Het was als een crisis in slow motion. Een krachtmeting tussen twee markante politieke persoonlijkheden: de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un en de Amerikaanse president Donald Trump. Ruim een jaar hielden het opbod tussen beide kampen, de raketlanceringen, de Twitter-uithalen, de vliegdekschepen en de bommenwerpers ons in de ban. Als we ooit zicht zullen krijgen op de geheime besluitvorming zal pas écht duidelijk worden hoe dicht Washington en Pyongyang bij een gewapend treffen hebben gestaan.
...

Het was als een crisis in slow motion. Een krachtmeting tussen twee markante politieke persoonlijkheden: de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un en de Amerikaanse president Donald Trump. Ruim een jaar hielden het opbod tussen beide kampen, de raketlanceringen, de Twitter-uithalen, de vliegdekschepen en de bommenwerpers ons in de ban. Als we ooit zicht zullen krijgen op de geheime besluitvorming zal pas écht duidelijk worden hoe dicht Washington en Pyongyang bij een gewapend treffen hebben gestaan. 'Als onze president zei dat de raketten voor Noord-Korea paraat stonden', vertelde een contact in het Witte Huis me, 'dan wás dat ook zo. De voorbereidingen op een oorlog waren aan de gang.' En toen begonnen de Noord-Koreanen te praten. Eerst met Zuid-Korea. Daarna, op hoog niveau, met de Verenigde Staten. Met resultaat: twee historische ontmoetingen staan gepland. Deze week zien Kim Jong-un en de Zuid-Koreaanse president Moon Jae-in elkaar; in mei of juni kijken Kim en Trump elkaar diep in de ogen. Hoe is het zover kunnen komen? Nog voor Donald Trump de eed had afgelegd, op 20 januari 2017, had Pyongyang al een boodschap voor de nieuwe president: de lancering van een nieuwe raket stond op til. 'Dat zal niet gebeuren!' tweette Trump terstond vermanend. Het gebeurde toch. Eerst lanceerde Pyongyang vier middellangeafstandsraketten. Vervolgens, in mei, ging er een Hwasong-12 de lucht in. En op 4 juli, de Amerikaanse nationale feestdag, een Hwasong-14. Die lanceringen waren baanbrekend door de enorme hoogte die de raketten bereikten (nuttig om Amerikaanse luchtdoelraketten te verschalken) en door hun veel grotere dracht: zowel het eiland Guam (een militair steunpunt van de Amerikanen nabij de Filipijnen) als Hawaï (hun belangrijkste militaire uitvalsbasis in de Stille Oceaan) kwam binnen bereik. 'Watje', tweette Trump. 'Durf je echt alleen maar raketten in zee te droppen?' Na Kim Jong-un veegde hij ook de Chinezen de mantel uit: Peking zou te weinig doen om het Noord-Koreaanse kernwapenprogramma te stoppen. Intussen was er in de kalme corridors van het Pentagon en het Witte Huis gewerkt aan een nieuwe strategie om Noord-Korea aan te pakken. Terwijl Trumps voorganger Barack Obama vooral geduld oefende, had een nieuwe beleidsevaluatie uitgewezen dat Kim harder moest worden aangepakt. Volgens die interne evaluatie, onder de hoede van vicepresident Mike Pence, waren Noord-Koreaanse kernwapens een reële bedreiging voor de VS. Het was een kwestie van tijd, klonk het, alvorens het land met langeafstandsraketten ook het Amerikaanse continent kon treffen. De verdediging daartegen is duur, en als de Amerikanen zo'n capaciteit zouden tolereren, zou dat een signaal van verzwakking zijn - vooral tegenover China. 'Kim moet gestopt worden', stelde Pence. Via diplomatieke isolatie, militaire afschrikking en economische sancties moesten de Amerikanen maximale druk uitoefenen. En China zou daarbij een cruciale rol spelen. De duimschroeven werden aangedraaid. In juni liet Washington aan resolutie 2356 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, die zowel banken als beleidsmakers viseerde, strafmaatregelen toevoegen tegen Chinese en Russische bedrijven die handel met Noord-Korea bleven drijven. In augustus sneed een nieuwe resolutie zowat een derde van de Noord-Koreaanse uitvoer af, en in september beperkte een derde resolutie de olie-invoer. De Noord-Koreaanse economie kreunde: hongerige Noord-Koreaanse soldaten kregen verlof om eten te zoeken in de velden. Ondertussen hadden de Amerikanen B1-bommenwerpers in de regio ontplooid en de munitiedepots op Guam aangevuld. Toch ging Kim gewoon door met zijn rakettests. Ook de troepenopbouw ging genadeloos door. Eind oktober arriveerde de USS Ohio voor de Koreaanse kust, een onderzeeër met 154 raketten en elitetroepen aan boord. Bommenwerpers die een invasie simuleerden en drie vliegdekschepen zouden volgen. Kim Jong-un noemde Donald Trump een 'oorlogsgek', Trump verwees naar Kim als een 'ziekelijke puppy'. Op 28 november ging een Hwasong-15 de lucht in: voor het eerst een raket die het Amerikaanse continent kon bereiken. 'Noord-Korea kan nu overal ter wereld toeslaan', waarschuwde de Amerikaanse defensieminister James Mattis. De klok tikte voor de States, want Noord-Korea boekte zienderogen vooruitgang met zijn raketten. Langer dan een jaar zou het niet meer duren voor het land een volwaardige kernkop zou hebben. In Washington brak twijfel uit. 'Terwijl iedereen zich klaarmaakte voor kerst', vertelde een diplomaat me, 'werden belangrijke discussies gevoerd over de te varen koers. Wat stond ons te doen? Moesten we het initiatief nemen om gesprekken op te starten? Of moesten we het spel hard blijven spelen?' De toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson was gewonnen voor dialoog. Maar de toenmalige veiligheidsadviseur Herbert McMaster, defensieminister Mattis en de president dachten er anders over: de druk werd verder opgevoerd, met nieuwe oefeningen en sancties. Al gauw landden er F-22's in Zuid-Korea. Het was toen dat Kim Jong-un subtiel signaleerde dat hij zijn relatie met Zuid-Korea wilde verbeteren. Eerst door te kennen te geven dat hij de Olympische Winterspelen in Pyeongchang niet zou dwarsbomen. Vervolgens door een dozijn cheerleaders toe te zeggen. En ten slotte door informele gesprekken met het Internationaal Olympisch Comité over deelname aan de Winterspelen aan te gaan. In zijn nieuwjaarstoespraak verklaarde Kim officieel dat zijn land 'een vredelievende kernmacht' was én zei hij opnieuw dat hij openstond voor dialoog. Kort daarna volgde het nieuws dat Pyongyang aan de Winterspelen wilde deelnemen. En opnieuw rees er twijfel in Washington. 'Kim wil een wig drijven tussen de VS en Zuid-Korea', luidde het. Toch waren het de Winterspelen die beide partijen wekenlang de ruimte zouden geven voor een subtiel diplomatiek spel, terwijl ze tijdelijk afzagen van grootschalige militaire operaties en raketlanceringen. Met de Zuid-Koreanen als boodschapper maakten de Noord-Koreanen duidelijk dat ze ernstige gesprekken met de Amerikanen wilden. Die gesprekken kwamen er. Eerst in Finland en tijdens het paasweekend in Noord-Korea, rechtstreeks tussen CIA-directeur Mike Pompeo en Kim Jong-un. De gesprekken waren een kantelpunt. De Noord-Koreanen bevestigden dat ze het opgeven van hun kernwapens wilden bespreken: een mogelijke diplomatieke revolutie. Sindsdien is er onafgebroken rechtstreeks contact geweest. Ook publiekelijk heeft Noord-Korea herhaald dat het bereid is tot volledige denuclearisatie én dat de Amerikanen als tegenprestatie niet langer hun 28.500 soldaten in Zuid-Korea hoeven terug te trekken. De cruciale vraag is nu: meent Kim Jong-un het? De Amerikanen zijn als de dood voor een nieuw debacle. In 1994 beloofde Pyongyang al de bouw van reactoren stop te zetten in ruil voor Amerikaanse olie en de garantie dat Washington geen nucleaire oorlog zou beginnen. In 2003 herhaalde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, dat de nieuwe regering van George W. Bush bereid was om veiligheidsgaranties te geven als Noord-Korea van kernwapens zou afzien. Kort daarna stuikte het hele akkoord ineen, onder meer door de agressieve taal van Bush.Dat scenario willen de Amerikanen nu koste wat het kost vermijden. Ze houden een slag om de arm: wat als de toenadering een schijnmanoeuvre is? Wat als Pyongyang zich wil profileren als de inschikkelijke partij maar de onderhandelingen wil laten mislukken, om vervolgens naar Peking en Moskou te lopen met de boodschap: 'Het is allemaal de schuld van Washington'? Er zijn redenen om te twijfelen. Alleen al omdat Kim de voorbije jaren goed heeft kunnen volgen wat de Amerikanen met hun rivalen doen als ze zich niet kunnen verdedigen - zie: Saddam Hoessein of Muammar Khaddafi. Maar er zijn ook redenen om optimistisch te zijn. Een doorbraak in de ontwikkeling van raketten met kernkoppen die het Amerikaanse continent kunnen raken zal wellicht het einde van Kim betekenen, dat zal hijzelf ook wel inzien. De regering-Trump zal desnoods geweld gebruiken om zulke wapens de wereld uit te helpen. Met andere woorden: de prijs van langeafstandswapens is te hoog, terwijl de baten van een akkoord significant zijn. En als één Amerikaanse president zo'n akkoord kan doordrukken, dan wel de huidige. Een akkoord dat de wapenstilstand sinds 1953 omzet in een effectieve vrede zou van Kim Jong-un de Deng Xiaoping van Noord-Korea maken. De man die, zoals de Chinese leider, als een gelijke onderhandelde met de Amerikaanse gigant. De man ook die, naar het voorbeeld van de andere Oost-Aziatische landen, Noord-Korea op het spoor zette van de industriële groei. Kim blaakt van het zelfvertrouwen, en heeft zowat de hele Arbeiderspartij gezuiverd van rivalen. Hij heeft zich ook meermaals geuit als een voorvechter van vooruitgang, middels basketbal (hij had al meerdere ontmoetingen met de voormalige Amerikaanse basketbalster Dennis Rodman), popconcerten en een first lady, Ri Sol-ju, die een duidelijke stijlbreuk inluidde. Zoiets kun je moeilijk veinzen. Donald Trump van zijn kant is er de man niet naar om gesprekken te starten en even later te aanvaarden dat hij belazerd wordt. Hetzelfde geldt voor zijn adviseurs. Zien de Noord-Koreanen dat in, dan is de kans gering dat ze tijd willen kopen om hun kernwapenprogramma voort te zetten. Amerikaanse satellieten houden al hun faciliteiten nauwgezet in de gaten. Er zijn nog een aantal baten aan Noord-Koreaanse zijde. Een doorbraak in de gesprekken zou het einde kunnen inluiden van de Chinese betutteling. De Noord-Koreanen hangen voor 90 procent van hun handel af van de Chinezen, die zich vaak, maar niet altijd succesvol, als hun grote broer hebben opgesteld. En Kim mag dan onlangs naar Peking zijn gereisd, hartelijk zijn de relaties allerminst. Hij vindt ook een bereidwillige partner in de Zuid-Koreaanse president: Moon Jae-in heeft kosten noch moeite gespaard om de dialoog met de Amerikanen tot stand te brengen. Een goede afloop zou Trumps prestige een ontzettende boost geven. Stel je voor: Kim Jong-un en Donald Trump, kanshebbers voor de Nobelprijs voor de Vrede. Maar ook strategisch hebben de VS veel te winnen bij een akkoord. Het zou een preventieve aanval met tal van doden (vooral aan Zuid-Koreaanse zijde) voorkomen, een aanval waarvan China van een afstand het verloop mee kan bepalen. En het zou Amerika toelaten om de aandacht op die belangrijkste rivaal te vestigen. Na het onderhoud tussen Kim Jong-un en Moon Jae-in zouden de gesprekken tussen Noord-Korea en de VS dus wel eens in een stroomversnelling kunnen komen. Niets is zeker, maar een doorbraak acht ik waarschijnlijker dan een mislukking. Komt het akkoord er, dan zal het Koreaanse schiereiland een lange en onzekere periode tegemoetgaan: politiek, economisch en sociaal. Zal die uitmonden in een sterk, eengemaakt Korea? Of zullen de gigantische verschillen tussen noord en zuid net leiden tot onrust? Niemand kan het voorspellen. Ook op Japan, Amerika's belangrijkste bondgenoot in de regio, zou een akkoord impact hebben. De dreiging van Noord-Koreaanse kernwapens zou erdoor wegvallen, maar in plaats daarvan zou het beeld weer opdoemen van een herenigd Korea dat de positie van Japan als regionale nummer twee - na China - ondergraaft. Tokio en Seoel liggen nu al overhoop over hun turbulente geschiedenis en een handvol strategische eilanden. En dan is er de Amerikaanse relatie met China. Die zal na een diplomatieke doorbraak met Noord-Korea allerminst verbeteren. Economische belangen staan op het spel, en het getouwtrek om Taiwan zal ongetwijfeld verhevigen: Trump is allerminst van plan om de Chinezen dat eiland tegen de zin van de Taiwanezen te laten omvormen tot een onzinkbaar vliegdekschip in de Stille Oceaan. China zelf zette zijn ambities vorige week kracht bij met een ongeziene militaire oefening: een gigantische Chinese vloot voer door de Straat van Taiwan, en gevechtsvliegtuigen omsingelden het eiland. Het gevecht tussen China en de VS, het gevecht om het leiderschap in Azië en in de wereld - dat blijft het gevecht van deze eeuw. De kordate toon van de Amerikaanse veiligheidsstrategie, de Amerikaanse aankoop van nieuwe hypersonische raketten, de Chinese militaire oefeningen in de buurt van Guam, de economische rivaliteit: niets wijst op een detente. In de fontlijn tussen de twee giganten trachten spelers als Noord-Korea, maar ook Taiwan en de Filipijnen, hun positie te optimaliseren. De vraag in zo'n context is doorgaans niet zozeer óf er gedonder van komt, de vraag is vooral waar, wanneer, en hoe.