De Rwandese hoteldirecteur Paul Rusesabagina (66) werd wereldberoemd dankzij de film Hotel Rwanda in 2004. Don Cheadle speelt daarin de rol van Rusesabagina, van april tot juli 1994 interim-directeur van het luxueuze Hotel des Mille Collines, destijds eigendom van de Belgische groep Sabena Hotels. In volle genocide en oorlog slaagde hij erin om meer dan 1200 vluchtelingen een veilig onderkomen te bieden, vooral Tutsi's die bedreigd werden door extremistische Hutumilities en een deel van het Rwandese leger. De film bezorgde Rusesabagina een heldenstatus. Hij kreeg tientallen onderscheidingen, onder meer de Presidential Medal of Freedom uit de handen van de Amerikaanse president George W. Bush in 2005, de hoogste burgerlijke onderscheiding in de Verenigde Staten.
...

De Rwandese hoteldirecteur Paul Rusesabagina (66) werd wereldberoemd dankzij de film Hotel Rwanda in 2004. Don Cheadle speelt daarin de rol van Rusesabagina, van april tot juli 1994 interim-directeur van het luxueuze Hotel des Mille Collines, destijds eigendom van de Belgische groep Sabena Hotels. In volle genocide en oorlog slaagde hij erin om meer dan 1200 vluchtelingen een veilig onderkomen te bieden, vooral Tutsi's die bedreigd werden door extremistische Hutumilities en een deel van het Rwandese leger. De film bezorgde Rusesabagina een heldenstatus. Hij kreeg tientallen onderscheidingen, onder meer de Presidential Medal of Freedom uit de handen van de Amerikaanse president George W. Bush in 2005, de hoogste burgerlijke onderscheiding in de Verenigde Staten. En dan verschijnt diezelfde Paul Rusesabagina plots geboeid voor de lokale pers in Kigali, Rwanda, afgelopen 31 augustus. De beschuldiging: terrorisme. Wat is er intussen gebeurd? En wat heeft België daarmee te maken? Paul Rusesabagina, zijn echtgenote en vier van hun zes kinderen zijn Belg. De familie woont al sinds 1996 in Kraainem - en de afgelopen vijftien jaar ook deels in San Antonio, Texas. 'Onze problemen zijn begonnen kort na de lancering van de film in Kigali. Aan de vooravond van de première voor 10.000 mensen in het voetbalstadion Amahoro ('vrede'), werd hij in het Hotel Serena vertoond voor president Paul Kagame, zijn volledige regering en nog een reeks hoogwaardigheidsbekleders. Ik was erbij, maar Paul wilde zelf niet naar Kigali komen. Hij voelde zich onveilig.' Mevrouw Rusesabagina, overigens zelf een Tutsi, spreekt via Skype vanuit de Verenigde Staten, waar ze zich sinds de arrestatie van haar man veiliger voelt dan in hun huis in Kraainem. Daar werd de afgelopen jaren verschillende keren ingebroken. Waardevolle zaken verdwenen er niet, maar wel documenten in het Kinyarwanda. Haar jongste dochter, Carine, volgt nu vanuit het Belgische familiehuis de zaak van haar vader op. Voor hen is het duidelijk: het Rwandese regime van Paul Kagame en het Rwandees Patriottisch Front (FPR) hebben al meer dan vijftien jaar lang hun echtgenoot en vader in het vizier, omdat hij altijd geweigerd heeft om samen te werken met de nieuwe machthebbers. Zijn internationale heldenstatus dankzij de film Hotel Rwanda betekende een extra bedreiging. Mevrouw Rusesabagina herinnert het zich bijzonder helder. 'Na afloop van die voorstelling begin april 2004 heeft de minister voor Jeugd nog een lovende toespraak gehouden, in het bijzijn van de president. Hij zei onder meer dat met tien figuren zoals Paul er in Rwanda in 1994 geen genocide zou zijn geweest. Het stadion zat de dag erna helemaal vol. Iedereen was enthousiast en James Kabarebe (toen aan het hoofd van het regeringsleger, nu topadviseur van president Kagame, nvdr) heeft mij nog uitbundig gefeliciteerd.' Amper enkele dagen later, op de officiële herdenking van tien jaar genocide op de Tutsi's in Rwanda, klinkt president Kagame plots totaal anders. 'De president was veel te laat op de herdenkingsplechtigheid. We moesten op hem wachten voor de bloemenhulde. Dan gaf hij een speech die voor een groot deel over Paul ging. Dat die helemaal niets gedaan had, dat alleen zijn soldaten helden waren. Zelfs de ministers die enkele dagen ervoor nog op de filmvertoning geweest waren samen met de president wisten niet wat ze hoorden. Een van hen fluisterde me toe dat de president slecht geïnformeerd was en dat hij die woorden wel zou terugtrekken. Toen zijn onze problemen begonnen. En zeker vanaf de erkenning door president Bush met de Presidential Medal of Freedom het jaar erna.' Nu Paul Rusesabagina opgesloten zit in Kigali - voor alle duidelijkheid níét voor feiten van 1994, wel op beschuldiging van terrorisme vandaag, maar daarover zo meteen meer - laait de controverse over hoe hij echt gehandeld heeft als hoteldirecteur 26 jaar geleden weer helemaal op. Toeval of niet, maar in mei van dit jaar had de Rwandese National Commission for the Fight Against Genocide, die onder controle staat van het regime, al een brochure verspreid met meer dan twintig getuigenissen tegen de versie van de film en van Paul Rusesabagina. Volgens hen vroeg de interim-hoteldirecteur geld om mensen te beschermen en verrijkte hij zichzelf, dreigde hij ermee om wie niet betaalde uit te leveren aan de milities, spande hij samen met het genocidaire regime en was niet hij hun redder maar wel het contingent blauwhelmen dat het hotel bewaakte. Een van de getuigen, Tatien Miheto, woont nu in Charleroi en bevestigt aan de telefoon graag nog eens zijn vernietigende woorden over Paul Rusesabagina, die hij op de herdenking van de genocide in Brussel, in april 2005, voor het eerst uitsprak: 'Wij, vluchtelingen in het hotel, raakten getraumatiseerd door de facturen en de bedreigingen dat we verjaagd zouden worden uit dat concentratiekamp door de interim-directeur van het hotel. Onze redding was helemaal niet aan hem te danken, maar aan het feit dat de Verenigde Naties het hotel meteen al op 7 april hadden uitgeroepen tot een beschermde site.'Diametraal daartegenover staat bijvoorbeeld de getuigenis van journalist Thomas Kamilindi, in 1994 correspondent voor Radio France International. Vanuit het hotel had hij in een telefonisch interview voor de wereldmedia zwaar uitgehaald naar het moorddadige regime van destijds, dat zich vruchteloos verdedigde tegen de rebellen van het Rwandees Patriottisch Front van de huidige president Kagame. Meteen na dat interview werd Kamilindi rechtstreeks bedreigd door het leger en de milities. Het Hotel des Mille Collines werd zelfs gebombardeerd. 'Luitenant-kolonel Laurent Munyakazi is toen persoonlijk naar Paul Rusesabagina gekomen om te zeggen dat hij "die hond van een Kamilindi kwam halen". Maar Paul Rusesabagina heeft mij niet uitgeleverd. Twee uren lang heeft hij onderhandeld en allerlei zaken gegeven om hem te paaien. Ik was bereid om het hotel te verlaten om de andere vluchtelingen niet verder in gevaar te brengen. Maar Paul heeft me bezworen om te blijven. Hij zei me dat het mijn gewisse dood zou betekenen. Dat wilde hij voor geen enkele prijs.' Andere overlevenden vertellen graag over soortgelijke feiten maar willen niet met hun naam in Knack. De angst voor het huidige regime is vandaag te groot geworden. 'Ik vind het verschrikkelijk wat Paul nu overkomt. De man heeft echt naar eer en geweten gehandeld, in tragische omstandigheden. Hoe kan het toch dat wie dit overleefd heeft zich nu keert tegen de man die gedaan heeft wat hij kon om hun leven te redden?' Met zijn naam wil hij niet in Knack en zijn stem trilt als hij na al die jaren de herinneringen oproept: 'Ik ga nog elke nacht met angst slapen, de deuren goed op slot en het alarmsysteem aan.' Maar zijn getuigenis is belangrijk, want hij is nog zowat de enige die op een onafhankelijke manier kan spreken over wat er in 1994 in en om het Hotel des Mille Collines gebeurd is en wat de rol van Paul Rusesabagina daarbij was. Hij is geen Rwandees en had en heeft geen enkele band met de strijdende partijen van destijds en het regime van vandaag. André (een fictieve naam dus) werkte op hoog niveau voor Sabena Hotels, de eigenaar van 'de Mille Collines' waar Rusesabagina dus minder dan een week na het begin van de Rwandese tragedie interim-hoteldirecteur geworden was. Vanuit het hoofdkwartier in Brussel deed André met zijn collega's wat hij kon om Paul te steunen bij zijn haast onmogelijke opdracht. 'De grote baas van Sabena destijds, Pierre Godfroid, had beslist om het hotel open te houden, ook nadat alle buitenlanders geëvacueerd waren. Hij vond dat onze morele plicht tegenover de bedreigde Rwandezen in ons hotel. Op een bepaald moment hebben we via het Internationale Rode Kruis geld opgestuurd naar Paul, want hij had niets meer om de zaken draaiende te houden, om voedsel te kopen, water, geneesmiddelen, en vooral om de gunsten van de militairen en milities af te kopen. En dat met meer dan duizend mensen in het hotel. We verstopten het geld in medicijnverpakkingen om het zo ongemerkt tot in 'de Mille Collines' te krijgen.' Volgens sommige getuigen had Sabena Hotels via fax de opdracht gegeven aan Rusesabagina om mensen gratis te laten logeren, maar André ontkent dat: 'Ik heb geen enkele weet van een fax in die zin. Eigenlijk bleef dit al bij al een 'hoteloperatie' en Paul had de opdracht om die zo goed als het enigszins kon te leiden. Wie kon betalen, wie de middelen daarvoor had, lieten we betalen, dat klopt. Want dat geld was nodig om de hele operatie uiteindelijk drie maanden lang draaiende te houden. Ik kan me niet voorstellen dat Paul geld achtergehouden heeft, wat sommigen beweren. Hij toch zeker niet. Veel gasten hebben niet betaald, omdat ze niet konden, maar niemand is uit het hotel gezet. Iedereen heeft het overleefd. Er is ook niemand gewond geraakt. Vergeet ook niet dat heel veel vluchtelingen in het hotel personeelsleden waren met hun families. En die hebben hoe dan ook niets betaald.' In de eerste jaren na de tragedie van 1994 circuleerden overal in Kigali verhalen over de moed van de interim-hoteldirecteur. Ze werden genoteerd en gepubliceerd door buitenlandse journalisten en schrijvers. Zelfs nadat Paul Rusesabagina twee jaar later zijn land al uit gevlucht was, bleef het regime hem respecteren. 'In 2000 kreeg Paul in Washington de prestigieuze katholieke Chaplains Prize for Humanity. De Rwandese ambassadeur heeft toen nog een gloedvolle speech gegeven. Alles is veranderd met de film en vooral toen Paul weigerde om lid te worden van het Rwandees Patriottisch Front en deel uit te maken van het Kagameregime.' Voor Tatiana Rusesabagina staat het vast dat de smeercampagne tegen haar man die nu uitgemond is in 'zijn ontvoering' (zoals zij het noemt), arrestatie en proces, alles te maken heeft met het feit dat het Rwandese regime er niet in geslaagd is om een man met zijn prestige in te lijven. 'In die jaren voor de film uitgebracht werd, kreeg hij alle mogelijke posten en eretekens aangeboden vanuit Rwanda. Topfiguren zoals Jack Nziza (de man die genoemd wordt als mededader van de aanslag op het vliegtuig van president Habyarimana op 6 april 1994, nvdr) en ambassadeur Eugene Gasana (jarenlang de rechterhand van Kagame, VN-ambassadeur, maar in 2016 gevlucht, nvdr) kwamen ons opzoeken in ons huis in Kraainem en Paul had maar te kiezen: een ministerpost, zelfs eerste minister, een ambassadeurspost, een topfunctie in de administratie, wat hij maar wilde. Maar mijn man wilde dat helemaal niet. Hij wilde zichzelf blijven, niet gebonden aan wie of wat dan ook. Ik denk dat president Kagame hem dat bijzonder kwalijk neemt, dat hij Paul niet in zijn macht kon krijgen. Dat was een vernedering voor hem en iedereen weet dat die man dat niet verdraagt.' Ook via Skype, elders in de Verenigde Staten, vult zoon Trésor Rusesabagina aan: 'Mijn vader heeft zich nooit willen verbinden aan een regime. Dat druist in tegen zijn principes. Zo heeft hij ons ook opgevoed: altijd de waarheid zeggen, niet bang zijn. Wij zijn ervan overtuigd dat Kagame hem daarom uit de weg wil.' Paul Rusesabagina maakte inderdaad van zijn bekendheid door de film Hotel Rwanda gebruik om openlijk kritiek te geven op de gang van zaken in Rwanda. In zijn boek An Ordinary Man (2006) klaagt hij aan hoe de dictatuur van vroeger nu vervangen is door een nieuwe dictatuur. Een Tutsi-elite is in de plaats gekomen van een Hutu-elite. Overal waar hij de kans krijgt, en die kansen waren talrijk, roept hij de Rwandezen op om te strijden voor een echte democratie en verzoening. De machthebbers in Kigali reageren bij momenten bijzonder hevig. Zo beschuldigde president Kagame Paul Rusesabagina er al in 2010 van gewapende groepen zoals de FDLR (een Rwandese rebellengroep met onder meer vroegere militairen en militieleden in Oost-Congo, nvdr) te financieren. En er is meer. 'Vier keer is er in ons huis in Kraainem ingebroken. Nooit heeft het onderzoek iets opgeleverd, of toch niet voor zover wij weten. Als we aan de politie vroegen of er al nieuws was, kregen we alleen te horen dat zij niets mocht zeggen. We kregen dreigtelefoons, dat ze Paul zouden vermoorden. We voelden ons niet meer veilig.' Na een reeks politieke activiteiten met een eigen partij ging Paul Rusesabagina vorig jaar een alliantie aan met onder meer Faustin Twagiramungu, de man die een jaar lang eerste minister geweest was voor het nieuwe regime van het Rwandees Patriottisch Front in Kigali, maar in september 1995 al was gevlucht. Met hun Mouvement Rwandais pour le Changement Democratique (MRCD), gevestigd op het adres van de familie Rusesabagina in Kraainem, willen ze zo veel mogelijk opposanten verenigen om het regime van Paul Kagame ten val te brengen. In een persmededeling na 'de ontvoering' (zoals zij het noemen) van Rusesabagina herhaalt de beweging nog eens haar doelstellingen: 'De MRCD [...] is geen terroristische organisatie maar wel degelijk een platform van politieke partijen die ijveren voor het openbreken van de politieke ruimte voor iedereen in Rwanda. De MRCD meent dat alle middelen moeten worden ingezet, ook de gewapende strijd, gegeven het feit dat de regering van Paul Kagame alle wegen om vrij aan politiek te doen in Rwanda heeft afgesloten en dat de internationale gemeenschap deze dictatoriale regering blijft steunen. De MRCD heeft nooit burgers gedood.' In die zin doet de beweging van Rusesabagina en Twagiramungu precies hetzelfde als het Rwandees Patriottisch Front van Kagame vanaf het einde van de jaren tachtig van de vorige eeuw. Veilig in zijn huis in België maakt Twagiramungu graag die vergelijking. 'Herinner u dat het FPR een kantoor had in Brussel en een gesprekspartner was voor iedereen, zelfs voor de toenmalige Rwandese regering, terwijl ze volop oorlog voerden in Rwanda vanaf oktober 1990. Wij hebben helemaal niet de middelen en de mensen voor een echte gewapende strijd maar in principe zijn we daar niet tegen, als het echt niet anders kan.' De Rwandese procureur beschuldigt Paul Rusesabagina nu van terrorisme, van het oprichten van een illegale gewapende groep, van lidmaatschap van een terroristische organisatie, van moord, afpersing en diefstal en nog een reeks verwante klachten. Daarbij wordt verwezen naar de banden tussen de MRCD en de Forces de Libération Nationale (FLN), een gewapende groep die in 2018 en 2019 aanslagen uitvoerde in de regio Nyungwe, in het zuidwesten van Rwanda, bij de grens met Burundi en Congo. De leider van die groep, die zich Sankara laat noemen, werd in april 2019 aangehouden in Rwanda. Paul Rusesabagina heeft destijds verklaard dat hij veel begrip had voor die gewapende acties, gericht op de militairen van het heersende regime, maar zelf koos voor de ongewapende politieke strijd. De woordvoerder van het FLN in Brussel verwees destijds in een contact met Knack ook niet naar een rechtstreekse band met Rusesabagina. Mevrouw Rusesabagina doet op dit ogenblik zelf geen uitspraken over de beschuldigingen aan het adres van haar man. Namens de familie wil de jongste dochter Carine Kanimba (in Rwanda kunnen ouders zelf een familienaam kiezen voor hun kinderen, dus ook een andere naam dan die van henzelf, nvdr) wel een voorzichtige reactie kwijt. 'Je kunt het die jongeren van de FLN nooit kwalijk nemen dat zij in opstand komen om hun vrijheid te veroveren. Mijn vader zelf is altijd de man geweest van de vrede en de stabiliteit.' De familie heeft intussen een internationaal team van advocaten aangezocht om Paul Rusesabagina te verdedigen, onder wie ook de Brusselse advocaat Vincent Lurquin en een advocaat in Rwanda zelf. Maar zij hebben nog altijd geen contact kunnen krijgen met hun cliënt in Kigali. Daar heeft Rusesabagina zogezegd 'vrij' twee advocaten kunnen kiezen uit een lijst die de justitie hem voorgelegd heeft. Zeker een van die twee is een vooraanstaand lid van het Rwandees Patriottisch Front, de almachtige partij van president Kagame. 'Wij hebben absoluut geen vertrouwen in het Rwandese gerecht', zegt dochter Carine. 'Mijn vader heeft nog geen enkele keer alleen met ons kunnen praten, ook niet met de Belgische diplomaat en dus zeker niet met zijn advocaten buiten Rwanda. Nooit is hij zonder bewakers. Wij maken ons ook grote zorgen over zijn gezondheid. Hij is onlangs pas hersteld van een kanker en moet medicatie nemen voor zijn hoge bloeddruk. We krijgen signalen dat hij dagenlang zijn medicatie niet heeft gekregen. De Belgische ambassade had beloofd dat zij voor zijn voeding zou zorgen, altijd een heikel punt in Rwandese gevangenissen, maar dat is tot nu toe niet gebeurd. Toen we hem aan de telefoon vroegen waar hij nu gevangen gehouden wordt en wie er voor hem zorgt, antwoordde hij iets heel merkwaardigs. "Je suis à la charge du parti", zei hij. Ik heb het enkele keren opnieuw beluisterd, want ik had het opgenomen: "Ik ben ten laste van de partij." Dat kan alleen het Patriottisch Front zijn. Zeer merkwaardig en verontrustend. In Rwanda sterven mensen nogal gemakkelijk in de gevangenis.' De Rwandese justitie heeft inderdaad geen al te beste reputatie, om het zacht uit te drukken. Mensenrechtenorganisaties klagen dat al jarenlang aan. Ook uit veelvuldig wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat getuigenissen voor een rechtbank in Rwanda heel dikwijls onbetrouwbaar zijn. Getuigen hebben de sterke neiging om datgene te zeggen wat het heersende regime van hen verwacht en waar zij zelf geen schade mee kunnen oplopen. In het Kinyarwanda bestaat daar zelfs een woord voor: 'ubwenge', de kunst om precies dat te zeggen wat je eigen positie in de samenleving het meest veilig kan stellen, zeker tegenover de machthebbers. Zelfs de hoogste Afrikaanse rechtbank, het African Court on Human and Peoples' Rights (Afrikaans Hof voor de Mensenrechten), oordeelde in 2017 dat in de rechtszaak tegen de bekende opposante Victoire Ingabire in Kigali de rechten van de verdediging geschonden waren, naast nog een aantal andere cruciale fouten in de rechtsgang. De Rwandese overheid heeft die uitspraak naast zich neergelegd en nooit het vereiste rechtsherstel uitgevoerd en evenmin de opgelegde schadevergoedingen betaald. Voor de familie van Paul Rusesabagina bewijst alleen al de manier waarop hij naar Kigali gebracht is dat Rwanda geen rechtsstaat is. Ook het recht op de vrije keuze van een advocaat is volgens de familie van meet af aan geschonden. Als hun echtgenoot en vader werkelijk fouten begaan zou hebben, dan moet hij als Belg in België voor de rechtbank komen, waar zijn rechten tenminste gerespecteerd worden, vraagt dochter Carine. 'Het is toch onaanvaardbaar dat een mens, een Belg, zomaar ontvoerd kan worden en dat er dan een rechtszaak zou komen in het land dat hem ontvoerd heeft. Terwijl de almachtige president van dat land nog voor de eerste zitting hem al schuldig heeft verklaard aan alles wat hij maar wil. Dit is geen rechtspraak, dit is een politiek proces. Het Rwandese regime wilde vader hebben, al vijftien jaar lang. Het is nu aan België, zijn land, en aan de Verenigde Staten, waar hij resident is, om hun verantwoordelijkheid te nemen om hem te redden. Zo snel mogelijk. Voor het te laat is.'