Vorige week zondag gaf de Europese Commissie de Italiaanse overheid de toestemming om twee Noord-Italiaanse banken, de Banco Popolare di Vicenza en de Banco Veneta, te hulp te schieten met een reddingspakket van 17 miljard Euro. De Italiaanse overheid neemt het slechte deel, de zogenaamde bad bank, over. Het goede deel werd verkocht voor een symbolische Euro aan Intesa, de tweede grootste bank van Italië.
...

Vorige week zondag gaf de Europese Commissie de Italiaanse overheid de toestemming om twee Noord-Italiaanse banken, de Banco Popolare di Vicenza en de Banco Veneta, te hulp te schieten met een reddingspakket van 17 miljard Euro. De Italiaanse overheid neemt het slechte deel, de zogenaamde bad bank, over. Het goede deel werd verkocht voor een symbolische Euro aan Intesa, de tweede grootste bank van Italië. De Europese Centrale Bank heeft geoordeeld dat ,volgens de regels van de Bankenunie, beide instituten geen systeemrisico vormen. Dat maakt dat andere banken niet te hulp moeten schieten. We vroegen aan Dirk De Bièvre, professor politieke wetenschappen en politieke economie aan de Universiteit van Antwerpen, wat er precies aan de hand is. DIRK DE BIEVRE: Inderdaad, en haar staatsschuld was al torenhoog. Die bedraagt momenteel reeds 133%, en door de nieuwe lening ziet het er niet naar uit dat die op korte termijn zal zakken. Het is erg merkwaardig dat de Europese Commissie Italië de toestemming heeft gegeven om zo'n hoog bedrag te mogen injecteren. En dat voor banken die zogezegd geen systeemrisico zouden betekenen. De Italianen hebben zich natuurlijk in de voet geschoten door laks om te springen met deze twee banken. De staatsschuld is ten opzichte van hun economische groei zo enorm hoog, dat de overheid haar eigen strop nogmaals heeft aangetrokken. Ze riskeren nu onder curatele te komen onder de begrotingsregels van de Europese Commissie, waarbij uw begrotings- en budgetautonomie wordt afgenomen. Dat hangt nu als een zwaard van Damocles boven de Italiaanse regering. DIRK DE BIEVRE: Absoluut. Maar de spaarder is wel gered. De huidige situatie in Italië is eigenlijk erg vergelijkbaar met die van de Arco-spaarder in België. Het principe van de Arco-coöperanten, waar terecht zoveel controverse geweest is, is dat de producten werden verkocht als zijnde zekere spaarproducten terwijl het eigenlijk speculatieve beleggingen waren. De spaarders werden in zekere zin misleid. Dat is ook in Italië gebeurd. Daar werden de producten verkocht alsof er niets mee kon misgaan. In feite werd er met het spaargeld o.a. in derivaten op de Amerikaanse immobiliënmarkt geïnvesteerd. In België hebben de Arco-spaarders momenteel nog geen cent van hun verloren geld teruggezien. De overheid heeft wel een deel willen terugbetalen, maar het Europees Hof van Justitie heeft dan geoordeeld dat er op onwettige manier staatssteun zou worden geleverd. De Italiaanse onderhandelaars van het ministerie van Financiën hebben ook wel gezien dat de aanpak van Yves Leterme om er ten allen tijde op te rekenen dat speculatieve beleggingen onder de spaargeldgarantie te nemen enorm dwaas was. Ook de regering Michel is in hetzelfde bedje ziek. De regering had destijds eerst aan de Europese Commissie moeten vragen of de staatswaarborg wel in het regeerakkoord mocht. De Italianen hebben dit veel beter onderhandeld en op een meer transparante wijze. Iedereen kon zien dat ze aan de Europese Commissie toestemming hebben gevraagd nog vóór ze een financiële injectie deden. In België dacht Leterme dat hij het achteraf wel met de Europese Commissie zou kunnen regelen. De regering Michel heeft onder druk van de CD&V net hetzelfde gedaan. Ze dachten dat de Europese Commissie niet de guts zou hebben om dit te vernietigen. De Arco-spaarders zullen hoogstwaarschijnlijk wel met lege handen achterblijven. In Italië zijn de spaarders van de Banco Popolare di Vicenza en de Veneto Banca hun geld nooit kwijt geweest. DE BIEVRE: De Italiaanse politiek zit natuurlijk in woelig vaarwater. Niemand weet uit welke partijen de volgende regering zal bestaan. Geen enkele politieke actor wil dat de kleine spaarders en aandeelhouders hun geld verliezen. In de belangrijke kiesdistricten van de Veneto zou dat een electorale kaakslag betekenen. En dat wil men kost wat kost vermijden. DE BIEVRE: Inderdaad, maar het ironische is dat Duitsland deze opzet van de bankenunie voor een aanzienlijk deel zelf mee voor heeft gecreëerd. Het was Berlijn dat niet wilde om ook kleinere banken mee te betrekken in de Bankenunie. Nu dit als gevolg heeft dat de Italiaanse staatschuld groeit, zullen ze er groen lachen. DE BIEVRE: Die reden is tweeërlei. Enerzijds heeft Duitsland al een nationaal systeem waarin wordt voorzien dat de kleine banken, en dus niet de spaarder, moeten bijspringen indien er een andere bank failliet gaat. Die kleine banken, ook wel de Sparkassen, genoemd zijn vaak voor een aanzienlijk deel in handen van de deelstaten. Het zijn dus een soort van banken in openbaar bezit. Die deelstaten zagen het echter niet zitten om een deel van hun geld in rook te zien opgaan als een andere kleine bank ik bijvoorbeeld Spanje of Italië over kop zou gaan. De deelstaatregeringen hebben Schäuble bij de onderhandelingen over de Bankenunie danig onder druk gezet, opdat de Sparkassen niet onder Europees toezicht zouden komen. Hij had dus geen onderhandelingsmarge. Schäuble zou het nooit door het Duits Parlement, laat staan door de Bondsraad (waar de deelstaten rechtstreeks vertegenwoordigd zijn; nvdr) gekregen hebben. En toen de twee Italiaanse banken in slechte papieren zaten, besliste de ECB dat het niet om systemisch belangrijke banken ging en dat dus ook niet de zgn. European resolution board bevoegd was, maar wel de Italiaanse overheid, in overleg met de Europese Commissie. Het is echter de Europese Commissie in samenwerking met de Italiaanse overheid die kunnen beslissen hoe het probleem aan te pakken. DE BIEVRE: De meeste waarnemers die de bankenunie van dichtbij hebben gevolgd wisten al wel dat de Bankenunie een soort van Baboesjka is, waarin alleen de grote banken onder dit toezicht vielen. Nu is wel voor de eerste keer gebleken dat dit ook aanzienlijke beleidsimplicaties heeft. DE BIEVRE: De Banco Popular was volgens de ECB wel een systeembank en mocht volgens de regelgeving van de Bankenunie niet worden gered door de nationale Spaanse overheid. Maar de Spaanse regering is dan ook niet erg blij dat de Italiaanse overheid zomaar deze twee toch kleine banken mag gaan redden - hoewel het maar een korte termijn oplossing is. DE BIEVRE: Dat is zeer moeilijk in te schatten. Enerzijds is Italië in zijn geheel geen achtergesteld land. Het noorden is een erg performante regio. Het feit dat Italië al zo lang amper economische groei kent, maskeert soms dat er wel degelijk erg welvarende regio's zijn. De beurzen hebben wel positief gereageerd op de het feit dat de Italiaanse overheid tussenkomt. De aandelen van de banken gingen omhoog omdat die gespaard bleven van de lasten. Dat is natuurlijk een heel pervers effect.Anderzijds zijn er tal van problemen. De arbeidsmarkt wordt in Italië maar niet hervormd, wat het voor bedrijven moeilijk maakt om nieuwe werknemers aan te trekken. In Italië is het, net als in Frankrijk, ontzettend moeilijk om iemand te ontslaan. Het feit dat het voor een bedrijf zo veel kan kosten om een werknemer op straat te zetten, maakt dat bedrijven niemand aannemen. Het is een anticipatierem, die resulteert in een aarzelende werkgelegenheid. DE BIEVRE: In het Italiaanse parlement is er geen stabiele meerderheid die dit probleem kan oplossen. Renzi heeft het wel geprobeerd, maar tevergeefs, omdat het land een sociale zekerheidstelsel heeft dat in geval van ontslag helemaal geen vertrouwenwekkende vorm van uitkeringen heeft. En dat zal ook niet ingevoerd worden, aangezien de staatschuld zo hoog is. Bovendien verdwijnt de Italiaanse middenklasse als sneeuw voor de zon. Er is nu al een hoge werkloosheid, en er komen zoals gezegd amper jobs bij. Veel gezinnen moeten momenteel hun reserves aanspreken omdat ze geen inkomsten meer hebben. Als de huidige middenklasse, die nu op pensioen is, over enkele jaren begint te overlijden, zal Italië een totaal andere sociaal-economische structuur kennen. Daardoor zal er ook veel minder spaargeld naar de banken vloeien. De vooruitzichten op lange termijn zien er alleszins niet goed uit. Dat is waarschijnlijk ook één van de redenen waarom voorzitter van de Europese Centrale Bank Mario Draghi nog steeds vasthoudt aan het lagerentebeleid. Hij weet ook dat het mis gaat in een van de centrale economieën van de Europese Unie, als hij niet steeds verder tijd koopt door indirect en zo massaal Italiaanse staatsobligaties en aandelen te blijven opkopen.