Op het hoogtepunt van de migratiecrisis van vorige zomer, toen veelal Afrikaanse migranten soms met duizenden tegelijk op de Italiaanse eilanden en het vasteland aankwamen, leek Italië klaar voor een politieke aardverschuiving. In de peilingen scoorden soevereinistische partijen als de extreemlinkse Vijfsterrenbeweging en de extreemrechtse Lega Nord samen bijna 45 procent. Een uittreding van Italië uit de euro, zoals beide partijen voorstelden, leek plotseling een realistisch scenario.
...

Op het hoogtepunt van de migratiecrisis van vorige zomer, toen veelal Afrikaanse migranten soms met duizenden tegelijk op de Italiaanse eilanden en het vasteland aankwamen, leek Italië klaar voor een politieke aardverschuiving. In de peilingen scoorden soevereinistische partijen als de extreemlinkse Vijfsterrenbeweging en de extreemrechtse Lega Nord samen bijna 45 procent. Een uittreding van Italië uit de euro, zoals beide partijen voorstelden, leek plotseling een realistisch scenario. Maar toen de Partito Democratico (PD) van zittend premier Paolo Gentiloni vorige week de campagne op gang blies, leek het gevaar voor een italexit alweer geweken. De Vijfsterrenbeweging staat dan wel nipt op kop in de peilingen, maar de nieuwe partijleider Luigi Di Maio slaat een veel zalvender toon aan. Een referendum over het Italiaanse EU-lidmaatschap vindt hij 'geen optie'. Toch is dat geen goed nieuws voor de PD, die ondanks de groeiende economie en de dalende werkloosheid wegzakt in de peilingen. Veel heeft te maken met de polariserende stijl van partijleider Mateo Renzi. Die hakt met de botte bijl in op de oude garde van de partij, die een economisch linksere koers aanhangt. Op de kieslijst voor de komende verkiezingen heeft hij 80 procent van de plaatsen voorbehouden aan gelijkgezinden. Uit onvrede hebben verscheidene misnoegde PD'ers begin december Liberi e Uguali (Vrijen en Gelijken) opgericht. Die partij wordt momenteel gepeild op ongeveer 5 procent. Ze lijkt vooral de PD grondig te zullen verzwakken. De lachende derde bij dit alles lijkt eens te meer Silvio Berlusconi te zullen zijn. Op zijn 81e heeft Il Cavaliere Forza Italia, zijn oude coalitie van rechtse partijen, nieuw leven ingeblazen. Met beloftes van een vlaktaks, de afschaffing van de successierechten en hogere pensioenen hoopt hij de centrumkiezer te verleiden. Berlusconi presenteert zich als Il Nonno, de grootvader van de natie, die ondanks veroordelingen van belastingontduiking, lopende seksschandalen en algemeen baldadig gedrag een redelijk alternatief vormt voor de bulldozerstijl van Renzi en het anti-EU-programma van de Vijfsterrenbeweging. Hoewel hij wegens zijn gerechtelijke veroordelingen tot 2019 zelf geen politiek ambt mag bekleden, hoopt Berlusconi bij de volgende regeringsvorming de kingmaker te zijn. Begin november sloot hij een pact met de Lega - de nieuwe naam voor de Lega Nord - en de rechts-nationalistische Fratelli d'Italia. Die coalitie lijkt als enige in staat meer dan 40 procent van de zetels binnen te halen, wat in het Italiaanse systeem voor bonuszetels zorgt. Op die manier zou Forza Italia de premier kunnen leveren met minder dan 20 procent van de stemmen. Het is niet duidelijk in welke mate Berlusconi dat akkoord zelf ernstig neemt. Toen hij eind januari nog met open armen ontvangen werd door Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker, beloofde hij niet met de Lega te zullen regeren. Hij presenteerde zich ook als een pro-Europeaan die de Europese begrotingsregels streng zou toepassen. Hoewel zowel Renzi als Berlusconi een grote coalitie uitsluit, hoopt men in Brussel erop dat het pragmatisme zal zegevieren. Hoe het ook uitdraait: na 4 maart dreigt Italië eens te meer een Europees zorgenkind te worden.