Terwijl de Verenigde Naties campagne voeren voor wereldwijde vrouwenrechten en op 3 mei de jaarlijkse Internationale Dag van de Persvrijheid vieren, speelt er één vraag in de hoofden van vrouwelijke activisten: is persvrijheid wel te verenigen met vrouwenemancipatie?

Marianna Belalba Barreto van Civicus, een wereldwijde koepelorganisatie van burgerbewegingen, vertelt dat de Civicus-monitor veel gevallen aantoont van vrouwelijke journalisten die te maken kregen met gendergerelateerde online intimidatie.

In haar jaarverslag People Power Under Attack 2020 (PPUA) documenteerde Civicus de inzet van intimidatie als tactiek om journalisten en mensenrechtenverdedigers de mond te snoeren.

Persoonlijke gegevens online gedeeld

Met name in de Balkan werden verschillende gevallen van intimidatie van vrouwelijke journalisten gedocumenteerd. Zo ontving in Noord-Macedonië een vrouwelijke journalist via Facebook en Twitter berichten vol verbaal geweld en haat zaaiende uitlatingen. Als reactie op haar werk kreeg ze tientallen berichten binnen waarin werd gedreigd met verkrachting of zelfs met de dood.

In Bosnië en Herzegovina werd een vrouwelijke journalist bedreigd omdat ze een verhaal over milieurechten versloeg. In Bulgarije moest een vrouwelijke journalist, wier verhaal een extreemrechtse groepering in een negatief daglicht stelde, met haar familie het land ontvluchten nadat ze bedreigingen had ontvangen tegen haar en haar gezin. Ook waren haar persoonlijke gegevens online gedeeld.

Drie op vier vrouwelijke journalisten

Unesco, de VN-organisatie voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, en het International Center for Journalists (ICFJ) hebben vorig jaar een wereldwijde enquête gehouden om de omvang en impact van online geweld tegen vrouwelijke journalisten te onderzoeken, en 'om oplossingen te helpen vinden voor dit schadelijke probleem'.

Volgens ICFJ was dit de meest uitgebreide en geografisch diverse enquête die ooit over het thema is gehouden. De vragenlijst werd in vijf talen verspreid en de onderzoekers ontvingen reacties van 714 vrouwelijke journalisten uit 113 landen.

De belangrijkste bevindingen: bijna drie op de vier vrouwelijke respondenten (73 procent) zei te maken te hebben gehad met online geweld; de ondervraagde vrouwelijke journalisten hadden te kampen met dreigementen van fysiek (25 procent) en seksueel geweld (18 procent); en een op de vijf vrouwelijke respondenten (20 procent) stelde offline aangevallen of misbruikt te zijn bij incidenten die online waren aangewakkerd.

Vrouwelijke freelancers lopen extra risico

Lucy Westcott, journalist en verbonden aan het New Yorkse Committee to Protect Journalists (CPJ), vertelt dat vrouwelijke journalisten over de hele wereld te maken hebben met veiligheidsrisico's tijdens het verslaggeven. Het risico bestaat dat hun het zwijgen wordt opgelegd omdat ze openlijk zowel journalist als vrouw zijn.

CPJ heeft met vrouwelijke journalisten over de hele wereld gesproken - waaronder in veel van de landen die in het Unesco-ICFJ-rapport genoemd worden, zoals Brazilië, Zuid-Afrika, het VK en de VS. De vrouwen beschreven hoe ze omgaan met bedreigingen tijdens het werk, met online intimidatie, vrouwonvriendelijke aanvallen, dreigementen van seksueel geweld en zelfs doodsbedreigingen.

Westcott zegt dat vrouwelijke journalisten risico lopen op een fysieke aanval terwijl ze in het veld werken, vooral als ze in hun eentje zijn. Vrouwelijke freelancers lopen nog eens extra risico, aangezien ze de ondersteuning van een redactie missen.

'Online intimidatie blijft een van de grootste risico's voor de veiligheid van vrouwelijke journalisten wereldwijd, en online bedreigingen kunnen overslaan naar de offline omgeving - dat gebeurt nu al. De impact van online intimidatie is verstrekkend en kan leiden tot trauma en psychische problemen', zegt Westcott. Online geweld en intimidatie kunnen de slachtoffers gestrest, bang en depressief achterlaten.

Westcott: 'De veiligheid van journalisten valt onder persvrijheid, en vrouwelijke journalisten moeten hun werk kunnen doen en het nieuws kunnen brengen zonder voor hun veiligheid te vrezen. Redacties moeten zich bewust zijn van de risico's die hun vrouwelijke journalisten lopen, en hen helpen om die risico's te beperken.'

Online trollen

Tara Carey, hoofd media bij ngo Equality Now, vertelt dat vrouwelijke journalisten over de hele wereld zich uitspreken over hun ervaringen met online geweld en intimidatie, en dat verschillende onderzoeken een verontrustende toename laten zien van online haat gericht op vrouwelijke journalisten.

'Online intimidatie uit zich op verschillende manieren en wordt ingezet om vrouwen te intimideren, stigmatiseren en het zwijgen op te leggen. Het gaat van van seksuele intimidatie en dreigen met seksueel en fysiek geweld, tot schendingen van privacy zoals hacking, verspreiding van privébeelden zonder toestemming en 'doxing', waarbij persoonlijke informatie en contactgegevens openbaar worden gemaakt.

'Het 'trol-gedrag' maakt soms deel uit van een georganiseerde campagne waarbij meerdere aanvallers betrokken zijn, en de intimatie is vaak nog heviger als het ook gepaard gaat met andere vormen van discriminatie, bijvoorbeeld gericht op etniciteit, nationaliteit, religie, kaste en seksuele geaardheid', legt ze uit.

Online geweld gaat offline

Het is vooral zorgwekkend dat online misbruik nauw verband houdt met offline geweld. Veel vrouwelijke journalisten bevestigen dat ze tijdens het werk ook in persoonlijke ontmoetingen te maken hebben gehad met bedreigingen, misbruik of mishandeling, zegt Carey.

'Dit soort aanvallen beperkt de deelname van vrouwen aan de journalistiek en ondermijnt ons vermogen om vrijelijk deel te nemen aan het openbare debat, verslag uit te brengen over controversiële kwesties of discriminatie aan te kaarten of aan te vechten', stelt Carey. 'Sommige vrouwen voelen zich gedwongen zelfcensuur toe te passen, zich terug te trekken uit openbare online discussies en zelfs de verslaggeving of de journalistiek als geheel te verlaten.'

'Online misbruik van vrouwelijke journalisten is een aanval op de vrijheid van meningsuiting. Minder vrouwen in de verslaggeving tast de genderdiversiteit van het publieke debat aan en het verhoogt het risico dat gender-sensitieve berichtgeving, over kwesties die vrouwen en meisjes aangaan, gemarginaliseerd raakt.'

Ondertussen lanceerde Unesco ter gelegenheid van Internationale Vrouwendag afgelopen maart een campagne om de risico's te benadrukken waarmee vrouwelijke journalisten online worden geconfronteerd. Guy Berger van Unesco vertelt: 'Om deze stijgende trend het hoofd te bieden, moeten we collectieve oplossingen vinden om vrouwelijke journalisten te beschermen tegen online geweld.' Dit omvat krachtiger optreden van sociale mediaplatforms, nationale autoriteiten en mediaorganisaties, stelt hij.

Aanvallen en haatcampagnes

Belalba Baretto zegt dat Civicus doorgaat met het documenteren van zaken in verschillende delen van de wereld. De urgentie blijkt uit verschillende gevallen die de burgerrechtenorganisatie recent documenteerde.

Zo werden drie vrouwelijke journalisten in Libanon onderwerp van een intense haatcampagne. In het VK kreeg Geri Scott, correspondent van de Yorkshire Post, te maken met online pesterijen na haar optreden in een tv-programma op BBC One, en in Brazilië tekende Civicus verschillende gevallen van online aanvallen op vrouwelijke journalisten op.

De Braziliaanse Associatie van Onderzoeksjournalistiek (ABRAJI) beschreef in een rapport over geweld tegen vrouwelijke journalisten twintig aanvallen op Braziliaanse vrouwelijke journalisten tussen januari 2019 en februari 2020. Schokkend detail: van de zeventien aanvallen die in 2019 werden geregistreerd, kwamen er dertien van leden van de overheid, van ministers of van president Bolsonaro zelf. 84 procent van de journalisten die in het onderzoek werden geïnterviewd, zei op het werk te maken te hebben met gendergerelateerd geweld.

'Bestrijden van online misbruik mag niet neerkomen op degenen die zelf het doelwit zijn', zegt Carey van Equality Now. 'Mediahuizen en uitgeverijen moeten genderspecifieke richtlijnen en trainingen invoeren waarin anti-intimidatiebeleid is opgenomen. Vrouwelijke journalisten moeten zich veilig voelen om hun bezorgdheid over misbruik te uiten en redacties moeten de verantwoordelijkheid nemen om ervoor te zorgen dat ze zich gesteund voelen.'

'Om dit probleem aan te pakken moet wetgeving worden aangescherpt; het rechtssysteem moet slachtoffers steun bieden en daders bestraffen. Gerechtigheid is belangrijk, voor het individuele slachtoffer maar ook vanwege het afschrikkend effect voor anderen. Er moet tot slot meer bewustzijn ontstaan bij wetshandhavers en sociale-mediabedrijven.'

Terwijl de Verenigde Naties campagne voeren voor wereldwijde vrouwenrechten en op 3 mei de jaarlijkse Internationale Dag van de Persvrijheid vieren, speelt er één vraag in de hoofden van vrouwelijke activisten: is persvrijheid wel te verenigen met vrouwenemancipatie? Marianna Belalba Barreto van Civicus, een wereldwijde koepelorganisatie van burgerbewegingen, vertelt dat de Civicus-monitor veel gevallen aantoont van vrouwelijke journalisten die te maken kregen met gendergerelateerde online intimidatie.In haar jaarverslag People Power Under Attack 2020 (PPUA) documenteerde Civicus de inzet van intimidatie als tactiek om journalisten en mensenrechtenverdedigers de mond te snoeren.Met name in de Balkan werden verschillende gevallen van intimidatie van vrouwelijke journalisten gedocumenteerd. Zo ontving in Noord-Macedonië een vrouwelijke journalist via Facebook en Twitter berichten vol verbaal geweld en haat zaaiende uitlatingen. Als reactie op haar werk kreeg ze tientallen berichten binnen waarin werd gedreigd met verkrachting of zelfs met de dood.In Bosnië en Herzegovina werd een vrouwelijke journalist bedreigd omdat ze een verhaal over milieurechten versloeg. In Bulgarije moest een vrouwelijke journalist, wier verhaal een extreemrechtse groepering in een negatief daglicht stelde, met haar familie het land ontvluchten nadat ze bedreigingen had ontvangen tegen haar en haar gezin. Ook waren haar persoonlijke gegevens online gedeeld.Unesco, de VN-organisatie voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, en het International Center for Journalists (ICFJ) hebben vorig jaar een wereldwijde enquête gehouden om de omvang en impact van online geweld tegen vrouwelijke journalisten te onderzoeken, en 'om oplossingen te helpen vinden voor dit schadelijke probleem'.Volgens ICFJ was dit de meest uitgebreide en geografisch diverse enquête die ooit over het thema is gehouden. De vragenlijst werd in vijf talen verspreid en de onderzoekers ontvingen reacties van 714 vrouwelijke journalisten uit 113 landen.De belangrijkste bevindingen: bijna drie op de vier vrouwelijke respondenten (73 procent) zei te maken te hebben gehad met online geweld; de ondervraagde vrouwelijke journalisten hadden te kampen met dreigementen van fysiek (25 procent) en seksueel geweld (18 procent); en een op de vijf vrouwelijke respondenten (20 procent) stelde offline aangevallen of misbruikt te zijn bij incidenten die online waren aangewakkerd.Lucy Westcott, journalist en verbonden aan het New Yorkse Committee to Protect Journalists (CPJ), vertelt dat vrouwelijke journalisten over de hele wereld te maken hebben met veiligheidsrisico's tijdens het verslaggeven. Het risico bestaat dat hun het zwijgen wordt opgelegd omdat ze openlijk zowel journalist als vrouw zijn.CPJ heeft met vrouwelijke journalisten over de hele wereld gesproken - waaronder in veel van de landen die in het Unesco-ICFJ-rapport genoemd worden, zoals Brazilië, Zuid-Afrika, het VK en de VS. De vrouwen beschreven hoe ze omgaan met bedreigingen tijdens het werk, met online intimidatie, vrouwonvriendelijke aanvallen, dreigementen van seksueel geweld en zelfs doodsbedreigingen.Westcott zegt dat vrouwelijke journalisten risico lopen op een fysieke aanval terwijl ze in het veld werken, vooral als ze in hun eentje zijn. Vrouwelijke freelancers lopen nog eens extra risico, aangezien ze de ondersteuning van een redactie missen.'Online intimidatie blijft een van de grootste risico's voor de veiligheid van vrouwelijke journalisten wereldwijd, en online bedreigingen kunnen overslaan naar de offline omgeving - dat gebeurt nu al. De impact van online intimidatie is verstrekkend en kan leiden tot trauma en psychische problemen', zegt Westcott. Online geweld en intimidatie kunnen de slachtoffers gestrest, bang en depressief achterlaten.Westcott: 'De veiligheid van journalisten valt onder persvrijheid, en vrouwelijke journalisten moeten hun werk kunnen doen en het nieuws kunnen brengen zonder voor hun veiligheid te vrezen. Redacties moeten zich bewust zijn van de risico's die hun vrouwelijke journalisten lopen, en hen helpen om die risico's te beperken.'Tara Carey, hoofd media bij ngo Equality Now, vertelt dat vrouwelijke journalisten over de hele wereld zich uitspreken over hun ervaringen met online geweld en intimidatie, en dat verschillende onderzoeken een verontrustende toename laten zien van online haat gericht op vrouwelijke journalisten.'Online intimidatie uit zich op verschillende manieren en wordt ingezet om vrouwen te intimideren, stigmatiseren en het zwijgen op te leggen. Het gaat van van seksuele intimidatie en dreigen met seksueel en fysiek geweld, tot schendingen van privacy zoals hacking, verspreiding van privébeelden zonder toestemming en 'doxing', waarbij persoonlijke informatie en contactgegevens openbaar worden gemaakt.'Het 'trol-gedrag' maakt soms deel uit van een georganiseerde campagne waarbij meerdere aanvallers betrokken zijn, en de intimatie is vaak nog heviger als het ook gepaard gaat met andere vormen van discriminatie, bijvoorbeeld gericht op etniciteit, nationaliteit, religie, kaste en seksuele geaardheid', legt ze uit.Het is vooral zorgwekkend dat online misbruik nauw verband houdt met offline geweld. Veel vrouwelijke journalisten bevestigen dat ze tijdens het werk ook in persoonlijke ontmoetingen te maken hebben gehad met bedreigingen, misbruik of mishandeling, zegt Carey.'Dit soort aanvallen beperkt de deelname van vrouwen aan de journalistiek en ondermijnt ons vermogen om vrijelijk deel te nemen aan het openbare debat, verslag uit te brengen over controversiële kwesties of discriminatie aan te kaarten of aan te vechten', stelt Carey. 'Sommige vrouwen voelen zich gedwongen zelfcensuur toe te passen, zich terug te trekken uit openbare online discussies en zelfs de verslaggeving of de journalistiek als geheel te verlaten.''Online misbruik van vrouwelijke journalisten is een aanval op de vrijheid van meningsuiting. Minder vrouwen in de verslaggeving tast de genderdiversiteit van het publieke debat aan en het verhoogt het risico dat gender-sensitieve berichtgeving, over kwesties die vrouwen en meisjes aangaan, gemarginaliseerd raakt.'Ondertussen lanceerde Unesco ter gelegenheid van Internationale Vrouwendag afgelopen maart een campagne om de risico's te benadrukken waarmee vrouwelijke journalisten online worden geconfronteerd. Guy Berger van Unesco vertelt: 'Om deze stijgende trend het hoofd te bieden, moeten we collectieve oplossingen vinden om vrouwelijke journalisten te beschermen tegen online geweld.' Dit omvat krachtiger optreden van sociale mediaplatforms, nationale autoriteiten en mediaorganisaties, stelt hij.Belalba Baretto zegt dat Civicus doorgaat met het documenteren van zaken in verschillende delen van de wereld. De urgentie blijkt uit verschillende gevallen die de burgerrechtenorganisatie recent documenteerde. Zo werden drie vrouwelijke journalisten in Libanon onderwerp van een intense haatcampagne. In het VK kreeg Geri Scott, correspondent van de Yorkshire Post, te maken met online pesterijen na haar optreden in een tv-programma op BBC One, en in Brazilië tekende Civicus verschillende gevallen van online aanvallen op vrouwelijke journalisten op.De Braziliaanse Associatie van Onderzoeksjournalistiek (ABRAJI) beschreef in een rapport over geweld tegen vrouwelijke journalisten twintig aanvallen op Braziliaanse vrouwelijke journalisten tussen januari 2019 en februari 2020. Schokkend detail: van de zeventien aanvallen die in 2019 werden geregistreerd, kwamen er dertien van leden van de overheid, van ministers of van president Bolsonaro zelf. 84 procent van de journalisten die in het onderzoek werden geïnterviewd, zei op het werk te maken te hebben met gendergerelateerd geweld.'Bestrijden van online misbruik mag niet neerkomen op degenen die zelf het doelwit zijn', zegt Carey van Equality Now. 'Mediahuizen en uitgeverijen moeten genderspecifieke richtlijnen en trainingen invoeren waarin anti-intimidatiebeleid is opgenomen. Vrouwelijke journalisten moeten zich veilig voelen om hun bezorgdheid over misbruik te uiten en redacties moeten de verantwoordelijkheid nemen om ervoor te zorgen dat ze zich gesteund voelen.''Om dit probleem aan te pakken moet wetgeving worden aangescherpt; het rechtssysteem moet slachtoffers steun bieden en daders bestraffen. Gerechtigheid is belangrijk, voor het individuele slachtoffer maar ook vanwege het afschrikkend effect voor anderen. Er moet tot slot meer bewustzijn ontstaan bij wetshandhavers en sociale-mediabedrijven.'