De wind zou iets harder mogen waaien, maar verder is Feng Guangyan (zie foto hieronder) in zijn nopjes. Het is een frisse winterdag, bewolkt maar helder, en dus is de 76-jarige Feng naar het Junxiaopark van Baoding gekomen. Op een platform stuurt hij zijn drie meter lange vlieger de lucht in. Steeds hoger, tot hij een van de vele stippen boven het park wordt.
...

De wind zou iets harder mogen waaien, maar verder is Feng Guangyan (zie foto hieronder) in zijn nopjes. Het is een frisse winterdag, bewolkt maar helder, en dus is de 76-jarige Feng naar het Junxiaopark van Baoding gekomen. Op een platform stuurt hij zijn drie meter lange vlieger de lucht in. Steeds hoger, tot hij een van de vele stippen boven het park wordt. Dit is Fengs favoriete tijdverdrijf: het liefst komt hij elke middag vliegeren. Maar de voorbije drie, vier jaar lukte dat zelden. De luchtvervuiling in Baoding, een industriestad op zo'n honderdvijftig kilometer van Peking, was zo ernstig dat Fengs kinderen hem waarschuwden binnen te blijven. Eerst lachte hij hun zorgen weg - als oud-militair kan hij tegen een stootje - maar toen hij een zware hoestaanval kreeg na een wandeling door de smog, moest hij hun gelijk geven. Feng kocht een luchtfilter om de lucht in zijn woning te zuiveren, en mondkapjes voor buitenshuis. Hij installeerde een app op zijn mobiele telefoon om de luchtvervuiling te kunnen volgen. 'Vanaf 180 (op de Air Quality Index, nvdr) bleef ik binnen', zegt hij. 'De voorbije jaren kwam ik zelden meer vliegeren, want het was vaak 300 of 400, soms zelfs 500. Het had ook geen zin: met zo'n smog zie je je vlieger toch amper.' Als vliegeraar heeft Feng geen geluk met zijn woonplaats. Luchtvervuiling is in heel China een groot probleem, maar in Baoding is het een ramp. De stad, met drie miljoen inwoners in het centrum en nog eens acht miljoen in de uitgestrekte stadsrand, ligt in de industriële provincie Hebei, bekend om haar rook spuwende staalbedrijven en stoffige steenkoolmijnen. In 2015 werd Baoding uitgeroepen tot meest vervuilde stad van China. Anno 2018 lijkt de hemel eindelijk op te klaren. Vier jaar nadat de Chinese overheid de luchtvervuiling de oorlog heeft verklaard, wijzen steeds meer cijfers erop dat het land die oorlog aan het winnen is. In 2017 lag de concentratie van schadelijke PM2.5-deeltjes (fijnstof) in heel China 32 procent lager dan vier jaar eerder. In Baoding was dat zelfs 38 procent lager. Het afgelopen jaar kon Feng Guangyan weer zo goed als elke dag vliegeren. 'De vooruitgang van China tussen 2013 en 2017 is opmerkelijk', zegt Lauri Myllyvirta, energiespecialist van de milieubeweging Greenpeace in Peking. 'Ik ken geen enkel ander land dat in zo'n korte tijd de luchtvervuiling zo gereduceerd heeft. Natuurlijk kun je kanttekeningen maken, maar over de hele lijn is het een groot succes. Daar verdient de regering veel waardering voor.' Vooral afgelopen winter maakte de Chinese luchtkwaliteit een enorme sprong, met name in de regio rond Baoding. In plaats van de 'air-pocalyps', die de afgelopen jaren elke winter over de noordelijke stad neerdaalde, zagen de inwoners voor het eerst in lange tijd weer blauwe hemels en witte wolken. Ze konden het zelf amper geloven, en velen blijven sceptisch: is de luchtkwaliteit echt verbeterd, of is dit een tijdelijke meevaller? Op bezoek in Baoding is 'schone lucht' niet het eerste waaraan je denkt. In het centrum verdringen de auto's elkaar om een metertje vooruit te komen in de eeuwige files. Een systeem van alternerende nummerplaten haalde korte tijd een hoop verkeer van de straten, maar die lijken ondertussen weer dichtgeslibd. Wel bijzonder overigens: Baoding is een van de weinige Chinese steden waar auto's stoppen voor het zebrapad. Zodra we over de derde ring de stad uit rijden, richting industriegebied, krijgt de omgeving helemaal een stoffige aanblik. Zoals in veel provinciesteden is het langs de uitvalswegen van Baoding één chaotische bedrijvigheid: grote fabrieken, kleine restaurants, een schrootverzamelaar, een meubelwinkel, veel zwaar transport en daartussen ineens een rij aardbeistalletjes, van de landbouwers verderop in de dorpen. Vers van het veld, op een bedje van uitlaatgassen en stof. Een paar jaar geleden was het veel erger, zeggen de inwoners. Toen hing hier 's winters een grauwe rooksluier, afkomstig van de steenkoolcentrales en de kolenkachels in de huizen. In de zomer was de lucht grijs-geel, door het stof van de cementfabrieken. 'Als ik een hele dag had rondgereden en 's avonds mijn gezicht afveegde, was mijn handdoek zwart', zegt taxichauffeur Shang Helong. 'Zelfs in de auto hield ik mijn mondkapje op.' Het kanteljaar was 2013. De luchtvervuiling in heel China piekte, het protest tegen de adembenemende smog nam toe, en de overheid besefte dat het zo niet langer kon. Er werd een Nationaal Actieplan tegen Luchtvervuiling uitgevaardigd, met ambitieuze doelstellingen. Na decennia van economische groei ten koste van het milieu zouden de prioriteiten worden bijgesteld, klonk het. 'Groene bergen en blauwe lucht zijn even belangrijk als bergen van goud en zilver.' Sleuteljaar van het Nationaal Actieplan was 2017. Tegen dan moest China zijn staalproductie onder controle brengen, zijn steenkoolcentrales sluiten of milieuvriendelijker maken, en steenkool steeds meer vervangen door zonne- en windenergie. De steden moesten het aantal auto's op hun wegen beperken, en industriële regio's moesten hun fijnstofgehalte verlagen. Alles werd becijferd: in de streek rond Peking, met onder meer Baoding, moest de PM2.5-concentratie met een kwart omlaag. De ambitieuze doelen werden aanvankelijk op scepsis onthaald, maar het was China menens. Het land investeerde miljarden euro's in zonne- en windenergie, en werd in korte tijd wereldleider. Het schrapte de bouw van honderden steenkoolcentrales en verscherpte de uitstootnormen van bestaande centrales. Het stelde lage-emissiezones en beperkingen van het aantal auto's op basis van nummerplaat in. In veel regio's werden de doelstellingen al in 2016 of zelfs 2015 behaald. Maar in het noorden, zoals in de provincie Hebei, bleven de verstikkende smogdagen aanhouden. De economie drijft er op staal en steenkool, wat het lastiger maakt om milieunormen op te leggen. Lokale overheden knepen soms een oogje toe: fabrieken die hun werk moesten stilleggen wegens te vervuilend, werkten stiekem 's nachts door of betaalden lage boetes. Sinds 2016 nam de uitstoot van de industrie zelfs toe. Ook de vervanging van de verwarming op steenkool liet op zich wachten, en 's winters werd Hebei telkens in zwarte nevelen gehuld. Nog vervelender: die vieze lucht waaide meestal naar Peking, waar internationale media en diplomaten het ene na het andere smogalarm rapporteerden. Het was geen gezicht, voor de zelfverklaarde leider in de wereldstrijd tegen klimaatverandering. Toen begin 2017 duidelijk werd dat Hebei, en daarmee ook Peking, de doelstellingen van het Nationaal Actieplan moeilijk zou halen, greep de Chinese top in. Ze liet weten dat de lokale politici en ambtenaren persoonlijk verantwoordelijk zouden worden gesteld voor het falen. En ze legde 28 steden in de regio, waaronder Baoding, een draconisch winterplan op: in amper één winter tijd zou de luchtvervuiling alsnog onder de in 2013 gestelde norm moeten duiken, willen of niet. Baoding werd zelfs uitgeroepen tot 'koolvrije zone'. In een paar maanden tijd werden de laatste oude steenkoolcentrales stilgelegd, en werden in 660.000 huishoudens de kolenkachels weggehaald en gasleidingen aangelegd. In de dorpen rond Baoding staan de schoorstenen er werkeloos bij en hangt aan elk huis een gele gasteller, blinkend van nieuwigheid. 'Het is een verademing', zegt Wang Ming, een kruidenierster in het dorpje Beiqicun. 'Zelfs al is gas duurder dan kool, het is het waard.' De bouwwerven in de stad werden maandenlang stilgelegd, de vele cementbedrijven moesten hun productie halveren. En dit keer werd dat niet door lokale, maar door nationale inspecteurs gecontroleerd. Bij hun eerste inspectieronde stelden ze bij zeventig procent van de bedrijven in Hebei overtredingen vast. 'Ze controleren nu veel langer voor ze je bedrijf goedkeuren', zegt Hua, manager van de cementfabriek Jiuhe. 'Veel kleine bedrijfjes, die geen licentie kregen, zijn definitief opgedoekt.' Het resultaat mag er wezen: afgelopen winter lag de PM2.5-concentratie in Baoding 49 procent lager dan in de winter van 2013. In Peking, met een beetje hulp van een aanhoudende noordenwind, was dat zelfs 58 procent lager. Met een concentratie van 84 microgram PM2.5 per kubieke meter voldoet de lucht in Baoding nog lang niet aan de Europese normen (25 microgram), maar een halvering in vier jaar is zonder meer uniek. Michael Greenstone, directeur van het Energy Policy Institute van de University of Chicago, berekende dat de Chinezen er door de verbeterde luchtkwaliteit tussen 2013 en 2017 gemiddeld 2,4 levensjaren bij kregen, en de inwoners van Baoding zelfs 4,5 levensjaren. Het is een tempo dat alleen haalbaar is voor een autoritair bewind, dat geen rekening hoeft te houden met belangengroepen en inspraakprocedures, een gemak waar westerse regeringen soms met jaloezie naar kijken. Maar zo'n ongeremd tempo heeft ook een keerzijde. Zo waren in Baoding duizenden inwoners hun kolenverwarming al kwijt, maar nog niet op het gasnet aangesloten, toen de temperaturen begin november onder het vriespunt doken. Op sociale media regende het klachten van mensen wier huis 'een ijsgrot' was geworden. In een uithoek van Baoding zaten elf scholen zonder verwarming en vertoonden enkele kinderen zelfs vrieswonden. De lokale overheden waren duidelijk doorgeschoten in hun poging de nationale normen te halen. Hoe groot ook de menselijke tol, experts denken dat het een nuttige les is geweest. De afschaffing van kolenverwarming gaat door, en moet tegen 2021 heel het noorden van China bestrijken. 'Na de problemen van deze winter zullen alle overheden beseffen dat ze zich beter moeten voorbereiden', zegt Lauri Myllyvirta van Greenpeace. 'Men zal ook minder alleen op gas inzetten, en meer diversiteit nastreven in de vervangers van steenkool, zoals biomassa of warmtepompen.' De cruciale vraag is of China zijn felle strijd tegen de luchtvervuiling volhoudt. Het land heeft de neiging harde campagnes te voeren om doelstellingen te halen, maar daarna de teugels wat te laten vieren. Terwijl het noorden deze winter een tandje bijstak, zakte het tempo in andere regio's in. Zij probeerden de sputterende economie te stimuleren met infrastructuurprojecten, met stijgende staal- en cementproductie en luchtvervuiling tot gevolg. Hun doelstellingen waren toch al gehaald. De Chinese politiek zit in een transitieperiode: tijdens het Volkscongres van afgelopen maand is een nieuw, versterkt ministerie van Ecologie en Milieu voorgesteld, dat nu een nieuw Nationaal Actieplan voorbereidt. 'Idealiter leggen ze opnieuw ambitieuze doelstellingen op, dit keer tegen 2020, en voeren ze de nationale inspecties in heel China in', zegt Myllyvirta. 'De verwachtingen zijn hooggespannen.' 'In een volgende stap zullen we duurzamere mechanismen moeten inzetten', zegt Ma Jun, oprichter van de milieudenktank Institute of Public and Environmental Affairs (IPE) in Peking. 'Ik denk dat we vooral meer transparantie moeten doorvoeren, en bedrijven meer moeten blootstellen aan toezicht van het grote publiek. Met het IPE werken we aan een app waar gewone burgers de uitstoot van bedrijven in real time kunnen volgen.' China en transparantie: het is niet meteen een gebruikelijke combinatie. Toch ziet Ma Jun hoopvolle signalen. In Baoding werden de afgelopen jaren negenhonderd extra meetstations gebouwd, waarvan de resultaten openbaar zijn. Zo'n vijftienduizend Chinese bedrijven plaatsen hun realtime uitstootgegevens online. 'De vooruitgang van de afgelopen vijf jaar geeft me vertrouwen', zegt hij. 'We zijn er nog niet, de smog zal nog terugkomen. Maar door de resultaten van afgelopen winter verlangen de mensen meer dan ooit naar een blauwe hemel.'