Het was beslist geen alledaagse krantenkop bij het ontbijt vrijdagochtend, hier in Mexico-Stad: 'Mexicaanse ex-defensieminister in de VS gearresteerd voor drugshandel.' En toch: hoewel ik graag zou schrijven dat ik me in mijn koffie verslikte, was het niet bepaald verrassend nieuws.
...

Het was beslist geen alledaagse krantenkop bij het ontbijt vrijdagochtend, hier in Mexico-Stad: 'Mexicaanse ex-defensieminister in de VS gearresteerd voor drugshandel.' En toch: hoewel ik graag zou schrijven dat ik me in mijn koffie verslikte, was het niet bepaald verrassend nieuws. Nog geen tien maanden geleden klaagde het Amerikaanse gerecht immers een andere Mexicaanse topambtenaar aan. Genaro García Luna, voormalig minister van Veiligheid, zou het Sinaloakartel beschermd hebben. Op korte tijd belandden zo twee Mexicaanse ex-ministers in een maximum security-gevangenis in de VS. Zelfs ex-president Enrique Peña Nieto zou drugsgeld hebben aanvaard. Of dat beweerde in ieder geval een getuige tijdens het proces van drugsbaron Joaquín 'El Chapo' Guzmán, die vorig jaar door de rechtbank in New York tot levenslang werd veroordeeld. Peña Nieto ontkent in alle toonaarden, maar Mexicanen zeggen: yeah, right. De peetvader De 72-jarige Salvador Cienfuegos was defensieminister van 2012 tot 2018. Tijdens zijn ambtstermijn, zegt de Amerikaanse aanklager, werkte hij samen met beruchte drugstrafikanten. In ruil voor grote sommen smeergeld hielp hij enorme hoeveelheden heroïne, cocaïne, crystal meth en cannabis naar Amerika smokkelen. De opbrengsten waste hij wit. Cienfuegos werd donderdagavond, in bijzijn van zijn gezin, opgepakt in de luchthaven van Los Angeles. In telefoontaps hoorden Amerikaanse rechercheurs kartelleden praten over een machtige en mysterieuze beschermheer: El Padrino - de peetvader. Uiteindelijk begrepen ze dat het de minister van Defensie betrof, die in theorie een oorlog voerde tegen diezelfde drugskartels. Feitelijk was hij zelf een trafikant - of zoals Mexicanen ze noemen: een narco. En een bijzonder toegewijde.El Padrino, zo stelt de aanklacht, zorgde ervoor dat het leger geen militaire operaties uitvoerde tegen zijn beschermelingen. Hij pakte rivaliserende drugsbendes aan en haalde maritieme drugstransporten op. Daarnaast trachtte hij ook het territorium van de organisatie uit te breiden. En als kers op de taart stelde hij de kopstukken voor aan andere corrupte overheidsbeambten die zouden willen meewerken in ruil voor smeergeld. War on drugs een mythe? Misschien was de war on drugs altijd een mythe. Ik zag het met mijn eigen ogen. Op reportage in een dorp in de afgezonderde bergen van de Sierra Madre, waar papaver (voor heroïne) en wiet geteeld wordt: gewapende kartelsoldaten hielden er de wacht buiten het huis van hun baas, pal in de dorpskern, op een steenworp van het politiekantoor. Dorpsbewoners wisten dat agenten hand- en spandiensten verleenden waar nodig. Een boer vertelde me er langs zijn neus weg dat hij in opdracht van het leger weleens strobalen in plasticfolie verpakte zodat een of andere bevelhebber ze voor de media als een grote drugsvangst kon presenteren en verbranden. Of die keer in Ciudad Juárez, waar de manager van een drugspand ongestoord zijn werk kon doen omdat hij zijn 'vergunning' had betaald. 'Esta plaza está comprada, amigo', zo lachte hij mijn vraag weg of de politie hem nooit kwam lastigvallen - het was immers een opvallend komen en gaan van junkies daarbuiten op het trottoir. Vrij vertaald: zijn territorium was netjes afgekocht. De plaza kan je gerust gelijkstellen met heel Mexico: als je de defensieminister in je zak hebt, kan je ongestoord zakendoen. Ruim drie jaar woon ik nu in Mexico. Corruptie was voordien altijd abstract geweest. Nu begin ik te begrijpen hoe ze ruikt en aanvoelt. Het geval-Cienfuegos is allesbehalve een uitzondering. Zo zit het systeem in elkaar. Dat zei ook Vicente Zambada tegen het Amerikaanse gerecht. De zoon van Ismael 'El Mayo' Zambada, baas van wat overblijft van het Sinaloakartel, klapte uit de biecht in ruil voor strafvermindering. In haar boek 'El Traidor' ('de verrader') citeert journaliste Anabel Hernández uit de getuigenis van Vicente: 'In ruil voor smeergeld zorgden functionarissen van de Mexicaanse overheid voor 1) informatie over operaties tegen het Sinaloakartel, zijn leden en partners 2) directe assistentie wanneer leden van het Sinaloakartel of partners gearresteerd werden of drugs in beslag genomen werd 3) het arresteren of vermoorden van vijanden van het Sinaloakartel.' De war on drugs is eigenlijk een war for drugs, waarin zelfs generaals, ministers en presidenten mee strijden voor een stuk van de taart. De war on drugs, zoals ze bestaat in Mexico, is een mythe. Kartels bestaan nietOok kartels bestaan niet. Of toch niet zoals we ze ons voorstellen. Dat stelt Oswaldo Zavala, ooit journalist in Juárez en nu academicus in Amerika. Tuurlijk, er zijn wel degelijk heel wat mensen in Mexico die zich bezighouden met drugshandel. En het onvoorstelbare geweld en leed dat ze aanrichten is echt. Maar 'de kartels', die almachtige, mythische kartels die makkelijk de staat op zijn knieën kunnen dwingen, zijn een verzinsel van beleidsmakers waarmee ze hun eigen incompetentie toedekken. 'De kartels' leven vooral in Netflix-series en in de verbeelding van wannabe gangsters in heel de wereld. De kartels, die boosaardige en veelkoppige monsters, kunnen ook niet bestaan of betijen zonder de zegen en zelfs de medewerking van de staat. 'Het heeft geen zin om met de overheid ruzie te maken, want de overheid heeft altijd meer kogels' zou El Mayo, die van alle topnarco's niet één keer is opgepakt, ooit gezegd hebben. Anders gezegd: Mexico staat helemaal niet machteloos tegen drugsbendes. Sterker: de overheid deelt de lakens uit. War on drugs In 2006 startte een pas verkozen oud-president Felipe Calderón de war on drugs in Mexico. Hij werd van kiesfraude beschuldigd en moest daadkracht tonen. Veertien jaar later zijn 200.000 mensen dood en zijn volgens de overheid 62.000 mensen vermist. Ondertussen vloeien meer drugs dan ooit naar de VS, de grootste afzetmarkt ter wereld. Een agent van de Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst DEA haalde zijn schouders op aan het einde van een gesprek met mij: 'Drugs bestrijden is net als knijpen in een ballon: de lucht verplaatst zich gewoon.' En toch blijven we erin geloven. Zelfs in België voeren we een war on drugs. Bart De Wever, burgemeester van Antwerpen, was aanvankelijk een overtuigd adept. Maar in een recent gesprek met een Nederlandse onderzoeker klonk hij al gematigder. Legalisering was toch een optie, hoe 'verschrikkelijk' ook, die men 'theoretisch' onder de ogen moest zien. De Wever weet vast dat ook de Belgische autoriteiten niet immuun zijn voor de verleiding van makkelijk drugsgeld. Politie, douane en bedrijfsleven: corruptie wordt een steeds groter probleem in de haven van Antwerpen. Cocaïne legaliseren? Het lijkt onmogelijk, allicht heeft De Wever gelijk. Maar moeten we drugs echt voorstellen als een oorlog die gewonnen kan worden? In Mexico heeft verontwaardiging al lang geleden plaats gemaakt voor gelatenheid en cynisme. De corrupte generaal Cienfuegos vliegt mogelijk voor de rest van zijn leven achter de tralies, maar is daarmee gerechtigheid gediend? Kunnen de duizenden Mexicaanse ouders die speuren naar hun vermiste kinderen in massagraven eindelijk staken? Valt er morgen in Amerika één dodelijke overdosis minder door de gevaarlijke fentanyl die uit Mexico komt?