Vorige week raakte bekend dat SAB Investments, een groot investeringsfonds uit Saudi-Arabië, wil investeren in Oostende, meer bepaald in het Thermae Palace Hotel en de regionale luchthaven. Ik opperde toen dat zulke investeringen niet onschuldig zijn, waarop een vertegenwoordiger van Flanders Investment & Trade, het Vlaamse agentschap dat de internationale handel en investeringen moet promoten, spottend reageerde: "Een hotel in buitenlandse handen, het einde is echt nabij." Die smalende reactie van een overheidsmedewerker, iemand die wordt geacht te waken over onze belangen, is wellicht nog zorgwekkender dan de Saudische belangstelling zelf.
...

Vorige week raakte bekend dat SAB Investments, een groot investeringsfonds uit Saudi-Arabië, wil investeren in Oostende, meer bepaald in het Thermae Palace Hotel en de regionale luchthaven. Ik opperde toen dat zulke investeringen niet onschuldig zijn, waarop een vertegenwoordiger van Flanders Investment & Trade, het Vlaamse agentschap dat de internationale handel en investeringen moet promoten, spottend reageerde: "Een hotel in buitenlandse handen, het einde is echt nabij." Die smalende reactie van een overheidsmedewerker, iemand die wordt geacht te waken over onze belangen, is wellicht nog zorgwekkender dan de Saudische belangstelling zelf. Een eerste reden om de Saudische belangstelling argwanend te benaderen, is van politieke aard. Hoewel kroonprins Mohammed bin Salman Saudi-Arabië probeert te moderniseren en hij vrouwen bijvoorbeeld eindelijk laat autorijden, is zijn belangrijkste doel het huidige politieke systeem - een totalitaire, absolutistische en islamitische monarchie - veilig te stellen. Of prins bin Salman ooit komaf zal kunnen maken met het conservatieve wahabisme, valt af te wachten, maar nu al staat vast dat Riyad zijn ambitieuze buitenlandse politiek wil voortzetten - met of zonder religie. Nu is het niet aan ons om te bepalen wat een ander land moet doen, maar we moeten voor onszelf wél uitmaken met welke landen we zakendoen. In dat opzicht kun je zaken en politiek niet scheiden. Laat je een land dat jouw principes niet deelt, geld aan je eigen economie verdienen, dan maak je die politieke rivaal in feite sterker. Als sommigen dan beweren dat je politiek en zaken moet scheiden, getuigt dat niet zozeer van realpolitik, maar van een gebrek aan strategisch inzicht en verantwoordelijkheidszin. Ik hoop alvast dat de SP.A, met Johan Vande Lanotte als Oostendse burgemeester, zich in dit dossier even kritisch zal opstellen als in het dossier over de vervanging van de F-16's. Dat brengt me bij een tweede reden: hoe kan Vlaanderen, dat onder deze regering zo prat gaat op vrijhandel, in zee gaan met een land dat vasthoudt aan staatskapitalisme? Goed, SAB Investments is dan een privébedrijf, gerund door de jonge sjeik Salah al-Balawi, maar hoe die jonge sjeik zo snel aan een miljardenvermogen is geraakt, is hoogst onduidelijk. Wat we wel weten, is dat zijn vader en grootvader een fortuin aan de Saudische vastgoedmarkt hebben verdiend dankzij geprivilegieerde contacten met de monarchie en dat verschillende prominente leden van de Balawi-familie onlangs in opspraak zijn gekomen voor corruptie en zwaarwichtiger feiten. Als het ons menens is met het beschermen van de vrijhandel, moeten we dan dergelijke vormen van schemerachtig kapitalisme of staatskapitalisme nog machtiger laten worden? Een derde bezorgdheid is economisch-strategisch van aard. We zijn al te eenzijdig afhankelijk van buitenlandse investeringen. Ik heb hier al over geschreven, maar we lijken het aantrekken van buitenlandse investeringen nog steeds te zien als een surrogaat voor een eigen sterk economisch beleid. Doordat relatief weinig eigen grote bedrijven in het buitenland investeren en we flink afhankelijk zijn van buitenlandse bedrijven die bij ons hebben geïnvesteerd, vloeit jaarlijks tot zes miljard euro netto aan investeringsinkomsten naar het buitenland. Wederzijdse afhankelijkheid is geen probleem, maar onevenwichtige afhankelijkheid betekent kwetsbaarheid. Dat is zeker het geval als de buitenlandse investeringen de productiviteit van onze economie niet versterken. Theoretisch zou je kunnen zeggen dat als een buitenlands fonds een stukje Oostendse infrastructuur financiert, wij meer geld kunnen besteden aan zaken die onze economie productief maken: nieuwe maakindustrie bijvoorbeeld, of onderzoek en ontwikkeling. Maar dat is een theoretische aanname. Stel bijvoorbeeld dat een Saudische investering de overheid financieel zou kunnen ontlasten met de uitbouw van de luchthaven of toeristische infrastructuur, wie garandeert dan dat de overheid ook werkelijk méér productief zal investeren? Dat alles doet me opnieuw de vraag stellen: hebben wij, onze steden, onze regio of ons land, een echte strategie om buitenlandse investeringen om te buigen in een voordeel, in een kans om onze economie echt sterker te maken? Of is het gewoon een voortzetting van de nu al decennia oude gewoonte waarbij we kortzichtig willen cashen, onze waarden, normen en langetermijnbelangen aan de kant zetten, de financiële putten vandaag met buitenlands kapitaal vullen en onze kinderen laten opdraaien voor de schuldverplichting?