1. Manchester

En ineens had niemand het in Groot-Brittannië nog over de verkiezingen. De zelfmoordaanslag in Manchester waarbij 22 mensen omkwamen, zette alles in het land op zijn kop. Het feit dat vooral kinderen het doelwit waren, zorgde voor een enorme schok in het hele land.
...

En ineens had niemand het in Groot-Brittannië nog over de verkiezingen. De zelfmoordaanslag in Manchester waarbij 22 mensen omkwamen, zette alles in het land op zijn kop. Het feit dat vooral kinderen het doelwit waren, zorgde voor een enorme schok in het hele land. Theresa May trad kordaat op. Ze verhoogde voor het eerst in tien jaar het dreigingsniveau tot 'kritiek', het allerhoogste niveau. Want, zo zei May, de kans op nog een aanslag is zeer aannemelijk. Aan de andere kant kreeg ze ook kritiek omdat ze in haar tijd als minister van Binnenlandse Zaken nog flinke bezuinigingen bij de Britse politie had doorgevoerd. Daardoor moeten de Britten het nu met een stuk minder agenten doen. Theresa May wil het deze campagne het liefst over niets anders hebben. De brexit. Voortdurend stelt ze in interviews en in speeches de vraag wie de Britten liever de onderhandelingen willen laten voeren: haar of Jeremy Corbyn, de Labourleider? Ze gokt erop dat veel Britten haar als betrouwbaarder zien, en patriottischer. Iemand die de Britse belangen verdedigt. Tegelijk wil May het ook vooral over de brexit hebben, zodat ze niet over andere onderwerpen hoeft te praten. De Conservatieven hebben immers een bedenkelijke reputatie als het gaat om investeren in publieke voorzieningen. Onder de vorige premier David Cameron is er veel bezuinigd op de sociale zekerheid en de gemeentebudgetten. Hoewel veel politiek analisten hem geen stuiver geven om premier te worden op 8 juni, geeft de strijdvaardige Corbyn niet op. Hij trekt langs pleinen, voetbalstadions, gymzalen en theaters om zijn verhaal te vertellen. Overal staat het vol met jonge volgelingen die zijn naam scanderen. Gepassioneerd spreekt hij over de hernationalisatie van de Britse post, de spoorwegen en het waternetwerk. Ook wil hij het minimumloon verhogen tot 10 pond per uur, zo'n 12 euro. Zijn 68 jaar, zijn grijze baardje en zijn tweedehands colberts heeft hem onder veel activistische jongeren de status van cultheld opgeleverd. Alleen blijkt hij voor het grote publiek onverkiesbaar als premier. Het feit dat hij ooit weigerde het volkslied te zingen in het bijzijn van de Queen en dat hij bijvoorbeeld niet bereid is om desnoods kernwapens in te zetten als dat nodig zou zijn, maakt hem voor veel Britten niet premierwaardig. In Schotland heeft deze verkiezingscampagne een heel eigen dimensie, want daar speelt op de achtergrond ook de onafhankelijkheidsdiscussie mee. De Schotse premier Nicola Sturgeon van de SNP, de Schotse nationale partij, wil een nieuw onafhankelijkheidsreferendum houden. De Schotten stemden immers in ruime meerderheid voor 'remain' - in de EU blijven - en worden nu tegen hun wil uit de Europese Unie getrokken, stelt Sturgeon. Daarom acht zij een nieuw referendum noodzakelijk. Premier May is daar faliekant tegen. Zij verwijst naar het feit dat de Schotten in 2014 nog zo'n referendum over onafhankelijkheid hielden en dat het toen door het Schotse volk werd verworpen. Daarom kun je er drie jaar later niet weer over beginnen, zegt May. Ook blijkt uit peilingen dat ondanks de brexit nog altijd geen meerderheid wil dat Schotland zich afscheidt van het Verenigd Koninkrijk. Het is daarom niet verwonderlijk dat de Conservatieven van May het vermoedelijk ook in Schotland vrij goed gaan doen bij de verkiezingen. Daar lijken zij voor veel kiezers die zich tegen onafhankelijkheid verzetten het alternatief te zijn geworden. Want Labour, traditioneel groot in Schotland, speelt daar nauwelijks meer een rol van betekenis. Het is een vraag die bij velen in Europa leeft. Als vorig jaar nog 48 procent van de bevolking tegen de brexit stemde, grijpen zij dan deze verkiezingen niet aan om op een pro-Europese partij te stemmen en het Theresa May zo moeilijk mogelijk te maken? De Liberaal-Democraten zijn de enigen die zich nog luidkeels tegen de brexit verzetten. Zelfs Labour heeft zich bij de referendumuitslag neergelegd en vindt dat de wil van het volk gerespecteerd moet worden. Toch scoren de Liberaal-Democraten bijzonder slecht in de peilingen, zo rond de tien procent van de stemmen. Het probleem is namelijk dat uit nieuwe onderzoeken blijkt dat veel Remain-stemmers niet langer tegen de brexit willen strijden en daarom ook de Liberaal-Democraten niet als serieuze optie beschouwen. Re-Leavers, worden ze al genoemd: ze waren weliswaar tegen de brexit, maar de strijd is verloren, zeggen ze. Inmiddels wil twee derde van de bevolking dat er gehoor wordt gegeven aan de brexitstem. Laten we er maar het beste van maken, hoor je vaak. En het gros van de kiezers lijken Theresa May het meest te vertrouwen om het beste onderhandelingsresultaat binnen te slepen. Hij was de grote triomfator in de vroege ochtend van 24 juni 2016. Tot veler verbazing was net bekend geworden dat Groot-Brittannië met 52 procent van de stemmen voor de brexit had gekozen. Nigel Farage kon zijn geluk niet op. Dit was waar hij twintig jaar van zijn leven dag in dag uit aan had besteed: als leider van de UK Independence Party het Verenigd Koninkrijk losrukken uit de EU. En hij mag de brexit zeker voor een groot deel op zijn conto schrijven. Door met UKIP in de jaren voor het referendum een steeds belangrijkere plaats in het politieke bestel in te nemen, voerde hij de druk op de vorige premier Cameron zo hoog op dat die zich gedwongen voelde het EU-referendum te organiseren. Alleen is het nog geen jaar na zijn politieke hoogtepunt en plotseling staat zijn partij op drie procent in de peilingen. UKIP zal bij de komende verkiezingen volledig worden weggevaagd en leeggegeten door de Conservatieven van May. Want, zo stellen analisten, het was altijd een one-issuepartij en hun belangrijkste droom hebben ze verwezenlijkt. En omdat May een harde brexit belooft, voelen veel UKIP-kiezers zich zeer tot haar aangetrokken. Ook het feit dat Farage het partijleiderschap heeft opgegeven, heeft UKIP geen goed gedaan. Farage wás immers de partij, het stralende boegbeeld. Zijn opvolger Paul Nuttall mist charisma en politieke ervaring. Daarnaast is de partij het afgelopen jaar vooral in het nieuws geweest door interne ruzies. Denk maar aan de vechtpartij bij UKIP's fractie in het EU-parlement in Straatsburg, toen Europarlementariër Steven Woolfe tegen de grond werd geslagen. De toekomst voor de partij ziet er daardoor somber uit.