De spanningen tussen de VS en Iran lopen hoog op. De VS beschuldigt Iran van aanslagen op vier tankers in de Perzische Golf en de Golf van Oman, al ontkent Teheran elke betrokkenheid. De Iraanse Revolutionaire Garde schoot een peperdure Global Hawk drone neer die, zo beweerde Iran, zich in het Iraanse luchtruim bevond. Het zijn speldenprikken, maar ze tonen aan dat de opperste leider, ayatollah Ali Hosseini Khamenei, weer meer het initiatief laat aan hardliners zoals de opperbevelhebber van de Garde, Hossein Salami.

Voor Amerikaans president Donald Trump, zijn veiligheidsadviseur John Bolton en minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo is de Revolutionaire Garde een terroristische organisatie. Ze doen daarbij alsof er met de verkiezing van de pragmatische en hervormingsgezinde Hassan Rohani nauwelijks iets veranderd is. Dat maakte het eenvoudiger voor Trump om vorig jaar in mei het Joint Comprehensive Plan of Action (JCPAO) te verbreken dat zijn voorganger Barack Obama in 2015 samen met Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Rusland en China had ondertekend.

In het JCPAO verbond Iran zich ertoe zijn programma voor de verrijking van uranium af te bouwen zodat het niet langer als grondstof kon dienen voor een atoomwapen. In ruil zou de VN Veiligheidsraad alle multilaterale en nationale sancties tegen het land opheffen.

Volgens het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA) hield Iran zich aan het akkoord. Maar Trump beweerde dat er een nieuwe deal moest komen die Iran ook dwong om de bouw van langeafstandsraketten, die kernkoppen konden dragen, stil te leggen en zijn militaire machtsontplooiing in Syrië en Libanon stop te zetten. Daarmee bewees hij een uitstekende dienst aan de Israëlische premier Benjamin Netanyahu, die het monopolie op kernwapens in het Midden-Oosten wil behouden en aartsvijand Iran ziet als 'een existentiële dreiging voor de Joodse staat'.

Trumps plan bestond erin om de Iraanse leiders met economische sancties terug aan de onderhandelingstafel te dwingen.

Extraterritoriale regels en importtarieven

Na de terugtrekking van de VS bleef het JCPAO voor de overige ondertekenaars overeind. De Europese Raad van regeringsleiders moedigde in februari nog Iran aan om het evenzeer te respecteren en beloofde de samenwerking op tal van domeinen verder te zetten.

Maar Trump speelde het bijzonder hard en stelde de multinationale bedrijven die in Iran actief waren voor de keuze: handel drijven met de VS of met Iran. Daarbij zette de VS zijn dollar - het internationaal betaalmiddel bij uitstek - in als wapen.

Al in het najaar van 2018 bleek dat de meeste Europese multinationals het zekere voor het onzekere kozen. Het Franse olieconcern Total trok zich terug uit een geplande joint venture met het Chinese oliebedrijf CNPC en Iran voor de gezamenlijke exploitatie van het gasveld South Pars 11. Ook de Peugeot- en Citroën-autofabrikant PSA schortte zijn Iraanse joint-ventures op en de Duitse autofabrikanten Daimler en Volkswagen bezweken uiteindelijk onder de Amerikaanse druk toen Trump dreigde om de tarieven voor de Duitse auto-import op te trekken. Zelfs het Russische Lukoil verzaakte uiteindelijk aan verdere joint-ventures met Iraanse oliemaatschappijen.

Volgens Thijs Van de Graaf, specialist internationale politiek en energiebeleid aan de Universiteit Gent, lag de monsterboete van 8,8 miljard dollar die BNP Paribas in 2014 aan de Amerikaanse fiscus moest betalen wegens schending van handelssancties tegen de 'schurkenstaten' Iran en Soedan, nog te vers in het geheugen. 'Elk bedrijf dat opereert in de VS, er vestigingen heeft, leningen uitstaan heeft of, indien het beursgenoteerd is, Amerikaans kapitaal in zijn aandeelhouderschap heeft, kan voor een Amerikaanse rechtbank gedaagd worden'.

Onder Amerikaanse druk werden in november vorig jaar ook de Iraanse banken van het internationale elektronische betaalverkeer afgesloten, zodat het land geen buitenlandse betalingen meer kon ontvangen, behalve voor humanitaire goederen. Van de Graaf: 'Alle grote financiële handelstransacties verlopen elektronisch via het Swift-netwerk (Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunications) dat in handen is van de belangrijkste wereldwijde financiële instellingen. Ook Swift ging door de knieën onder de Amerikaanse dreiging met sancties'.

De VS maakt van zijn financieel-economische hegemonie gebruik om als enige land in de wereld dergelijke extraterritoriale regels op te leggen.

Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk van hun kant kondigden begin dit jaar aan een Special Purpose Vehicle op te zetten, Instex genaamd, dat het mogelijk moet maken in beperkte mate handel te drijven met Iran buiten het bestaande internationale Swift-betaalsysteem om. Helaas blijft Instex voorlopig grotendeels dode letter. De EU lijkt nu te veel bezig met de brexit en andere interne besognes en vooral Berlijn vreest de Amerikaanse importtarieven waarmee Trump dreigt.

En ook Europese bedrijven laten de zekerheid primeren, aldus Van de Graaf: ' Ze gaan niet bij de Europese Commissie lobbyen om Instex te versterken. Ze willen zekerheid voor hun investeringen, voor hun planning en willen geen confrontatie tussen machtsblokken'. Toch heeft Instex zijn verdienste, meent hij: 'Het gevolg van het misbruik dat Trump maakt van de financieel-economische suprematie van de VS is dat de overige landen er alles gaan aan doen om het bestaande financiële systeem te ondermijnen en uit voorzorg een parallel systeem op te zetten'.

Olie-embargo

De belangrijkste Amerikaanse sanctie, het olie-embargo tegen Iran, ging in november in. Van de Graaf: 'De ironie is dat de Amerikanen sancties opleggen aan importeurs van Iraanse olie, maar al jaren zelf geen enkele druppel olie uit Iran invoeren. Ze leggen dus eigenlijk geen sancties op aan Iran, maar aan de kopers.'

Acht invoerders van Iraanse olie (China, India, Turkije, Japan, Zuid-Korea, Taiwan, Griekenland en Italië) kregen evenwel een uitstel van 6 maanden waarin ze hun olie-import uit Iran geleidelijk konden afbouwen. Op 2 mei 2019 verstreek dat uitstel en Trump maakte zich sterk dat hij met 'zero olie-export' Iran op de knieën zou krijgen. Wie wel bleef invoeren na die datum riskeerde afgesneden te worden van het elektronische betaalverkeer. De ruwe olieuitvoer viel terug van 2,5 miljoen vaten naar ongeveer een half miljoen vandaag. De enige export gebeurt nu via smokkel op de zwarte markt richting Azië of via 'barter trading' of ruilhandel. Onder meer India heeft nogal wat olie verhandeld tegen goederen,' aldus Van de Graaf.

Blokkade Straat van Hormoez kan alleen tijdelijk

Door de Straat van Hormoez, een 54 kilometer brede zeeëngte die de Perzische Golf van de Golf van Oman scheidt, passeert olie uit Saoedi-Arabië, Koeweit, Irak en Iran in twee vaargeulen van elk drie kilometer breed, goed voor een derde van de wereldwijd verhandelde olie. Iran dreigde er al mee de vaargeulen met oorlogsboten af te sluiten, maar dat is volgens Van de Graaf te hoog gegrepen: 'De meeste waarnemers zijn het erover eens dat Iran het scheepverkeer in de Straat kan verstoren, maar onmogelijk lange tijd kan blokkeren. Daarvoor hebben ze niet de militaire capaciteit.'

Aan de overkant liggen overigens schepen van de Perzische Golf ligt de Amerikaanse Vijfde Vloot voor de kust van Qatar, Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten. Als waarschuwing stuurde Washington al een extra vliegdekschip, een batterij Patriotraketten en extra elitetroepen naar de Perzische golf. Overigens is er een alternatief bij een blokkade: pijplijnen naar de Rode Zee en de Middellandse Zee, al hebben die onvoldoende capaciteit om een blokkade volledig op te vangen.

Europa wil geen krachtmeting met VS

In Iran gaat het door de uitblijvende olie-inkomsten in snel tempo bergaf met de economie: de rial is in vrije val, de inflatie is torenhoog, de werkloosheid neemt toe en er dreigt voedselschaarste. Maar de leiding van het land laat zich niet verleiden tot onbesuisd gedrag. Ze beperkt zich tot de verdediging van het Iraanse territorium en is voorlopig op haar hoede voor disproportionele represailles, want ze weet dat ze een open oorlog niet kan winnen.

Maar ze voelt zich duidelijk in de steek gelaten door Europa, China en Rusland. Die slagen er niet in de Amerikaanse sanctiedruk te verlichten. Europa wil het niet tot een krachtmeting met de VS laten komen uit vrees voor de extraterritoriale regels van de VS en een aantrekkende handelsoorlog. Bovendien blijft het gebonden door transatlantische verdragen. Van de weersomstuit dreigt nu ook de gematigde Hassan Rohani ermee om zich niet langer aan de JCPAO te houden.

Uit zijn chaotische reacties op het neerschieten van de drone blijkt dat Donald Trump blijkbaar zelf niet meer goed weet welke richting zijn eigengereide Iranpolitiek uit moet. Het scenario dat zijn veiligheidsadviseur John Bolton met de economische sancties voor ogen had, namelijk een soort Iraanse lente met een omverwerping van het regime, blijkt een grove misrekening. Trump heeft herhaaldelijk verklaard dat hij zelf geen oorlog wil met Iran. En ook het Pentagon en de democratische meerderheid in het Congres pleiten voor de-escalatie.

Volgens Van de Graaf schuilt het grootste gevaar in een proxy-oorlog. Iran heeft namelijk overal bewapende sjiitische bondgenoten: de Hezbollah in Libanon, die op Israël gerichte raketten heeft , Iraanse eenheden die Assad steunen in Syrië, sjiitische milities in Irak, Houthi-rebellen in Jemen, die aanslagen kunnen plegen op Saoedische infrastructuur enz. Bij een oorlog wordt wellicht dat hele sjiitische netwerk geactiveerd. Dat kan ook de wereldoliemarkt een tijd lang ontwrichten en zelfs de beurs op Wall Street doen crashen. Voor Trumps herverkiezing volgend jaar is dat een nachtmerriescenario.