Het lievelingsboek van senator John McCain is For whom the bell tolls van Ernest Hemingway. Het boek gaat over de Amerikaanse Robert Jordan, die mee vecht in de Spaanse burgeroorlog. Voor McCain is Jordan een held, omdat hij vecht voor waar hij in gelooft. 'Hij was mijn held toen ik twaalf was en hij is mijn held nu ik tachtig ben', zegt McCain in de HBO-documentaire John McCain: For whom the bell tolls over het leven van de Republikeinse senator.
...

Het lievelingsboek van senator John McCain is For whom the bell tolls van Ernest Hemingway. Het boek gaat over de Amerikaanse Robert Jordan, die mee vecht in de Spaanse burgeroorlog. Voor McCain is Jordan een held, omdat hij vecht voor waar hij in gelooft. 'Hij was mijn held toen ik twaalf was en hij is mijn held nu ik tachtig ben', zegt McCain in de HBO-documentaire John McCain: For whom the bell tolls over het leven van de Republikeinse senator. McCain heeft zijn carriere gewijd aan de strijd voor waar hij in geloofde. Een traditionele Republikein, met conservatieve opvattingen over de rol van de overheid en een grote toewijding aan het militair apparaat, die desalniettemin een flink aantal vrienden had in de hogere kringen van de Democratische partij. Ted Kennedy, voormalig Democratisch senator en de jongste broer van JFK, was een van McCains beste vrienden en regelmatig werkten ze samen aan wetsvoorstellen. Ook met de Democraten Joe Biden, John Kelly en Joe Lieberman onderhield McCain nauwe banden. Met John McCain zou wel eens de laatste senator die zonder twijfel geloofde in oprechte samenwerking tussen de partijen gestorven kunnen zijn.Als zoon en kleinzoon van marine-commandanten was het altijd de bedoeling en verwachting dat McCain ook zijn land zou dienen als gewapende strijdkracht. Op de academie stond hij bekend als feestvarken, maar in 1960 slaagde hij zonder problemen en ging hij aan het werk als piloot bij de marine. In 1967 werd hij uitgezonden naar Vietnam, om te vliegen in de missie 'Rolling Thunder'. Op 26 oktober van dat jaar vloog McCain een missie boven noorden van Vietnam toen zijn vliegtuig uit de lucht werd geschoten boven Hanoi. Hij gebruikte de schietstoel en brak daarbij beide armen en een been. Hij kwam terecht in een meer in Hanoi, waar hij uit werd gehaald en vervolgens gevangen werd genomen door Vietnamezen. Ze namen hem mee naar de Hoa Lo Prison, die van de Amerikanen de bijnaam het Hanoi Hilton had gekregen. Zijn ontvoerders mishandelden hem om informatie los te krijgen, maar McCain wilden niets loslaten. Hij kreeg pas de benodigde medische hulp toen de ontvoerders erachter kwamen dat hij de zoon van een hooggeplaatste admiraal was. Hij werd vervolgens in eerste instantie met twee andere Amerikaanse krijgsgevangenen opgesloten, maar in 1968 werd hij in eenzame opsluiting gezet, waar hij twee jaar zou verblijven. Halverwege dat jaar werd McCain vrijheid geboden, omdat zijn vader werd aangesteld als leider van alle Amerikaanse troepen in Vietnam, en de Vietnamezen wilden barmhartig lijken. McCain weigerde echter, omdat de gedragscode voor militairen voorschrijft dat krijgsgevangenen worden vrijgelaten in de volgorde waarin ze gevangen werden genomen, zodat vrijlating door de vijand niet misbruikt kon worden als propaganda. McCain wilde alleen vrijlating accepteren als alle krijgsgevangenen die voor hem kwamen ook werden vrijgelaten. Hij zou vervolgens nog vijf jaar, tot 14 maart 1973, gevangen in Vietnam blijven. Na thuiskomst uit Vietnam moest McCain enkele maanden revalideren, waarna hij uiteindelijk opnieuw aan de slag ging als piloot bij de marine. Vanaf 1977 werkte hij als liaison voor de Senaat. Terugkijkend op die periode zei hij in 2007 tegen The Arizona Republic dat 'dat mijn echte entree in de wereld van de politiek [was] en het begin van mijn tweede carriere als publieke ambtenaar.'Toen het aan het einde van de jaren '70 duidelijk werd dat hij nooit admiraal zou worden, besloot McCain een gooi te doen naar een zitje als afgevaardigde. In 1982 voerde hij campagne en versloeg hij in spannende voorverkiezingen een zittende Republikein die al dertig jaar het eerste district van Arizona vertegenwoordigde. Na de voorverkiezingen won McCain de algemene verkiezing makkelijk en nam hij plaats in het Huis der Afgevaardigden. McCain was het in die tijd grotendeels eens met de politiek van president Ronald Reagan, onder andere op het gebied van de economie en Reagans harde lijn tegenover de Sovjet-Unie. In 1984 won McCain zijn herverkiezing met gemak en nam hij plaats in de Huis-commissie voor buitenlandse zaken. In 1985 keerde hij voor het eerst sinds zijn gevangenschap terug naar Vietnam. In 1987 deed hij een gooi naar het senatorschap. Hij won met twintig procentpunt van zijn Democratische tegenstander en nam plaats in onder andere de Senaatscommissie voor de gewapende strijdkrachten, waar hij nog altijd voorzitter van is.In de jaren '80 raakte McCain verwikkeld in een politiek schandaal rondom de zakenman uit Arizona Charles Keating Jr, die legaal 112.000 dollar had gedoneerd aan de campagnes tussen 1983 en 1987 van McCain. Keatings bank, Lincoln Savings and Loan Association, werd in beslag genomen door de Amerikaanse overheid en McCain was een van de vijf senatoren die met de toezichthouder op financiele instellingen in gesprek ging om te kijken of de bank ontzien kon worden. In later onderzoek werd vastgesteld dat McCain weliswaar geen wetten of senaatsregels had overtreden, maar dat hij wel schuldig was geweest aan 'poor judgment'. In de HBO-documentaire over zijn leven, zegt McCain nog altijd spijt te hebben van de gebeurtenis, en het als vlek op zijn politieke carriere te zien. In 1992 en '98 werd McCain moeiteloos herkozen en gedurende de jaren '90 zette hij zich neer als maverick Republican, een Republikein die zijn eigen plan trok. Hij werkte met de Democratische senator Russ Feingold aan een wet om campagnefinanciering te hervormen (de wet werd tot twee keer toe gefilibusterd), stemde voor de line item veto (waarmee de president specifieke bepalingen in een begroting kon vetoen), voordat dat in 1998 door het Hooggerechtshof als onwettig werd verklaard. En McCain probeerde in 1998 de tabakindustrie tegen te werken, onder andere door accijns op tabak te verhogen, maar zijn voorstel kwam niet door de Senaat. In 2000 deed McCain voor het eerst een gooi naar het presidentschap. In de voorverkiezingen nam hij het op tegen de gedoodverfde, en uiteindelijke, winnaar George W. Bush. McCain won verrassend de tweede staat New Hampshire, maar moest na Super Tuesday opgeven. In 2008 probeerde McCain het opnieuw en kreeg hij de Republikeinse nominatie. In de HBO-documentaire gaat McCain uitgebreid in op het feit dat hij zijn beste vriend Joe Lieberman had willen nomineren als zijn vice-president. Lieberman was een voormalige Democratische senator (op dat moment echt een independent), en de politieke adviseurs van McCain waren ervan overtuigd dat McCain met Lieberman aan zijn zijde de verkiezingen niet kon winnen. Zijn Democratische tegenstander was bovendien Barack Obama (die overigens McCain's andere goede vriend Joe Biden als vice-president koos), die als een hoopvol, jong, ander alternatief op George W. Bush werd gezien. McCain koos daarom de relatief onbekende gouverneur van Alaska Sarah Palin als zijn running mate, in de hoop vrouwelijke kiezers weg te kunnen halen bij Obama. In de documentaire noemt McCain het feit dat hij niet voor Lieberman ging een andere grote fout uit zijn carriere. Binnen de Republikeinse partij wordt de keuze voor Palin bovendien gezien als het begin van de machtsovername door de populisten gezien. Met Palin had voor het eerst een nationalistischer en minder traditionele Republikein een hoge positie binnen de partij. Volgens ingewijden zette zij de deur open voor eerst de Tea Party, en daarna de alt-right volgelingen van Donald Trump. Op 4 november 2008 verloor McCain kansloos van Obama, en keerde hij terug naar de Senaat, waar hij tot zijn dood op zaterdag lid van was. In 2016 en daarna ontpopte McCain zich als groot criticus van Donald Trump. Voor het grootste deel van de campagne in 2016 weigerde McCain zijn steun aan Trump te geven, onder andere omdat Trump Mexicanen verkrachters had genoemd en een gehandicapt persoon belachelijk maakte tijdens een van zijn rallies. Trump had bovendien gezegd McCain niet als Amerikaanse held te zien, omdat hij zich had laten ontvoeren tijdens de Vietnam-oorlog. McCain kon weinig respect opbrengen voor dat commentaar van iemand die zelf zijn dienstplicht ontlopen had. Toch gaf McCain uiteindelijk zijn steun aan Trump tijdens de verkiezingen in 2016, om die vervolgens weer in te trekken nadat de Access Hollywood-tape naar buiten kwam. In 2017 werd bij McCain een aggressieve hersentumor vastgesteld. Nadat hij een daaraan verwante bloedprop had laten verwijderen, vloog hij terug naar Washington DC om de beslissende stem in de Senaat te geven over een wet die de intrekking van Obamacare moest besluiten. McCain stemde tegen de Republikeinse wet, tot grote ergernis van Trump. Sindsdien is McCain niet meer in Washinton DC geweest, maar via Twitter en persberichten bleef hij het afgelopen jaar kritiek uiten op de president en zijn beleid. In mei nog bracht hij, gelijktijdig met de HBO-documentaire, een boek uit met een zware kritiek op het beleid van de huidige president. John McCain laat een vrouw en zeven kinderen achter. Voor zijn Senaatszitje wordt binnenkort een Republikeinse opvolger aangesteld door de gouverneur van Arizona.