Beiroet werd in augustus vorig jaar opgeschrikt door een grote explosie, die een deel van de haven en de omliggende wijken zwaar beschadigde. Bij de ontploffing vielen zeker 200 doden, onder wie ook twee mensen van Belgisch-Libanese afkomst. Minister van Ontwikkelingssamenwerking Meryame Kitir (Vooruit) had woensdag een ontmoeting met de ouders van één van die slachtoffers, Krystel El Adm, die 36 was toen ze stierf terwijl ze een buurjongen een iPad kwam geven in een appartementsgebouw vlak bij de haven, zodat hij een online cursus kon volgen. Daarna ging de minister samen met Dr. Nazih El Adm, de vader van Krystel, een krans neerleggen aan de haven.

Kitir had woensdag ook een ontmoeting met Melhem Khalaf, de stafhouder van de balie van Beiroet. Hij richtte een team van dertig advocaten op dat zich bezighoudt met de juridische bijstand aan slachtoffers en nabestaanden. Zij zijn ruim een jaar na datum nog altijd op zoek naar gerechtigheid. Oud-premier Hassan Diab en drie andere ex-ministers zijn eind vorig jaar dan wel aangeklaagd vanwege nalatigheid, maar tot een rechtszaak is het nog niet gekomen en het is ook niet duidelijk of die er nog komt.

'We zijn 1 jaar en 2 maanden na de ramp. Iedereen kent de oorzaak, behalve de Libanezen', vertelde een boze Dr. El Adm daarover. 'Hoe lang gaat het zo nog verder?' De man verwacht weinig van de nieuwe Libanese regering, die eerder deze maand aantrad. ''Un blanc bonnet et un bonnet blanc'', klonk het. 'Er is niets veranderd.' De nieuwe premier, Najib Mikati, is een telecommiljardair die eerder al twee keer premier was.

Ook Kitir benadrukte woensdag het belang van een degelijk, onafhankelijk onderzoek naar de explosie. Dr. El Adm is blij met de aandacht van de Belgische regering voor de situatie van de nabestaanden van de ramp. 'Het is nooit te laat. Dat geeft onze familie voor een stuk rust, en zou ook voor Krystel erg belangrijk geweest zijn', zei hij. Intussen focust El Adm zich vooral op de Libanese jeugd, met een stichting die in naam van zijn dochter door haar vrienden is opgericht. Daarmee wil hij onder meer gratis IT-onderwijs in Beiroet organiseren voor jongeren tussen 15 en 18 jaar. 'Mijn dochter is gestorven toen ze een buurjongen wilde helpen met zijn opleiding. Dat wil ik in haar naam verderzetten.'

Economie aan diggelen

De explosie in de haven liet niet alleen littekens achter bij de slachtoffers en hun nabestaanden. Beiroet en bij uitbreiding de hele Libanese samenleving dragen nog altijd de gevolgen van de ramp. De economie ligt volledig aan diggelen, met een munt die meer dan 90 procent van zijn waarde heeft verloren, enorme brandstoftekorten en torenhoge inflatie. In de hoofdstad Beiroet staan meterslange rijen aan de tankstations, waar mensen uren moeten wachten op 20 liter brandstof. Hoogopgeleide Libanezen verlaten massaal het land en ruim de helft van de achterblijvers leeft in armoede. Minister Kitir maakt daarom 3 miljoen euro extra vrij voor het Libanon-fonds van OCHA, het VN-bureau voor de coördinatie van humanitaire zaken, kondigde ze aan in de haven.

Later op de dag bracht Kitir nog een bezoek aan een distributiecentrum van het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de VN. De organisatie is al sinds 2012 actief in Libanon om de vele Syrische vluchtelingen die het land opving van voedselhulp te voorzien, maar moet sinds vorig jaar ook Libanezen bevoorraden. Dat gebeurt onder meer met steun vanuit België. 'We gingen ervan uit dat we dat enkele maanden zouden moeten doen, gewoon om de mensen die getroffen waren door de explosie door een moeilijke periode te helpen', vertelde Abdallah Alwardat, de WFP-directeur in Libanon. 'Maar de situatie bleef verslechteren. Intussen zijn we meer dan een jaar verder en helpen we meer dan 600.000 mensen in Libanon, bovenop 1,2 miljoen vluchtelingen.'

Ook het Wereldvoedselprogramma kan daarom op extra steun uit België rekenen. Kitir trekt daar 1 miljoen euro extra uit voor uit. Samen met de 3 miljoen euro voor OCHA komt de Belgische ontwikkelingshulp voor Libanon dit jaar op 8 miljoen euro.

De minister sloot de dag woensdag af met een bezoek aan Shatila, een Palestijnse vluchtelingenwijk in Beiroet. Daar bezocht ze een ngo die onder meer naaicursussen en assertiviteitstraining voor vrouwen en onderwijs voor kinderen van Syrisiche afkomst organiseert: in Shatila zitten intussen meer Syrische dan Palestijnse vluchtelingen. Hun situatie is sinds de explosie in de haven fel verslechterd: veel vluchtelingen werkten vroeger buiten het kamp, maar dat is moeilijker nu er zelfs onvoldoende jobs voorhanden zijn voor de Libanezen zelf. Veel gezinnen moeten rondkomen met 20.000 Libanese pond per dag, het equivalent van iets meer dan 1 Amerikaanse dollar.

Minister Kitir benadrukte dat de humanitaire hulp vanuit België naar Libanezen én vluchtelingen in Libanon gaat. 'Het is belangrijk dat niemand uit de boot valt', klonk het. 'Het humanitair fonds in Libanon en onze partners ter plaatse maken geen onderscheid: zowel Libanezen als vluchtelingen in nood kunnen op hen rekenen. Alleen zo kan iedereen vooruit.'

Beiroet werd in augustus vorig jaar opgeschrikt door een grote explosie, die een deel van de haven en de omliggende wijken zwaar beschadigde. Bij de ontploffing vielen zeker 200 doden, onder wie ook twee mensen van Belgisch-Libanese afkomst. Minister van Ontwikkelingssamenwerking Meryame Kitir (Vooruit) had woensdag een ontmoeting met de ouders van één van die slachtoffers, Krystel El Adm, die 36 was toen ze stierf terwijl ze een buurjongen een iPad kwam geven in een appartementsgebouw vlak bij de haven, zodat hij een online cursus kon volgen. Daarna ging de minister samen met Dr. Nazih El Adm, de vader van Krystel, een krans neerleggen aan de haven. Kitir had woensdag ook een ontmoeting met Melhem Khalaf, de stafhouder van de balie van Beiroet. Hij richtte een team van dertig advocaten op dat zich bezighoudt met de juridische bijstand aan slachtoffers en nabestaanden. Zij zijn ruim een jaar na datum nog altijd op zoek naar gerechtigheid. Oud-premier Hassan Diab en drie andere ex-ministers zijn eind vorig jaar dan wel aangeklaagd vanwege nalatigheid, maar tot een rechtszaak is het nog niet gekomen en het is ook niet duidelijk of die er nog komt. 'We zijn 1 jaar en 2 maanden na de ramp. Iedereen kent de oorzaak, behalve de Libanezen', vertelde een boze Dr. El Adm daarover. 'Hoe lang gaat het zo nog verder?' De man verwacht weinig van de nieuwe Libanese regering, die eerder deze maand aantrad. ''Un blanc bonnet et un bonnet blanc'', klonk het. 'Er is niets veranderd.' De nieuwe premier, Najib Mikati, is een telecommiljardair die eerder al twee keer premier was. Ook Kitir benadrukte woensdag het belang van een degelijk, onafhankelijk onderzoek naar de explosie. Dr. El Adm is blij met de aandacht van de Belgische regering voor de situatie van de nabestaanden van de ramp. 'Het is nooit te laat. Dat geeft onze familie voor een stuk rust, en zou ook voor Krystel erg belangrijk geweest zijn', zei hij. Intussen focust El Adm zich vooral op de Libanese jeugd, met een stichting die in naam van zijn dochter door haar vrienden is opgericht. Daarmee wil hij onder meer gratis IT-onderwijs in Beiroet organiseren voor jongeren tussen 15 en 18 jaar. 'Mijn dochter is gestorven toen ze een buurjongen wilde helpen met zijn opleiding. Dat wil ik in haar naam verderzetten.'De explosie in de haven liet niet alleen littekens achter bij de slachtoffers en hun nabestaanden. Beiroet en bij uitbreiding de hele Libanese samenleving dragen nog altijd de gevolgen van de ramp. De economie ligt volledig aan diggelen, met een munt die meer dan 90 procent van zijn waarde heeft verloren, enorme brandstoftekorten en torenhoge inflatie. In de hoofdstad Beiroet staan meterslange rijen aan de tankstations, waar mensen uren moeten wachten op 20 liter brandstof. Hoogopgeleide Libanezen verlaten massaal het land en ruim de helft van de achterblijvers leeft in armoede. Minister Kitir maakt daarom 3 miljoen euro extra vrij voor het Libanon-fonds van OCHA, het VN-bureau voor de coördinatie van humanitaire zaken, kondigde ze aan in de haven. Later op de dag bracht Kitir nog een bezoek aan een distributiecentrum van het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de VN. De organisatie is al sinds 2012 actief in Libanon om de vele Syrische vluchtelingen die het land opving van voedselhulp te voorzien, maar moet sinds vorig jaar ook Libanezen bevoorraden. Dat gebeurt onder meer met steun vanuit België. 'We gingen ervan uit dat we dat enkele maanden zouden moeten doen, gewoon om de mensen die getroffen waren door de explosie door een moeilijke periode te helpen', vertelde Abdallah Alwardat, de WFP-directeur in Libanon. 'Maar de situatie bleef verslechteren. Intussen zijn we meer dan een jaar verder en helpen we meer dan 600.000 mensen in Libanon, bovenop 1,2 miljoen vluchtelingen.' Ook het Wereldvoedselprogramma kan daarom op extra steun uit België rekenen. Kitir trekt daar 1 miljoen euro extra uit voor uit. Samen met de 3 miljoen euro voor OCHA komt de Belgische ontwikkelingshulp voor Libanon dit jaar op 8 miljoen euro. De minister sloot de dag woensdag af met een bezoek aan Shatila, een Palestijnse vluchtelingenwijk in Beiroet. Daar bezocht ze een ngo die onder meer naaicursussen en assertiviteitstraining voor vrouwen en onderwijs voor kinderen van Syrisiche afkomst organiseert: in Shatila zitten intussen meer Syrische dan Palestijnse vluchtelingen. Hun situatie is sinds de explosie in de haven fel verslechterd: veel vluchtelingen werkten vroeger buiten het kamp, maar dat is moeilijker nu er zelfs onvoldoende jobs voorhanden zijn voor de Libanezen zelf. Veel gezinnen moeten rondkomen met 20.000 Libanese pond per dag, het equivalent van iets meer dan 1 Amerikaanse dollar. Minister Kitir benadrukte dat de humanitaire hulp vanuit België naar Libanezen én vluchtelingen in Libanon gaat. 'Het is belangrijk dat niemand uit de boot valt', klonk het. 'Het humanitair fonds in Libanon en onze partners ter plaatse maken geen onderscheid: zowel Libanezen als vluchtelingen in nood kunnen op hen rekenen. Alleen zo kan iedereen vooruit.'