'Ik was nog nooit in Indonesië geweest', zegt Michel Maas (65), terwijl hij op een terrasje in Hilversum terugblikt op zijn correspondentschap. de Volkskrant vond de evolutie in Indonesië interessant en wilde een volwaardige kracht sturen. 'Ik heb geen moment geaarzeld. Ik kende het land alleen van de spaarzame momenten dat mijn vader er wat over kwijt wilde. Die was er in 1947-49 geweest als vrijwilliger. Hij ging ernaartoe zonder er iets van af te weten, net als ik.'
...

'Ik was nog nooit in Indonesië geweest', zegt Michel Maas (65), terwijl hij op een terrasje in Hilversum terugblikt op zijn correspondentschap. de Volkskrant vond de evolutie in Indonesië interessant en wilde een volwaardige kracht sturen. 'Ik heb geen moment geaarzeld. Ik kende het land alleen van de spaarzame momenten dat mijn vader er wat over kwijt wilde. Die was er in 1947-49 geweest als vrijwilliger. Hij ging ernaartoe zonder er iets van af te weten, net als ik.' Maas had zijn strepen verdiend als oorlogscorrespondent in Kosovo. 'Ik kwam in Indonesië aan op het hoogtepunt van de Reformasi, de periode van democratische hervormingen. Dictator Soeharto was in 1998 afgetreden, en tegen 2001, toen ik arriveerde, was het vliegwiel van de Reformasi gaan draaien. Er was enthousiasme, er was hoop. Jonge politici, jonge actievoerders leken de toekomst te bepalen. De media waren het meest vrij van bijna de hele wereld. Het ene kritische stuk na het andere verscheen. Corruptie werd aangeklaagd, wat nog een plat probleem was, in verhouding tot de revolutie die de nieuwe leiders in gedachten hadden. Megawati, oppositieleidster onder Soeharto, was tot president verkozen. In de week dat ik landde, benoemde zij haar economische team. Het Dream Team, noemde The Washington Post het. Het was een club van economen die in het buitenland waren opgeleid. Die zouden het land wel op de rails zetten, dachten we. Op dat moment was ik bang dat Indonesië snel op weg was om een saai land te worden, waarover niet veel te rapporteren zou zijn. Het nieuws over het Dream Team dreef de koers van de rupiah omhoog. Ik had een huis gevonden, maar de betaling van de huur door de krant liet op zich wachten. In de drie weken oponthoud was de jaarhuur 7000 gulden duurder geworden.' Saai is het land nooit geworden. Hoelang hebben die positieve gevoelens overheerst? Michel Maas: Vrij lang. De hoop was dat Megawati de economie op gang zou trekken. We wisten toen nog niet dat zij en haar man voor twee miljard dollar aan staatsgeld achterover aan het drukken waren. We wisten veel niet. Ik beschouwde Indonesië als een normaal land met verkiezingen, een parlement, een president en een kabinet. Kortom, een democratie, of in ieder geval een democratie in wording. Ik ging met parlementsleden en ministers praten, zoals andere correspondenten dat elders doen. Maar gaandeweg werd me duidelijk dat het geen democratie is, en geen normaal land. Tegen meer dan de helft van de parlementsleden liepen corruptieonderzoeken. De president had niets te vertellen aan de ministers. Toen ze merkten dat niemand hen tegenhield, zijn ze zich steeds schaamtelozer gaan verrijken. En de Reformasi heeft helemaal niets opgeleverd? Maas: Aan het eind van haar ambtstermijn hadden we door dat Megawati geen breuk vormde met wat voorafging. Na haar kwam Yudhoyono. Hij was haar minister van Veiligheid geweest. Hij was ook generaal geweest onder Soeharto, maar hij stond bekend als de denkende generaal. Hij was uit het kabinet van Megawati gestapt na een principiële ruzie. Dat gaf weer nieuwe hoop. Hij zei alles wat mensen in het Westen wilden horen over democratisering en vrijheid van meningsuiting. Iedere keer trap je er weer in. En weer kwam er niets van terecht. Tijdens Yudhoyono's tweede termijn is de islamitische intolerantie begonnen. Hij heeft de huidige vicepresident Amin Ma'ruf (76) binnengehaald, een geestelijk leider, voorzitter van de Raad van Oelama's, een heel orthodoxe man die alle ruimte kreeg om mee te werken aan wetgeving. Hij is medeverantwoordelijk voor de intolerantie tegen religieuze minderheden, tegen de LGTB-gemeenschap, tegen alle minderheden eigenlijk. Onder Yudhoyono is het slopen van kerken begonnen, of het verhinderen van nieuwbouw van kerken. Hij heeft de wetten in gang gezet waarmee de radicalen aan de haal zijn gegaan. Toen ik in 2003 in Indonesië was, had ik het idee dat dit land de toekomst van de islam zou kunnen zijn: vrolijk, kleurrijk, tolerant. Hoe is dat zo snel kunnen veranderen? Maas: Zo snel was het niet. Er ging tien jaar over. In 2008 kwamen de hoofddoeken op, maar die waren nog altijd kleurrijk, modieuze tulbanden van Louis Vuitton. Toen dacht ik: typisch Indonesisch. Ze gaan dan wel mee, maar ze maken er iets leuks van. Dat was gauw over. Nu zijn de hoofddoeken echt grijs en grauw geworden, lappen stof, waar geen andere gedachte meer achterzit dan het bedekken van het lijf. Het is in de provincie Atjeh begonnen, na de tsunami van 2004 (waarbij 200.000 mensen om het leven kwamen, nvdr). Ik had een dorp bezocht waar alleen nog de moskee overeind stond. Dat is toen even beroemd geweest. Een paar jaar later keerde ik terug. Toen mocht ik de moskee niet meer in. Er stonden mannen met lange gewaden, die beloofden dat ze voor mij zouden bidden. Ik mocht als ongelovige ineens ook niet langer in de moskee van Banda Atjeh. De mannen bij die dorpsmoskee hoorden bij de groep Hizbut Tahrir. Het was voor het eerst dat ik erover hoorde. Dat is later een heel grote beweging geworden, die met gemak het grote voetbalstadion in Jakarta wist te vullen voor een manifestatie ten voordele van het Kalifaat. President Yudhoyono is nog naar de tiende verjaardag van de organisatie geweest. Dat soort stromingen heeft hij gekoesterd. In de statuten van Hizbut Tahrir staat dat ze ijveren voor de invoering van een kalifaat over de hele wereld, of in ieder geval over het islamitische deel van de wereld. In feite willen ze de afschaffing van Indonesië. Yudhoyono zei dat er moest worden geluisterd naar de Raad van Oelama's als er nieuwe wetten worden uitgevaardigd. Niemand nam die raad voordien serieus. Dat was het leuke aan Indonesië. Die religieuze leiders riepen wat, ze waren overal tegen, tegen yoga, ze waren oud en raar. Maar onder Yudhoyono kregen ze gezag, en kwam Hizbut Tahrir in de Raad van Oelama's. Ook het Front Pembela Islam ('het front ter verdediging van de islam'), een islamitische knokploeg, kwam in de Raad van Oelama's. Het is niet zo dat als die Raad wat roept, iedereen volgt. Maar ze hebben wel de straatprotesten aangewakkerd tegen Ahok, de christelijke gouverneur van Jakarta, die veroordeeld werd wegens godslastering (nadat islamitische groepen verordend hadden dat moslims niet op een christen mochten stemmen, had Ahok geopperd dat die groepen een Koranvers misbruikt hadden, nvdr). Amin Ma'ruf had een fatwa uitgevaardigd tegen Ahok en was kroongetuige tijdens het proces tegen Ahok. Op basis van zijn getuigenis is Ahok voor twee jaar de gevangenis ingegaan. Dat getuigenis en die fatwa sloegen nergens op. Nu is Amin Ma'ruf vicepresident. En zo gaat het steeds verder. Bij de recentste presidentsverkiezing zaten de moslimgroepen gebeiteld. De verkiezingsmeeting van de oppositiekandidaat leek wel een religieuze bijeenkomst. En Joko Widodo, die herkozen zou worden, had dus van Amin Ma'ruf zijn running mate gemaakt. Waarom gaan mensen daarin mee? Maas: Omdat ze volgzaam en onderdanig zijn. Indonesië is nog altijd een feodale samenleving. Mensen buigen niet langer voor de sultans en de prinsen, ze buigen nu voor mensen met dure horloges en Ferrari 's. Ze buigen voor iedereen bij wie ze het gevoel hebben dat zij hoger zijn. Ze buigen voor de imams. Tot 1965 was er in Indonesië politiek debat, met links en rechts, met socialisten en communisten, die onder leider Soekarno sterk stonden. In 1965 heeft generaal Soeharto de macht gegrepen. Hij heeft een slachtpartij laten uitvoeren onder communisten en hun medestanders. Honderdduizenden werden vermoord. De rest is gevangengezet, zonder vorm van proces. Ze werden weggezuiverd, en verdwenen uit het straatbeeld. Daar is het politieke debat verdwenen. En de kritische zin is daarna ook verdwenen, omdat Soeharto begon te sleutelen aan het onderwijs, en dat zo heeft hervormd dat mensen er eigenlijk alleen leren te gehoorzamen. Ze leren het volkslied zingen, de vlag hijsen op maandag, en dat is het zo een beetje. Ze leren in ieder geval af om zelfstandig na te denken. Zo creëer je een volk dat zich laat gebruiken door in dit geval de moslims. Er zijn geen gele hesjes. De islam is de enige tegenstem die er altijd is geweest, en het enige wat over is. Maar als Indonesiër geef je wel wat op. Kleur, vertier. Bier werd verboden. Maas: Ik heb ook wel het gevoel gehad: Indonesië wordt volwassen, we moeten het laten gaan, het gaat ons niet aan wat ze doen. Mensen gaan serieuzer met de godsdienst om. Mijn laatste reportage voor de NOS ging over een vrouw die ik al 17 jaar ken. Toen ik haar leerde kennen, was ze een carrièrevrouw, die zelf met de auto rondreed, onafhankelijk en modern. In 2008 begon ze een hoofddoek te dragen. Recenter kwam ik haar tegen op een feestje, en droeg ze handschoenen. Ze gaf me geen hand meer. Ze begon de hoofddoek te dragen toen ze dertig was. Dat is een soort magische leeftijd voor Indonesiërs, een moment van bezinning. Ze is steeds verder de kant van de religie opgegaan. Ze is de Koran gaan bestuderen. Het meeste had ze geleerd via het internet of de televisie. Toen het internet er nog niet was, moesten mensen hun godsdienst in de moskee halen. En dat deden ze niet. Wat jij destijds de toekomst van de islam vond, was in wezen wat er in het land gegroeid was, zonder veel kennis. Het internet heeft de Koranlezing opengegooid. Die vrouw is in wezen heel tolerant. Ze vindt dat iedereen zich aan de godsdienstige wetten zou moeten houden en dat alle vrouwen een hoofddoek moeten dragen. Maar als mensen dat niet willen, doen ze dat maar niet - dat is haar houding. Daarin is ze modern. Ze is tegen verplichtingen. Ze vindt dat het via de opvoeding moet gestimuleerd worden. Anderen zijn niet zo modern. Homo's en transseksuelen worden van straat geknuppeld door islamitische knokploegen. Na zo'n geval van geweldpleging houden homo's zich afzijdig en wordt alles weer stil. Ze durven niet naar buiten te komen, want dan begint het knuppelen opnieuw. Er was een tijd dat je de tv niet kon aanzetten of er was een homo-clown op uitzending. Een van de eerste dingen die ik zag in Jakarta waren de transseksuelen, die elke avond, gekleed in prachtige jurken, hun parade hielden. Daar stond een file van belangstellenden. Dat is helemaal verdwenen. Er is een wet aangenomen dat mannen geen vrouwelijk gedrag mogen vertonen op de televisie. Het was meteen afgelopen met de tv-homo's. In 2003 was er groot economisch optimisme. Mensen dachten dat hun land binnen de kortste keren uit de armoede getild zou worden en een wereldspeler ging worden. Is daar wat van terechtgekomen? Maas: Ik heb achttien jaar lang het woord potentie gehoord. Indonesië is het land met de grootste potentie van alle landen in de wereld. Het hoort thuis in de top drie van de wereld. Maar er is niemand die er werk van maakt. Ze zien potentie in al de bodemschatten. Olie, gas, goud, hout, diamant. Het is er allemaal, maar het wordt niet optimaal geëxploreerd. En als er buitenlandse bedrijven bij betrokken zijn, worden ze uitgemolken. Het is een mengsel van nationalisme en hebzucht, wat ertoe leidt dat er niets van de grond komt. En dat al achttien jaar. Is het onderwijs goed genoeg om een economische opleving te onderbouwen? Maas: Toen Soekarno Indonesië op poten zette, heeft hij heel revolutionair bepaald dat 20 procent van het budget naar onderwijs ging. Nu blijkt dat van die 20 procent maar een heel klein deel bij openbare scholen terechtkomt. Het meeste geld gaat naar studiereisjes van ambtenaren, en een heleboel geld gaat ook naar godsdienstschooltjes, de Koranschooltjes, die eigenlijk helemaal geen overheidssubsidies zouden moeten krijgen. Voor het gewoon onderwijs blijft heel weinig over. Scholieren leren niets, weten niets. Journaliste en onderzoekster Elizabeth Pisani heeft er een mooi boek over geschreven, met als conclusie: kinderen naar school sturen in Indonesië is compleet tijdverlies. Mensen die afgestudeerd zijn aan de universiteit, hebben het kennisniveau van een vijftienjarige scholier in Nederland. Het aantal internationale wetenschappelijke publicaties uit Indonesië kun je op de vingers van één hand tellen. Indonesische diploma's worden nergens meer erkend. Je hebt veertig jaar nodig om dat weer te repareren. En de visie om dat te doen, is er niet. Ik ben niet vrolijk weggegaan. Is dat de reden dat u weggegaan bent? Het is een deprimerend land geworden? Maas: Ik had de indruk dat ik al 18 jaar hetzelfde verhaal vertel. De hoop is weg. Ik had tot in lengte van jaren kunnen blijven en verhalen maken. Dan word je zo'n oude zure betweter. Je kunt de vragen niet meer stellen omdat je de antwoorden kent? Maas: Zo is het. Er waren ook persoonlijke redenen om te vertrekken. Mijn zoon zal beter af zijn in Nederland. Het was ook een keuze voor mezelf. Als ik in Indonesië was gebleven, had ik mezelf veroordeeld om voor altijd te blijven. Daar had ik helemaal geen zin in. Daarvoor is het land niet leuk genoeg. Over niet leuk gesproken: vervuiling is een onopgelost probleem. Jakarta zinkt weg. En dat heeft niet met de opwarming van de planeet te maken. Maas: Indonesië is een van de mooiste landen van de wereld, en ze maken er een teringzooi van. Er is geen milieubesef. Men gooit jaarlijks drie miljoen ton plastic in de oceaan. De stranden van Bali liggen elk regenseizoen vol met rotzooi. Dat er een riviertje zo vol zit met plastic dat je het niet meer kunt zien - dat is slecht voor het imago van Indonesië en slecht voor het toerisme. In de periode dat ik er was, is het niveau van hoofdstad Jakarta op bepaalde plaatsen met drie meter gezakt. Dat kun je zien. De aarde is zacht, er wordt volop gebouwd, maar er is geen waterleiding. En dus pompt men grondwater op, waardoor de bodem zakt. Is de stad te redden? Maas: Jawel. Maar dan moeten ze het wel willen. Anders is over twintig jaar de helft van de stad verzopen. Er zijn geregeld overstromingen omdat de rivieren en de zijrivieren zijn dichtgeslibd. Alles zit vol met prut. Er worden nu beschermende dijken gebouwd. Er wordt openbaar vervoer geïntroduceerd. Maar het schiet niet op. Elke keer als er een nieuwe gouverneur komt, worden de plannen herschreven. Echte oppositie is er blijkbaar niet. Maas: Onder Soeharto was er veel verzet. Toen waren er mensen met visie die bereid waren zich op te offeren en in de gevangenis te belanden. Dat is er niet meer. Wat te maken heeft met de opeenvolging van teleurstellingen. Waarom zou je actievoeren? Het helpt niet. Een boel mensen zijn op de boot gesprongen en maken nu deel uit van het systeem. Ze verrijken zichzelf. Anderen hebben zich teruggetrokken in hun kantoortje, in hun werkkamer, en houden zich ver van politiek. De upper middle class, van wie de verandering zou kunnen komen, houdt zich niet meer bezig met politiek. Dat is wezenlijk wat er is veranderd. Ik ben opgegroeid in een tijd dat de toekomst iets moois was, iets om naartoe te leven. Nu is de toekomst alleen maar een dreiging, een zwarte wolk, waarbij ik denk: oh god, dat we daar maar niet terechtkomen.