Ze zit nog altijd in haar rolstoel op dezelfde plek in het schemerdonker, een week nadat ze bevrijd werd van de IS. Haar hoofd hangt wat scheef, haar mond wijd open als in een laatste schreeuw om hulp. De Iraakse federale politie trof haar levend aan in een achterkamer van het al-Jumhuri-ziekenhuiscomplex, het grootste bolwerk van de IS in Mosul. Ze was de oudste van de laatste acht jezidivrouwen en meisjes die de jihadisten hier lange tijd gegijzeld hielden. 'We haalden water voor haar. Ze was volledig uitgeput. Toen we terugkwamen, was ze dood.' Luitenant Mohammad Rasa van de federale politie kijkt ons wat hulpeloos aan. 'We laten haar hier omdat we niet weten wat de jezidi's wenselijk achten, hoe of wanneer ze haar willen begraven. We willen hen niet schofferen. Maar we weten niet wie ze is, of hoe oud. Ik schat een jaar of zestig. Intriest om zo aan je einde te komen.'
...

Ze zit nog altijd in haar rolstoel op dezelfde plek in het schemerdonker, een week nadat ze bevrijd werd van de IS. Haar hoofd hangt wat scheef, haar mond wijd open als in een laatste schreeuw om hulp. De Iraakse federale politie trof haar levend aan in een achterkamer van het al-Jumhuri-ziekenhuiscomplex, het grootste bolwerk van de IS in Mosul. Ze was de oudste van de laatste acht jezidivrouwen en meisjes die de jihadisten hier lange tijd gegijzeld hielden. 'We haalden water voor haar. Ze was volledig uitgeput. Toen we terugkwamen, was ze dood.' Luitenant Mohammad Rasa van de federale politie kijkt ons wat hulpeloos aan. 'We laten haar hier omdat we niet weten wat de jezidi's wenselijk achten, hoe of wanneer ze haar willen begraven. We willen hen niet schofferen. Maar we weten niet wie ze is, of hoe oud. Ik schat een jaar of zestig. Intriest om zo aan je einde te komen.' Door extreme temperaturen van rond de vijftig graden die al dagenlang aanhouden, drogen de lijken langzaam uit en krimpen ineen. Toch hangt op verschillende plekken tussen het puin de onmiskenbare geur van ontbinding dik in de lucht. Luitenant Rasa wijst op een half ingestorte ruimte en trekt zijn neus op: 'Daar liggen dode IS-strijders. Ze stinken als de hel.' Het al-Jumhuricomplex, een uitgestrekt gebouwennetwerk gelegen op de westoever van de Tigris in hartje Mosul, was de belangrijkste basis van de IS in de stad. Het diende als hospitaal, gevangenis, rechtbank, uitkijktoren voor sluipschutters en wapenopslagplaats. De inlichtingendienst was er gevestigd, er werden defensiestrategieën uitgestippeld, explosieven gemaakt en talloze mensen vermoord. In februari bombardeerden de Amerikanen het vijf verdiepingen hoge hoofdgebouw, met goedkeuring van de Iraakse overheid omdat de plek volgens de VS enkel gebruikt werd als hoofdkwartier van de IS en er geen burgers meer op het terrein toegelaten werden. Het bombardement bracht de jihadisten een ferme slag toe, maar ze bleven deels aanwezig in de andere gebouwen, net als de gegijzelde jezidivrouwen en kinderen. Nadat Iraakse troepen eind juni het terrein van de inmiddels verwoeste al-Nurimoskee volledig hadden ingenomen - de symbolische plek waar IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi in 2014 het kalifaat uitriep - volgde de herovering van het Jumhuricomplex. Nu de ziel van het kalifaat was vernietigd, ging de opmars in snel tempo verder richting binnenstad, waar de laatste jihadisten zich hebben verschanst. Het is vrijdag 7 juli en de strijd is aan zijn finale fase bezig. De paar honderd resterende IS-strijders - niemand weet precies hoeveel - vechten wanhopig om het enige overgebleven stukje grond van het bijna ter ziele gegane kalifaat te beschermen. Er rest hen niets anders dan zich overgeven of de dood. Vanaf het ziekenhuisterrein zien we dikke zwarte rookpluimen boven de binnenstad hangen en horen we constant de doffe dreunen van luchtbombardementen. De frontlijn ligt twee kilometer verder. De eerste divisie van de Iraakse special forces, de inmiddels beroemde 'gouden divisie', sluit de jihadisten steeds verder in, samen met de federale politie. Een paar dagen geleden gebruikte de IS nog volop mortiergranaten. Nu beschermen ze zich vooral met sluipschutters, handgranaten en zelfmoordterroristen, waaronder veel vrouwen en soms kinderen. Volgens het Iraakse leger is de uiteindelijke bevrijding nog een kwestie van uren. Maar dat zeiden ze een week geleden ook, net als de week ervoor. In de zee van puin rondom het ziekenhuis schalt keiharde muziek uit de pick-uptrucks van de militairen. Ze dansen, lachen en schreeuwen. Voor hen is de overwinning al beklonken. De meeste gebouwen van het ziekenhuis zijn vergeven van de boobytraps, maar de federale politie neemt ons mee naar een kelder waar de eerste twintig meter volgens de ontmijners veilig zijn als je in het midden blijft. Aan de ingang staan twee bomauto's tot de nok gevuld met explosieven, via een kabel aan elkaar bevestigd. 'Niets aanraken', waarschuwt commandant Rawi van de politie. Hij was erbij toen het gebouw werd bevrijd. Wat verderop zien we grote gasflessen. Uit de opening aan de bovenkant steken oranje en gele kabels. 'Geïmproviseerde bommen, de flessen zijn gevuld met het explosief C-4,' zegt Rawi. We klimmen over een berg puin en gebroken glas en komen in een depot terecht tjokvol patronen. Het zijn er honderdduizenden. 'De kruitlading is eruit gehaald en werd gebruikt voor bommen', legt Rawi uit. Tussen de patronen vinden we dozen met injectienaalden en stapels roze inschrijvingsformulieren voor de fertiliteitskliniek. Ze zijn in het Engels en afkomstig van de jihadisten want op de voorkant staat Islamitische Staat gedrukt, het is geen stempel. De vragen die aan de 'husband' worden gesteld, zijn expliciet. 'Voor de IS heel ruimdenkend', meesmuilt Rawi. Onder de titel Family History: general health wordt gevraagd of de echtgenoot emotionele problemen heeft, hoe het met zijn erectie en ejaculatie gesteld is, hoe vaak hij seks heeft met zijn vrouw en of hij rookt, drugs gebruikt of 'Al-Cohol'. 'Zoals ze het spellen, lijkt het bijna een heilig goedje', schampert Rawi verder. Hij pakt een zak injectienaalden: 'Zelf gebruikten ze amfetaminen zo veel ze maar wilden. Alles is toegestaan als het op het redden van het kalifaat aankomt. Gisteren was er nog een IS-echtgenote die wilde ontsnappen tussen de vluchtende bewoners uit de binnenstad. De baby op haar arm was omwikkeld met explosieven. Zo blies ze zichzelf op. Begin van de week hadden we op één morgen al 60 zelfmoordterroristen, waaronder 17 vrouwen. De mannen moeten tegenwoordig in ondergoed verschijnen om te tonen dat ze geen explosievengordel dragen, maar aan de vrouwen kun je dat niet vragen natuurlijk. Ze moeten wel hun zwarte niqaab afgooien, anders mogen ze niet verder. De binnenstad ligt er vol mee.' Volgens majoor Samak van de inlichtingendienst, een eenheid van de gouden divisie, zijn de meeste vrouwelijke zelfmoordterroristen van buitenlandse afkomst. 'Veel Russen en Tsjetsjenen', vertelde hij ons eerder deze week, gezeten aan een bureautje tussen de geïmproviseerde veldhospitaaltjes in. Elke nieuwe groep vluchtende bewoners moet eerst langs Samak en zijn mannen passeren voor ze weg worden gebracht naar opvangkampen buiten de stad. Er staat een lange rij mannen te wachten voor zijn bureau. Zijn assistent legt uit: 'Iedereen moet een identiteitsbewijs laten zien. We hebben een lijst van meer dan 10.000 IS-namen in de computer om te checken. Binnen de minuut hebben we ze gevonden. Degenen zonder papieren worden verder gecontroleerd. Een van de manieren is heel simpel; ze moeten hun hemd uittrekken zodat we kunnen zien of er sporen zitten op hun schouder van het dragen van een wapen. De riem waaraan het wapen bevestigd is, kerft in de huid, dat is dus makkelijk waar te nemen. We kijken ook naar sporen van een patronenriem rond hun middel. Als die aanwezig zijn, houden we de verdachte aan. Ze worden naar Bagdad vervoerd voor verder onderzoek. Maar we maken steeds minder gevangenen nu het merendeel van de IS zich opblaast.' Samak is getraind in verhoortechnieken door de CIA, zegt hij. De man is trots op zijn eenheid: 'Sommigen zeggen dat we getraind zijn door God', klinkt het lachend. Het is het enige moment dat hij een beetje ontspannen is. Meteen kijkt hij weer kwaad en beent hij terug naar zijn bureautje met de laptop. De rij mannen, allemaal vuil, mager en bleek, op blote voeten of met één schoen, kijken bedremmeld toe. Een jongen met bril, verwilderde haren en lange baard krijgt juist zijn identiteitsbewijs terug. Zijn mobiele telefoon is gecontroleerd. 'Ze hebben niets gevonden', zegt hij opgelucht. 'Ik mag vertrekken.' Vanuit het al-Jumhuriziekenhuis rijden we door verweesde straten vol brokstukken en uitgebrande autokarkassen naar de oude binnenstad. We stoppen onder de laatste brug over de Tigris voor je het eeuwenoude centrum binnengaat. Een militair zit aan de ingang bij het huis op de hoek. 'Je kunt niet verder', zegt hij. 'Zodra je dit huis passeert, sta je in het vizier van IS-snipers.' De sluipschutters bevinden zich op 400 meter afstand, zegt Tachtan, de militair. De frontlijn is 20 meter verder. 'Daar zitten onze eigen sluipschutters. De twee partijen doen al de hele morgen verwoede pogingen om elkaar uit te schakelen. Maar tot nu toe wijkt niemand. Nu sturen we een tank op hen af.' Niet lang daarna horen we de IS schieten op de tank. De snipers van het Iraakse leger schieten meteen terug. Het blijft even stil. Een beklemmende gewaarwording: we zijn in het hart van de stad, maar het voelt alsof we de laatste overlevenden zijn na de apocalyps. Zo indringend is de afwezigheid van verkeerslawaai of andere stadsgeluiden. Alleen het geronk van een generator klinkt. We zien het kabbelende water van de Tigris onder de brug, ruiken de rivier in de verzengende hitte. 'Ze zwemmen het water over', weet Tachtan. 'Sommigen slagen erin op die manier te ontkomen. IS-leden van Arabische afkomst hebben allang de benen genomen. De buitenlanders blijven over. Degenen die willen weglopen, worden door de buitenlanders doodgeschoten, horen we van gevluchte bewoners.' Opnieuw klinken schoten van de snipers. 'Vanmorgen heeft de IS een bevrijde straat andermaal ingenomen', vervolgt Tachtan terwijl hij flesjes water voor ons neerzet. 'Ze lokten de Iraakse militairen in de val. Lieten hen de straat binnengaan, zonder verzet. Plots waren de militairen omsingeld. Ze konden geen kant op. De IS bestookte hen met handgranaten en snipervuur. Nu is de straat weer van hen. En moeten wij opnieuw beginnen.' Hij zucht. 'We zijn ver in de meerderheid, het kan echt niet lang meer duren. Maar dit soort verrassingen zorgt voor oponthoud. We moeten ontzettend alert blijven in de smalle straten van het centrum. Er zitten nog altijd een paar duizend burgers in de stad. Een deel daarvan is familie van de IS. Anders was Mosul allang bevrijd.' Hoe dan ook hakt het Iraakse leger er de laatste dagen steeds harder in, zonder veel respect voor de bevolking. De stad moet bevrijd, de hele wereld wacht af. Dus wordt er niet meer zo nauw gekeken op een burger meer of minder. De tol die Mosul voor de vrijheid betaalt, is zwaar. 'De bewoners zullen nog lange tijd moeten wachten voor hun huizen worden opgebouwd', vertelde een agent van de federale politie ons bij het al-Jumhuriziekenhuis. 'Maar dat is niet het ergste. Ooit komt dat wel goed. De ware tragedie is dat de soennitische ziel van Mosul voorgoed is gebroken. Het zal nooit meer hetzelfde zijn.' Twee dagen voor onze trip naar het al-Jumhurihospitaal ontmoeten we twee jezidimeisjes die er tot het laatst gevangen zaten. Shirin (11) en Handa (8). Beiden verdwenen in augustus 2014, toen de IS de Sinjarregio veroverde en talloze jezidi's vermoordde of ontvoerde. De families van Shirin en Handa verblijven in een vluchtelingenkamp in Khanke, op 20 kilometer van de stad Duhok. We spreken Shirin samen met haar vader Kasim in de tuin van het huis van goeie vrienden. 'Ze is op 29 juni uit het ziekenhuis bevrijd', vertelt hij. 'Het gebouw lag al een week onder vuur, de meeste IS-strijders waren gevlucht of dood, op een paar enkelingen na. Een militair is op zoek gegaan, een dag voor de finale bevrijding. Hij vond de meisjes en heeft ze mee naar buiten genomen, samen met drie anderen.' Het blijft een tijdje stil voor Kasim vervolgt: 'Toen ik haar bij de militaire basis in Hamam al Alil kwam ophalen (30 km ten zuiden van Mosul, nvdr) stond ze apathisch naar de grond te staren. Ik was dolblij dat ze leefde, kon het niet geloven. Maar toen ik op haar afstapte, week ze achteruit en zei ze dat ze liever doodging dan met me mee naar huis te gaan. Want ik was een ongelovige, net als haar moeder.' Nu is Shirin enkele dagen thuis. Een klein meisje met een zwarte bloem in het haar. Donkere kringen onder grote ogen in een asgrauw gezichtje. Ze staart voor zich uit, krabt onophoudelijk aan haar armen en benen. 'Ze zat onder de luizen', zegt haar vader. 'Maar dat is tijdelijk. Veel erger is de emotionele schade. Het doet pijn om te zien hoe ze is veranderd. Ik herken mijn eigen dochter niet meer. Ze is haar moedertaal vergeten, ze spreekt alleen Arabisch, in een dialect van Mosul. Ze zegt dat ze moslim is, haar naam is Masha. Zo ver gaat de indoctrinatie van de jihadisten. Maar we hebben tijd, het zal beter worden. We laten haar zo veel mogelijk met rust, zodat ze kan wennen aan haar nieuwe leven. Ze slaapt nu bij haar moeder, dat is al een stap vooruit.' Shirin zit er stilletjes bij. Kijkt ons verlegen aan. Het is duidelijk dat drie jaar gevangenschap bij de IS diepe sporen heeft nagelaten. Ze praat niet, fluistert alleen. Ze kent 10 soera's of hoofdstukken uit de Koran uit haar hoofd, zegt ze. Hoelang ze in het al-Jumhurihospitaal gevangen zat, weet ze niet. Ze is elk gevoel van oriëntatie en tijd kwijt, zegt haar vader. Shirin kijkt naar haar vader, dan naar ons. '51 doden', fluistert ze schor. 'Er lagen 51 doden in het ziekenhuis, ik heb ze zelf geteld.' Waarschijnlijk is Shirin vanuit Tal Afar naar het ziekenhuis in Mosul gebracht. Duizenden jezidi's werden in 2014 in Tal Afar verzameld en in verschillende IS-kampen ondergebracht. Shirin vertelt dat ze op de begane grond woonde van een gebouw van twee verdiepingen en dat ze zich alle dagen doodverveelde. 'We waren blij als we eten kregen want dan hadden we iets te doen.' Overdag mochten de kinderen in de tuin spelen, waar één schommel stond. De rest van de tijd zaten ze binnen. Een paar keer per week kregen ze les van een vrouw die ze Uhm Youssef noemden. 'Uhm Youssef gaf aardrijkskunde en rekenen, maar vooral les over de Koran. Ze hielp ons met wassen en ze zorgde voor ons. Alle andere mensen waren slecht, maar Uhm Youssef was lief.' Ook de 8-jarige Handa, die samen met Shirin werd bevrijd, heeft het steeds over Uhm Youssef. Handa werd samen met haar tante in augustus 2014 door de IS tegengehouden toen ze wilden vluchten in een auto. Ze werden naar Tal Afar getransporteerd waar ze al snel van elkaar werden gescheiden. Later werd Handa naar Mosul gebracht. Net als Shirin weet ze niet wanneer. Handa is jonger en lijkt minder geïndoctrineerd dan Shirin. Ze spreekt over een 15-jarig jezidimeisje dat haar beste vriendinnetje werd. Handa spreekt na een paar dagen bevrijding alweer Koerdisch, ze gebruikt bijna geen Arabische woorden meer, zegt Haifa, haar dolgelukkige moeder. 'Ik kon de Koranstudenten niet uitstaan', zegt het meisje. 'Maar ik moest de soera's uit mijn hoofd leren. Deed ik dat niet, dan kreeg ik minder eten.' Handa ging vaak naar de kelder, zegt ze. Daar lagen wapens en veel gewonden. 's Nachts was er altijd lawaai van gevechten. 'Ik kon niet slapen, was heel bang en moest huilen.' Op de dag van haar bevrijding, op 29 juni, werd er geschoten en gebombardeerd. 'Uhm Youssef verstopte zich onder de trap, ze zei dat we allemaal beschutting moesten zoeken. Toen sloeg een raket in en was Uhm Youssef dood, en mijn beste vriendin ook. Iedereen was dood', zegt het kind kalm. Al snel lacht ze weer: 'Nu ik thuis ben, kan ik weer alles eten en drinken.' Ze kruipt bij haar moeder op schoot, omhelst haar. De moeder kijkt naar ons. Zegt niets. Haar ingelukkige blik spreekt boekdelen.