De kans op dergelijke, extreme weersomstandigheden in West-Europa is toegenomen door de klimaatverandering, concludeert een dinsdag gepubliceerde attributiestudie, waaraan niet alleen klimaatonderzoekers van het KMI, maar ook van verschillende instellingen uit onze buurlanden en de Verenigde Staten meewerkten.

Een attributiestudie kan aan de hand van een statistische studie van waarnemingen en gegevens van klimaatmodellen nagaan in hoeverre een extreme weersgebeurtenis beïnvloed werd door klimaatverandering als gevolg van de menselijke uitstoot van broeikasgassen.

Traditionele wetenschappelijke studies worden gebruikelijk pas een jaar of een aantal jaren na de weersgebeurtenis gepubliceerd, maar door het initiatief World Weather Attribution (WWA) is het mogelijk om snel na de weersgebeurtenis een eerste wetenschappelijke analyse te maken.

39 klimaatonderzoekers

De WWA is een internationale samenwerking, verbonden aan onderzoeksinstellingen in onder meer de Verenigde Staten, India, Nederland en Frankrijk, die de mogelijke invloed van klimaatverandering op extreme weersomstandigheden, zoals extreme regenval, hittegolven en koude periodes, analyseert en communiceert, in de directe nasleep van de weersgebeurtenis.

Ook de attributiestudie 'Rapid attribution analysis of the July 2021 flood in West Europe', die dinsdag verschijnt, werd uitgevoerd op initiatief van de WWA. Maar liefst 39 klimaatonderzoekers, onder wie wetenschappers van universiteiten en meteorologische en hydrologische instanties in Duitsland, Nederland, België, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Zwitserland en Luxemburg, werkten aan de attributiestudie.

Zeldzame weersgebeurtenis

'In tegenstelling tot de attributie van hittegolven is de attributie van extreme neerslag wetenschappelijk zeer moeilijk', stelt het KMI. Bovendien zijn de twee zwaarst getroffen regio's, namelijk de Duitse regio rond de rivieren Ahr en Erft en het Belgisch gedeelte van het Maasbekken, te klein om met een attributiestudie tot betrouwbare resultaten te komen.

'Daarom werd het studiegebied uitgebreid tot een regio in West-Europa die behalve de getroffen regio's in het oosten van België en het westen van Duitsland ook delen van Frankrijk, Nederland, Luxemburg en Zwitserland bevat', legt het KMI uit. De studie richtte zich op de maximale dagelijkse neerslag tijdens het zomerhalfjaar in die regio. Op basis van waarnemingen en gegevens van gedetailleerde regionale klimaatmodellen verwachten de onderzoekers dat dergelijke weersgebeurtenis zich eens in de 400 jaar voordoet in elke regio van West-Europa.

Grotere kans op neerslag

Uit de studie blijkt eveneens dat de kans op dergelijke extreme neerslag in het studiegebied met een factor 1,2 tot negen is toegenomen en dat de extreme neerslag met drie tot negentien procent intenser is geworden. Dat is te wijten aan de klimaatverandering: sinds de periode 1850-1900 is de globale gemiddelde temperatuur met 1,2 graden Celsius toegenomen. Bij een verdere stijging van de globaal gemiddelde temperatuur zouden de kansen op en intensiteiten van die neerslaghoeveelheid verder toenemen, wat aansluit bij de bevindingen van het IPCC-rapport.

'Neerslagextremen komen steeds voor en het is niet mogelijk te stellen dat de neerslaghoeveelheden van afgelopen maand zonder klimaatverandering niet zouden gevallen zijn. Deze studie geeft wel aan dat door de klimaatopwarming zowel de kans op als de intensiteit van zulke neerslagextremen toeneemt', zegt professor Steven Caluwaerts, klimaatwetenschapper bij het KMI.

De kans op dergelijke, extreme weersomstandigheden in West-Europa is toegenomen door de klimaatverandering, concludeert een dinsdag gepubliceerde attributiestudie, waaraan niet alleen klimaatonderzoekers van het KMI, maar ook van verschillende instellingen uit onze buurlanden en de Verenigde Staten meewerkten.Een attributiestudie kan aan de hand van een statistische studie van waarnemingen en gegevens van klimaatmodellen nagaan in hoeverre een extreme weersgebeurtenis beïnvloed werd door klimaatverandering als gevolg van de menselijke uitstoot van broeikasgassen. Traditionele wetenschappelijke studies worden gebruikelijk pas een jaar of een aantal jaren na de weersgebeurtenis gepubliceerd, maar door het initiatief World Weather Attribution (WWA) is het mogelijk om snel na de weersgebeurtenis een eerste wetenschappelijke analyse te maken. De WWA is een internationale samenwerking, verbonden aan onderzoeksinstellingen in onder meer de Verenigde Staten, India, Nederland en Frankrijk, die de mogelijke invloed van klimaatverandering op extreme weersomstandigheden, zoals extreme regenval, hittegolven en koude periodes, analyseert en communiceert, in de directe nasleep van de weersgebeurtenis. Ook de attributiestudie 'Rapid attribution analysis of the July 2021 flood in West Europe', die dinsdag verschijnt, werd uitgevoerd op initiatief van de WWA. Maar liefst 39 klimaatonderzoekers, onder wie wetenschappers van universiteiten en meteorologische en hydrologische instanties in Duitsland, Nederland, België, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Zwitserland en Luxemburg, werkten aan de attributiestudie. 'In tegenstelling tot de attributie van hittegolven is de attributie van extreme neerslag wetenschappelijk zeer moeilijk', stelt het KMI. Bovendien zijn de twee zwaarst getroffen regio's, namelijk de Duitse regio rond de rivieren Ahr en Erft en het Belgisch gedeelte van het Maasbekken, te klein om met een attributiestudie tot betrouwbare resultaten te komen. 'Daarom werd het studiegebied uitgebreid tot een regio in West-Europa die behalve de getroffen regio's in het oosten van België en het westen van Duitsland ook delen van Frankrijk, Nederland, Luxemburg en Zwitserland bevat', legt het KMI uit. De studie richtte zich op de maximale dagelijkse neerslag tijdens het zomerhalfjaar in die regio. Op basis van waarnemingen en gegevens van gedetailleerde regionale klimaatmodellen verwachten de onderzoekers dat dergelijke weersgebeurtenis zich eens in de 400 jaar voordoet in elke regio van West-Europa. Uit de studie blijkt eveneens dat de kans op dergelijke extreme neerslag in het studiegebied met een factor 1,2 tot negen is toegenomen en dat de extreme neerslag met drie tot negentien procent intenser is geworden. Dat is te wijten aan de klimaatverandering: sinds de periode 1850-1900 is de globale gemiddelde temperatuur met 1,2 graden Celsius toegenomen. Bij een verdere stijging van de globaal gemiddelde temperatuur zouden de kansen op en intensiteiten van die neerslaghoeveelheid verder toenemen, wat aansluit bij de bevindingen van het IPCC-rapport. 'Neerslagextremen komen steeds voor en het is niet mogelijk te stellen dat de neerslaghoeveelheden van afgelopen maand zonder klimaatverandering niet zouden gevallen zijn. Deze studie geeft wel aan dat door de klimaatopwarming zowel de kans op als de intensiteit van zulke neerslagextremen toeneemt', zegt professor Steven Caluwaerts, klimaatwetenschapper bij het KMI.