Wat doet het met een mens om op te groeien in een land waar een militaire dictatuur wordt geïnstalleerd? José Miguel Vivanco was een tiener toen generaal Augusto Pinochet in Chili aan de macht kwam. Het was het begin van een schrikbewind dat draaide op moorden, martelingen en verdwijningen. Vivanco wist snel wat hij zou gaan studeren aan de Universiteit van Chili in Santiago: rechten.
...

Wat doet het met een mens om op te groeien in een land waar een militaire dictatuur wordt geïnstalleerd? José Miguel Vivanco was een tiener toen generaal Augusto Pinochet in Chili aan de macht kwam. Het was het begin van een schrikbewind dat draaide op moorden, martelingen en verdwijningen. Vivanco wist snel wat hij zou gaan studeren aan de Universiteit van Chili in Santiago: rechten. In 1990 richtte hij een vzw op, het Center for Justice and International Law, dat juridische ondersteuning bood aan ngo's. Niet lang daarna ging hij aan de slag bij de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. Sinds een kwarteeuw staat hij er aan het hoofd van de Amerikaanse afdeling. Vivanco kent het Amerikaanse continent en zijn leiders door en door. Hij reist af en aan, zit gemiddeld een week per maand in een vliegtuig, en volgt waar mogelijk aan de frontlinie de gebeurtenissen op. Dat levert hem verwensingen op, zware beschuldigingen zelfs. Maar de man is niet van plan om ermee op te houden. Laten we in de Verenigde Staten beginnen. Moet de directeur van Human Rights Watch zich ook zorgen maken over de VS onder president Donald Trump? José Miguel Vivanco: Luister, Trump is een populist. Hij heeft racisme en xenofobie gebruikt om aan de macht te komen - herinner u zijn uitspraken over Mexicanen en latino's. Het allerergste wat hij doet, is kinderen van hun ouders scheiden bij arrestaties van migranten. De ouders levert hij uit, de kinderen houdt hij in de VS. Hij laat ze in weeshuizen of bij adoptiegezinnen plaatsen, verspreid over verschillende staten. Soms valt niet meer te achterhalen welke kinderen bij welke ouders horen. (nadrukkelijk) Geen enkel land ter wereld begaat zulke misdaden tegen kinderen. Verschillende federale rechters hebben het fenomeen al aangekaart, maar die praktijken blijven doorgaan. Onvoorstelbaar dat mensen meedoen aan een beleid waarbij kinderen uit de armen van hun ouders worden getrokken. Die politieagenten en bureaucraten moeten toch helemaal geïndoctrineerd zijn door Trump? Staat de Amerikaanse persvrijheid onder druk? Trump noemt journalisten 'vijanden van het volk'. Vivanco: Gelukkig is de Amerikaanse pers zeer professioneel en doet ze aan grondige onderzoeksjournalistiek. Bij grote kranten zoals The New York Times of The Washington Post bestaat geen censuur. Volgens mij kan de vrije pers er nog altijd haar werk doen. Het klopt natuurlijk wel dat Trump hen systematisch in diskrediet brengt, maar dat houdt de journalisten niet tegen. Trump schoffeerde drie Amerikaanse senatoren met de boodschap: 'Keer terug naar uw land.' Valt zoiets nog onder vrije meningsuiting? Vivanco: Zulke uitspraken zijn racistisch, vulgair en beledigend. Typisch voor een populistische leider die wil inspelen op de gevoeligheden van zijn achterban. Gelukkig heeft het Amerikaanse Congres een verklaring opgesteld waarin het afstand neemt van die uitspraak. In april 2019 werd journalist Julian Assange, de man achter de klokkenluiderssite WikiLeaks, gearresteerd door de Britten. De kans dat hij uitgeleverd wordt aan de VS is reëel. Hoe kijkt u daarnaar? Vivanco: Ik ben daar heel bezorgd over. Mocht Julian Assange een gevangenisstraf krijgen voor het bekendmaken van geheime informatie zonder zijn bronnen prijs te geven, dan wil dat zeggen dat kranten zoals The Washington Post en The New York Times elke dag voor de rechtbank zouden moeten komen. Als Assange veroordeeld zou worden, is dat een pervers precedent. Laten we even terugkeren naar het begin van uw carrière. Begin jaren negentig hebt u Fidel Castro aangesproken op de behandeling van politieke gevangenen in Cuba. Hoe was dat? Vivanco: De Franse president François Mitterrand had een internationale werkgroep in het leven geroepen, en had daarover rechtstreeks onderhandeld met Castro. We mochten met 24 politieke gevangenen praten. Tenminste, niet in hun cel maar in het bureau van de gevangenisdirecteur. We gingen ervan uit dat de gesprekken opgenomen werden met verborgen video- en afluisterapparatuur. Dat lieten we die mensen voor het begin van het gesprek ook in stilte op een papiertje weten. Op het einde legde ik hen een wit blad voor, waarop de vraag stond om een schets van de gevangenis te tekenen en te vermelden of er folterkamers waren. Na die 24 gesprekken werden we bij Castro verwacht. Het werd een slopende vergadering, van acht uur 's avonds tot vier uur 's ochtends. Alle dossiers van de betrokken gevangenen lagen op zijn bureau, en élk van hen beschouwde hij als een 'zware misdadiger'. In werkelijkheid zaten die mensen in de gevangenis omdat ze het gedurfd hadden om in internationale media - nog niet eens in lokale kranten - kritiek te geven op het beleid van Castro. 'Vijandige propaganda' heet dat tot op vandaag, goed voor 10 à 12 jaar cel, en 20 jaar bij recidive. Uiteindelijk hebben we 6 van de 24 gevangenen vrij gekregen, alle anderen hebben hun straf volledig moeten uitzitten. Wat was hij voor iemand? Vivanco: Tijdens al die uren vergaderen toonde hij geen greintje empathie of menselijkheid. Castro verloor zijn zelfbeheersing en reageerde furieus op onze vragen. Ik had het steeds moeilijker met zijn reacties en bleef maar doorvragen. Mijn Franse collega's begonnen terug te krabbelen, ze verontschuldigden zich zelfs voor mijn brutale vragen. Toen ik weigerde met hem te poseren voor de officiële foto stuurde hij me de kamer uit. Weet u, er zijn zo veel intellectuelen en kunstenaars die vertelden dat ze op slag verliefd werden op Castro toen ze hem ontmoetten. 'Wat een charme, wat een charisma!' Eerlijk, ik heb niets van die charme gezien. Hij was een typische Latijns-Amerikaanse dictator die zijn inwoners als zijn eigendom behandelde. Is de situatie in Cuba verbeterd sinds zijn overlijden in 2016? Vivanco: Toen zijn broer, Raul, het presidentschap overnam, vreesde iedereen dat hij minstens even genadeloos zou zijn. Uiteindelijk was hij altijd de militair en Fidel de politicus. Maar Raul bleek pragmatisch te werken. De straffen voor politieke gevangenen werden aanzienlijk korter, tot maximaal vier jaar cel. Hun aantal is onder hem gedaald tot een tweehonderdtal. De geest van de wet is niet veranderd. Het beleid van de huidige regering van president Miguel Diaz Canel is precies hetzelfde als dat van Raul Castro. Cuba heeft zijn imago wat opgepoetst, maar het blijft een militaire dictatuur. President Hugo Chavez van Venezuela leek de nieuwe Castro te willen worden. Onder zijn bewind ging het er bergaf met de mensenrechten. Hoe verliepen de gesprekken met hem? Vivanco: Ik ken Venezuela goed. Nog voor Chavez in 1999 aan de macht kwam, had ik het land al een keer of dertig bezocht. We waren toen met Human Rights Watch vooral bezorgd over de levensomstandigheden in de gevangenissen, over het buitensporige geweld dat de politie gebruikte en de bedreiging van de persvrijheid. Toen Chavez president werd, kregen we sterke aanwijzingen dat de rechtsstaat, de democratie en de vrije meningsuiting achteruitgingen. Daar heb ik enkele keren met hem over gepraat. In 2008 bereikte onze relatie een dieptepunt. Precies die thema's hadden we aan de kaak gesteld in het rapport Een decennium met Chavez, dat we in Caracas openbaar toelichtten. Toen ik die nacht terugreed naar mijn hotel, werd mijn taxi tegengehouden door een dertigtal zwaarbewapende militairen. In mijn hotelkamer lazen ze een bevelschrift voor dat eigenhandig door Chavez was opgesteld, waarbij hij mij beval om onmiddellijk het grondgebied te verlaten. Ze hebben een commerciële vlucht vijf uur aan de grond gehouden tot ik er was. Pas aan boord kreeg ik van de piloot te horen dat ik uitgeleverd werd aan Brazilië. Gelukkig waren de passagiers solidair met mij. Ik heb voor het opstijgen nog de kans gehad om een telefoontje te doen. Toen ik in São Paulo landde, wist de hele internationale pers al wat er gebeurd was. Chavez heeft toen zelfs een wet naar mij vernoemd: de wet-Vivanco stelt dat alle buitenlanders die kritiek hebben op de Bolivariaanse Revolutie onmiddellijk het land uitgezet worden. Sindsdien ben ik nooit meer in Venezuela geweest, maar Human Rights Watch blijft er natuurlijk wel actief. Ondertussen is de situatie daar onder Chavez' opvolger, Nicolas Maduro, een ware catastrofe. De Sandinistische Revolutie van president Daniel Ortega in Nicaragua lijkt op de Bolivariaanse Revolutie. Ook Ortega onderdrukt elke vorm van kritiek. Vivanco: Hun politieke modellen liggen dicht bij elkaar. Je ziet in die landen een grote bewondering voor de leider, de caudillo. Discussiëren met die leider is onmogelijk en alle beslissingen worden door hem genomen. Hij controleert de economie, de politiek en de rechtspraak. Dan krijg je een polarisering van de samenleving. Wie anders denkt dan de regering, is de vijand. En door het wegvallen van de instellingen floreert corruptie. Daniel Ortega heeft ondertussen aan de wereld getoond dat hij een ordinaire dictator is - excuus voor het woordgebruik. De man is geobsedeerd door de macht, en daardoor gebruikt hij bruut geweld en pleegt hij op grote schaal zware misdrijven tegen de mensheid. Hij heeft burgers en politie de opdracht gegeven om vreedzame betogers in koelen bloede te vermoorden, te kidnappen, te folteren of te verkrachten. De enige uitkomst is dat andere landen diplomatieke middelen en soft power inzetten om Ortega onder druk te zetten, tot hij de politieke gevangenen vrijlaat. We hebben het vooral over linkse leiders gehad, maar ook op rechts is het slecht gesteld met de mensenrechten in Latijns-Amerika. Ik denk aan voormalig president Alvaro Uribe in Colombia. Vivanco: Toen Uribe president was (2002-2010, nvdr), leidde hij Colombia met ijzeren hand. Hij heeft er alles aan gedaan om gerechtelijke onderzoeken tegen zijn regering te dwarsbomen. U moet weten: Uribe moest voor de rechter komen vanwege het fenomeen van de 'vals positieven'. Het Colombiaanse leger heeft minstens 4000 burgers vermoord om ze nadien te verkleden als strijders van de guerrillabewegingen FARC en ELN, om zo 'aan te tonen' hoeveel strijders ze wel niet hadden gedood. Die mensen werden in verschillende steden gevangengenomen, naar verafgelegen gebieden gebracht en koelbloedig vermoord. De soldaten die eraan deelnamen, kregen extra bonussen of verlofdagen. En Uribe, die kon verkondigen dat hij een enorme vooruitgang boekte in de strijd tegen de guerrillabewegingen. In werkelijkheid ging het vaak om arme boeren, daklozen, gehandicapten. Werkelijk ongezien in Zuid-Amerika. Uiteindelijk hebben we met Human Rights Watch kunnen verhinderen dat er een vrijhandelsakkoord kwam tussen de VS en Colombia. Uribe was zelf naar Washington gereisd voor een vergadering met vooraanstaande leden van het Amerikaanse Congres. Tijdens het diner ging het er gemoedelijk aan toe, en Uribe dacht dat zijn handelsakkoord binnen was. Maar tijdens de koffie stond een senator op, die opmerkte dat één thema onbesproken was gebleven: de mensenrechten. En of de heer Vivanco van Human Rights Watch dat even kon toelichten? Ik kreeg de kans om Uribe één vraag te stellen. Ik koos voor: 'Meneer de president, ik zal niet beginnen over de vakbondsleiders die werden vermoord. Ik wil het hebben over de "vals positieven". Wat doet u als president om dat fenomeen te onderzoeken en te bestrijden?' Uribe werd razend. Roepen en tieren. Hij verweet me dat ik een leugenaar was, en een vermomd lid van de FARC. Volgens hem waren de verhalen over de 'vals positieven' fabeltjes, en ik boycotte het handelsakkoord omdat ik tegen het liberale gedachtegoed zou zijn. Hij raakte buiten zinnen van woede. Achteraf heb ik vernomen dat zijn gedrag de doodsteek heeft betekend voor het handelsakkoord. Uiteindelijk is het er pas gekomen onder zijn opvolger, Juan Manuel Santos. Tot slot: terug naar de zuiderburen van Trump. Het lijkt erop dat Mexico met Andres Manuel Lopez Obrador in 2018 óók voor een populist heeft gekozen. Vivanco: Ik vond het erg vreemd dat Obrador bij zijn inauguratie Nicolas Maduro uitnodigde, terwijl 40 landen hem niet meer als president van Venezuela erkenden. Obrador voert nogal dogmatisch zijn principe door om zich niet te mengen in de belangen van andere landen. Dat is een achteruitgang voor de internationale politiek van Mexico. Vanaf het presidentschap van Vicente Fox (2000-2006, nvdr) was Mexico internationaal erg actief. Het stond mee op de barricades voor mensenrechten overal ter wereld. Ook qua persvrijheid en vrije meningsuiting zien we Mexico achteruitgaan. Obrador gebruikt heel agressieve taal tegen journalisten en onafhankelijke media. En hij heeft rechters aan het Hooggerechtshof benoemd die niet meteen het meest geschikte cv hebben om daar te zitten. Ook het migratiebeleid heeft hij flink aangescherpt. Dat klinkt als iemand die tegemoet wil komen aan zijn noorderbuur, denk ik dan.