 moesten alle scholen en markten in Lusaka sluiten om een uitbraak van cholera in bedwang te houden. Mumbiana: 'Door overstromingen kwamen besmette menselijke uitwerpselen op de vismarkten terecht. Zo kon de ziekte zich snel verspreiden. Zes op de tien hoofdstadbewoners leven in sloppenwijken. Die wijken hebben degelijke sanitaire voorzieningen en schoon water nodig om ze klimaatresistent te maken, of we zullen steeds meer epidemieën zien.' De drieëntwintigjarige Beatrice Phiri zag als kind haar buren vechten voor het laatste water, toen de waterput opdroogde. Later kwam er een elektrische pomp in haar sloppenwijk in het noorden van Lusaka. Doordat er zelden stroom is, staat ze rond 5 uur 's ochtends op om water te gaan halen. Om 6 uur werkt de aandrijving vaak al niet meer. Het zette Phiri al op jonge leeftijd aan om een ambitieuzer klimaatbeleid van de regering te eisen. Op haar dertiende belandde ze even in de cel, omdat ze met andere activisten protest voerde tegen de toenmalige president, Michael Chilufya Sata, toen door hem beloofde grondwetswijzigingen uitbleven. 'Ik was bang en dacht: hier stopt het voor mij. Maar even later kwam die grondwetswijziging er toch. Dat motiveerde me. Het toonde me dat we de kracht hebben om de samenleving te veranderen. De Amerikaanse burgerrechtenactivist John Lewis zei: " Get in good trouble, necessary trouble." Als illegale actie de enige uitweg, heb je geen andere keuze.' Met haar vorig jaar opgerichte YouRetain Foundation haalt Phiri plastic afval op om het te verkopen aan recyclagebedrijven. Met de opbrengst koopt ze educatief materiaal over klimaatverandering voor schoolkinderen, en organiseert ze workshops waarin ze jongeren opleidt tot klimaatactivisten. 'Zambia kreunt onder de klimaatopwarming, en nog altijd zien we geen politieke wil om de problemen aan te pakken. Het is aan ons, jongeren, om actie te ondernemen, want niemand anders zal het voor ons doen. De crisis waar we anders op afstevenen, zal een pak groter dan die van het coronavirus zijn.'