In de vergaderzaal van zijn organisatie heeft Ma Jun de website van zijn Institute of Public & Environmental Affairs (IPE) op een scherm geprojecteerd. De site bevat een schat aan milieugegevens en is uniek op het Chinese internet. Ma klikt op een kaart en laat zien hoe je ze kunt rangschikken volgens waterkwaliteit, fijnstof of CO2-vervuiling. Ook kun je inzoomen tot op het niveau van één enkele fabriek. 'We volgen elke dag 5000 verschillende bronnen en zo krijgen we drie miljoen datasets van verschillende bedrijven', zegt Ma. 'Dat kan omdat China het eerste land is dat zijn grootste vervuilers verplicht om elk uur hun metingen te publiceren.'
...

In de vergaderzaal van zijn organisatie heeft Ma Jun de website van zijn Institute of Public & Environmental Affairs (IPE) op een scherm geprojecteerd. De site bevat een schat aan milieugegevens en is uniek op het Chinese internet. Ma klikt op een kaart en laat zien hoe je ze kunt rangschikken volgens waterkwaliteit, fijnstof of CO2-vervuiling. Ook kun je inzoomen tot op het niveau van één enkele fabriek. 'We volgen elke dag 5000 verschillende bronnen en zo krijgen we drie miljoen datasets van verschillende bedrijven', zegt Ma. 'Dat kan omdat China het eerste land is dat zijn grootste vervuilers verplicht om elk uur hun metingen te publiceren.' Ma is een autoriteit op het gebied van de luchtkwaliteit in China. Hij maakte naam als onderzoeksjournalist in de jaren negentig, toen hij onderzoek deed naar milieuzaken. Zijn boek China's Water Crisis, gepubliceerd in 1999, wordt als baanbrekend beschouwd. In 2006 richtte hij in Peking zijn Institute of Public & Environmental Affairs op, een ngo met inmiddels 70 medewerkers, die hij nog altijd leidt. Aanvankelijk verzamelde Ma alleen gegevens die de regering had gepubliceerd, 'omdat milieugegevens, zeker in die tijd, gevoelig konden zijn'. Het IPE verzamelde de gegevens en uploadde ze naar speciaal ontwikkelde apps die elke Chinees op zijn smartphone kon installeren om de vervuiling in zijn omgeving in kaart te brengen. Die transparantie zorgde voor een groeiend publiek bewustzijn en politieke druk. In 2019 was China verantwoordelijk voor 27 procent van de broeikasgassen wereldwijd. Dat is meer dan de VS, India, de hele EU, Indonesië, Rusland, Brazilië en Japan samen. Meer dan de helft van de in de Volksrepubliek verbruikte elektriciteit is opgewekt door steenkool. Het idee om van die energiebron af te stappen was tot voor kort ondenkbaar: de helft van de kolengestookte elektriciteitscentrales die wereldwijd in aanbouw zijn, bevindt zich in China. In 2020 heeft het land meer nieuwe kolengestookte elektriciteitscentrales vergund dan in 2018 en 2019 samen. En de bouwwoede stopte niet bij de landsgrenzen: volgens een studie van de denktank European Council on Foreign Relations financieren Chinese banken 70 procent van de kolengestookte elektriciteitscentrales buiten China. Daar moet evenwel snel een einde aan komen: in september beloofde partijleider Xi Jinping aan de VN dat China geen nieuwe kolengestookte elektriciteitscentrales in het buitenland meer zal financieren. Een maand later kondigde hij een enorme uitbreiding aan van wind- en zonne-energie in de Chinese woestijnen. Een van die megaprojecten is al in aanbouw en zal na voltooiing een vermogen hebben van honderd miljoen kilowatt. Volgens de krant South China Morning Post is dat meer dan de totale hernieuwbare energie die regionale rivaal India opwekt. De Chinese omslag in het energiebeleid vindt plaats tegen een bittere achtergrond. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie stierven in 2016 meer dan een miljoen Chinezen aan ademhalingsziekten die aan luchtvervuiling zijn gerelateerd. 'Luchtvervuiling is fundamenteel anders dan bodem- of watervervuiling', zegt Ma Jun. 'Als je water niet vertrouwt, kun je water uit flessen drinken. Maar als het over lucht gaat, zijn alle mensen gelijk, of je nu in het dorp woont of in Zhongnanhai (het complex in Peking waar de staats- en partijleiding resideert, nvdr). Het is een misvatting om te denken dat de autoriteiten de bezorgdheid van de Chinezen simpelweg als ideologisch vijandig kunnen wegwuiven. In het geval van vervuiling is dat nauwelijks mogelijk omdat de Communistische Partij volgens haar eigen verhaal niets anders wil dan een beter leven voor het Chinese volk. 'Als je een hoger inkomen en een betere levenskwaliteit wilt,' zegt Ma, 'maar je gezondheid je niet toestaat om ervan te genieten, wat is dan het nut van al die groei en ontwikkeling?' Daarom was het voor de partij belangrijk om het voortouw te nemen in deze beweging. Na een bijzonder kwalijke smogwinter in 2013 besloot ze niet alleen om te publiceren over de verontreiniging door fijnstof, ze tekende ook voor een actieplan van 200 miljard euro tegen de luchtverontreiniging. Tot Ma's verbazing voldeed het ministerie van Milieu al in 2014 aan de eis om grote uitstoters te verplichten hun meetgegevens onmiddellijk te publiceren. 'Dit niveau van transparantie is niet meteen de traditie in China', zegt Ma. 'Het is iets heel nieuws. En de reden waarom dat uitgerekend op het vlak van milieubescherming gebeurt, lijkt me het feit dat daarover een sterkere consensus bestaat dan over om het even welk ander onderwerp.' In de vergaderzaal van IPE klikt Ma verder door zijn statistieken. Naarmate de jaren verstrijken, worden de balken kleiner en kleuren de kaarten van paars over rood naar oranje, geel en hier en daar zelfs groen. De luchtkwaliteit in de Chinese steden is merkbaar verbeterd. Ma zegt dat hij vandaag vooral bezorgd is over de vele nieuwe kolencentrales, ook al zijn die veel schoner dan de oude. China mag dan wel grote ambities hebben op het vlak van klimaat, in de praktijk houdt het land zich er niet altijd aan. Ondanks de stappen voorwaarts neemt China in internationale onderhandelingen het standpunt in dat ontwikkelingslanden recht hebben op hogere emissierechten dan de vroeger geïndustrialiseerde landen. Per slot van rekening vervuilen die al twee eeuwen lang op grote schaal. Sinds 1992 is dat principe van 'gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden' verankerd in het 'raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering.'Xi heeft beloofd dat China tegen 2030 zijn maximale CO2-uitstoot zal hebben bereikt en tegen 2060 CO2-neutraal zal zijn. 'Wat China echt heeft geholpen om die weg in te slaan, is het eigenbelang', zegt Ma. 'Dit gebeurt voor onze mensen, voor de gezondheid van het Chinese volk.' Vandaag vergadert de internationale gemeenschap in Glasgow, Schotland, voor de 26e VN-klimaatconferentie. De twee weken durende bijeenkomst is erop gericht de doelstellingen van de landen te verscherpen en de gemeenschappelijke regels voor de bestrijding van de klimaatcrisis vast te leggen. Ma is optimistisch, maar misschien gelooft hij wel een beetje te veel in het succes van zijn eigen gevecht. Het stroomtekort in september heeft ertoe geleid dat China de steenkoolproductie weer opvoert. Ook daarvoor al wilden veel lokale overheden de milieuvoorschriften versoepelen. Om de economie te stimuleren na de pandemie zijn er ook in de vervuilende industrieën veel projecten doorgedrukt. En zo heeft de afgelopen winter in China toch weer meer smog gebracht dan de voorgaande jaren. De traditie wil dat ter gelegenheid van de zittingen van het Nationale Volkscongres en de Raadgevende Conferentie begin maart in Peking de zwaarst rokende fabrieken en elektriciteitscentrales even worden stilgelegd. De parlementsleden en de burgers kunnen dan genieten van een schitterende hemel, de zogenaamde 'lianghui lan', het 'blauw van de twee conferenties'. Helaas zakte Peking dit jaar ook tijdens deze conferenties weg in een grijze soep.