Maandag 9 april. Aan het Capitool van de staat Oklahoma, in Oklahoma City, zijn vele duizenden leraars opgedaagd voor het dagelijks stakingsprotest. Ze laveren tussen tot monument verheven jaknikkers, die aangeven hoe belangrijk de olie-industrie is geweest voor stad en staat. Olie doet de staatskas rinkelen, en politici opveren. Het hoogste gebouw in Oklahoma, het 259 meter hoge Devon Energy Center, werd in 2012 opgetrokken met oliegeld en huisvest de Devon-oliemaatschappij. Van het Capitool kunnen de manifestanten naar het gebouw verwijzen als ze hun problemen uitleggen.
...

Maandag 9 april. Aan het Capitool van de staat Oklahoma, in Oklahoma City, zijn vele duizenden leraars opgedaagd voor het dagelijks stakingsprotest. Ze laveren tussen tot monument verheven jaknikkers, die aangeven hoe belangrijk de olie-industrie is geweest voor stad en staat. Olie doet de staatskas rinkelen, en politici opveren. Het hoogste gebouw in Oklahoma, het 259 meter hoge Devon Energy Center, werd in 2012 opgetrokken met oliegeld en huisvest de Devon-oliemaatschappij. Van het Capitool kunnen de manifestanten naar het gebouw verwijzen als ze hun problemen uitleggen. Dat zit zo. De crisis van 2007-2008 noopte de staat Oklahoma tot besparingen. Er werd onder meer gehakt in het onderwijs, dat volgens een studiedienst sindsdien 16 procent heeft ingeleverd. Diezelfde studiedienst, het Oklahoma Policy Institute, berekende dat over dezelfde periode de financiering per leerling met 28 procent is gedaald. Geen enkele andere VS-staat heeft ook maar bij benadering zo drastisch in het onderwijs gesnoeid als Oklahoma. Tegelijk werden, volgens een aloud conservatief recept, 'incentives' gegeven aan de industrie, wat in Oklahoma onder meer betekent dat de belastingen voor oliebedrijven en voor rijke inwoners radicaal werden verlaagd. Op nieuwe oliewinning bedraagt de belasting momenteel nog 1 procent - het was 7 procent. Samen met de dalende olieprijzen leidde dit tot een deuk in de belastinginkomsten. In 2009 leverden olie en gas nog 13 procent van de belastinginkomsten voor de staat. In 2016 was dat teruggevallen tot 3 procent van de totale belastinginkomsten, een peulenschil gelet op het belang van de sector. Ook andere belastingen vielen weg. Rijke bewoners verkregen naast een algemene vermindering van de inkomensbelasting ook een kwijtschelding van vermogenswinstbelasting. Dat laatste kost de schatkist jaarlijks 100 miljoen dollar en komt vooral bewoners met een inkomen van hoger dan 1 miljoen dollar per jaar ten goede.Wat de gevolgen van deze belastingverlagingen waren voor het onderwijs, leggen de manifestanten graag uit, af en toe beschuldigend wijzend naar het Devon Energy Center, alsof de wolkenkrabber mee verantwoordelijk is. Melanie Gibson is directrice van een schooltje in de buurt van Tulsa. De voorbije winter viel de verwarming uit in een aantal klassen. 'Er was geen geld voor herstellingswerken', zegt ze. 'Buiten vroor het stenen uit de grond en alles wat we aan de leerlingen konden zeggen was: jassen aanhouden! We brachten elektrische verwarmingselementen van thuis mee. Dat hielp, maar of het op termijn goedkoper zal zijn, is maar de vraag. En of de verwarming tegen volgend schooljaar hersteld zal zijn? Wie zal het zeggen?'Een lerares poseert met een pancarte: 'Als het regent kunnen mijn studenten zwemmen in de klas'. Dat is weliswaar overdreven, geeft ze toe, maar dat het dak boven haar klas lekt, is een feit: 'Bij regenweer plaatsen we een emmer onder het lek, we verschuiven de banken en de les gaat gewoon door'. Sheila Norada geeft les in het eerste leerjaar in Oologah, twee uur rijden van de hoofdstad. Ze verdient netto 1.500 dollar per maand (1.215 euro), maar ze besteedt, schat ze, 25 procent van haar netto-inkomen aan dingen die essentieel zijn voor haar les, en waarin de staat eigenlijk zou moeten voorzien: pennen en papier, educatief materiaal. Ze doet het graag, zegt ze, maar of dit het inkomen is waarmee ze zou kunnen overleven? 'Neen. Mijn echtgenoot subsidieert mij'.'In de schoolboeken die ik gebruik', zegt Jamie Bond, 'is George W. Bush nog maar net president geworden'. Zij geeft Engelse les in de hoofdstad. Een collega voegt toe: 'De leraars wiskunde in onze school hebben alleen handboeken die de materie via een afgeschafte methode aanleren. Die methode stemt niet meer overeen met het jaarlijks staatsexamen. Leraars moeten zelf bijvoegsels schrijven om de boeken te corrigeren. Maar om die te kopiëren is er geen geld, dus betalen ze die uit eigen zak. Het is wel gek. Het parlement stelt de figuren aan die het wiskundeprogramma veranderen, maar voorziet geen fondsen voor nieuwe boeken. Welkom in Oklahoma'. Amy Romeros doceert in het middelbaar in Lawton, anderhalf uur ten zuidwesten van Oklahoma City. 'Voor zestig leerlingen, verspreid over drie klassen, hebben we vijf iPads ter beschikking', zegt ze. 'Dat was een schenking. Als we op overheidsgeld hadden gewacht, hadden we geen enkele iPad.'Randy en Connie Reed betogen als koppel. Ze werken allebei voltijds in het onderwijs maar zelfs met hun gecombineerde salarissen kunnen ze het niet redden, 'toch niet als we ons kind naar hoger onderwijs sturen'. En dus werkt Randy een tweede voltijds beroep in de bouw, en werkt Connie na haar uren als beroepskeuzeadviseur voor kinderen van andere scholen. Zo gaat het maar door. Op een Facebookpagina, die werd opgericht om klachten te verzamelen, lees je nog ergere gevallen. Een leraar geeft bloedplasma om zijn auto af te betalen. Een lerares dient in het weekend of na haar uren op in een restaurant. Ze moest een leerling en haar ouders bedienen. 'Je moet wel rijk zijn, met twee banen', commentarieerde de leerling. De lerares wist niet beter te bedenken dan: 'Ik ben inderdaad rijk'. Leraars in Oklahoma zijn van de slechtst betaalde in het land. Ze verdienden in 2016 ongeveer 13.000 dollar (10.500 euro) minder dan het landelijk gemiddelde. Alleen leraars in de staten Mississippi en South Dakota worden nog slechter verloond.Ze kunnen zo 10.000 tot 15.000 dollar per jaar meer verdienen door naar een buurtstaat te trekken, bijvoorbeeld naar Texas. 'All my exes teach in Texas', draagt een leerling als slogan mee. En dat gebeurt dan ook in groten getale. Scholen moeten in allerijl - soms meerdere keren per jaar per klas - op zoek naar vervangleerkrachten, die niet langer te vinden zijn zodat in toenemende mate ongediplomeerden voor een klas worden gezet. Dat zijn er volgens de vakbond momenteel 1.800, op een totaal van 50.000 leerkrachten. Eén schooldistrict op vijf heeft de vierdagenschoolweek ingevoerd. Zo wordt bespaard op schooltransport en op elektriciteit en krijgen de leraars de mogelijkheid om wat extra bij te verdienen - in hun tweede of derde baan. Zo probeerde men het beroep toch weer wat aantrekkelijker te maken. En het aantal leerlingen per klas wordt weer groter. Klassen van 35 leerlingen zijn geen uitzondering meer.Sinds 2 april staken de leraars. Maar noem het geen staking, want leraars hebben in Oklahoma geen stakingsrecht. Zij noemen het een walkout. Een walkout is een protestactie waarbij de directie eerst haar toestemming heeft gegeven, en leraars in theorie voor het begin van de actiedag even bij de school langsgaan.In de dagen vóór de walkout zou beginnen, hadden de leden van het staatsparlement koortsachtig naar een oplossing gezocht. Ze kwamen tot een loonsverhoging van gemiddeld 6.100 dollar per jaar per leraar, en tot 1.250 dollar extra voor buschauffeurs en kantinepersoneel. Er was ook een verhoging van de werkingsfondsen met 50 miljoen dollar voorzien. Alles samen zou het budget voor onderwijs met ruim 400 miljoen dollar worden verhoogd. De staat Oklahoma heeft zich gewapend tegen belastingverhogingen - om nieuwe belastingen te heffen is driekwart van de stemmen vereist. Maar die hinderpaal werd genomen. Er werd onder meer een belasting van vijf dollar per hotelovernachting gestemd om het onderwijspakket te financieren. Binnen de drie dagen werd die taks - na lobbywerk van de horeca - echter weer ongedaan gemaakt. Zo stond de financiering van het pakket op de helling, al maakten de Republikeinse gouverneur en de Republikeinse leiders in het staatsparlement zich sterk dat het geld er zou komen.De walkout ging zoals gepland van start.Dat gaf de vakbond en de leraars de kans om duidelijk te maken dat het niet alleen om loonsverhogingen ging, maar dat investeringen in schoolgebouwen en boeken dringender waren. De Oklahoma Education Association, de grootste onderwijsvakbond, eiste een extra investeringsinjectie van 200 miljoen dollar over een periode van drie jaar, waarvan 75 miljoen in het eerste jaar, naast een loonsverhoging voor leraars van 10.000 dollar per jaar (over drie jaar) en een iets minder fikse loonsverhoging voor het ander personeel. Gouverneur Mary Fallin, die zoals andere Republikeinen (en sommige Democraten) niet begreep waarom de leraars niet toehapten toen ze eerder 6.100 dollar aangeboden kregen, liet zich in gesprek met tv-zender CBS laatdunkend uit over de actievoerders. Ze verwees naar wat parlementsleden hadden omschreven als 'de grootste loonsverhoging voor leraars in de geschiedenis van de staat'. 'Leraars willen meer', constateerde Fallin, en ze vergeleek het met 'een tienerkind dat een betere auto wil'.De uitspraak toonde volgens manifestanten het onbegrip van hogerhand. Wat voorgesteld werd, was weliswaar fors, maar nog altijd niet genoeg om het fondsenverlies en het loonverlies sinds 2007 te compenseren. Leraars zouden er volgens de vakbond met hun 6.100 dollar extra nog altijd slechter aan toe zijn dan in 1990.De walkout kende een onmiddellijk en groeiend succes, en werd duidelijk door een groot deel van de bevolking gedragen. Of inderdaad meer dan 80 procent van de bevolking in Oklahoma de actie ondersteunde, zoals onwetenschappelijke online polls suggereren, is de vraag, maar de steun is in de tweede week van de actie nog altijd breed. Op weg naar het Capitool geven automobilisten manifestanten ongevraagd een lift. Auto's toeteren uit solidariteit. Onder meer de dierentuin van Oklahoma voorziet gratis kinderopvang voor ouders die niet weten waar ze hun kinderen kunnen laten. De vereniging van vrouwelijke advocaten deelt benzinebonnen uit voor manifestanten die uren moeten rijden. Ketens laten voedsel en drank uitdelen.In een staat waar 65 procent voor Donald Trump koos en minder dan 29 procent voor Hillary Clinton, en waar ook een meerderheid van het onderwijspersoneel Republikeins zou stemmen, is dat toch opmerkelijk. Je moet geen moeite doen om Trumpkiezers tussen de actievoerende leraars te vinden.'Ik denk dat Trump het eigenlijk met ons eens is', zegt een lerares, die wel op de foto wil, maar liever niet met naam wordt vermeld: 'Hij is voor goede lonen. Ik blijf Republikeins stemmen maar voor de tussentijdse verkiezingen in november zal ik wel uitkijken naar kandidaten die onze eisen ondersteunen'.Een mannelijke collega die over haar schouder heeft meegeluisterd, eveneens Trumpkiezer, is minder positief over zijn president: 'Hij zit tegenwoordig meer in met kinderen in Syrië dan met onze kinderen', gromt hij. Hij voegt eraan toe dat hij vooralsnog een Trumpkiezer blijft. 'Die man heeft zoveel aan zijn hoofd, en eigenlijk is dit regionale materie. We zijn dit keer kwaad op ons parlement en onze gouverneur, niet op het parlement in Washington D.C. of de president.'Het onderwijsprotest blijft niet beperkt tot Oklahoma. Het begon zelfs niet in Oklahoma. Eind februari, begin maart hielden de leraars in West Virginia een staking die negen dagen duurde. Zij verkregen een loonsverhoging van vijf procent voor henzelf en voor alle ambtenaren in de staat. West Virginia was de staat die met het grootste verschil voor Trump koos. Tv-zenders toonden van blijdschap wenende leraars. Sindsdien is er ook in andere conservatieve staten rumoer in het onderwijs. In Kentucky was er al een actie en in Arizona wordt een staking voorbereid.'De actie in West Virginia gaf mij het idee: dit kan lukken,' zegt lerares Jamie Bond. 'Dit kunnen wij ook. Wij zijn er slechter aan toe dan de leraars in West Virginia. Vanaf nu ga ik met de wetgevers om zoals met mijn kinderen: vriendelijk maar vastberaden. Onverzettelijk'.'Dit is zo essentieel. Goed onderwijs moet voorrang krijgen op belastingvoordelen. Dat wordt zelfs in een staat als Oklahoma duidelijk. En wetgevers die alles bij het oude willen houden, zullen in november de gevolgen dragen'.Vanaf het podium laat vakbondsleidster Alicia Priest weten dat er geen schot in de onderhandelingen zit, maar dat de leraars druk moeten uitoefenen op de parlementsleden.Terwijl een lokale bard 'We Shall Overcome' zingt, geeft ze naast het podium nader uitleg. Ze is opvallend voorzichtig, zelfs tegenover een buitenlandse journalist. Er zijn elke dag meer manifestanten, zegt ze. 'De steun van de bevolking is geweldig. Het ziet ernaar uit dat we dit nog een tijdje kunnen volhouden'.Is dat een kentering, waarbij men afstapt van belastingvermindering als de kern van het staatsbestuur? 'Openbaar onderwijs is apart in die zin dat het iedereen probeert vooruit te helpen. Mensen zijn zo betrokken. Iedereen heeft wel een leraar gekend die haar of hem geholpen heeft om te worden wie zij of hij is. Dan is behoorlijk investeren in dat onderwijs een emotionele affaire naast een zaak van gezond verstand. Of je dezelfde steun zou hebben voor andere sociale acties durf ik niet te zeggen'.'Dit is een politieke staking, niet in de zin van partijpolitiek, want ook Democraten hebben in het verleden de besparingen goedgekeurd. Maar alles inzake onderwijs is politiek. Onze tekstboeken worden geschreven door mensen die via een stemming in het staatsparlement zijn aangesteld. Ons salaris wordt bepaald door het parlement. Daar hameren we op: denk bij de volgende verkiezingen aan je leerlingen en aan je salaris als je je stem uitbrengt. Dat is onze boodschap'.Drie dagen later, donderdag 12 april. De vakbond blaast op de negende dag de walkout af, tot treurnis van nog altijd duizenden manifestanten die hadden gehoopt op een strijd tot de finish en die niet altijd frisse verwensingen roepen of neerpennen aan het adres van de vakbond. Een grote groep mensen, die hoge verwachtingen koesterden en brede steun genoten, laten hun ontgoocheling de vrije loop. Vakbondsleidster Alicia Priest zegt op een persconferentie dat de realiteit roept. 70 procent van de leden zou volgens een interne peiling geen verdere toegevingen meer verwachten. Her en der hebben scholen de deuren heropend. Het budgetcomité van het parlement heeft een zitting over verdere toegeving gewoon voor onbeperkte duur afgelast, om alle hoop op meer geld te fnuiken. 'De Republikeinse leiding in de staatssenaat' heeft volgens haar duidelijk gemaakt dat er geen verdere toegevingen zullen gebeuren. Priest roept de overwinning uit, vreemd genoeg door te verwijzen naar wat de gouverneur eerder aanhaalde: leraars hadden de grootste loonsverhoging verkregen uit de geschiedenis van de staat. De strijd moet nu politiek zijn, geeft ze aan. Meer dan ooit hebben leraars zich kandidaat gesteld voor de verkiezingen van november. 'Dat wordt onze volgende slag'.Priest beantwoordt nauwelijks vragen. Haar woordvoerder Doug Folks probeert na de persconferentie de pil te vergulden. Wat heeft de walkout uiteindelijk méér opgeleverd dan voor de walkout was toegezegd? 'Zonder de dreiging van een walkout hadden we de oorspronkelijke toegevingen niet gekregen', zegt hij. En de voorbije dagen is de financiering van het oorspronkelijk pakket concreter geworden. Er wordt ook overwogen om een belastingtegemoetkoming op zonne-energie ongedaan te maken ten voordele van het onderwijs.Het lijkt niet echt veel, voor een walkout die onuitgegeven was en navolging leek te gaan krijgen in andere staten. Folks ontkent vastberaden dat dit een staart-tussen-de-benen-moment is. 'We zagen geen kans om hier meer uit te halen, en dan kun je beter de actie stopzetten en zeggen: ik beschouw dit als een overwinning voor onze leraars'.