Finland is sinds 1 juli voorzitter van de Europese Unie en wil idealen opnieuw een plek geven in het gemeenschappelijk buitenlands beleid. Dat voornemen staat in schril contrast met het weinig fraaie getouwtrek van de voorbije weken over welke personen de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Raad moeten leiden. Dat gekibbel over postjes is mijlenver verwijderd van de idealen van democratie en transparantie.

Toch is het debat over idealen in het buitenlands beleid belangrijk. In de wereld van Vladimir Poetin, Xi Jinping en Donald Trump lijken waarden iets voor watjes. Rauwe macht en intimidatie, daar gaat het om. Uiteindelijk bepalen de landen met de grootste economie en dus wellicht ook de sterkste krijgsmacht het lot van de kleineren. Daar valt op zich weinig op af te dingen. Realpolitiek, de politiek van macht en belangen, primeert. Aanvankelijk zou het bij die invulling ook voor mij stoppen, maar gaandeweg ben ik tot het besef gekomen dat de discussie daar niet ophoudt.

In de wereld van Vladimir Poetin, Xi Jinping en Donald Trump lijken waarden iets voor watjes.

Het lezen van een aantal denkers over macht en politiek heeft mij er bewust van gemaakt dat je geen macht opbouwt zonder idealen en dat vooral het Westen een groot deel van zijn macht te danken heeft aan idealen. Van de historicus Polybius leerde ik hoe het streven naar een goede grondwet mee de basis legde van de Romeinse macht. De Chinese strateeg Sun Tzu wees me op het belang van een wijs beheer van de natuurlijke hulpbronnen voor machtsbehoud. Machiavelli onderstreepte het belang van de deugd en de merite van de republiek als basis van het succes van de Italiaanse stadstaten. Napoleon Bonaparte, Thomas Jefferson en Alexander Hamilton benadrukten het belang van onderwijs en de emancipatie van de geest.

Vooral als mensen de belangrijkste hulpbron van een staat vormen, is het cruciaal hen zo veel mogelijk aan te moedigen om bij te dragen aan de macht van de samenleving en hun talenten te ontwikkelen: we moeten mensen ruimte en vrijheid geven opdat ze de samenleving helpen floreren, de vlam van de ambitie laaiend houden, de economische macht bestendigen en zo ook het vermogen om voldoende politieke en militaire macht te behouden.

Belangrijk daarbij is dat zulk idealisme gepaard gaat met nederigheid en nuchterheid. Idealen zijn streefdoelen, geen verworvenheden. Vanaf het moment dat een samenleving op haar lauweren gaat rusten en het ideale beeld als een verworvenheid gaat beschouwen, wordt zij zelfgenoegzaam, lui en arrogant. Het streven naar macht vereist idealisme, maar het streven naar idealen vereist ook macht. Macht betekent het behoud van voldoende autonomie om je samenleving zelf in te richten en te voorkomen dat anderen keuzes opdringen die je soevereiniteit, je zelfbehoud en het nastreven van idealen in de weg staan.

Idealen nastreven in het buitenlands beleid betekent dat je het vermogen behoudt om je eigen keuzes te maken.

Idealen nastreven in het buitenlands beleid betekent dan vooral dat je als samenleving het vermogen behoudt om je eigen keuzes te maken. Het komt niet noodzakelijk neer op het opdringen van keuzes aan anderen, op regimeverandering bijvoorbeeld. In een optimaal scenario wordt de eigen samenleving zo welvarend, dat ze anderen inspireert. In een meer bescheiden scenario komt het er vooral op aan dat je voorkomt dat anderen stokken in de wielen steken, je in onevenwichtige partnerschappen sleuren, je welvaart beschadigen, daardoor de geloofwaardigheid van je politieke project aantasten, zijn idealen ondergraven en bijgevolg ook vaak de samenhang van de samenleving verzwakken. Dat is wat Europa nu ondergaat.

De keuzes zijn eigenlijk evident. Europeanen hopen op duurzaamheid, identiteit en rechtvaardigheid. Laat Europa die idealen vertalen in spelregels voor de handel en daardoor autoritaire landen als China de wind uit de zeilen nemen. Laat Europa werk maken van zelfvoorziening op vlak van energie, door efficiëntie en schone energiebronnen, en daarmee de Russen en de Golfstaten de middelen ontnemen om Europa te verzwakken. Europeanen willen een dynamische, vrije markt - minder gigantisme, zoals de econoom Geert Noels dat verwoordt: wel, laten we al te dominante multinationals in stukjes knippen. Zo wordt de markt dynamischer en voorkom je dat buitenlandse giganten overheden gaan vertellen welke keuzes ze op bijvoorbeeld fiscaal vlak moeten maken.

Idealisme is dus heus niet voor watjes. Het vergt vooral heel veel moed en nuchter inzicht in het machtsspel dat de idealen een stukje meer in de realiteit moet helpen brengen.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.