In 2019 was er in China een gigantische uitbraak van de Afrikaanse varkenspest, die een ramp kon zijn voor de varkensindustrie. 150 miljoen varkens werden preventief 'opgeruimd' in een poging de uitbraak onder controle te krijgen. Daardoor explodeerde de prijs van varkensvlees. Volgens een analyse in het vakblad Science kan dat de vraag naar andere vleessoorten sterk hebben doen stijgen. Wat dan weer de kans heeft vergroot dat een coronavirus van een wild dier oversprong naar de mens.
...

In 2019 was er in China een gigantische uitbraak van de Afrikaanse varkenspest, die een ramp kon zijn voor de varkensindustrie. 150 miljoen varkens werden preventief 'opgeruimd' in een poging de uitbraak onder controle te krijgen. Daardoor explodeerde de prijs van varkensvlees. Volgens een analyse in het vakblad Science kan dat de vraag naar andere vleessoorten sterk hebben doen stijgen. Wat dan weer de kans heeft vergroot dat een coronavirus van een wild dier oversprong naar de mens.Vanaf het begin van de coronacrisis, rond de jaarwisseling 2019-2020, keken wetenschappers met argusogen naar de vlees- en vismarkten in de Chinese stad Wuhan, waar de ellende begon: misschien was dat wel de belangrijkste bron van de besmetting. Er zijn solide aanwijzingen dat het coronavirus oorspronkelijk uit een hoefijzerneusvleermuis stamt. Maar het is niet waarschijnlijk dat die transmissie rechtstreeks verliep: daarvoor verschilt de genetica van de bekende vleermuisvirussen te veel van de variant die de mensheid binnendrong. Alleen is er tot dusver geen enkel spoor gevonden van het virus in een eventuele tussengastheer. Het eerste SARS-coronavirus dat de mensheid trof, op vrij bescheiden schaal in 2003, bleek een tussenstap te hebben gemaakt in palmcivetkatten. Dat werd pas eind 2005 duidelijk, nadat Chinese onderzoekers een kleine late uitbraak van het virus hadden vastgesteld in een restaurant waarin de dieren werden geserveerd. Dat een rechtstreekse voorloper van het huidige coronavirus in de dierenwereld ontbreekt, voedt speculaties over de vraag of het virus ontsnapt kan zijn uit het Wuhan Instituut voor Virologie (WIV), dat zich niet zo ver van de belangrijkste vlees- en vismarkt in de geviseerde stad bevindt. De vorige Amerikaanse president, Donald Trump, wees al vrij snel in de pandemie op die mogelijkheid, maar experts noemden het een complottheorie. Een onderzoeksmissie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) naar China besloot in januari 2021 in haar eindrapport dat het ontsnappingsscenario 'extreem onwaarschijnlijk' was. Maar de voorbije lente werd de theorie nieuw leven ingeblazen in de media. Wellicht mede onder druk daarvan drong WHO-chef Tedros Ghebreyesus aan op 'meer duidelijkheid' over de optie. De nieuwe Amerikaanse president, Joe Biden, vroeg zijn inlichtingendiensten om een nieuw onderzoek. Een groep wetenschappers publiceerde in mei 2021 in Science een oproep voor een meer 'gebalanceerde' analyse in de zoektocht naar de oorsprong van het coronavirus. Het feit dat de Chinese autoriteiten meteen de hakken in het zand zetten, voedde voor sommigen het idee dat het virus uit het WIV zou zijn ontsnapt.Ondanks het speurwerk zijn er geen concrete elementen opgedoken die de ontsnappingstheorie ondersteunen. Op 24 augustus publiceerden de Amerikaanse inlichtingendiensten hun 'heranalyse' van de problematiek zonder solide conclusie - al houdt het rapport wel sterker rekening met een natuurlijke oorsprong van het virus dan met een lek uit een laboratorium. Enkele van de wetenschappers die in Science hadden aangedrongen op een meer gebalanceerde analyse, lieten onlangs weten dat ze spijt hadden van hun actie omdat ze 'meer kwaad dan goed had gedaan'. Ook de Amerikaanse Nobelprijswinnaar David Baltimore, die de labtheorie aanvankelijk ondersteunde, krabbelde terug. Op 17 juni was hij in het vakblad Nature al minder expliciet dan in de lente, al trok hij zijn woorden nog niet echt terug. In dat artikel werd gestipuleerd dat een uit een laboratorium gelekt virus nog nooit in een pandemie is uitgemond. Meestal wordt slechts een handvol mensen besmet. Het gebeurde naar verluidt zes keer met het eerste SARS- coronavirus, maar pas nadat het virus geïdentificeerd was en uitgebreid bestudeerd werd als een mogelijk gevaar voor de mensheid. Maar in een verslag in Science op 2 september trok Baltimore zijn staart in. De boodschap: hij was niet op de hoogte geweest van het natuurlijk voorkomen van een specifiek mechanisme dat het virus gebruikt om infiltratie in menselijke cellen te vergemakkelijken. De aanwezigheid van dat mechanisme werd in de lente nog naar voren geschoven als een van de elementen die pleitten voor een laboratoriumlek - zeker omdat het niet voorkomt in de nauwst aan 'ons' coronavirus verwante andere coronavirussen. Maar het bestaat dus wel degelijk in de natuur, zonder dat er mensen aan te pas zijn gekomen. Wetenschappers, ook die van het WIV, hameren erop dat het notoir moeilijk is om coronavirussen in het laboratorium te kweken. De virussen die ze isoleren uit dieren zijn dikwijls te sterk gedegradeerd om erop 'voort te bouwen'. Bovendien is het nog niemand gelukt om hoefijzerneusvleermuizen in gevangenschap lang in leven te houden. Een analyse in het vakblad Cell van 19 augustus concludeerde dat er nog altijd geen coronavirus gevonden is dat dicht genoeg bij het huidige virus staat om als startmateriaal te kunnen fungeren voor een eventuele manipulatie in een lab. De optie dat het virus als een nieuw biologisch wapen door mensen zou zijn gemaakt, nemen zelfs de Amerikaanse inlichtingendiensten niet ernstig. Ondertussen duiken er wel met de regelmaat van de klok elementen op die de hypothese van de zoönose (een sprong van andere dieren naar de mens) ondersteunen. In het rapport van de WHO stond te lezen dat er in 2019 geen levende wilde dieren verhandeld werden op de markten van Wuhan. Maar een recente publicatie in Scientific Reports, met onder meer de gerenommeerde Britse bioloog David Macdonald van de Universiteit van Oxford als coauteur, ontkracht die stelling. Van 2017 tot 2019 (dus kort voor de coronacrisis) bezocht een Chinese onderzoeker regelmatig incognito de markten. Hij registreerde er in totaal niet minder dan 47.381 levend verhandelde wilde dieren, behorend tot 38 soorten, waarvan 18 zoogdieren. Een derde van de zoogdieren vertoonde zichtbare verwondingen die toe te schrijven waren aan jacht. De dieren werden in abominabele omstandigheden gevangen gehouden en op verzoek van klanten ter plekke geslacht. Er waren stekelvarkens bij, marmotten en dassen, maar ook palmcivetkatten en wasbeerhonden die eerder met SARS-cornavirussen en een mogelijke transmissie naar de mens in verband zijn gebracht. Ook werden er nertsen en wezels uit bontkwekerijen verkocht voor consumptie. Interessant was dat er geen vleermuizen verhandeld werden, noch schubdieren die in eerste instantie als mogelijke tussengastheer aangewezen werden.Science meldde ook dat Chinese wetenschappers in de winter 2019-2020 overal op de wildmarkten coronavirusdeeltjes vonden, zelfs op muren en in grondstalen. Dat is hoogst uitzonderlijk, en betekent dat het virus er welig tierde. De waarneming wordt gepresenteerd als een extra argument tegen een toevallig lek uit een lab door mensen die er besmet zouden zijn geraakt met een virus waarmee ze werkten. Waarom zouden medewerkers van het WIV vooral op wildmarkten zijn gaan rondhangen, maar niet op sportwedstrijden of in concertzalen? Er werd ook gemeld dat er op het Chinese platteland plaatselijk een veel grotere handel in vleermuizenmest als meststof bestaat dan werd aangenomen. De eerste gepubliceerde aanwijzingen voor de aanwezigheid van antistoffen tegen een coronavirus uit vleermuizen in mensen, in een publicatie van het WIV in het vakblad Virologica Sinica in 2018, kwamen van mensen die wonen in de buurt van grotten vol vleermuizen op meer dan duizend kilometer van Wuhan. Een heel recente analyse in Science concludeerde dat er elk jaar niet minder dan 400.000 besmettingen van mensen met 'SARS- achtige coronavirussen' zouden gebeuren, uitsluitend in Azië. Meestal sterven die virussen snel uit, omdat ze te weinig mensen bereiken. Maar als zo'n virus dan toch in een wereldstad terechtkomt, en vervolgens via de globalisering in de rest van de wereld, is de geest uit de fles. Die pech hebben we vorig jaar gehad. Er zijn dus veel meer rechtstreekse contacten tussen 'gewone' mensen en coronavirussen dan tussen virologen en coronavirussen. Vandaag is de mens veruit de voornaamste drager en verspreider van het coronavirus. Het is niet onwaarschijnlijk dat hij het virus doorgeeft aan andere dieren, die op hun beurt reservoirs gaan vormen van virusvarianten die zich mogelijk aanpassen aan hun nieuwe gastheer. In een soort pingpongspel kunnen ze dan eventueel opnieuw naar mensen springen, zoals vorig jaar in Nederland is aangetoond in nertsenkwekerijen. Coronavirussen hebben trouwens de neiging met elkaar te 'recombineren' als ze samen in een gastheer terechtkomen, waardoor eigenschappen van het ene virus in het andere kunnen terechtkomen. Het is een veel meer voor de hand liggende weg voor het ontstaan van nieuwe virusvarianten dan een eventuele ontsnapping van gemanipuleerde virussen uit laboratoria. We hebben er dus alle belang bij dat de handel in wilde dieren aan banden wordt gelegd. Die is met grote voorsprong de belangrijkste risicofactor voor virale besmettingen. Een deel van de handel voedt mensen die te weinig geld hebben om vlees te kopen. Maar zeker op de markten van Wuhan worden veel levende dieren als luxeproducten verkocht aan een publiek van snobistische middenklassers die eens origineel uit de hoek willen komen. De kans dat de pandemie te wijten is aan het consumentisme van dat gezelschap is veel groter dan dat ze het gevolg is van een ongeluk in een wetenschappelijk laboratorium.