HRW baseert zich voor die conclusie op de juridische definitie van apartheid. Het gaat dus niet om een vergelijking met het vroegere rassenbeleid in Zuid-Afrika. In een 213 pagina's tellend rapport stelt de mensenrechtenorganisatie wel dat de Joodse Israëliërs systematisch worden bevoorrecht, terwijl Palestijnen te maken krijgen met onderdrukking.

'De Israëlische regering handhaaft een doelbewuste overheersing van de Israëlische Joodse bevolking over de Palestijnen in heel Israël en de bezette gebieden', zo klinkt het. Wanneer die 'doelbewuste overheersing' wordt gecombineerd met 'systematische onderdrukking' en 'onmenselijke daden', is er sprake van apartheid, wordt nog benadrukt. 'Om de overheersing te handhaven, discrimineren de Israëlische autoriteiten de Palestijnen systematisch. De institutionele discriminatie waarmee Palestijnse burgers van Israël te maken hebben, omvat wetten die honderden kleine Joodse steden toestaan Palestijnen effectief uit te sluiten, en begrotingen die slechts een fractie van de middelen toekennen aan Palestijnse scholen in vergelijking met scholen voor Joods Israëlische kinderen', zo staat onder meer in het rapport.

'Veel van de misstanden die aan de basis liggen van deze misdaden, zoals het bijna categorisch weigeren van bouwvergunningen aan Palestijnen en het slopen van duizenden huizen onder het voorwendsel dat er geen vergunning voor was, hebben geen rechtvaardiging vanuit veiligheidsoogpunt.'

'Al jaren zeggen we dat we dicht bij apartheid staan. En ik denk dat het nu duidelijk is dat de drempel is overschreden', zegt Omar Shakir, auteur van het rapport.

Geen boycot

Als reden daarvoor verwijst hij onder meer naar de uitbreiding van de Israëlische nederzettingen in Oost-Jeruzalem en op de bezette Westelijke Jordaanoever. 'In heel Israël en de bezette gebieden hebben de Israëlische autoriteiten ernaar gestreefd zoveel mogelijk land beschikbaar te maken voor Joodse gemeenschappen en de meeste Palestijnen te concentreren in dichtbevolkte centra', zegt het rapport daarover.

De mensenrechtenorganisatie dringt er nu bij de VN op aan om een internationale onderzoekscommissie in te stellen naar de situatie in Israël en de Palestijnse gebieden. HRW vraagt andere staten ook om zich 'niet medeplichtig' te maken aan het Israëlische beleid, al wordt er niet opgeroepen tot een boycot.

Verschillende Israëlische ngo's gebruiken al enkele maanden de term 'apartheid' als omschrijving voor het Israëlische beleid ten opzichte van de Israëlische Arabieren en de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever, in de Gazastrook en in Oost-Jeruzalem. Maar het is voor het eerst dat ook een belangrijke internationale mensenrechtenorganisatie die stap zet.

Het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken heeft het rapport in een eerste reactie al omschreven als een 'propagandapamflet' dat niet overeenstemt 'met de feiten en de werkelijkheid op het terrein'.

HRW baseert zich voor die conclusie op de juridische definitie van apartheid. Het gaat dus niet om een vergelijking met het vroegere rassenbeleid in Zuid-Afrika. In een 213 pagina's tellend rapport stelt de mensenrechtenorganisatie wel dat de Joodse Israëliërs systematisch worden bevoorrecht, terwijl Palestijnen te maken krijgen met onderdrukking.'De Israëlische regering handhaaft een doelbewuste overheersing van de Israëlische Joodse bevolking over de Palestijnen in heel Israël en de bezette gebieden', zo klinkt het. Wanneer die 'doelbewuste overheersing' wordt gecombineerd met 'systematische onderdrukking' en 'onmenselijke daden', is er sprake van apartheid, wordt nog benadrukt. 'Om de overheersing te handhaven, discrimineren de Israëlische autoriteiten de Palestijnen systematisch. De institutionele discriminatie waarmee Palestijnse burgers van Israël te maken hebben, omvat wetten die honderden kleine Joodse steden toestaan Palestijnen effectief uit te sluiten, en begrotingen die slechts een fractie van de middelen toekennen aan Palestijnse scholen in vergelijking met scholen voor Joods Israëlische kinderen', zo staat onder meer in het rapport. 'Veel van de misstanden die aan de basis liggen van deze misdaden, zoals het bijna categorisch weigeren van bouwvergunningen aan Palestijnen en het slopen van duizenden huizen onder het voorwendsel dat er geen vergunning voor was, hebben geen rechtvaardiging vanuit veiligheidsoogpunt.''Al jaren zeggen we dat we dicht bij apartheid staan. En ik denk dat het nu duidelijk is dat de drempel is overschreden', zegt Omar Shakir, auteur van het rapport. Als reden daarvoor verwijst hij onder meer naar de uitbreiding van de Israëlische nederzettingen in Oost-Jeruzalem en op de bezette Westelijke Jordaanoever. 'In heel Israël en de bezette gebieden hebben de Israëlische autoriteiten ernaar gestreefd zoveel mogelijk land beschikbaar te maken voor Joodse gemeenschappen en de meeste Palestijnen te concentreren in dichtbevolkte centra', zegt het rapport daarover. De mensenrechtenorganisatie dringt er nu bij de VN op aan om een internationale onderzoekscommissie in te stellen naar de situatie in Israël en de Palestijnse gebieden. HRW vraagt andere staten ook om zich 'niet medeplichtig' te maken aan het Israëlische beleid, al wordt er niet opgeroepen tot een boycot. Verschillende Israëlische ngo's gebruiken al enkele maanden de term 'apartheid' als omschrijving voor het Israëlische beleid ten opzichte van de Israëlische Arabieren en de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever, in de Gazastrook en in Oost-Jeruzalem. Maar het is voor het eerst dat ook een belangrijke internationale mensenrechtenorganisatie die stap zet. Het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken heeft het rapport in een eerste reactie al omschreven als een 'propagandapamflet' dat niet overeenstemt 'met de feiten en de werkelijkheid op het terrein'.