Deze drie gewezen verantwoordelijken van de uitbater van kerncentrale Fukushima Daiichi, die op 11 maart 2011 werd verwoest door de tsunami, zijn de enige natuurlijke personen die zich voor de rechtbank moesten verantwoorden in het kader van de ramp, het zwaarste nucleair incident na Tsjernobyl (Oekraïne) in 1986.

Tegen de 79-jarige Tsunehisa Katsumata, voorzitter van raad van bestuur van Tecpo op het ogenblik van het drama, en twee gewezen vice-CEO's Sakae Muto (69) en Ichiro Takekuro (73) was vijf jaar cel gevorderd. De drie waren beschuldigd van nalatigheid met de dood tot gevolg, omdat ze geen rekening hadden gehouden met informatie over het risico op een tsunami die te krachtig voor de centrale zou zijn.

Ze stonden terecht omdat ze geen voorzorgsmaatregelen tegen een tsunami hadden getroffen, wat de dood van 44 mensen tot gevolg had. Tepco zou in 2008 op de hoogte gebracht zijn dat een tsunami, met golven tot 16 meter hoog, de kerncentrale kon treffen. Volgens de openbare aanklagers was het voor de bedrijfsleiders belangrijker om te voorkomen dat de kernreactor stilgelegd moest worden, dan het probleem aan te pakken.

De drie hadden onschuldig gepleit. Volgens de verdediging was de tsunami niet te voorspellen en zou de ramp sowieso hebben plaatsgevonden, ook al waren er veiligheidsmaatregelen genomen.

In maart 2011 was er een aardbeving met een kracht van 9,0 op de schaal van Richter en ontstond aansluitend een enorme tsunami in het noorden van Japan, waarbij 18.500 mensen omkwamen. In de kerncentrale van Fukushima kwam het toen tot een drievoudige meltdown, een kernsmelting. Meer dan 160.000 mensen moesten vluchten en zeker 30.000 Japanners konden nog steeds niet terugkeren.