Twee mannen verlaten een serre in Naivasha na het sproeien. Binnen schoffelen vijf vrouwen de rozenbedden. Personeelsmanager Dharam Latif geeft een rondleiding, nog voor covid-19 in alle hevigheid losbarstte. We slenteren langs een kraan waarop geschreven staat 'Chemische spray - Niet drinken.' Organofosfaat en andere toxische chemicaliën worden in Kenia illegaal geïmporteerd om de bloemen zo pront mogelijk te krijgen. Deze stoffen zijn verantwoordelijk voor kankers, neurologische en reproductieve ziektes. Deze ziektes drijven meestal pas boven lang nadat arbeiders hun jobs stopgezet hebben.
...

Twee mannen verlaten een serre in Naivasha na het sproeien. Binnen schoffelen vijf vrouwen de rozenbedden. Personeelsmanager Dharam Latif geeft een rondleiding, nog voor covid-19 in alle hevigheid losbarstte. We slenteren langs een kraan waarop geschreven staat 'Chemische spray - Niet drinken.' Organofosfaat en andere toxische chemicaliën worden in Kenia illegaal geïmporteerd om de bloemen zo pront mogelijk te krijgen. Deze stoffen zijn verantwoordelijk voor kankers, neurologische en reproductieve ziektes. Deze ziektes drijven meestal pas boven lang nadat arbeiders hun jobs stopgezet hebben. Paul Kiranga, een advocaat die met me naar deze plantage reed, gebaart naar de vrouwen. 'Moeten ze geen mondkapje dragen?' 'Ze willen niet. Ze denken dat ze sterk zijn en dat god hen beschermt,' antwoordt Dharam.Dat is al te kort door de bocht, vertelt David Wanjohi van het intergouvernementele Council of Governors. 'Arbeiders hebben veel klachten, maar uiten die zelden.' Andrew Odete van de Nederlandse ngo Hivos, beaamt: 'De arbeiders zien het zware labeur en het opofferen van hun gezondheid als de compromissen die in een huwelijk gemaakt moeten worden.' Om beschermende kledij vragen is geen prioriteit, ugali (maïsmeelkoek) op de plank krijgen is dat wel. 'Klagen staat gelijk aan vragen om ontslag' verzucht Odete. Een nakend ontslag is in normale tijden vooral een zorg in het laagseizoen, maar door de covid-19 pandemie een urgente zorg voor alle rozenarbeiders. Hoewel de vraag voor Keniaanse rozen in Europa intussen terug gestegen is naar 85 percent van de vraag vorig jaar, zit de schrik er goed in. De arbeiders kunnen hun loon niet missen. Alleenstaande moeders hebben het tijdens deze crisis het hardst te verduren. Velen verhuisden van de kust naar de regio rond het meer Naivasha om op de rozenplantages te leven en werken met hun kinderen. Sinds de jaren negentig berichten Nederlandse kranten over de werkomstandigheden op Keniaanse bloemenplantages. Dat is logisch. Het gros van de oogst vertrekt stante pede vanaf Jomo Kenyatta International Airport naar de Nederlandse veiling. Vandaar reizen de bloemen verder naar de rest van Europa, maar ook naar Rusland, Japan en de Verenigde Staten. Minder logisch is dat Nederlandse kranten bijna uitsluitend bedrijven met Nederlandse eigenaars viseren volgens het motto 'ze moeten daar niet proberen wat ze hier ook niet doen.' Zo proberen journalisten te cateren aan Nederlandse lezers. Wat 'dicht bij hun bed' staat verkoopt beter. Maar - zo blijkt in Kenia - deze oogkleppen hebben verstrekkende gevolgen.Lees verder onder de fotoHoewel de Britse kolonisten de eerste bloemen plantten op Keniaans grondgebied, is de rozenindustrie al decennialang verbonden met de macht in Kenia. Prominente Keniaanse families besturen nog steeds meer dan de helft van de 190 middelgrote en grote plantages. Joyce Gema, voormalig personeelsmanager bij Karen Roses rammelt een indrukwekkend lijstje 'who is who' af tijdens onze ontmoeting in Nairobi. 'Sian, Karen, Zena en Simbi Roses zijn gelinkt aan belangrijke figuren uit de administratie van voormalig President Daniel Arap Moi.' Ook Indiërs en doorsnee Keniaanse burgers zijn actief in de bloemenindustrie. Die laatste groep verbouwt bloemen op kleine schaal of leveren gespecialiseerde diensten, zoals transport en marketing. Iedereen die voor dit artikel geïnterviewd werd, vindt dat plantages met Europese eigenaars de beste werkplekken zijn waar rozenarbeiders anno 2020 terecht kunnen komen. Plantages met Keniaanse en Indische eigenaars doen het veel slechter. Joseph Kibugu van het Business & Human Rights Resource Centre weet hoe dat komt. 'Er staat meer op het spel voor Europese spelers. Hun reputatie ligt onder een vergrootglas in Europa.' Na de negatieve pers fabriceerden zij dan ook een hele rits codes en certificaten om het vertrouwen van consumenten in Europa terug te winnen. Gema herinnert zich dat 'Europeanen sneller geneigd zijn om een redelijke collectieve arbeidsovereenkomst af te sluiten.' 'Maar', zegt Gema voor ze in een tirade ontsteekt, 'ik heb er een ontzettende hekel aan dat Europese ondernemers dit van zichzelf weten en ons dit constant aanwrijven. Akkoord, hun praktijken zijn beter, maar verre van exemplarisch. Zo werken ze elke vooruitgang tegen.' Er heerst veel wantrouwen tegenover Europese goeddoenerij in Kenia. Jacob Mwangi, een journalist met kennis van zaken, foetert: 'Je wilt een artikel schrijven? Liever niet. Telkens wanneer Europeanen proberen goed te doen, creëren ze nog meer miserie.' Hij verwijt de Europese bloementelers dat ze de hogere standaarden die ze nu hanteren 'gebruiken als excuus om met het vingertje te wijzen naar Keniaanse bloementelers.' Bovendien wordt zelfregulering - ten onrechte - voorgesteld als een waardig alternatief voor bindende regulering. 'Terwijl certificatie vaak niet meer is dan een vakje dat moet afgevinkt worden.' Ook bij ontwikkelingssteun uit Europa stellen veel Kenianen zich vragen. Het gevoel heerst dat die vaak aangewend wordt om strategische belangen van Europese bedrijven te versterken. Eric Kantai noemt de relatie tussen zijn ngo en Nederlandse en Duitse ontwikkelingsagentschappen ronduit 'pijnlijk'. 'Economische belangen gaan duidelijk voor. Wanneer we het minimumloon op de agenda zetten, dan krijgen we een waarschuwing dat de rozenindustrie in Ethiopië daarvan zal profiteren.' Mensenrechtenexperte Anita Nyanjong van de Universiteit van Pretoria in Zuid-Afrika gaat akkoord. 'Eerlijk gezegd vind ik dat de Europese donoren gewoon de taal van de Keniaanse overheid en bedrijven spreken. Ze zeggen ons dan dat Kenia haar "eigen" ondermaatse wetten heeft en dat we die moeten accepteren.' Tenslotte biedt ook het nieuwe vrijhandelsverdrag tussen de Oost-Afrikaanse Gemeenschap en de Europese Unie niet veel soelaas. De Keniaanse rozenindustrie lobbyde zwaar voor dit verdrag tegen de zin van alle andere Oost-Afrikaanse landen. Maar zo, zegt Kibugu, 'het verdrag bevat uiteindelijk geen directe verwijzingen naar arbeidsrechten.' Dit is vooral jammer voor de bescherming van de vrijheid van vereniging, een fundamenteel arbeidsrecht dat niet erkend wordt in Kenia. Bloemenarbeiders kunnen zich enkel aansluiten bij de 'centrale organisatie van vakbonden' (COTU-K). Deze centrale vakbond vertegenwoordigt zowat alle Keniaanse arbeiders, of ze nu met bloemen, thee, metaal, schoenen, safari's, kranten of medicijnen werken. Twee werknemers van COTU-K vertellen me in koor dat ze 'meer slagkracht hebben' door die centralisering. Mensenrechtenexperte Florence Simbiri denkt hier terecht anders over. 'Werken met prikkende rozen tussen harde chemicaliën, of die rozen stockeren in een koelkamer bij min dertig graden is minder aangenaam dan, pakweg, thee plukken. De arbeiders hebben nood aan specifieke bescherming.' Lees verder onder de fotoOp het afsluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten na, doet de centrale vakbond bitter weinig voor haar leden. Kantai windt er geen doekjes om. 'Het is een corrupte organisatie die enkel optreedt als het geld niet meer binnenstroomt. Ze doen doorgaans niet het beste voor de arbeiders die ze zouden moeten vertegenwoordigen.' Een ex-werknemer van de centrale vakbond getuigt. 'Bij COTU-K gebeurt alles in het geheim. Zolang er geld en land te rapen valt, keken we de andere kant op. Het is eigenlijk geen vakbond, het is een politiek spel.' Francis Atwoli, de multimiljonair die al meer dan vijftig jaar aan het hoofd van de centrale vakbond staat, pochte in een tv-interview dat hij een van de drie machtigste mannen in Kenia is. En dat is niet overdreven. In 2007 werd president Mwai Kibaki door Atwoli onder druk gezet om nieuwe arbeiderswetten aan te nemen. Zoniet, dan zou hij COTU-K leden oproepen om tegen hem te stemmen. De chantage werkte. De arbeidswetten kwamen er in sneltempo, vlak voor Kibaki's herverkiezing. Deze wetgevingsoperatie heeft wat verbetering gebracht. Er zijn nu bijvoorbeeld regels over beschermende kledij voor arbeiders. Maar tegelijk werd de positie van de centrale vakbond versterkt. 'Door de tijdsdruk werden de wetten in onveranderde vorm aangenomen, zonder al te veel debat,' verklaart advocaat Steve Opar in zijn kantoor in Nakuru. De centrale vakbond kon zo wettelijk laten verankeren dat het de enige vakbond moet blijven. 'Verder bepaalt de wet nu dat alleen de vakbond arbeiders mag vertegenwoordigen in het arbeidscommissariaat.' Dat wordt bevestigd op het arbeidscommissariaat in Nakuru. 'Ngo's zijn vervelend en niet representatief. Ik onderhandel met de vakbond, die is representatief' tiert een man die door alle medewerkers met 'boss' aangesproken wordt. Wanneer hij uit het zicht verdwenen is, bekent een commissaris - die zijn naam niet wil noemen - dat hij nu en dan al eens een omkoopsom van de centrale vakbond aanneemt.Is er dan geen enkel lichtpuntje? Toch wel. 'Rechters zijn belangrijke bondgenoten,' vertelt Nyanjong. Zij genieten veel respect in de Keniaanse maatschappij, en zijn er voor alle arbeiders, ongeacht of ze nu werken op een plantage die eigendom is van een Europeaan, een Keniaan of een Indiër. Dit wil niet zeggen dat alle rechters zuiver op de graat zijn. Wanjohi zucht: 'het papierwerk gaat "verloren" wanneer de rechter is omgekocht.' Maar er is wel een duidelijke positieve evolutie geweest in recente jaren. De digitalisering van de rechtspraak heeft corruptie doen slinken. Onfrisse praktijken zijn nu vaak online te vinden in de database kenyalaw.org. Er werd verder een rotatiesysteem voor rechters ingevoerd. 'Nu ben ik Nairobi, maar binnenkort werk ik in Nakuru' vertelt Monica Mbaru, een rechter voor werk en arbeidsrelaties. Mbaru heeft zich in 2014 onderscheiden door te oordelen dat vakbonden die zich specifiek richten op bloemen- en tuinbouw bestaansrecht hebben. Ze legde hiertoe de 2007 arbeidswetten naast zich neer en beriep zich op de (fatsoenlijkere) grondwet. COTU-K ging in beroep tegen Mbaru's beslissing, en de procedure is nog steeds hangende. 'Vooral rechters in werk en arbeidsrelaties vervullen een pro-actieve rol.' zegt Attiya Waris, professor aan de Universiteit van Nairobi. 'Maar zelfs deze rechters hebben evenwel niet de vereiste kennis van de relevante internationale standaarden.' deelt Kantai. 'Mochten jullie zin hebben om iets nuttigs bij te dragen vanuit Europa, dan zouden jullie best investeren in betere opleidingen voor de rechterlijke macht.' Een aantal namen werden veranderd om de broodwinning van de getuigen niet in het gedrang te brengen.