'Hoe kunt u nu verkondigen dat we meer aandacht moeten schenken aan het welzijn van de mensen als u tezelfdertijd pleit voor de aankoop van gevechtsvliegtuigen?' schreef iemand me. 'Is dat niet schizofreen? Investeer in armoedebestrijding en schoolbanken in plaats van straaljagers.' Het berichtje kwam me voor als een weerspiegeling van het beleid van tegenwoordig. Alles wordt als een of-ofverhaal gepresenteerd, gecompartimenteerd, uitgedrukt in slogans en procentpunten, terwijl we meer dan ooit de samenhang zouden moeten zien. Beleid is geen schaakspel met maar één vakje.

Het uitgangspunt van beleid, me dunkt, is het algemeen belang. Dat is misschien een oubollig begrip, maar elke publieke dienaar zou ervan uit moeten gaan. Zolang we niet in een wereldgemeenschap leven - en het ziet er niet naar uit dat dat spoedig zal gebeuren - worden die belangen deels lokaal gedefinieerd, op het niveau van een regio, staat, stad, en vaak een combinatie daarvan. Door de geschiedenis heen hebben denkers het algemeen belang vaak omschreven als 'het zo groot mogelijke welbevinden van zo veel mogelijk mensen'. Zelfs adviseurs van koningen en keizers waren veelal de mening toegedaan dat je op dwang en propaganda alleen geen stabiliteit bouwt. Welbevinden en deugd zijn bepalend voor het overleven van een samenleving en het behoud van de macht.

In het beleid van tegenwoordig wordt alles als een of-ofverhaal gepresenteerd

De interpretatie van welbevinden is uiteraard veranderd. Voor de oude Egyptenaren hield welbevinden in eerste instantie in dat de farao zorgde voor irrigatie, een succesvolle oogst en als het even kon wat surplus voor een kruik bier. Vandaag blijft het lenigen van materiële noden belangrijk, maar door eeuwen van vooruitgang zijn onze verwachtingen godzijdank opgeschoven. Minstens even prominent als hun inkomen is voor de meeste mensen hun behoefte aan een doel in het leven, aan samenhorigheid en zelfontplooiing. We willen volwaardige mensen zijn.

Goed dan. Voor mij is het doel van beleid nooit het verwerven van macht op zich. Macht zonder doel is opportunisme en niet bestendig. Het doel van beleid, in zijn kern, is menselijke waardigheid, is meer mensen toelaten een volwaardig leven te leiden. In functie daarvan stellen we als samenleving onze kernwaarden op scherp. Hoe anders definieer je de deugd, die van oudsher als zo bepalend wordt gezien voor het behoud van de samenleving? Hoe anders bewerkstellig je de identiteit, die helpt zorgen voor cohesie en herkenbaarheid?

In functie van die kernwaarden moeten we ons als samenleving organiseren. Dat betekent onder andere dat we de regels van de markt zo bepalen dat hij een spiegelbeeld vormt van ons streven naar het betere leven. In het verleden deden we dat door zwaar in te zetten op materiële vooruitgang en zo honger en ontbering uit te roeien. Groei was massaproductie. Vandaag zou het ijkpunt van de groei moeten opschuiven naar duurzaamheid en kwaliteit. Die waarden zouden ook veel nadrukkelijker vertaald moeten worden in het onderwijs, door naast het 'mechanische' van de exacte wetenschappen de nadruk te leggen op esthetiek, sport, creativiteit, burgerschap enzovoort. Ik geloof niet dat het van leiderschap getuigt om de agenda van enkele invloedrijke belangengroepen te volgen als je keuzes maakt. Leiderschap betekent dat je in functie van onze kernwaarden onze belangen definieert en van daaruit onze arbeid, onze tijd, ons vermogen, onze ruimte en onze beperkte grondstoffen inzet.

Het algemeen belang is misschien een oubollig begrip, maar elke publieke dienaar zou ervan uit moeten gaan.

We moeten dus investeren in betere scholen, duurzame fabrieken, efficiëntere steden, lenige overheden, spitstechnologie, en minder van onze hulpbronnen besteden aan schijnvooruitgang, aan wegwerpgoederen die de waan van koopkracht nog even overeind houden, aan de auto's waarmee we stilstaan, aan regelneverij die niet bijdraagt tot kwaliteit, of aan het soort veiligheidsbeleid dat vooral bezig is met het maskeren van zijn eigen hiaten. Dat zou voor mij op efficiëntie en productiviteitswinst neerkomen.

Tezelfdertijd moeten we onze kwetsbaarheid voor druk van buitenaf terugdringen. Macht in dat opzicht betekent dat je strategische hefbomen in eigen handen houdt, dat je te grote afhankelijkheid voorkomt, dat je partnerschappen in je eigen voordeel kunt ombuigen. En dat je uiteindelijk ook het laatste redmiddel van de harde militaire macht behoudt, zolang er geen zekerheid is dat niemand ooit nog harde militaire macht tegen je eigen samenleving zal gebruiken. Militaire capaciteit en diplomatie zijn in dit scenario kleine onderdelen van het grote maatschappelijke project, kleiner dan 1 tot 2 procent van het economische totaalplaatje. Maar ze blijven onmisbaar.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.